Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 77 pages
Other

Grondslagen van het recht - systeem

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 77 pages

In dit document staan alle systeembijeenkomsten van het vak Grondslagen van het recht uitgewerkt.

Content preview

Inhoudsopgave
Bijeenkomst H - De eerste mens en het eerste recht.............................................2
Bijeenkomst I – Democratie.................................................................................. 16
Bijeenkomst I – Taak en vragen – Democratie...................................................22
Bijeenkomst J - Private eigendom.........................................................................29
Enkele leidende hulpvragen:............................................................................. 38
Bijeenkomst J – Taak en vragen – Private eigendom..........................................44
Bijeenkomst K - Oorzaken van onze ecologische crisis.........................................48
Bijeenkomst K – Taak en vragen – Oorzaken van onze ecologische crisis..........55
Bijeenkomst L - Mensbeelden in het strafrecht.....................................................59
Vragen Claessen – Mens en wereldbeelden en het bijbehorende strafrecht......60
Vragen Veraart – Visies op slachtoffers en daders.............................................65
Bijeenkomst M - De rechtspraak en zijn bronnen vanuit historisch perspectief....68

,Bijeenkomst H - De eerste mens en het
eerste recht
In het in 2019 verschenen en bijzonder ‘populair’ -in beide betekenissen van het
woord- boek, De meeste mensen deugen – Een nieuwe geschiedenis van de
mens, gaat de Nederlandse historicus, Rutger Bregman, op zoek naar een
antwoord op de vraag of de mens van nature geneigd is tot het goede
dan wel het kwade. [Bregman zal tot de conclusie komen dat geen van beide
waar is, maar dat wij als mens over twee benen beschikken en ons gedrag
bepaald wordt door het been dat we het meest trainen.] Vanuit maatschappelijk,
en bijgevolg ook juridisch, oogpunt blijft deze vraag voor Bregman evenwel van
quintessentieel belang. Het antwoord op deze vraag is immers allesbepalend
voor de manier waarop de mens de samenleving organiseert: 'kostschool of vrije
school, strenger straffen of betere hulpverlening, zelfverzekerde CEO's of
zelfsturende teams, ouderwetse kostwinners of vaders met draagzakken'
(Bregman, 2019, p.70). Omdat samenlevingen in de eerste plaats vorm krijgen
door middel van tot het recht behorende afspraken, is deze vraag dus ook voor
toekomstige juristen cruciaal. Beleidsmakers die ervan overtuigd zijn dat de
mens van nature tot het goede geneigd is zullen sterk verschillende, vaak
tegenovergestelde, manieren verdedigen om specifieke maatschappelijke
uitdagingen aan te gaan dan hun collega’s die de fundamenteel kwaadaardige
aard van de mens als uitgangspunt nemen. Denk bijvoorbeeld aan
de Toeslagaffaire waarin de Belastingdienst, althans van 2004 tot 2019, blijk
heeft gegeven van een fundamenteel wantrouwen in de mens/burger met de
gekende uitwerking tot gevolg.

De eerste vanzelfsprekende vervolgvraag die hierbij de kop opsteekt is echter de
vraag naar de aard/inhoud van goed en kwaad. Het antwoord op deze vraag is
evenwel sterk afhankelijk van talloze contextuele factoren. Wat onder de
begrippen ‘goed’ en ‘kwaad’ verstaan moet worden, heeft, afhankelijk van tijd
en ruimte, reeds tig aantal invullingen gekregen. Van zodra hieromtrent, in een
specifiek tijdvak op een bepaalde plek, overeenstemming is bereikt, keert de
hoofdvraag naar de morele grondhouding van de mens terug op het toneel.
Ook hier biedt zich een breed spectrum van antwoorden aan. Is de mens van
nature 100% goed of 100% slecht? Of is elke mens in dit opzicht verschillend
doordat iedereen een verschillend en persoonlijk amalgaam van goed en kwaad
in zich draagt? De caleidoscoop aan antwoorden op zowel de hoofd- als
vervolgvraag maakt dat de omvang van dit blok te beperkt is om over beide een
heldere consensus te bereiken. Gelukkig is dat niet problematisch. Deze eerste
systeembijeenkomst heeft immers niet tot doel zelf te achterhalen/bepalen of de
mens van nature tot het goede dan wel het kwade geneigd is. Wel zal er
onderzocht worden op welke wijze invloedrijke denkers in het verleden
een antwoord geformuleerd hebben op de hoofdvraag. Omdat zij tijdens
deze denkoefening terugkeren naar wat algemeen omschreven wordt als de
‘natuurstaat’, i.e. de sociale toestand waarin de mens leefde alvorens er sprake
was van een maatschappelijke ordening onder het gezag van een staat en

,bijhorend arsenaal aan wetten, wordt in het tweede deel van deze bijeenkomst
het ontstaan van recht (en staat) verder uitgediept.

, 1. De wolf en de wilde
Eén van de meest invloedrijke denkers inzake de natuurlijke aard van de mens
was de Engelse (politiek) filosoof, Thomas Hobbes (†1679). In zijn werk De
Cive (1642) en zijn magnum opus Leviathan (1651) beschrijft Hobbes de
natuurstaat als een bellum omnium in omnes (the war of all against all)
waarin de mens in de eerste plaats een homini lupus (man to man is wolf) is.
Deze omgeving kent geen recht noch onrecht en het leven is solitary, poor,
nasty, brutish and short. Egoïsme, hebzucht en eigenbelang voeren de toon.
Het zijn de parels aan de kroon. Voor Hobbes biedt de rede, die de mens in staat
stelt de eerste natuurwet, i.e. streven naar zelfbehoud, te kennen, dé uitweg.
Het negatieve mensbeeld van Hobbes is grotendeels te verklaren aan de
hand van het tijdvak binnen de Engelse geschiedenis waarin hij leefde en
werkte. Hobbes schrijft zijn De Cive immers bij het uitbreken van de eerste
Engelse burgeroorlog (1642-1651) waarin de absolutistische vorsten Karel I en
Karel II lijnrecht tegenover het Engelse parlement, en haar aanhangers,
kwamen te staan. Onthoofding en verbanning van de respectievelijke vorsten
waren hun deel.

In de zeventiende en achttiende eeuw werd de natuurstaat druk beredeneerd. In
tegenstelling tot de gewelddadigheid die Hobbes aan de eerste mensen
toeschrijft, waren anderen, zoals Samuel von Pufendorf (†1694) en Richard
Cumberland (†1718), ervan overtuigd dat de mens in zijn meest oorspronkelijke
toestand in de eerste plaats angstig was. Ook voor de Franse filosoof, Charles
Louis de Secondat (†1755), beter bekend als Montesquieu, was het met name
deze vrees die ervoor zorgde dat de mens - haaks op de ideeën van Hobbes -
oorlog en geweld vermeed (Montesquieu, Over de geest der wetten, 1748, Boek
1, Hoofdstuk 2). De vroegste natuurwet is dan ook die van de vrede.
Overheersing en dwang, zoals Hobbes die aan de ‘natuurlijke’ mensen
toeschrijft, zijn daarentegen zodanig complexe ideeën dat zij onmogelijk de
eerste ideeën van de mens kunnen zijn. Immers, dat gebiedt de rede. Eén van
de meest rooskleurige portretten van de natuurstaat is de schets van de
Franse filosoof, Jean-Jacques Rousseau (†1778), in zijn Discours sur l’origine
et les fondements de l’inégalité parmi les hommes (1755). Rousseau is 43 jaar
en het is zijn inzending naar aanleiding van een prijsvraag uitgeschreven door
de Académie de Dijon (‘Wat is de oorsprong van de ongelijkheid onder de
mensen – en berust zij op de natuurwet?’) waarin hij resoluut breekt met de
lange traditie in het Westerse denken waarin de samenleving werd gezien als
een deugende verdienste van de mens. Bijgevolg omschreef collega Voltaire
(†1778) het werk als Rousseaus ‘tweede boek tegen de mensheid’.

Taak
Beschrijf het leven van de wilde mens in de natuurstaat zoals Rousseau dit voor
ogen had en welke argumenten (of: kritiek op Hobbes) formuleert Rousseau om
deze visie te staven? Is er ruimte voor privaatrecht, strafrecht en/of statelijke
structuren in deze beginstaat? Met andere woorden, wat kan er gezegd worden
over het bestaan van eigendom, de wijze van bestraffing door een eventuele
rechter, en het al dan niet aanwezig zijn van een staat of overheid? Hoe
evolueert hij vervolgens naarmate de mens steeds talrijker, mondiger en
vindingrijker wordt? En beschouwt Rousseau deze natuurstaat als een
benijdenswaardige, ideale wereld? Waar mondt de menselijke sociale

Document information

Study
Uploaded on
February 26, 2026
Number of pages
77
Written in
2024/2025
Type
Other
Person
Unknown
$13.19

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
11
Last sold
11 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions