VMV 4 – DEEL PIJN
Inleiding
1. Pijn als waarschuwingssignaal :
✓ Symptoom, geen ziekte -> subjectief en geen klinisch teken of diagnose op zich.
✓ Overlevingsfunctie: Acute pijn -> essentieel voor overleven. waarschuwt voor
gevaar (bijv. een hete pan of een spijker) en zorgt dat we schadelijk gedrag
vermijden.
✓ "Vijfde Vitale Parameter": pijn strikt genomen geen vitale parameter -> in
verpleegkunde zo behandeld. Naast pols, ademhaling, bloeddruk en
temperatuur is de pijnmeting een standaardonderdeel van de controles.
2. Acute versus Chronische pijn
✓ Acute pijn: Nuttig, nodig en duidelijke signaalfunctie.
✓ Chronische pijn: Verliest nuttige waarschuwingsfunctie. geen signaal van acute
dreiging, maar factor die het dagelijks functioneren en de levenskwaliteit
belemmert.
3. Juridisch kader: Het recht op pijnbehandeling
✓ Patiëntenrechten: Het behandelen van pijn is geen gunst, maar een wettelijk recht
(Artikel 11bis, 2005).
✓ Verplichting zorgverlener: Elke beroepsbeoefenaar moet:
• Aandacht voor pijn.
• Pijn proberen voorkomen.
• Pijn systematisch evalueren
• Pijn behandelen en
verzachten.
4. Holistische benadering
-> verschillende dimensies (fysiek, psychisch, sociaal), de gehele persoon verzorgen. focus ligt
op het begrijpen , ontstaan & impact op het leven en het bieden van passende hulp.
1. Definities van pijn
= complex en subjectief fenomeen, evalueren ervan uitdagend maakt. In de zorg staan twee
definities centraal:
1.1 Definitie volgens McCaffery (De subjectieve visie)
• Kern: "Pijn is wat de patiënt zegt dat het is, en het is er wanneer de patiënt zegt dat het er
is."
• Focus: op de individuele ervaring, Pijn beïnvloed door lichamelijke, psychologische en
omgevingsfactoren (zoals angst, cultuur en eerdere ervaringen).
,1.2 Herziene definitie van de IASP (2020) (De biopsychosociale visie)
• Kern: Een onaangename zintuiglijke en emotionele ervaring gekoppeld aan (mogelijke)
weefselschade.
• Belangrijke principes:
o Pijn = persoonlijk: Beïnvloed door biologische, psychologische en sociale
factoren.
o Pijn ≠ Nociceptie: Pijn is meer dan alleen een fysiologisch signaal in de zenuwen.
o Levenservaring: Je leert wat pijn is door wat je meemaakt.
o Respect: Elke uiting van pijn moet serieus genomen worden.
o Niet altijd verbaal: Ook mensen die niet kunnen praten (baby's, mensen in coma)
ervaren pijn. Observatie van non-verbale signalen is hierbij essentieel.
1.3 Epidemiologie
= moeilijk om algemene cijfers over pijn te vinden, pijn is meestal per specifieke context (bijv.
na operatie, bij kinderen of bij kanker)
Belangrijke statistieken:
• Algemene bevolking (België): 32% van de bevolking (15+) de afgelopen 4 weken ernstige
lichamelijke pijn ervaren.
• Leeftijd: Pijn komt vaker voor bij personen boven de 75 jaar.
• Ziekenhuissetting:
o 2/3 van alle patiënten in het ziekenhuis ervaart pijn.
o 40% tot 75% ervaart matige tot ernstige pijn na een operatie (postoperatief).
• Chronische pijn:
o Slecht behandelde acute pijn = grote risicofactor voor ontwikkelen van
chronische pijn.
o 1 op de 5 volwassen Europeanen lijdt aan chronische pijn.
o ouderen tussen de 68% en 100%.
2. Soorten pijn
= op verschillende manieren geclassificeerd. meest gebruikte indeling gebaseerd op tijdsduur,
waarbij de grens meestal op drie maanden wordt gelegd.
2.1 Indeling op basis van tijdsduur
2.1.1 Acute pijn
• Oorzaak: Plotselinge weefselbeschadiging (bijv. trauma, operatie of medische
handeling). duidelijk aanwijsbaar beginmoment.
• Verloop: Tijdelijk van aard; de pijn neemt af naarmate het weefsel herstelt.
, • Symptomen: gepaard met fysieke stressreacties :
o Bleekheid (palor), hoge bloeddruk (hypertensie), snelle hartslag (tachycardie).
o Oppervlakkige/snelle ademhaling (tachypnoe), zweten en vaatvernauwing.
• Behandeling: pijnstillers. oplossen van onderliggende oorzaak doet pijn verdwijnen.
2.1.2 Chronische pijn
• Definitie: > drie maanden aanhoudt.
• Karakter: pijn verliest zijn nuttige waarschuwingsfunctie en wordt een aandoening op
zich.
• Mechanisme: veranderingen in het Centraal Zenuwstelsel (CZS) = centrale sensitisatie.
zenuwstelsel wordt overgevoelig -> normale prikkels als pijnlijk worden ervaren.
• Uiting: lichaam past zich aan, waardoor symptomen van acute pijn (zoals hoge hartslag)
vaak ontbreken -> onterechte twijfel bij waarnemers of de patiënt wel echt pijn heeft.
• Oorzaak: Soms duidelijke oorzaak (zoals artrose of reuma), vaak geen lichamelijke
afwijking te vinden, terwijl de pijn wel reëel blijft.
• Behandeling: focus niet alleen op pijnreductie, maar op verbeteren van levenskwaliteit
en functioneren via een multimodale aanpak (educatie, beweging, psychologische
steun).
2.2 Indeling op basis van oorzaak
Naast tijdsduur is biologische oorzaak van pijn cruciaal voor behandeling. 2hoofdcategorieën:
2.2.1 Nociceptieve pijn
= "normale" pijn ,ontstaat door feitelijke of dreigende schade aan weefsels. signalen worden
opgevangen door speciale zenuwuiteinden (nociceptoren).
• Somatische pijn: Afkomstig van "buitenkant" (huid, spieren, botten). pijn is scherp en
patiënt kan precies zeggen waar het pijn doet.
• Viscerale pijn: Afkomstig van inwendige organen. pijn is vaak krampachtig of drukkend
en patiënt kan de exacte plek moeilijk aanwijzen (slecht gelokaliseerd).
• Behandeling: klassieke pijnstillers zoals paracetamol en NSAID’s (bijv. ibuprofen).
2.2.2 Neuropathische pijn (Zenuwpijn)
= pijn ontstaat niet door schade aan weefsel, maar door schade aan of een storing in het
zenuwstelsel zelf (perifeer of centraal).
• Kenmerken: vaak omschreven als brandend, schietend, tintelend of als elektrische
schokken.
• Allodynie: typisch kenmerk waarbij prikkel die normaal niet pijnlijk is (zoals een lichte
aanraking van een laken), toch hevige pijn veroorzaakt.
• Behandeling: Reageert slecht op gewone pijnstillers -> specifieke medicatie nodig, bv.
tricyclische antidepressiva of anti-epileptica (die de overprikkelde zenuwen kalmeren).
Inleiding
1. Pijn als waarschuwingssignaal :
✓ Symptoom, geen ziekte -> subjectief en geen klinisch teken of diagnose op zich.
✓ Overlevingsfunctie: Acute pijn -> essentieel voor overleven. waarschuwt voor
gevaar (bijv. een hete pan of een spijker) en zorgt dat we schadelijk gedrag
vermijden.
✓ "Vijfde Vitale Parameter": pijn strikt genomen geen vitale parameter -> in
verpleegkunde zo behandeld. Naast pols, ademhaling, bloeddruk en
temperatuur is de pijnmeting een standaardonderdeel van de controles.
2. Acute versus Chronische pijn
✓ Acute pijn: Nuttig, nodig en duidelijke signaalfunctie.
✓ Chronische pijn: Verliest nuttige waarschuwingsfunctie. geen signaal van acute
dreiging, maar factor die het dagelijks functioneren en de levenskwaliteit
belemmert.
3. Juridisch kader: Het recht op pijnbehandeling
✓ Patiëntenrechten: Het behandelen van pijn is geen gunst, maar een wettelijk recht
(Artikel 11bis, 2005).
✓ Verplichting zorgverlener: Elke beroepsbeoefenaar moet:
• Aandacht voor pijn.
• Pijn proberen voorkomen.
• Pijn systematisch evalueren
• Pijn behandelen en
verzachten.
4. Holistische benadering
-> verschillende dimensies (fysiek, psychisch, sociaal), de gehele persoon verzorgen. focus ligt
op het begrijpen , ontstaan & impact op het leven en het bieden van passende hulp.
1. Definities van pijn
= complex en subjectief fenomeen, evalueren ervan uitdagend maakt. In de zorg staan twee
definities centraal:
1.1 Definitie volgens McCaffery (De subjectieve visie)
• Kern: "Pijn is wat de patiënt zegt dat het is, en het is er wanneer de patiënt zegt dat het er
is."
• Focus: op de individuele ervaring, Pijn beïnvloed door lichamelijke, psychologische en
omgevingsfactoren (zoals angst, cultuur en eerdere ervaringen).
,1.2 Herziene definitie van de IASP (2020) (De biopsychosociale visie)
• Kern: Een onaangename zintuiglijke en emotionele ervaring gekoppeld aan (mogelijke)
weefselschade.
• Belangrijke principes:
o Pijn = persoonlijk: Beïnvloed door biologische, psychologische en sociale
factoren.
o Pijn ≠ Nociceptie: Pijn is meer dan alleen een fysiologisch signaal in de zenuwen.
o Levenservaring: Je leert wat pijn is door wat je meemaakt.
o Respect: Elke uiting van pijn moet serieus genomen worden.
o Niet altijd verbaal: Ook mensen die niet kunnen praten (baby's, mensen in coma)
ervaren pijn. Observatie van non-verbale signalen is hierbij essentieel.
1.3 Epidemiologie
= moeilijk om algemene cijfers over pijn te vinden, pijn is meestal per specifieke context (bijv.
na operatie, bij kinderen of bij kanker)
Belangrijke statistieken:
• Algemene bevolking (België): 32% van de bevolking (15+) de afgelopen 4 weken ernstige
lichamelijke pijn ervaren.
• Leeftijd: Pijn komt vaker voor bij personen boven de 75 jaar.
• Ziekenhuissetting:
o 2/3 van alle patiënten in het ziekenhuis ervaart pijn.
o 40% tot 75% ervaart matige tot ernstige pijn na een operatie (postoperatief).
• Chronische pijn:
o Slecht behandelde acute pijn = grote risicofactor voor ontwikkelen van
chronische pijn.
o 1 op de 5 volwassen Europeanen lijdt aan chronische pijn.
o ouderen tussen de 68% en 100%.
2. Soorten pijn
= op verschillende manieren geclassificeerd. meest gebruikte indeling gebaseerd op tijdsduur,
waarbij de grens meestal op drie maanden wordt gelegd.
2.1 Indeling op basis van tijdsduur
2.1.1 Acute pijn
• Oorzaak: Plotselinge weefselbeschadiging (bijv. trauma, operatie of medische
handeling). duidelijk aanwijsbaar beginmoment.
• Verloop: Tijdelijk van aard; de pijn neemt af naarmate het weefsel herstelt.
, • Symptomen: gepaard met fysieke stressreacties :
o Bleekheid (palor), hoge bloeddruk (hypertensie), snelle hartslag (tachycardie).
o Oppervlakkige/snelle ademhaling (tachypnoe), zweten en vaatvernauwing.
• Behandeling: pijnstillers. oplossen van onderliggende oorzaak doet pijn verdwijnen.
2.1.2 Chronische pijn
• Definitie: > drie maanden aanhoudt.
• Karakter: pijn verliest zijn nuttige waarschuwingsfunctie en wordt een aandoening op
zich.
• Mechanisme: veranderingen in het Centraal Zenuwstelsel (CZS) = centrale sensitisatie.
zenuwstelsel wordt overgevoelig -> normale prikkels als pijnlijk worden ervaren.
• Uiting: lichaam past zich aan, waardoor symptomen van acute pijn (zoals hoge hartslag)
vaak ontbreken -> onterechte twijfel bij waarnemers of de patiënt wel echt pijn heeft.
• Oorzaak: Soms duidelijke oorzaak (zoals artrose of reuma), vaak geen lichamelijke
afwijking te vinden, terwijl de pijn wel reëel blijft.
• Behandeling: focus niet alleen op pijnreductie, maar op verbeteren van levenskwaliteit
en functioneren via een multimodale aanpak (educatie, beweging, psychologische
steun).
2.2 Indeling op basis van oorzaak
Naast tijdsduur is biologische oorzaak van pijn cruciaal voor behandeling. 2hoofdcategorieën:
2.2.1 Nociceptieve pijn
= "normale" pijn ,ontstaat door feitelijke of dreigende schade aan weefsels. signalen worden
opgevangen door speciale zenuwuiteinden (nociceptoren).
• Somatische pijn: Afkomstig van "buitenkant" (huid, spieren, botten). pijn is scherp en
patiënt kan precies zeggen waar het pijn doet.
• Viscerale pijn: Afkomstig van inwendige organen. pijn is vaak krampachtig of drukkend
en patiënt kan de exacte plek moeilijk aanwijzen (slecht gelokaliseerd).
• Behandeling: klassieke pijnstillers zoals paracetamol en NSAID’s (bijv. ibuprofen).
2.2.2 Neuropathische pijn (Zenuwpijn)
= pijn ontstaat niet door schade aan weefsel, maar door schade aan of een storing in het
zenuwstelsel zelf (perifeer of centraal).
• Kenmerken: vaak omschreven als brandend, schietend, tintelend of als elektrische
schokken.
• Allodynie: typisch kenmerk waarbij prikkel die normaal niet pijnlijk is (zoals een lichte
aanraking van een laken), toch hevige pijn veroorzaakt.
• Behandeling: Reageert slecht op gewone pijnstillers -> specifieke medicatie nodig, bv.
tricyclische antidepressiva of anti-epileptica (die de overprikkelde zenuwen kalmeren).