Inleiding tot de criminologie
Les 2
De beginjaren
Criminologie als wetenschap: 19e eeuw
(er werd daarvoor al wel nagedacht over criminaliteit
Plato (427-347 vC)
Oorzaak van criminaliteit = hebzucht
Criminaliteit <-> rijkdom
Thomas More (16E eeuw)
- Hoe moet de samenleving omgaan met criminaliteit?
- Utopia (1516)
- Stelt de zware straffen in vraag
- Oorzaak criminaliteit: oorlogen, armoede, gewonden slechte
landbouwomstandigheden…
- Pro arbeidsdwang (criminaliteit kan zitten in luiheid zet de mensen aan het
werk!)
Industrialisering (Engeland 17e eeuw) (groei proletarische klasse)
- Focus op ‘weghalen asociale individuen uit de MY
- Rasphuizen/tuchthuizen (niet primair gericht op straf)
o (Gevangenis als straf = 18e eeuw)
o Rasphuis: afwachting straf/ arbeidswerk
Ancien régime
Willekeur <-> eigen logica
Vorst bepaald criminaliteit
Straf: om het gezag van de koning te herstellen
focus op vergelding
focus op de strafuitvoering via voorbeeldstraffen, publieke straffen (lijfstraffen
(openbaar))
NIET altijd wreed (soms ook geldboete)
Afschrikking van de algemene preventie
MODERNE SCHANDPAAL: sociale media (ook hier worden soms mensen online gegooid
die iets fout doen) (Iemand plaatst een kwetsende tweet → krijgt massaal kritiek online →
werkgever ontslaat hem.
Verlichting 18e eeuw
Reactie op willekeur (AR) tegen absolutisme
Maatschappelijke verandering (FR revolutie)
Mens is rationeel
Schuldnotie staat centraal
Daad staat centraal (focus op daad)
Aantasting MY =
Bestraffing vanuit de MY ter aanzien van lid van de MY
Gevangenis straf (belangrijkste methode van straffen) humane straf
(verdeling van macht + sociaal contract)
Zijn de kosten hoger dan de baten = geen criminaliteit (mens beseft dit want is ratio)
Straf: vergelding (sociaal contract), algemene preventie (voorkomen crimineel gedrag in
de my), bijzondere preventie (persoon afschrikking die het feit heeft gepleegd)
, Belangrijke figuren binnen deze periode
John Locke (1632-1704)
- Stelt absolutisme in vraag, verwerpt goddelijk recht koning/vorst,
- Niet meer aan regels gebonden zijn ( willekeur) + geen verantwoording meer
moeten afleggen
- Natuurwet: ! niemand mag een ander schaden in leven, gezondheid, vrijheid en
bezit
- Samenleving werkt ALS iedereen stukje van zijn vrijheid opgeeft en op de staat
kan rekenen (deze beschermen hun in ruil voor die vrijheid) MAAR degene die
gulzig & onrechtvaardig zijn = recht tot straffen SOCIAAL CONTRACT
- Iedereen is in staat keuzes te maken obv. Eerdere ervaringen, vrije wil, ratio,
kosten-baten
Scheiding der machten
De ene macht controleert de andere macht (voorkomen dat een macht de bovenhand
krijgt)
(wetgevende macht, uitvoerende macht, rechterlijke macht)
Wetgevende macht – maakt de wetten (bijv. parlement).
Uitvoerende macht – voert de wetten uit (bijv. regering).
Rechterlijke macht – controleert en bestraft volgens de wetten (rechters).
Charles de Montesquieu (1689-1755)
- Huidige democratische inrichting gebaseerd op Locke & Montesquieu
- Kritiek op absolutisme
- 1748: ‘de l’esprit des lois’ (de geest van de wette)
- Trias politica, driemachtenleer, scheiding der machten
- Heel wat staten baseren grondwet hierop
Punitieveteitskloof: de straf die de rechter vonnist is vaak lager dan de vonnis die het
publiek zou geven (bv. Sanda dia)
Oplossen? Bevolking meer info geven over de zaak, de rechter geeft niet zomaar
een oordeel, deze heeft meer info om zich op te baseren (geef publiek meer info)
Montesquieu over straffen:
Verzet tegen folterpraktijken
Les 2
De beginjaren
Criminologie als wetenschap: 19e eeuw
(er werd daarvoor al wel nagedacht over criminaliteit
Plato (427-347 vC)
Oorzaak van criminaliteit = hebzucht
Criminaliteit <-> rijkdom
Thomas More (16E eeuw)
- Hoe moet de samenleving omgaan met criminaliteit?
- Utopia (1516)
- Stelt de zware straffen in vraag
- Oorzaak criminaliteit: oorlogen, armoede, gewonden slechte
landbouwomstandigheden…
- Pro arbeidsdwang (criminaliteit kan zitten in luiheid zet de mensen aan het
werk!)
Industrialisering (Engeland 17e eeuw) (groei proletarische klasse)
- Focus op ‘weghalen asociale individuen uit de MY
- Rasphuizen/tuchthuizen (niet primair gericht op straf)
o (Gevangenis als straf = 18e eeuw)
o Rasphuis: afwachting straf/ arbeidswerk
Ancien régime
Willekeur <-> eigen logica
Vorst bepaald criminaliteit
Straf: om het gezag van de koning te herstellen
focus op vergelding
focus op de strafuitvoering via voorbeeldstraffen, publieke straffen (lijfstraffen
(openbaar))
NIET altijd wreed (soms ook geldboete)
Afschrikking van de algemene preventie
MODERNE SCHANDPAAL: sociale media (ook hier worden soms mensen online gegooid
die iets fout doen) (Iemand plaatst een kwetsende tweet → krijgt massaal kritiek online →
werkgever ontslaat hem.
Verlichting 18e eeuw
Reactie op willekeur (AR) tegen absolutisme
Maatschappelijke verandering (FR revolutie)
Mens is rationeel
Schuldnotie staat centraal
Daad staat centraal (focus op daad)
Aantasting MY =
Bestraffing vanuit de MY ter aanzien van lid van de MY
Gevangenis straf (belangrijkste methode van straffen) humane straf
(verdeling van macht + sociaal contract)
Zijn de kosten hoger dan de baten = geen criminaliteit (mens beseft dit want is ratio)
Straf: vergelding (sociaal contract), algemene preventie (voorkomen crimineel gedrag in
de my), bijzondere preventie (persoon afschrikking die het feit heeft gepleegd)
, Belangrijke figuren binnen deze periode
John Locke (1632-1704)
- Stelt absolutisme in vraag, verwerpt goddelijk recht koning/vorst,
- Niet meer aan regels gebonden zijn ( willekeur) + geen verantwoording meer
moeten afleggen
- Natuurwet: ! niemand mag een ander schaden in leven, gezondheid, vrijheid en
bezit
- Samenleving werkt ALS iedereen stukje van zijn vrijheid opgeeft en op de staat
kan rekenen (deze beschermen hun in ruil voor die vrijheid) MAAR degene die
gulzig & onrechtvaardig zijn = recht tot straffen SOCIAAL CONTRACT
- Iedereen is in staat keuzes te maken obv. Eerdere ervaringen, vrije wil, ratio,
kosten-baten
Scheiding der machten
De ene macht controleert de andere macht (voorkomen dat een macht de bovenhand
krijgt)
(wetgevende macht, uitvoerende macht, rechterlijke macht)
Wetgevende macht – maakt de wetten (bijv. parlement).
Uitvoerende macht – voert de wetten uit (bijv. regering).
Rechterlijke macht – controleert en bestraft volgens de wetten (rechters).
Charles de Montesquieu (1689-1755)
- Huidige democratische inrichting gebaseerd op Locke & Montesquieu
- Kritiek op absolutisme
- 1748: ‘de l’esprit des lois’ (de geest van de wette)
- Trias politica, driemachtenleer, scheiding der machten
- Heel wat staten baseren grondwet hierop
Punitieveteitskloof: de straf die de rechter vonnist is vaak lager dan de vonnis die het
publiek zou geven (bv. Sanda dia)
Oplossen? Bevolking meer info geven over de zaak, de rechter geeft niet zomaar
een oordeel, deze heeft meer info om zich op te baseren (geef publiek meer info)
Montesquieu over straffen:
Verzet tegen folterpraktijken