- De werkelijkheid bestaat uit 2 werelden, dus hebben we ook 2 soorten
kennis
- Als we hier leven, in onze concrete wereld moeten we kennis hebben
van die wereld
Leven in onze concrete realiteit vergt kennis (van zaken die bewegen,
veranderen)
Dat is kennis die juist zal zijn, totdat ze verandert – kennis van niet-
zijn is mogelijk
Die kennis is dus wel beweeglijk, want het gaat om dingen die zelf
beweeglijk zijn
o Die kennis noemt Plato: DOXA
o Het object van kennis over de concrete werkelijkheid is zelf
beweeglijk
- Het gaat altijd over een mens die ‘iets’ kent die verhouding noemen
we ‘kennis’
- Dat ‘iets’ dat men gaat kennen noemen we het ‘object’
(Ware)
Kennis
Mens
________________ Iets
(object) - Plato heeft net als Parmenides en alle
andere na hen, willen weten wat ware kennis is
- We hebben een ware wereld, hoe kunnen we daar dan kennis over
hebben?
De ware kennis moet dus als object iets hebben dat zelf ook
onveranderlijk is
Wat is onveranderlijk? De ideeën, dus dat wordt het object van ware
kennis
- Wil je eeuwige, onveranderlijke kennis die moet gaan over iets dat
ook eeuwig is
- Wanneer we kennis hebben over het idee, dan hebben we ware kennis
of epistèmè
MAAR: onze kennis over de concrete wereld – die is veranderlijk
Die kennis gaat juist zijn tot op moment dat ze veranderd
Bv. Beton: cement & water, maar na tijd ook lijm toevoegen dan is eerdere
kennis niet meer juist, want ze is veranderd
Dus door die 2 werelden hebben we ook 2 soorten kennis (DOXA &
epistèmè)
- Kennis tot op het moment dat ze veranderd (in concrete wereld) = doxa
- Kennis die niet gaat veranderen – idee (ware kennis) = epistèmè
- Doxa kan je vertalen als ‘mening’
Bij Plato betekent dat dus kennis over veranderlijke werkelijkheid
NIET: wat denk jij van X, niet mening in onze hedendaagse betekenis
WEL: kennis over het zintuiglijke, de veranderlijke wereld
- Epistèmè: ware kennis, was nieuw in de geschiedenis tot dan
, Maar: hoe kennen we iets dat we niet kunnen zien?
Want een idee kunnen we niet zien, hoe moeten we dat dan kennen?
o Plato zei dat de mens alles al kent, maar zich moet herinneren (zie
eerder)
o Tegenovergestelde daarvan = geboren als onbeschreven blad &
alles AANLEREN
o Dus zitten we met de ‘nature – nurture’ discussie