POWERPOINT 1
1. TOEPASSING
Conclusie van winkelketens:
Ze onderscheiden zich door verschillende keuzes in winkelinrichting, aanbod, locatie …
2. STRATEGISCH MANAGEMENT (4 STAPPEN)
Strategisch management =
1. Geheel van processen gericht op het opsporen, (h)erkennen en het ontwikkelen van
2. Mogelijkheden en kansen voor waardecreatie (voor de klanten) → Stap A en B
3. En waardedistributie (naar alle betrokkenen bij de onderneming) → Stap C, D en E
4. En dit op een systematische en herhaalbare wijze
Kunnen herkennen of de woorden juist zijn (meerkeuzevraag met juiste definitie kunnen aanduiden)
→ Doel = het tot stand brengen van continuïteit
3. DE CONTINUÏTEITSKRING (A-E STAPPEN)
Stap A: Creatie van klantenwaarde
Stap B: Waardetoe-eigening
Stap C: Waardedistributie
Stap D: Opbouwen van competenties
Stap E: Competentiebenutting
,Een gesloten kring, waarbij elk element oorzaak én gevolg is.
→ Geen begin- of eindpunt
STAP A: CREATIE VAN KLANTENWAARDE
• Waardecreatie: inspelen op wensen en behoeften van klanten
• Producten/ diensten hebben waarde als ze aansluiten bij wat de klant belangrijk vindt
STAP B: WAARDOETOE-EIGENING
• Klantenwaarde leidt tot ondernemingswaarde (omzet, winst, cashflow)
• De klant betaalt voor de waarde, waardoor inkomsten stijgen
STAP C: WAARDEDISTRIBUTIE
• Voorbeelden: dividenden uitkeren, leveranciers sneller betalen, opleidingen geven, vertrouwen
opbouwen, kwaliteit verbeteren
• Waardedistributie = versterken van stakeholders (= alle partijen met invloed op of belang bij de
onderneming)
• Winst wordt herverdeeld om stakeholders te versterken en nieuwe middelen te creëren
STAP D: OPBOUWEN VAN COMPETENTIES
Competentieopbouw = organisatie van vaardigheden en kennis
• Interne competentieopbouw: interne groei (bv. Bijscholing)
• Externe competentieopbouw: samenwerken met anderen (bv. Onderaannemers, partners
STAP E: COMPETENTIEBENUTTING
De opgebouwde competenties gebruiken om nieuwe klantenwaarde te creëren
,POWERPOINT 2
1. DE STRATEGISCHE DRIEHOEK
Doel: duurzaam evenwicht vinden tussen wat we kunnen, moeten en willen
Wenselijke toekomst (visie, missie, doelen)
Maakbare toekomst
Mogelijke toekomst Noodzakelijke toekomst (kansen en
(sterkten en zwakten) bedreigingen)
2. VISIE
Verschil tussen missie en visie
Visie = inspirerend, uitdagend toekomstbeeld van de onderneming binnen de kaders van de missie
→ Wat je wenst
• De missie vormt de basis voor de ontwikkeling van de visie
• Doel: evolutie en realisatie van de missie in een veranderende omgeving
KENMERKEN VAN EEN VISIE
Je krijgt een visie en zeggen of het een goede of slechte visie is aan de hand van onderstaande kenmerken
1. Mag onrealistisch zijn (ideaalbeeld)
2. Geeft richting
3. Is duurzaam in de tijd
4. Richt zich op de toekomst (‘Waar willen we binnen 20 jaar staan?’)
5. Wordt gebruikt om strategieën te ontwikkelen
6. Wordt gedragen door iedereen in de organisatie
7. Leeft binnen de organisatie
3. MISSIE
Missie = bestaansreden van de organisatie
→ Wat je doet
• Missie vormt de basis voor strategie en doelen
• Mission statement = korte kernzin(nen) die samenvatten wat de organisatie doet
, 2 benaderingen van Campbell en Yeung: strategische en culturele missie
KENMERKEN VAN EEN GOEDE MISSIE
Besluit geven of het een goede missie is + 7 kenmerken bespreken
1. Marktgeoriënteerd: gericht op klant en behoeften
2. Inspirerend: motiveert medewerkers en omgeving
3. Summier: kort, makkelijk te onthouden
4. Specifiek: concreet en herkenbaar
5. IJverig: ambitieus maar haalbaar
6. Omstreden: niet kleurloos, mag discussie oproepen
7. Nalatenschap: geeft weer waarvoor men herinnerd wil
MISSIE ≠ VISIE
• Missie = wat we doen, waarvoor we staan
• Visie = wat we willen bereiken, waarvoor we gaan
Missie Visie
Gericht op organisatie Gericht op omgeving
Wie zijn we? Hoe gaan we met de wereld om?
Identiteit, waarden Toekomst, droom
Vanuit verleden Vanuit toekomst
Tijdloos Kan bijgesteld worden
4. DOELSTELLINGEN
Soorten:
• Kwantitatief financieel: omzet, winst, kosten
• Kwantitatief niet-financieel: marktaandeel, aantal klanten
• Kwalitatief: klanttevredenheid, milieu, aandeelhouders
KENMERKEN VAN GOEDE DOELSTELLING = SMART
Goed kennen: hoe moet je een doelstelling opstellen → opstellen op basis van smart principe
1. Specifiek: duidelijk en voor interpretatie vatbaar
→ 5 W-vragen: wie, wat, wanneer, waar, waarom
2. Meetbaar: resultaat kan geëvalueerd worden
3. Acceptabel: alle betrokkenen moeten akkoord zijn
4. Realistisch: haalbaar maar ambitieus
5. Tijdgebonden: duidelijke termijn