Communicatievaardigheden
Hoofdstuk 1 ( breid je woordenschat uit) -> omschrijving en
eerste letter wordt gegeven op het examen GEEN LIJST!
woordenschat
Hoofdstuk 1 – Academisch Nederlands
1.1)
academische Eigen aan een universiteit of
hogeschool
ad valvas Op de mededelingenborden
aula Auditorium, gehoorzaal
Numerus clausus Beperking van het aantal
studieplaatsen voor een
opleiding
carriculum Leerplan
Ex cathedra Doceren
emeritus Met ambtrust
practicum praktijkles
Proclamatie door decaan Officiële bekendmaking door het
hoofd van een faculteit
erudiet Een brede kennis hebben
rectoren Directeur van een hogeschool of
universiteit
pedagoog opvoedkundige
Case-casus Praktijksituatie
Syllabus - (mv) syllabi Cursusmateriaal
scriptie Verhandeling, verslag van een
onderzoek
1
,1.2)
Notuleren Aantekeningen maken, notities
nemen
Expliceren Verduidelijken
Parafraseren Samenvatten
screenen Iemands geschiktheid voor een
bepaalde functie onderzoeken
Specificeren Uitleggen, verklaren, toelichten
Recapituleren Kort herhalen
excelleren Onderscheiden
doceren Lesgeven
analyseren Ontleden, ontrafelen
remediëren Verhelpen, genezen, beter
maken
Nuanceren Verduidelijken door meer details
te geven
Refereren aan Verwijzen naar
poneren Poneren
inventariseren Oplijsten
differentiëren onderscheiden
1.3)
alternatief Ander keuze
Arbitrair willekeurig
componenten delen
Efficiënt doeltreffend
flexibel meegaand
interactie wisselwerking
objectief Onbevoordeeld
subjectief partijdig
plausibel passend
Naar analogie met Net zoals bij
constructief opbouwend
evidentie vanzelfsprekend
essentie Belangrijkste punten
hypothese veronderstelling
sjabloon opmaakdocument
progressie vooruitgang
attitude houding
secundaire indirecte
primaire directe
2
, consequent eenduidig
rationeel verstandelijk
1.4)
accuraat Nauwkeurig
Intrinsiek inwendig
pejoratief ongunstig
Proactief Waarbij je vooruitdenkt
consistent basaal Logisch samenhangend
cognitief verstandelijk
narratieve vertellende
plausibel aanvaarbare
pragmatisch Nuttig, praktisch
legio Veel, talrijk
triviaal onbelangrijk
1.5)
deductie Een gevolgtrekking maken uit
het algemene naar het
bijzondere
exposé Een uiteenzetting, een betoog
consensus eensgezindheid
repercussie Gevolg, reactie
perceptie waarneming
Hoofdstuk 2 (NIET)
Hoofdstuk 3 – Journalistiek en media
3.1)
nieuwanker nieuwslezer
buitenlandcorrespondent Journalist die in het buitenland
woont om van daaruit te
berichten als er nieuws is
Wetsjournalist Politieke verslaggever
Freelancer Medewerker die betaald wordt
per opdracht ( niet vast)
hoofdredacteur Staat aan het hoofd van de
nieuws dienst
eindredacteur Hij is verantwoordelijk voor het
eindproduct
persbericht Bericht dat groepen bedrijven
naar de verschillende
3
Hoofdstuk 1 ( breid je woordenschat uit) -> omschrijving en
eerste letter wordt gegeven op het examen GEEN LIJST!
woordenschat
Hoofdstuk 1 – Academisch Nederlands
1.1)
academische Eigen aan een universiteit of
hogeschool
ad valvas Op de mededelingenborden
aula Auditorium, gehoorzaal
Numerus clausus Beperking van het aantal
studieplaatsen voor een
opleiding
carriculum Leerplan
Ex cathedra Doceren
emeritus Met ambtrust
practicum praktijkles
Proclamatie door decaan Officiële bekendmaking door het
hoofd van een faculteit
erudiet Een brede kennis hebben
rectoren Directeur van een hogeschool of
universiteit
pedagoog opvoedkundige
Case-casus Praktijksituatie
Syllabus - (mv) syllabi Cursusmateriaal
scriptie Verhandeling, verslag van een
onderzoek
1
,1.2)
Notuleren Aantekeningen maken, notities
nemen
Expliceren Verduidelijken
Parafraseren Samenvatten
screenen Iemands geschiktheid voor een
bepaalde functie onderzoeken
Specificeren Uitleggen, verklaren, toelichten
Recapituleren Kort herhalen
excelleren Onderscheiden
doceren Lesgeven
analyseren Ontleden, ontrafelen
remediëren Verhelpen, genezen, beter
maken
Nuanceren Verduidelijken door meer details
te geven
Refereren aan Verwijzen naar
poneren Poneren
inventariseren Oplijsten
differentiëren onderscheiden
1.3)
alternatief Ander keuze
Arbitrair willekeurig
componenten delen
Efficiënt doeltreffend
flexibel meegaand
interactie wisselwerking
objectief Onbevoordeeld
subjectief partijdig
plausibel passend
Naar analogie met Net zoals bij
constructief opbouwend
evidentie vanzelfsprekend
essentie Belangrijkste punten
hypothese veronderstelling
sjabloon opmaakdocument
progressie vooruitgang
attitude houding
secundaire indirecte
primaire directe
2
, consequent eenduidig
rationeel verstandelijk
1.4)
accuraat Nauwkeurig
Intrinsiek inwendig
pejoratief ongunstig
Proactief Waarbij je vooruitdenkt
consistent basaal Logisch samenhangend
cognitief verstandelijk
narratieve vertellende
plausibel aanvaarbare
pragmatisch Nuttig, praktisch
legio Veel, talrijk
triviaal onbelangrijk
1.5)
deductie Een gevolgtrekking maken uit
het algemene naar het
bijzondere
exposé Een uiteenzetting, een betoog
consensus eensgezindheid
repercussie Gevolg, reactie
perceptie waarneming
Hoofdstuk 2 (NIET)
Hoofdstuk 3 – Journalistiek en media
3.1)
nieuwanker nieuwslezer
buitenlandcorrespondent Journalist die in het buitenland
woont om van daaruit te
berichten als er nieuws is
Wetsjournalist Politieke verslaggever
Freelancer Medewerker die betaald wordt
per opdracht ( niet vast)
hoofdredacteur Staat aan het hoofd van de
nieuws dienst
eindredacteur Hij is verantwoordelijk voor het
eindproduct
persbericht Bericht dat groepen bedrijven
naar de verschillende
3