1
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie
en Heelkunde: Orthognatische Chirurgie
en Craniofaciale Afwijkingen:
Schoonheid:
• Schoonheid in de geschiedenis:
o Gulden Snede
o Reeks van Fibonacci
o Opmerking:
▪ Balans tussen evolutie en wiskundig perfectionisme
• Behoefte aan standaard:
o Bepaalde standaards zijn nodig
▪ Normale situatie wordt vergeleken met abnormale situaties
o Schoonheid is veelal gericht op symmetrie
▪ Sagittale symmetrie
▪ Verticale symmetrie
▪ Transversale symmetrie
o Opmerking:
▪ Bepaalde landmarks zorgen voor systematisch
protocol
• Opmerking:
o Schoonheid is subjectief
Horizontale aangezichtsderden:
• Aangezicht wordt verdeeld in 3 delen:
o Van haarlijn tot glabella
▪ Bovenste aangezichtsderde
o Van glabella tot subnasale
▪ Middelste aangezichtsderde
o Van subnasale tot menton
▪ Onderste aangezichtsderde
o Opmerking:
▪ Derdes worden bepaald door de skeletale ondersteuning
• Veranderingen bij ouder worden:
o Onderste aangezichtsderde zal verkleinen
▪ Ongeveer 0,6 keer kleiner
• Zie afbeelding
o Bovenste aangezichtsderde zal vergroten
▪ Ongeveer 1,3 keer groter
• Zie afbeelding
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
, 2
Onderste aangezichtsderde:
• Onderverdeling tussen:
o Bovenste liplengte
o Onderste liplengte
• Geheel van weke delen bepaalt verschil tussen mannen en vrouwen
o Ratio van onderste liplengte op bovenste liplengte bij mannen
▪ 2:1
o Ratio van onderste liplengte op bovenste liplengte bij vrouwen
▪ 2:3
• Vrouwen hebben een iets langere bovenlip
Anterior facial height:
• Lower anterior facial height (LAFH):
o Van menton’ tot subnasale’
• Upper anterior facial height (UAFH):
o Van subnasale’ tot glabella
Soorten aangezichten:
• Normale situatie (normocephaal):
o Lengte en breedte van gezicht in goede
proportie
▪ LAFH = UAFH
o Patiënt heeft een gunstige groei
• Verhoogde LAFH (dolichocephaal):
o Lang en smal gezicht
▪ LAFH is groter dan UAFH
o Neiging tot verkrijgen van open beet
• Verlaagde LAFH (brachycephaal):
o Kort en breed gezicht
▪ LAFH is kleiner dan UAFH
o Neiging tot verkrijgen van diepe beet
Convexiteit van het aangezicht:
• Convexiteit wordt bepaald door de G-Sn-Pg-hoek
o Hoek tussen glabella-subnasale en subnasale-pogonion
▪ Zie afbeelding
• Gemiddelde waarde:
o Ongeveer 12°
▪ Standaarddeviatie van 4°
Verticale aangezichtsvijfden:
• Aangezicht kan verdeeld worden in 5 verticale delen
o Mandibulaire asymmetrie kan duidelijk worden
• Zie afbeelding
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
, 3
Interoculaire afstand:
• Intercanthale afstand:
o Afstand tussen de 2 binnenste ooghoeken
▪ Ongeveer 3,5 cm
• Interpupillaire afstand:
o Afstand tussen de 2 pupillen
▪ Ongeveer 6,5 cm
• Extracanthaal afstand:
o Afstand tussen de 2 buitenste ooghoeken
▪ Ongeveer 9,8 cm
• Opmerking:
o Telecanthus
▪ Afstand tussen de 2 binnenste ooghoeken is te klein
Normale lip-to-incisor-afstand:
• In rust:
o 2-4 mm tandexpositie
• Bij lachen:
o 10-12 mm tandexpositie
▪ Maxillaire incisief is volledig getoond tijdens het lachen
Abnormale lip-to-incisor-afstand:
• Te grote lip-to-incisor-afstand:
o Patiënten met een verticale hyperplasie van de maxilla
o Mogelijks ontstaan van:
▪ Anterior gummy smile
▪ Posterior gummy smile
• Te kleine lip-to-incisor-afstand:
o Patiënten met een verticale hypoplasie van de maxilla
▪ Lippen zullen in rust eerst raken
• Tanden zullen later pas in contact komen
o Afstand tussen tanden:
▪ Freewayspace
o Patiënt kan ‘edentaat’ uiterlijk hebben
Projectie van lippenrood:
• Uitsluitend bepaald door:
o Ondersteuning van de bovenlip door de tandkroon
o Inclinatie van het bovenfront
• Opmerking:
o Ondoordachte premolaarextracties in de maxilla kunnen lippenrood verstoren
▪ Retroclinatie van bovenfront zal zorgen voor verlies van steun
▪ Zeker bij een te dunne bovenlip
• Kan niet gecorrigeerd worden door orthognatische ingreep
o Eventueel expansie-therapie overwegen
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
, 4
Interlabiale gap:
• Afstand tussen boven- en onderlip
o In rust:
▪ Ongeveer 2-3 mm
• Bij hyperplasie van de bovenkaak:
o Interlabiale gap zal groter zijn
▪ Tanden zullen elkaar eerst raken
• Lippen worden geperst om elkaar te raken
o Opmerking:
▪ Mogelijks indicatie van overontwikkeling van maxilla
Lipcompetentie:
• Competente liprelatie:
o Lippen zijn gesloten in rust
• Incompetente liprelatie:
o Lippen zijn open in rust
Smile components en weke delen:
• Buccal corridors:
o Toont breedte van de kaken
• Outer commissure:
o Buitenste mondhoeken
o Opmerking:
▪ Bij verouderen worden de mondhoeken minder zichtbaar
• Inner commissure:
o Binnenste mondhoeken
• Gingival height:
o Exposure van de gingiva tijdens het lachen
o Te grote exposure kan leiden tot gummy smile (meer als 3 mm)
• Upper lip vermillion:
o Afstand van lippenrood op de bovenlip
• Lower lip vermillion
o Afstand van lippenrood op de onderlip
Sagittaal aanzicht van het aangezicht:
• Nasofrontale lengte komt overeen met de kinhoogte
o Ratio van 1:1
▪ Zie afbeelding
• Referentiewaarde van de kinhoogte:
o Referentiewaarde van de man:
▪ 49 mm
o Referentiewaarde van de vrouw:
▪ 56 mm
• Opmerking:
o Kinhoogte komt overeen met de nasofrontale lengte
▪ Ratio van 1:1
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie
en Heelkunde: Orthognatische Chirurgie
en Craniofaciale Afwijkingen:
Schoonheid:
• Schoonheid in de geschiedenis:
o Gulden Snede
o Reeks van Fibonacci
o Opmerking:
▪ Balans tussen evolutie en wiskundig perfectionisme
• Behoefte aan standaard:
o Bepaalde standaards zijn nodig
▪ Normale situatie wordt vergeleken met abnormale situaties
o Schoonheid is veelal gericht op symmetrie
▪ Sagittale symmetrie
▪ Verticale symmetrie
▪ Transversale symmetrie
o Opmerking:
▪ Bepaalde landmarks zorgen voor systematisch
protocol
• Opmerking:
o Schoonheid is subjectief
Horizontale aangezichtsderden:
• Aangezicht wordt verdeeld in 3 delen:
o Van haarlijn tot glabella
▪ Bovenste aangezichtsderde
o Van glabella tot subnasale
▪ Middelste aangezichtsderde
o Van subnasale tot menton
▪ Onderste aangezichtsderde
o Opmerking:
▪ Derdes worden bepaald door de skeletale ondersteuning
• Veranderingen bij ouder worden:
o Onderste aangezichtsderde zal verkleinen
▪ Ongeveer 0,6 keer kleiner
• Zie afbeelding
o Bovenste aangezichtsderde zal vergroten
▪ Ongeveer 1,3 keer groter
• Zie afbeelding
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
, 2
Onderste aangezichtsderde:
• Onderverdeling tussen:
o Bovenste liplengte
o Onderste liplengte
• Geheel van weke delen bepaalt verschil tussen mannen en vrouwen
o Ratio van onderste liplengte op bovenste liplengte bij mannen
▪ 2:1
o Ratio van onderste liplengte op bovenste liplengte bij vrouwen
▪ 2:3
• Vrouwen hebben een iets langere bovenlip
Anterior facial height:
• Lower anterior facial height (LAFH):
o Van menton’ tot subnasale’
• Upper anterior facial height (UAFH):
o Van subnasale’ tot glabella
Soorten aangezichten:
• Normale situatie (normocephaal):
o Lengte en breedte van gezicht in goede
proportie
▪ LAFH = UAFH
o Patiënt heeft een gunstige groei
• Verhoogde LAFH (dolichocephaal):
o Lang en smal gezicht
▪ LAFH is groter dan UAFH
o Neiging tot verkrijgen van open beet
• Verlaagde LAFH (brachycephaal):
o Kort en breed gezicht
▪ LAFH is kleiner dan UAFH
o Neiging tot verkrijgen van diepe beet
Convexiteit van het aangezicht:
• Convexiteit wordt bepaald door de G-Sn-Pg-hoek
o Hoek tussen glabella-subnasale en subnasale-pogonion
▪ Zie afbeelding
• Gemiddelde waarde:
o Ongeveer 12°
▪ Standaarddeviatie van 4°
Verticale aangezichtsvijfden:
• Aangezicht kan verdeeld worden in 5 verticale delen
o Mandibulaire asymmetrie kan duidelijk worden
• Zie afbeelding
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
, 3
Interoculaire afstand:
• Intercanthale afstand:
o Afstand tussen de 2 binnenste ooghoeken
▪ Ongeveer 3,5 cm
• Interpupillaire afstand:
o Afstand tussen de 2 pupillen
▪ Ongeveer 6,5 cm
• Extracanthaal afstand:
o Afstand tussen de 2 buitenste ooghoeken
▪ Ongeveer 9,8 cm
• Opmerking:
o Telecanthus
▪ Afstand tussen de 2 binnenste ooghoeken is te klein
Normale lip-to-incisor-afstand:
• In rust:
o 2-4 mm tandexpositie
• Bij lachen:
o 10-12 mm tandexpositie
▪ Maxillaire incisief is volledig getoond tijdens het lachen
Abnormale lip-to-incisor-afstand:
• Te grote lip-to-incisor-afstand:
o Patiënten met een verticale hyperplasie van de maxilla
o Mogelijks ontstaan van:
▪ Anterior gummy smile
▪ Posterior gummy smile
• Te kleine lip-to-incisor-afstand:
o Patiënten met een verticale hypoplasie van de maxilla
▪ Lippen zullen in rust eerst raken
• Tanden zullen later pas in contact komen
o Afstand tussen tanden:
▪ Freewayspace
o Patiënt kan ‘edentaat’ uiterlijk hebben
Projectie van lippenrood:
• Uitsluitend bepaald door:
o Ondersteuning van de bovenlip door de tandkroon
o Inclinatie van het bovenfront
• Opmerking:
o Ondoordachte premolaarextracties in de maxilla kunnen lippenrood verstoren
▪ Retroclinatie van bovenfront zal zorgen voor verlies van steun
▪ Zeker bij een te dunne bovenlip
• Kan niet gecorrigeerd worden door orthognatische ingreep
o Eventueel expansie-therapie overwegen
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen
, 4
Interlabiale gap:
• Afstand tussen boven- en onderlip
o In rust:
▪ Ongeveer 2-3 mm
• Bij hyperplasie van de bovenkaak:
o Interlabiale gap zal groter zijn
▪ Tanden zullen elkaar eerst raken
• Lippen worden geperst om elkaar te raken
o Opmerking:
▪ Mogelijks indicatie van overontwikkeling van maxilla
Lipcompetentie:
• Competente liprelatie:
o Lippen zijn gesloten in rust
• Incompetente liprelatie:
o Lippen zijn open in rust
Smile components en weke delen:
• Buccal corridors:
o Toont breedte van de kaken
• Outer commissure:
o Buitenste mondhoeken
o Opmerking:
▪ Bij verouderen worden de mondhoeken minder zichtbaar
• Inner commissure:
o Binnenste mondhoeken
• Gingival height:
o Exposure van de gingiva tijdens het lachen
o Te grote exposure kan leiden tot gummy smile (meer als 3 mm)
• Upper lip vermillion:
o Afstand van lippenrood op de bovenlip
• Lower lip vermillion
o Afstand van lippenrood op de onderlip
Sagittaal aanzicht van het aangezicht:
• Nasofrontale lengte komt overeen met de kinhoogte
o Ratio van 1:1
▪ Zie afbeelding
• Referentiewaarde van de kinhoogte:
o Referentiewaarde van de man:
▪ 49 mm
o Referentiewaarde van de vrouw:
▪ 56 mm
• Opmerking:
o Kinhoogte komt overeen met de nasofrontale lengte
▪ Ratio van 1:1
Samenvatting: Orthognatische Chirurgie en Craniofaciale Afwijkingen