Inleiding Europees Recht 2019-2020.
Werkgroep 7 – Introductie mededingingsrecht
Week 7: Introductie mededingingsrecht
1. Voorgeschreven materialen
Europees Recht – Algemeen Deel
- Hoofdstuk 6
Reader
- A Gerbrandy, ‘Consten en Grundig’, in Beukers e.a. (red.), Het
recht van de Europese Unie in 50 klassieke arresten, Boom
Juridische Uitgevers, 2010
- HvJ EG 14 februari 1978, 27/76, ECLI:EU:C:1978:22 (United
Brands /Commissie)
- HvJ EG 23 april 1991, C-41/90, ECLI:EU:C:1991:161 (Höfner en
Elser)
1
, Inleiding Europees Recht 2019-2020.
Werkgroep 7 – Introductie mededingingsrecht
Vraag 1 – Waarom mededingingsrecht?
De geitensector in Nederland is in het afgelopen decennium snel
gegroeid. Vanaf 2017 is het aantal geitenbedrijven met 30 procent
toegenomen tot 400 bedrijven in 2019. Verschillende partijen die
betrokken zijn bij het ‘Platform Blije Geiten’ – de provincie Limburg,
geitenhouders, geitenslachterijen, dierenartsen, supermarkten en
dierenwelzijnsorganisaties – spreken het volgende af:
1. Vermindering antibioticagebruik in geitenhouderij met 60 % in
2021.
2. 40 % meer hokruimte voor geiten.
3. Ieder bedrijf met 10 of meer geiten moet beschikken over een
wasplaats en alleen citroenzuur mag gebruikt worden als
ontsmettingsmiddel.
4. Biologisch geitenkaas en geitenmelk in de supermarkt zullen alleen
afkomstig zijn van lokale producenten.
5. De kostenverhoging die dit meebrengt – een verhoging van
ongeveer 10 procent – wordt in de
supermarktprijs verdisconteerd en via een terugrekenstelsel aan
alle partijen teruggeven, maar alle partijen rekenen de verhoogde
kosten ook door in hun prijzen.
a) Beoordeel welke van de bovenstaande afspraken problematisch zijn
vanuit het perspectief
van de volgende stromingen:
1. Een ordo-liberaal perspectief op mededingingsrecht;
2. Een perspectief waarbij het behalen van economische efficiëntie en
marktwerking centraal staat;
3. Een perspectief waarbij de focus ligt op een zo groot mogelijke
consumentenwelvaart;
4. Een perspectief waarbij (ook) de bredere doelstellingen interne
markt worden betrokken;
5. Een perspectief waarbij ook niet-economische belangen een rol
spelen.
2
Werkgroep 7 – Introductie mededingingsrecht
Week 7: Introductie mededingingsrecht
1. Voorgeschreven materialen
Europees Recht – Algemeen Deel
- Hoofdstuk 6
Reader
- A Gerbrandy, ‘Consten en Grundig’, in Beukers e.a. (red.), Het
recht van de Europese Unie in 50 klassieke arresten, Boom
Juridische Uitgevers, 2010
- HvJ EG 14 februari 1978, 27/76, ECLI:EU:C:1978:22 (United
Brands /Commissie)
- HvJ EG 23 april 1991, C-41/90, ECLI:EU:C:1991:161 (Höfner en
Elser)
1
, Inleiding Europees Recht 2019-2020.
Werkgroep 7 – Introductie mededingingsrecht
Vraag 1 – Waarom mededingingsrecht?
De geitensector in Nederland is in het afgelopen decennium snel
gegroeid. Vanaf 2017 is het aantal geitenbedrijven met 30 procent
toegenomen tot 400 bedrijven in 2019. Verschillende partijen die
betrokken zijn bij het ‘Platform Blije Geiten’ – de provincie Limburg,
geitenhouders, geitenslachterijen, dierenartsen, supermarkten en
dierenwelzijnsorganisaties – spreken het volgende af:
1. Vermindering antibioticagebruik in geitenhouderij met 60 % in
2021.
2. 40 % meer hokruimte voor geiten.
3. Ieder bedrijf met 10 of meer geiten moet beschikken over een
wasplaats en alleen citroenzuur mag gebruikt worden als
ontsmettingsmiddel.
4. Biologisch geitenkaas en geitenmelk in de supermarkt zullen alleen
afkomstig zijn van lokale producenten.
5. De kostenverhoging die dit meebrengt – een verhoging van
ongeveer 10 procent – wordt in de
supermarktprijs verdisconteerd en via een terugrekenstelsel aan
alle partijen teruggeven, maar alle partijen rekenen de verhoogde
kosten ook door in hun prijzen.
a) Beoordeel welke van de bovenstaande afspraken problematisch zijn
vanuit het perspectief
van de volgende stromingen:
1. Een ordo-liberaal perspectief op mededingingsrecht;
2. Een perspectief waarbij het behalen van economische efficiëntie en
marktwerking centraal staat;
3. Een perspectief waarbij de focus ligt op een zo groot mogelijke
consumentenwelvaart;
4. Een perspectief waarbij (ook) de bredere doelstellingen interne
markt worden betrokken;
5. Een perspectief waarbij ook niet-economische belangen een rol
spelen.
2