1
Samenvatting: Orale Implantologie:
Voorbereiding en Diagnose:
Verschillen tussen gebitselementen en implantaten:
• Verankeringsmechanisme
• Bloedvoorziening
• Biologische breedte
• Histologische verschillen
• Proprioceptie
• Inflammatoir celinfiltraat
Verankeringsmechanisme gebitselement en implantaat:
• Verankering van het gebitselement:
o Verankering laat fysiologische beweeglijkheid toe
o Gebitselement is verankerd via parodontaal ligament
▪ Verankering tussen wortelcement en corticaal bot
• Verankering van het implantaat:
o Starre verankering
o Ankylotische verankering
▪ Ontstaan door osseo-integratie tussen implantaatoppervlak en bot
Bloedvoorziening gebitselement en implantaat:
• Bloedvoorziening van het gebitselement:
o 3 verschillende bronnen aanwezig
▪ Bloedvaatjes aanwezig vanuit het parodontaal ligament
▪ Bloedvaatjes aanwezig vanuit het alveolair bot
▪ Aanwezigheid van supraperiosteale bloedvaatjes
• Bloedvoorziening van het implantaat:
o 2 verschillende bronnen aanwezig
▪ Bloedvaatjes aanwezig vanuit het alveolair bot
▪ Aanwezigheid van supraperiosteale bloedvaatjes
Biologische breedte:
• Welbepaalde verticale dimensie van zacht weefsel
o Indien niet aanwezig:
▪ Inductie van botresorptie tot biologische breedte bereikt is
• Afmetingen gebitselement:
o 3 mm strikt buccaal
o Ongeveer tot 5 mm interproximaal
• Afmetingen implantaat:
o Gemiddeld ongeveer 4 mm
Samenvatting: Orale Implantologie: Voorbereiding en Diagnose
, 2
Histologische verschillen tussen gebitselement en implantaat:
• Histologie van het gebitselement:
o Aanwezigheid van insererende collageenvezels
▪ Gelegen tussen de crista en cementglazuurgrens
▪ Kenmerken:
• Strakke barrière naar botweefsel
• Weerstand bij sonderen
o Soorten vezels:
▪ Transseptale vezels
▪ Circulaire vezels
▪ Dento-gingivale vezels
▪ Dento-alveolaire vezels
• Histologie van het implantaat:
o Histologie gelijkend op scar tissue
▪ Kenmerken:
• Minder strakke barrière naar botweefsel
• Mogelijkheid tot dieper sonderen in gezonde situatie
o Ongeveer 4 mm
o Histologisch verschillend door:
▪ Meer collageenvezels
• Lopen parallel met het oppervlak
▪ Minder cellen
Proprioceptie gebitselement en implantaat:
• Proprioceptie in het gebitselement:
o Aanwezigheid van mechanoreceptoren in parodontaal ligament
▪ Rechtstreekse registratie via centraal zenuwstelsel
o Minimaal waarneembare dikte bij vitale elementen:
▪ 25 µm
o Minimaal waarneembare dikte bij avitale elementen:
▪ 25 µm
• Osseoperceptie in het implantaat:
o Perceptie gaat niet via directe pathway naar de hersenen
▪ Afwezigheid van parodontaal ligament
▪ Hoe meer implantaten aanwezig
• Hoe minder proprioceptie
o Minimaal waarneembare dikte bij implantaten:
▪ 50 µm
• Kauwvermogen en -perceptie wordt met de helft gereduceerd
• Opmerking
o Minimaal waarneembare dikte bij volledige prothese
▪ 150 µm
Samenvatting: Orale Implantologie: Voorbereiding en Diagnose
, 3
Inflammatoir celinfiltraat gebitselement en implantaat:
• Inflammatoir celinfiltraat bij gebitselement:
o Infiltraat blijft op afstand van botweefsel
• Inflammatoir celinfiltraat bij implantaat:
o Infiltraat komt in nabijheid van botweefsel
▪ Bij éénzelfde hoeveelheid infiltraat
Oorzaken tot tandverlies:
• Cariës profunda
• Wortelfracturen
o Verticale wortelfractuur
o Horizontale wortelfractuur
• Resorptie
o Interne inflammatoire resorptie
o Externe inflammatoire resorptie
o Externe vervangingsresorptie
o Externe invasieve cervicale resorptie
o Externe drukresorptie
• Wortelperforatie
• Aanwezigheid van apicaal granuloma
• Furcatiebetrokkenheid
• Onvolledige afhandeling van parodontale behandeling
Behandeling cariës profunda:
• OF extractie
o Cariës aanwezig tot de furcatie
o Wortelcariës ter hoogte van de pijlerelementen
• OF RCT
• OF eventueel nood aan klinische kroonverlenging in combinatie met RCT
o Restauratierand wordt equi-gingivaal aangebracht
Voorspellende factoren kroonverlenging:
• Respecteren biologische breedte:
o Bij het niet respecteren zal weefsel terug opgroeien
▪ Outline moet minstens 3 mm van de incisie wegblijven
• Vaak nood aan osteoplastie
o Vanaf 3 mm:
▪ Weinig rebound van gingivale groei
• Gingivaal fenotype:
o Dik gingivaal fenotype heeft meer neiging tot rebound
Samenvatting: Orale Implantologie: Voorbereiding en Diagnose
Samenvatting: Orale Implantologie:
Voorbereiding en Diagnose:
Verschillen tussen gebitselementen en implantaten:
• Verankeringsmechanisme
• Bloedvoorziening
• Biologische breedte
• Histologische verschillen
• Proprioceptie
• Inflammatoir celinfiltraat
Verankeringsmechanisme gebitselement en implantaat:
• Verankering van het gebitselement:
o Verankering laat fysiologische beweeglijkheid toe
o Gebitselement is verankerd via parodontaal ligament
▪ Verankering tussen wortelcement en corticaal bot
• Verankering van het implantaat:
o Starre verankering
o Ankylotische verankering
▪ Ontstaan door osseo-integratie tussen implantaatoppervlak en bot
Bloedvoorziening gebitselement en implantaat:
• Bloedvoorziening van het gebitselement:
o 3 verschillende bronnen aanwezig
▪ Bloedvaatjes aanwezig vanuit het parodontaal ligament
▪ Bloedvaatjes aanwezig vanuit het alveolair bot
▪ Aanwezigheid van supraperiosteale bloedvaatjes
• Bloedvoorziening van het implantaat:
o 2 verschillende bronnen aanwezig
▪ Bloedvaatjes aanwezig vanuit het alveolair bot
▪ Aanwezigheid van supraperiosteale bloedvaatjes
Biologische breedte:
• Welbepaalde verticale dimensie van zacht weefsel
o Indien niet aanwezig:
▪ Inductie van botresorptie tot biologische breedte bereikt is
• Afmetingen gebitselement:
o 3 mm strikt buccaal
o Ongeveer tot 5 mm interproximaal
• Afmetingen implantaat:
o Gemiddeld ongeveer 4 mm
Samenvatting: Orale Implantologie: Voorbereiding en Diagnose
, 2
Histologische verschillen tussen gebitselement en implantaat:
• Histologie van het gebitselement:
o Aanwezigheid van insererende collageenvezels
▪ Gelegen tussen de crista en cementglazuurgrens
▪ Kenmerken:
• Strakke barrière naar botweefsel
• Weerstand bij sonderen
o Soorten vezels:
▪ Transseptale vezels
▪ Circulaire vezels
▪ Dento-gingivale vezels
▪ Dento-alveolaire vezels
• Histologie van het implantaat:
o Histologie gelijkend op scar tissue
▪ Kenmerken:
• Minder strakke barrière naar botweefsel
• Mogelijkheid tot dieper sonderen in gezonde situatie
o Ongeveer 4 mm
o Histologisch verschillend door:
▪ Meer collageenvezels
• Lopen parallel met het oppervlak
▪ Minder cellen
Proprioceptie gebitselement en implantaat:
• Proprioceptie in het gebitselement:
o Aanwezigheid van mechanoreceptoren in parodontaal ligament
▪ Rechtstreekse registratie via centraal zenuwstelsel
o Minimaal waarneembare dikte bij vitale elementen:
▪ 25 µm
o Minimaal waarneembare dikte bij avitale elementen:
▪ 25 µm
• Osseoperceptie in het implantaat:
o Perceptie gaat niet via directe pathway naar de hersenen
▪ Afwezigheid van parodontaal ligament
▪ Hoe meer implantaten aanwezig
• Hoe minder proprioceptie
o Minimaal waarneembare dikte bij implantaten:
▪ 50 µm
• Kauwvermogen en -perceptie wordt met de helft gereduceerd
• Opmerking
o Minimaal waarneembare dikte bij volledige prothese
▪ 150 µm
Samenvatting: Orale Implantologie: Voorbereiding en Diagnose
, 3
Inflammatoir celinfiltraat gebitselement en implantaat:
• Inflammatoir celinfiltraat bij gebitselement:
o Infiltraat blijft op afstand van botweefsel
• Inflammatoir celinfiltraat bij implantaat:
o Infiltraat komt in nabijheid van botweefsel
▪ Bij éénzelfde hoeveelheid infiltraat
Oorzaken tot tandverlies:
• Cariës profunda
• Wortelfracturen
o Verticale wortelfractuur
o Horizontale wortelfractuur
• Resorptie
o Interne inflammatoire resorptie
o Externe inflammatoire resorptie
o Externe vervangingsresorptie
o Externe invasieve cervicale resorptie
o Externe drukresorptie
• Wortelperforatie
• Aanwezigheid van apicaal granuloma
• Furcatiebetrokkenheid
• Onvolledige afhandeling van parodontale behandeling
Behandeling cariës profunda:
• OF extractie
o Cariës aanwezig tot de furcatie
o Wortelcariës ter hoogte van de pijlerelementen
• OF RCT
• OF eventueel nood aan klinische kroonverlenging in combinatie met RCT
o Restauratierand wordt equi-gingivaal aangebracht
Voorspellende factoren kroonverlenging:
• Respecteren biologische breedte:
o Bij het niet respecteren zal weefsel terug opgroeien
▪ Outline moet minstens 3 mm van de incisie wegblijven
• Vaak nood aan osteoplastie
o Vanaf 3 mm:
▪ Weinig rebound van gingivale groei
• Gingivaal fenotype:
o Dik gingivaal fenotype heeft meer neiging tot rebound
Samenvatting: Orale Implantologie: Voorbereiding en Diagnose