Communicatievaardigheden
Schaaf je schrijfstijl bij
Inleiding - waarom moeten wij onze schrijfstijl bijschaven
Voor vertrouwen op te wekken bij anderen mensen
Deze vertrouwen wekken we op door respect te tonen
( vertrouwen duurt langzaam om te winnen, maar kan rap terug weg
zijn)
Hoofdstuk 1 – doelgroepgericht schrijven
1.1) Bepaal je doelgroep
Ga voor dat je begint met een tekst te schrijven nadenken tot
wie je je wil richten.
Met een goede kennis van de doelgroep, wordt de kans
namelijk groter dat je tekst effect zal hebben.
De doelgroep bepaalt niet alleen de inhoud, maar ook het
bronnenmateriaal dat je raadpleegt, de taal die je hanteert, de
toon die je aanmeet en de lay-out die je kies
Veel mensen nemen zichzelf als maatstaf en schrijven over
dingen waar ze zelf in geïnteresseerd zijn. (voorbeeld: een
medewerker van een automegazine schrijft een stukje over
een nieuwe gezinswagen, dit stukje is heel technisch maar
natuurlijk is dit niet wat de gemiddelde lezer interesseert. Die
wil andere zaken weten zoals de prijs, levertijd,..) daarom is het
belangrijk om je tekst te richten tot de lezer.
Belangrijk om een duidelijk beeld op te stellen van je
doelgroep, maak daarom een ijkpersoon op. Dit is een fictief
persoon die model staat voor een hele groep, schrijf je teksten
specifiek voor dit persoon. Voor het bepalen van deze
ijkpersoon moet je ook kijken naar de privésituatie (leeftijd,
kinderen, geslacht, werk, functie,..), naar de politieke, sociale,
religieuze achtergrond.
1.2) Pas je inhoud aan
Als je eenmaal een duidelijk beeld hebt over je
doelgroep/ijkpersoon, kan je de inhoud van de tekst aanpassen.
1
, Een informele tekst over een bepaald onderwerp zal in een
dagblad anders worden aangepakt dan in een
jongerenmagazine.
Informatie over een vaccinatie zal anders zijn in een brochure
dan is een medische opleidingsboek.
1.3) Hanteer de juiste taal
Spreek in je teksten de lezer aan zoals hij dat wil.
De juiste taal heeft in de eerste plaats te maken met
woordkeuze, denk aan een informatie brochure over
vaccinaties, dit gaat met simpelere woorden worden uitgelegd
dan een medisch opleidingsboek.
Wanneer kies je voor vaktaal of jargon?: jargon komt van pas
als je binnen een bepaald vakgebied snel en eenvoudig met
mensen wil communiceren, vaktaal is dan weer voor mensen
die kennis hebben over een bepaald onderwerp
Schrijf je voor een gemengd publiek , dan doe je er goed aan
om de technische gegevens te isoleren en ze in een apart
tekstkadertje te plaatsen.
Vaktaal; geachte.. , weinig lay-out, artikels vermelden
Jargon: tussentitels, lay-out, naam zeggen als je die kent ( geachte
heer Peeters), artikels toelichten in mensentaal, gebruik alinea’s,
dienstbetoon
de lengte van de tekst is ook belangrijk. ( wetenschappelijke
teksten bevatten lange zinnen. In teksten voor kinderen staan
kortere zinnen en foto’s)
tone of voice: dat is de stijl waarin een bedrijf/merk
communiceert met de doelgroep. Dit kan formeel of informeel,
luchtig of serieus, direct of indirect,.. zijn ( als je een
uitnodiging schrijft voor de hogeschool, dan richt je je op 18-
jarigen, dan benader je ze niet met ‘geachte juffrouw of heer ‘
of als je naar de belastingen stuurt dan stuur je wel zakelijk)
wanneer kies je voor ‘u’ als aanspreekvorm, wanneer ‘je’?: dit
gaat niet over goed of fout. Het heeft niets te maken met
beleefdheid of respect. Het gaat over de afstand die je creëert
tussen de schrijver en lezer. “U” is formeel en staat voor
2
, zakelijkheid en afstand. “jij” is informeel, staat voor nabijheid,
vriendschap en vertrouwen.
1.4) zorg voor een aantrekkelijke lay-out
om aandacht te trekken van je doelgroep moet je een
aantrekkelijke lay-out hebben.
Dit is afhankelijk ban de doelgroep: voor jongeren of populaire
weekbladen voor een breed publiek gaan vaak veel illustraties
gebruiken en druk gaat druk opgemaakt zijn ( veel kleuren,
veel lettertypen, veel koppen) en tijdschriften voor een klein,
hoogopgeleid publiek hebben minder illustraties en kleuren,
maar meer tekst, grafieken, diagrammen of tekeningen.
Aantal zaken die ongeacht je doelgroepje toch altijd in acht
neemt:
1 – Kies een goed lettertypen en een aangepaste lettergrootte
2 – zorg voor voldoende witruimte
3 – wees zuinig met de opmaakmogelijkheden
4 – gebruik functionele afbeeldingen, grafieken, tabellen en
schema’s
Hoofdstuk 2 – doelgericht schrijven
Als je iets schrijft, wil je dat je tekst effect heeft. Je wil dat er iets
gebeurt bij je lezer, dat hij iets doet of laat. Dat hij op een bepaalde
manier gaat denken o gewoon geniet van je verhaal. Daarom is het
belangrijk om stil te staan bij wat je doel is van je tekst.
Er worden 4 tekstdoelen onderscheiden:
Informeren
Overtuigen
Activeren
Onderhouden
We onderscheiden ook nog een vijfde tekstdoel: samenvatten
2.1) informerend schrijven
een informerende tekst geeft alleen feiten en is dus objectief.
Als schrijver wil je kennis overbrengen op je lezer en vertel je
hem iets wat hij wil weten.
Voorbeelden: (kranten)artikels, (nieuws)berichten,
uiteenzettingen, verslagen en rapportages, instructies en
3
Schaaf je schrijfstijl bij
Inleiding - waarom moeten wij onze schrijfstijl bijschaven
Voor vertrouwen op te wekken bij anderen mensen
Deze vertrouwen wekken we op door respect te tonen
( vertrouwen duurt langzaam om te winnen, maar kan rap terug weg
zijn)
Hoofdstuk 1 – doelgroepgericht schrijven
1.1) Bepaal je doelgroep
Ga voor dat je begint met een tekst te schrijven nadenken tot
wie je je wil richten.
Met een goede kennis van de doelgroep, wordt de kans
namelijk groter dat je tekst effect zal hebben.
De doelgroep bepaalt niet alleen de inhoud, maar ook het
bronnenmateriaal dat je raadpleegt, de taal die je hanteert, de
toon die je aanmeet en de lay-out die je kies
Veel mensen nemen zichzelf als maatstaf en schrijven over
dingen waar ze zelf in geïnteresseerd zijn. (voorbeeld: een
medewerker van een automegazine schrijft een stukje over
een nieuwe gezinswagen, dit stukje is heel technisch maar
natuurlijk is dit niet wat de gemiddelde lezer interesseert. Die
wil andere zaken weten zoals de prijs, levertijd,..) daarom is het
belangrijk om je tekst te richten tot de lezer.
Belangrijk om een duidelijk beeld op te stellen van je
doelgroep, maak daarom een ijkpersoon op. Dit is een fictief
persoon die model staat voor een hele groep, schrijf je teksten
specifiek voor dit persoon. Voor het bepalen van deze
ijkpersoon moet je ook kijken naar de privésituatie (leeftijd,
kinderen, geslacht, werk, functie,..), naar de politieke, sociale,
religieuze achtergrond.
1.2) Pas je inhoud aan
Als je eenmaal een duidelijk beeld hebt over je
doelgroep/ijkpersoon, kan je de inhoud van de tekst aanpassen.
1
, Een informele tekst over een bepaald onderwerp zal in een
dagblad anders worden aangepakt dan in een
jongerenmagazine.
Informatie over een vaccinatie zal anders zijn in een brochure
dan is een medische opleidingsboek.
1.3) Hanteer de juiste taal
Spreek in je teksten de lezer aan zoals hij dat wil.
De juiste taal heeft in de eerste plaats te maken met
woordkeuze, denk aan een informatie brochure over
vaccinaties, dit gaat met simpelere woorden worden uitgelegd
dan een medisch opleidingsboek.
Wanneer kies je voor vaktaal of jargon?: jargon komt van pas
als je binnen een bepaald vakgebied snel en eenvoudig met
mensen wil communiceren, vaktaal is dan weer voor mensen
die kennis hebben over een bepaald onderwerp
Schrijf je voor een gemengd publiek , dan doe je er goed aan
om de technische gegevens te isoleren en ze in een apart
tekstkadertje te plaatsen.
Vaktaal; geachte.. , weinig lay-out, artikels vermelden
Jargon: tussentitels, lay-out, naam zeggen als je die kent ( geachte
heer Peeters), artikels toelichten in mensentaal, gebruik alinea’s,
dienstbetoon
de lengte van de tekst is ook belangrijk. ( wetenschappelijke
teksten bevatten lange zinnen. In teksten voor kinderen staan
kortere zinnen en foto’s)
tone of voice: dat is de stijl waarin een bedrijf/merk
communiceert met de doelgroep. Dit kan formeel of informeel,
luchtig of serieus, direct of indirect,.. zijn ( als je een
uitnodiging schrijft voor de hogeschool, dan richt je je op 18-
jarigen, dan benader je ze niet met ‘geachte juffrouw of heer ‘
of als je naar de belastingen stuurt dan stuur je wel zakelijk)
wanneer kies je voor ‘u’ als aanspreekvorm, wanneer ‘je’?: dit
gaat niet over goed of fout. Het heeft niets te maken met
beleefdheid of respect. Het gaat over de afstand die je creëert
tussen de schrijver en lezer. “U” is formeel en staat voor
2
, zakelijkheid en afstand. “jij” is informeel, staat voor nabijheid,
vriendschap en vertrouwen.
1.4) zorg voor een aantrekkelijke lay-out
om aandacht te trekken van je doelgroep moet je een
aantrekkelijke lay-out hebben.
Dit is afhankelijk ban de doelgroep: voor jongeren of populaire
weekbladen voor een breed publiek gaan vaak veel illustraties
gebruiken en druk gaat druk opgemaakt zijn ( veel kleuren,
veel lettertypen, veel koppen) en tijdschriften voor een klein,
hoogopgeleid publiek hebben minder illustraties en kleuren,
maar meer tekst, grafieken, diagrammen of tekeningen.
Aantal zaken die ongeacht je doelgroepje toch altijd in acht
neemt:
1 – Kies een goed lettertypen en een aangepaste lettergrootte
2 – zorg voor voldoende witruimte
3 – wees zuinig met de opmaakmogelijkheden
4 – gebruik functionele afbeeldingen, grafieken, tabellen en
schema’s
Hoofdstuk 2 – doelgericht schrijven
Als je iets schrijft, wil je dat je tekst effect heeft. Je wil dat er iets
gebeurt bij je lezer, dat hij iets doet of laat. Dat hij op een bepaalde
manier gaat denken o gewoon geniet van je verhaal. Daarom is het
belangrijk om stil te staan bij wat je doel is van je tekst.
Er worden 4 tekstdoelen onderscheiden:
Informeren
Overtuigen
Activeren
Onderhouden
We onderscheiden ook nog een vijfde tekstdoel: samenvatten
2.1) informerend schrijven
een informerende tekst geeft alleen feiten en is dus objectief.
Als schrijver wil je kennis overbrengen op je lezer en vertel je
hem iets wat hij wil weten.
Voorbeelden: (kranten)artikels, (nieuws)berichten,
uiteenzettingen, verslagen en rapportages, instructies en
3