THORACALE BEELDVORMING
BEELDVORMINGSTECHNIEKEN EN INTERPRETATIE
- beeldvorming en: infectieziekten, COLD (chronische obstructieve longaandoeningen), thoracale
oncologie, diffuse en interstitiële longaandoeningen; vasculaire aandoeningen
BEELDVORMINGSTECHNIEKEN
- thoraxradiografie, computertomografie (= basistechniek), nucleaire geneeskunde, magnetische
resonantie, pulmonale angiografie, fluoroscopie, transthoracale echografie
- gebruik beeldvormingstechnieken hangt af van: patiënt, pathologie, beschikbaarheid, stralingsdosis
(belangrijkste), expertise, kostprijs
RX THORAX: THORAXRADIOGRAFIE
- meest uitgevoerde radiologische onderzoek wereldwijd: basisradiologisch onderzoek van de thorax
- gebruikt röntgenstralen en moet onder gestandaardiseerde omstandigheden uitgevoerd (houding pt,
dosis, ...)
o na plaatsing support device (katheder, endotracheale tube,…) → RX ter controle of het juist zit:
verwikkelingen voorkomen
o gemiddelde stralingsdosis: voor 1 onderzoek heel laag; maar telt op als je het dagelijks doet
0,02 mSv voor PA-opname (postero-anterieur)
0,08 mSv voor laterale opname
ALARA: as low as reasonable achievable
- thoraxfoto = projectiebeeld: moeilijk om te bekijken door superpositie: moeilijke detectie van pathologie
- onderaan zijn geen indicaties
- indicaties: altijd cardiopulmonale symptomen, follow-up van vorig gediagnosticeerde thoraxaandoening
voor evaluatie, staging intratohoracale en extratoracale tumoren, preoperatieve beoordeling van pt voor
intrathoracale chirurgie, pre-operatieve evaluatie van patiënten met cardiopulmonale symptomen of pt
met mogelijke thoracale pathologie die kunnen leiden tot ↑ peri-operatieve mortaliteit, monitoring pt die
een life support device hebben en die cardiopulmonale chirurgie of een andere interventie ondergaan
- geen indicaties: routine screening voor een ongeselecteerde pooulatie, routine pre-natale
thoraxradiografie voor detectie van onverwachte aandoeningen, verplichte radiografie voor werknemers,
herhaald radiografisch onderzoek na erkenning van langetermijnfaciliteit
CONVENTIONELE RADIOGRAFIE
- PA-opname = standaard bij ambulante patiënt
o afstand: 2 meter; röntgenbuis – detector (scherm of digitaal)
o harde straling (130–150 kV) vs zwakke straling (70–80 kV)
o inademing, inspiratie
o buik tegen tafel: hart ventraal in thorax: dicht tegen detector → kleiner vergrotingseffect op hart
o normaal mediastinum < 8cm; normaal hart <50%: ‘cardiomegalie als cardiothoracale ratio >50%
op PA)
- laterale opname = profielopname: linkerzijde tegen tafel: heeft te maken met het vergrotingseffect
o afstand: 2 meter; röntgenbuis – detector (scherm of digitaal)
o harde straling (130–150 kV) vs zwakke straling (70–80 kV)
o inademing, inspiratie
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
o betere lokalisatie van afwijkingen op PA
- laterale decubitus: patiënt ligt op de zijde, horizontale bundel
o dd/ pneumothorax of pneumoperitoneum → doe je door een zijdelingse opname
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
- lordotische opname: stralen vallen niet loodrecht op de thorax in, maar schuin voor betere
beoordeling longtobben en om de middenkwabben te zien op gewone zijdelingse of gewone faseopname
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
- ¾-opname: beoordeling hilieaire structuren
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
- hoe nagaan of dit goede inspiratie is? tel posterieure ribbenbogen → als je 10 e en 11e ziet heb je goede
inspiratie
PROJECTIEBEELD
- projectiebeeld: projectie van een driedimensionale structuur op een tweedimensionaal beeld
- uitdaging: superpositie van anatomische structuren (bot, spieren, organen, vreemde voorwerpen) →
anatomische ruis
,- mogelijke oplossingen: extra opnames in andere houdingen of cross-sectionele beeldvorming
- aanvullende beeldvorming
o laterale opname: betere lokalisatie van afwijkingen op PA
o expiratoire radiografie: detectie van pneumothorax
o bedside radiografie: zwakkere stralingsbron, langere belichting, ↓ diagnostische informatie
o laterale decubitus: patiënt ligt op de zijde, horizontale bundel
- pneumothorax: dunne gebogen lijn tussen gevasculariseerd longparenchym en avasculaire pleurale
ruimte
o = lucht tussen viscerale en parietale pleurabladen
o viscerale bladen zijn enkel zichtbaar als er lucht tussen zit; boven viscerale lijn avasculaire ruimte
o zie je bij inspiratie een pneumothorax? → STOPPEN; als twijfel kan je nog expiratie doen (dyspnee
→ uitademen is lastig)
o zie je veel makkelijker op CT: zone van ↑ translucentie = lucht
lucht zit basaal in thorax (pneumothorax) of onder het diafragma (pneumoperitoneum):
laterale decubitus: als pneumoperitoneum, zou lucht zich verplaatsen in buik (heb je niet
nodig bij CT)
- digitale thoraxradiografie: overgang van analoge (filmgebaseerde) naar digitale radiografie
o voordelen:
geïntegreerde acquisitie- en verwerkingssystemen: betere workflow
snelle opeenvolgende beeldopnames: nieuwe toepassingen
elektronische beschikbaarheid: nabewerking, soft-copy viewing, elektronische archivering
(minder ruimte, minder werk voor opslag), eenvoudige distributie wereldwijd
- interpretatie van een RX-beeld
o herkennen van afwijkingen: veranderingen in transparantie of in anatomische uitlijning
o semiologie van abnormaliteiten:
lokalisatie: long, mediastinum, pleura, diafragma, bot
uiterlijk: radiodensiteit, grootte, vorm, begrenzing, solitair/meervoudig,
homogeen/inhomogeen (heterogeen = verschillende densiteiten)
o geassocieerde afwijkingen
o evolutie in de tijd (vergelijkende beeldvorming!): < 1maand: tumor groeit niet zo snel dus eerder
infectieus
o klinische informatie: verdichting bij pt met koorts → pneumonie; bij vermagerde pt → tumor
- goiter = duikende schildklier: bevestigd door CT: tracheadeviatie, cardiomegalie, breed bovenste
mediastinum
- atelectase: pathologie achterste deel long; zone van ↓ translucentie, diafragmakoepel niet zichtbaar,
hartboog wel
- pleuraal hematoom: verschil in translucentie links-rechts; afwijking linkerboord hemithorax, CT met IV
contrast
- tracheadeviatie: bij pneumothorax, massae, atelectase
- long- vs pleurale laesie:
o longletsel: scherpe hoek tussen letsel en thoraxwand
o pleuraletsel: stompe hoek tussen letsel en thoraxwand
- fluoroscopie
o discontinue blootstelling aan röntgenstralen met real-time beeld
o toepassingen:
ademhalingsdynamiek (diafragma)
begeleiding bij angiografie, cardiale katheterisatie, slikonderzoek, retrograde pyelografie
angiografie: kijk of er vernauwingen in aders zijn
begeleiding bij puncties en biopsieën: kijk hoe je catheder opschuift tussen de bloedvaten
- diafragma-evaluatie: snifftest: diafragma-elevatie → paradoxale beweging → diafragmaparalyse
o diafragmakoepel gaat schoksgewijs naar beneden normaal en druk in buik stijgt
als andere verlamd: ↑druk in buik en duwt andere diafragmakoepel naar boven =
paradoxaal ademen
, COMPUTERTOMOGRAFIE (CT)
- combineert röntgenbeelden uit verschillende hoeken tot doorsnedebeelden → CT-beeld =
doorsnedebeeld
- CT-scan gebruikt door computers verwerkte combinaties van vele röntgenbeelden, genomen vanuit
verschillende hoeken, om dwarsdoorsneden (tomografische beelden of virtuele ‘coupes’) te produceren
van specifieke delen van het gescande lichaam, waardoor men in het lichaam kan kijken zonder het te
openen
- evolutie CT: CT: 1974 → spiraal-CT: 1989→ multidetector-CT: 1998 → dual-energy CT: 2005 → photon-
counting CT: 2021
- voordelen:
o betere temporele resolutie: snellere scanningstijd, betere contrasttoediening, ↓
bewegingsartefacten (pt die moeilijk adem kunnen ophouden)
o betere spatiale resolutie: dunnere coupes met ↓ volume-artefacten en scherpere beelden, grotere
volumes (total body CT)
o betere beeldvormingsprocessingscapaciteiten:
multiplanaire reconstructies
isotrope beelvorming/voxel: kwaliteit, waar je ook kijkt, blijft altijd hetzelfde
anisotrope beeldvorming/voxel: bv uitgerekt, rechthoekig; afmetingen in alle
richtingen zijn niet gelijk → minder nauwkeurige 3D-reconstructies, lagere resolutie
in z-richting
kunnen elk beeld bekijken in mediastinale, bot- en wekedelenvenster (krijgen we bij
elke CT)
3D-beeldvorming: je kan dat letsel uitsegmenteren en hele beeldvorming doen
computerondersteunde diagnose: automatische noduledetectie
artificiële intelligentie: virutele bronchoscopie
postprocessing applicaties: densiteitsmapping: kleurenmaskering helpt chirurg om zich te
oriënteren
emfyseem = attenutiewaarden lager dan -900 or -950 HU op inspiratoire CT-beelden
highlighting van pixels met een densiteit lager dan –950 HU creëert een
densiteitsmap die de gebieden met emfyseem aantoont
elke pixel kan zo aangekleurd worden ifv zijn densiteit
- Dual-energy CT (DECT): hoek van 90° die zo samen rond pt draait
o gebaseerd op materiaaldecompositie: metingen met ≠ densiteiten → metingen verschilen een klein
beetje
o analyse van attenuatie bij 2 energieën (80 en 140 kV)
o vooral nuttig bij elementen met hoog atoomnummer
materiaal met hoog atoomnummer: grote verschillen die de computer wel kan detecteren
jodium (contraststof) heeft hoog atoomnummer
computer kan obv DECT aantonen waar jodium aanwezig en het jodium eruit
wegfilteren en een beeld geven alsof we geen contrast hebben gebruikt
computer kan ons de viruele niet contrastbeelden geven
o toepassingen:
virtuele niet-gecontrasteerde dual-energy CT-beelden: evaluatie bijnieren +
evaluatie kenmerken van pulmonale noduli zonder verwerven van echte niet-
gecontrasteerde CT-beelden
jodiumkaart (iodine map) kan pulmonale perfusieverdeling aantonen
evaluatie van contrastopname in pulmonale letsels & perfusiedefecten bij
longembolie
normaal homogene verkleuring; bij longemoblie inhomogeen
- photon counting CT:
o elke foton valt in op een detector → zorgt voor een lichteffect, omgezet in een elektrisch signaal
o hetgene dat meeste licht veroorzaakt werd in beeld gebracht (minder krachtige dingen niet
meegetelt)
o hier: ELK lichtsignaal in een elektrisch signaal omgezet: je kan alles zien
o voordelen:
1. grotere spatiale resolutie: veel meer detail
2. verbeterd iodine signaal
3. optimalisatie stralingsdosis: tot 60-70% van normale dosis omlaag (goed voor kinderen)
4. artefactreductie
5. multi-energy-beeldvorming
o toepassingen: interstitieel longlijden
- CT-thoraxprotocol
o een CT-toestel ≠ CT-protocol
o elementen:
BEELDVORMINGSTECHNIEKEN EN INTERPRETATIE
- beeldvorming en: infectieziekten, COLD (chronische obstructieve longaandoeningen), thoracale
oncologie, diffuse en interstitiële longaandoeningen; vasculaire aandoeningen
BEELDVORMINGSTECHNIEKEN
- thoraxradiografie, computertomografie (= basistechniek), nucleaire geneeskunde, magnetische
resonantie, pulmonale angiografie, fluoroscopie, transthoracale echografie
- gebruik beeldvormingstechnieken hangt af van: patiënt, pathologie, beschikbaarheid, stralingsdosis
(belangrijkste), expertise, kostprijs
RX THORAX: THORAXRADIOGRAFIE
- meest uitgevoerde radiologische onderzoek wereldwijd: basisradiologisch onderzoek van de thorax
- gebruikt röntgenstralen en moet onder gestandaardiseerde omstandigheden uitgevoerd (houding pt,
dosis, ...)
o na plaatsing support device (katheder, endotracheale tube,…) → RX ter controle of het juist zit:
verwikkelingen voorkomen
o gemiddelde stralingsdosis: voor 1 onderzoek heel laag; maar telt op als je het dagelijks doet
0,02 mSv voor PA-opname (postero-anterieur)
0,08 mSv voor laterale opname
ALARA: as low as reasonable achievable
- thoraxfoto = projectiebeeld: moeilijk om te bekijken door superpositie: moeilijke detectie van pathologie
- onderaan zijn geen indicaties
- indicaties: altijd cardiopulmonale symptomen, follow-up van vorig gediagnosticeerde thoraxaandoening
voor evaluatie, staging intratohoracale en extratoracale tumoren, preoperatieve beoordeling van pt voor
intrathoracale chirurgie, pre-operatieve evaluatie van patiënten met cardiopulmonale symptomen of pt
met mogelijke thoracale pathologie die kunnen leiden tot ↑ peri-operatieve mortaliteit, monitoring pt die
een life support device hebben en die cardiopulmonale chirurgie of een andere interventie ondergaan
- geen indicaties: routine screening voor een ongeselecteerde pooulatie, routine pre-natale
thoraxradiografie voor detectie van onverwachte aandoeningen, verplichte radiografie voor werknemers,
herhaald radiografisch onderzoek na erkenning van langetermijnfaciliteit
CONVENTIONELE RADIOGRAFIE
- PA-opname = standaard bij ambulante patiënt
o afstand: 2 meter; röntgenbuis – detector (scherm of digitaal)
o harde straling (130–150 kV) vs zwakke straling (70–80 kV)
o inademing, inspiratie
o buik tegen tafel: hart ventraal in thorax: dicht tegen detector → kleiner vergrotingseffect op hart
o normaal mediastinum < 8cm; normaal hart <50%: ‘cardiomegalie als cardiothoracale ratio >50%
op PA)
- laterale opname = profielopname: linkerzijde tegen tafel: heeft te maken met het vergrotingseffect
o afstand: 2 meter; röntgenbuis – detector (scherm of digitaal)
o harde straling (130–150 kV) vs zwakke straling (70–80 kV)
o inademing, inspiratie
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
o betere lokalisatie van afwijkingen op PA
- laterale decubitus: patiënt ligt op de zijde, horizontale bundel
o dd/ pneumothorax of pneumoperitoneum → doe je door een zijdelingse opname
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
- lordotische opname: stralen vallen niet loodrecht op de thorax in, maar schuin voor betere
beoordeling longtobben en om de middenkwabben te zien op gewone zijdelingse of gewone faseopname
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
- ¾-opname: beoordeling hilieaire structuren
o nadeel: extra straling: wordt minder gedaan
- hoe nagaan of dit goede inspiratie is? tel posterieure ribbenbogen → als je 10 e en 11e ziet heb je goede
inspiratie
PROJECTIEBEELD
- projectiebeeld: projectie van een driedimensionale structuur op een tweedimensionaal beeld
- uitdaging: superpositie van anatomische structuren (bot, spieren, organen, vreemde voorwerpen) →
anatomische ruis
,- mogelijke oplossingen: extra opnames in andere houdingen of cross-sectionele beeldvorming
- aanvullende beeldvorming
o laterale opname: betere lokalisatie van afwijkingen op PA
o expiratoire radiografie: detectie van pneumothorax
o bedside radiografie: zwakkere stralingsbron, langere belichting, ↓ diagnostische informatie
o laterale decubitus: patiënt ligt op de zijde, horizontale bundel
- pneumothorax: dunne gebogen lijn tussen gevasculariseerd longparenchym en avasculaire pleurale
ruimte
o = lucht tussen viscerale en parietale pleurabladen
o viscerale bladen zijn enkel zichtbaar als er lucht tussen zit; boven viscerale lijn avasculaire ruimte
o zie je bij inspiratie een pneumothorax? → STOPPEN; als twijfel kan je nog expiratie doen (dyspnee
→ uitademen is lastig)
o zie je veel makkelijker op CT: zone van ↑ translucentie = lucht
lucht zit basaal in thorax (pneumothorax) of onder het diafragma (pneumoperitoneum):
laterale decubitus: als pneumoperitoneum, zou lucht zich verplaatsen in buik (heb je niet
nodig bij CT)
- digitale thoraxradiografie: overgang van analoge (filmgebaseerde) naar digitale radiografie
o voordelen:
geïntegreerde acquisitie- en verwerkingssystemen: betere workflow
snelle opeenvolgende beeldopnames: nieuwe toepassingen
elektronische beschikbaarheid: nabewerking, soft-copy viewing, elektronische archivering
(minder ruimte, minder werk voor opslag), eenvoudige distributie wereldwijd
- interpretatie van een RX-beeld
o herkennen van afwijkingen: veranderingen in transparantie of in anatomische uitlijning
o semiologie van abnormaliteiten:
lokalisatie: long, mediastinum, pleura, diafragma, bot
uiterlijk: radiodensiteit, grootte, vorm, begrenzing, solitair/meervoudig,
homogeen/inhomogeen (heterogeen = verschillende densiteiten)
o geassocieerde afwijkingen
o evolutie in de tijd (vergelijkende beeldvorming!): < 1maand: tumor groeit niet zo snel dus eerder
infectieus
o klinische informatie: verdichting bij pt met koorts → pneumonie; bij vermagerde pt → tumor
- goiter = duikende schildklier: bevestigd door CT: tracheadeviatie, cardiomegalie, breed bovenste
mediastinum
- atelectase: pathologie achterste deel long; zone van ↓ translucentie, diafragmakoepel niet zichtbaar,
hartboog wel
- pleuraal hematoom: verschil in translucentie links-rechts; afwijking linkerboord hemithorax, CT met IV
contrast
- tracheadeviatie: bij pneumothorax, massae, atelectase
- long- vs pleurale laesie:
o longletsel: scherpe hoek tussen letsel en thoraxwand
o pleuraletsel: stompe hoek tussen letsel en thoraxwand
- fluoroscopie
o discontinue blootstelling aan röntgenstralen met real-time beeld
o toepassingen:
ademhalingsdynamiek (diafragma)
begeleiding bij angiografie, cardiale katheterisatie, slikonderzoek, retrograde pyelografie
angiografie: kijk of er vernauwingen in aders zijn
begeleiding bij puncties en biopsieën: kijk hoe je catheder opschuift tussen de bloedvaten
- diafragma-evaluatie: snifftest: diafragma-elevatie → paradoxale beweging → diafragmaparalyse
o diafragmakoepel gaat schoksgewijs naar beneden normaal en druk in buik stijgt
als andere verlamd: ↑druk in buik en duwt andere diafragmakoepel naar boven =
paradoxaal ademen
, COMPUTERTOMOGRAFIE (CT)
- combineert röntgenbeelden uit verschillende hoeken tot doorsnedebeelden → CT-beeld =
doorsnedebeeld
- CT-scan gebruikt door computers verwerkte combinaties van vele röntgenbeelden, genomen vanuit
verschillende hoeken, om dwarsdoorsneden (tomografische beelden of virtuele ‘coupes’) te produceren
van specifieke delen van het gescande lichaam, waardoor men in het lichaam kan kijken zonder het te
openen
- evolutie CT: CT: 1974 → spiraal-CT: 1989→ multidetector-CT: 1998 → dual-energy CT: 2005 → photon-
counting CT: 2021
- voordelen:
o betere temporele resolutie: snellere scanningstijd, betere contrasttoediening, ↓
bewegingsartefacten (pt die moeilijk adem kunnen ophouden)
o betere spatiale resolutie: dunnere coupes met ↓ volume-artefacten en scherpere beelden, grotere
volumes (total body CT)
o betere beeldvormingsprocessingscapaciteiten:
multiplanaire reconstructies
isotrope beelvorming/voxel: kwaliteit, waar je ook kijkt, blijft altijd hetzelfde
anisotrope beeldvorming/voxel: bv uitgerekt, rechthoekig; afmetingen in alle
richtingen zijn niet gelijk → minder nauwkeurige 3D-reconstructies, lagere resolutie
in z-richting
kunnen elk beeld bekijken in mediastinale, bot- en wekedelenvenster (krijgen we bij
elke CT)
3D-beeldvorming: je kan dat letsel uitsegmenteren en hele beeldvorming doen
computerondersteunde diagnose: automatische noduledetectie
artificiële intelligentie: virutele bronchoscopie
postprocessing applicaties: densiteitsmapping: kleurenmaskering helpt chirurg om zich te
oriënteren
emfyseem = attenutiewaarden lager dan -900 or -950 HU op inspiratoire CT-beelden
highlighting van pixels met een densiteit lager dan –950 HU creëert een
densiteitsmap die de gebieden met emfyseem aantoont
elke pixel kan zo aangekleurd worden ifv zijn densiteit
- Dual-energy CT (DECT): hoek van 90° die zo samen rond pt draait
o gebaseerd op materiaaldecompositie: metingen met ≠ densiteiten → metingen verschilen een klein
beetje
o analyse van attenuatie bij 2 energieën (80 en 140 kV)
o vooral nuttig bij elementen met hoog atoomnummer
materiaal met hoog atoomnummer: grote verschillen die de computer wel kan detecteren
jodium (contraststof) heeft hoog atoomnummer
computer kan obv DECT aantonen waar jodium aanwezig en het jodium eruit
wegfilteren en een beeld geven alsof we geen contrast hebben gebruikt
computer kan ons de viruele niet contrastbeelden geven
o toepassingen:
virtuele niet-gecontrasteerde dual-energy CT-beelden: evaluatie bijnieren +
evaluatie kenmerken van pulmonale noduli zonder verwerven van echte niet-
gecontrasteerde CT-beelden
jodiumkaart (iodine map) kan pulmonale perfusieverdeling aantonen
evaluatie van contrastopname in pulmonale letsels & perfusiedefecten bij
longembolie
normaal homogene verkleuring; bij longemoblie inhomogeen
- photon counting CT:
o elke foton valt in op een detector → zorgt voor een lichteffect, omgezet in een elektrisch signaal
o hetgene dat meeste licht veroorzaakt werd in beeld gebracht (minder krachtige dingen niet
meegetelt)
o hier: ELK lichtsignaal in een elektrisch signaal omgezet: je kan alles zien
o voordelen:
1. grotere spatiale resolutie: veel meer detail
2. verbeterd iodine signaal
3. optimalisatie stralingsdosis: tot 60-70% van normale dosis omlaag (goed voor kinderen)
4. artefactreductie
5. multi-energy-beeldvorming
o toepassingen: interstitieel longlijden
- CT-thoraxprotocol
o een CT-toestel ≠ CT-protocol
o elementen: