1
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie
en Heelkunde: Temporomandibulaire
Stoornissen:
Kaakgewricht:
• Unieke structuur in het lichaam
o Dubbel gewricht
▪ Mandibulaire condylus bevindt zich in de mandibulaire fossa
• Gescheiden via discus articularis
o Verbinding tussen mandibula en schedelbasis
• Sterkste en meest adaptieve gewricht
o Problemen kunnen vanuit zichzelf opgelost worden
▪ Mogelijks door aanwezigheid van fibreus kraakbeen
• In plaats van hyalijn kraakbeen van andere gewrichten
• Kraakbeen is aanwezig ter hoogte van:
o Condylus
o Os temporale
▪ Eminentia articularis tot buiten de fossa mandibularis
o Opmerking :
▪ Regio’s zorgen voor impact van krachten
• In combinatie met anterior-band van de discus en condylus
• Condylus-discus complex beweegt buiten de kom op natuurlijke wijze
o Bij meeste excursies van de onderkaak
▪ Condylus kan volledig uit de gewrichtskom
• Kaakgewricht zal gepaard bewegen via rotatie en translatie:
o Rotatie:
▪ Gebeurt tijdens begin van de mondopening
• Ongeveer 2 cm
o Translatie:
▪ Gebeurt tijdens verder verloop van de mondopening
• Kaakgewricht schuift over tuberculum articulare
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
, 2
Beschrijving van kaakgewricht in vergelijking met andere gewrichten:
• NIET zoals de schouder:
o Geen articulatie van bol op vlakke plaat
• NIET zoals de knie:
o Geen articulatie tussen 2 bollen op 2 platformen
• NIET zoals de heup:
o Bol bewegend in een concaviteit
• Opmerking:
o Kaakgewricht gelijkend op heupgewricht
▪ Toch niet helemaal gelijk
• Er is geen functionele relatie tussen fossa en condylus
o Zelden tot nooit in contact
▪ Noch bij open mond
▪ Noch bij gesloten mond
• Er is enkel functionele relatie tussen kraakbeen
o Zie eerder
Kaakgewricht in beweging:
• Bewegingen in 75% van de populatie
o Alle bewegingen gaan voorbij de helling van de eminentia articularis
▪ Ongeveer 1-5 mm
• Verder dan 5 mm bij 11% van de populatie
• Bewegingen enkel via oppervlaktes bedekt met kraakbeen
o ‘heen en weer’ bewegingen
▪ Gelijkend als een bal op een helling
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
, 3
Statische contactverhoudingen in het kaaksgewricht:
• Centrale relatie (CR):
o Ongedwongen en bepaald door het kaakgewricht
▪ Meest stabiele en reproduceerbare positie
o Condylus neemt meest dorsale positie ten opzicht van eminentia articularis
• Centrale occlusie (CO):
o Occlusie van de tanden
▪ Onderkaak bevindt zich in CR
• Maximale occlusie (MO):
o Occlusie waarbij het maximale aantal tandcontacten bestaat
▪ Determinant voor meest stabiele positie
• Point Centric:
o Maximale occlusie = Centrale occlusie:
▪ Bij 10% van de individuen
• Long-centric:
o Verschil van 1 mm tussen MO en CO
▪ Bij ongeveer 80-90% van de individuen
o Slide-in centric:
▪ Beweging tussen MO en CO
Verticale dimensie in occlusie:
• OF beethoogte
o Gezichtshoogte in maximale occlusie
▪ Blijft in zekere mate stabiel op volwassen leeftijd
• Bepaalt door:
o Alveolaire groei
o Eruptie van de tanden
• Bijgestaan door:
o Spieractiviteit
o Contractiekracht
o Visco-elastische eigenschappen van orale weefsels
o Zwaartekracht
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
, 4
Veranderingen in verticale dimensie:
• Verticale dimensie is een statische positie
o Niet altijd statische situatie
• Natuurlijk verlies in afname wordt gecompenseerd door:
o Groei van processus alveolaris en continue eruptie van de tanden
▪ OF dento-alveolaire compensatie
o Optimale spierlengte
▪ Neuromusculaire systeem zal adapteren op geleidelijke veranderingen
• Extreme veranderingen zullen niet geadapteerd worden
• Opmerking:
o Bij slijtage en aanwezige compensatie zal er geen adaptatie zijn
▪ Beet kan niet verhoogt worden
▪ Mogelijks alternatief:
• Klinische kroonverlenging
Rusthoogte:
• Gezichtshoogte met de onderkaak in de rustpositie
o Ruimte aanwezig tussen de kaken
▪ OF de free way space
• Maximaal 9 mm
• Optimaal 8 mm
• Gemiddeld 1 tot 6 mm
• Bij optimale rusthoogte is er een evenwicht tussen:
o Zwaartekracht op de onderkaak
o Elastische krachten in de musculatuur, pezen en ligamenten
• Bij verhoging van verticale dimensie:
o Verlaging van spieractiviteit in rust
• Opmerking:
o Verhogen van de beet kan gepaard gaan met mogelijkse pijnreductie
▪ Spieractiviteit zal verminderen
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie
en Heelkunde: Temporomandibulaire
Stoornissen:
Kaakgewricht:
• Unieke structuur in het lichaam
o Dubbel gewricht
▪ Mandibulaire condylus bevindt zich in de mandibulaire fossa
• Gescheiden via discus articularis
o Verbinding tussen mandibula en schedelbasis
• Sterkste en meest adaptieve gewricht
o Problemen kunnen vanuit zichzelf opgelost worden
▪ Mogelijks door aanwezigheid van fibreus kraakbeen
• In plaats van hyalijn kraakbeen van andere gewrichten
• Kraakbeen is aanwezig ter hoogte van:
o Condylus
o Os temporale
▪ Eminentia articularis tot buiten de fossa mandibularis
o Opmerking :
▪ Regio’s zorgen voor impact van krachten
• In combinatie met anterior-band van de discus en condylus
• Condylus-discus complex beweegt buiten de kom op natuurlijke wijze
o Bij meeste excursies van de onderkaak
▪ Condylus kan volledig uit de gewrichtskom
• Kaakgewricht zal gepaard bewegen via rotatie en translatie:
o Rotatie:
▪ Gebeurt tijdens begin van de mondopening
• Ongeveer 2 cm
o Translatie:
▪ Gebeurt tijdens verder verloop van de mondopening
• Kaakgewricht schuift over tuberculum articulare
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
, 2
Beschrijving van kaakgewricht in vergelijking met andere gewrichten:
• NIET zoals de schouder:
o Geen articulatie van bol op vlakke plaat
• NIET zoals de knie:
o Geen articulatie tussen 2 bollen op 2 platformen
• NIET zoals de heup:
o Bol bewegend in een concaviteit
• Opmerking:
o Kaakgewricht gelijkend op heupgewricht
▪ Toch niet helemaal gelijk
• Er is geen functionele relatie tussen fossa en condylus
o Zelden tot nooit in contact
▪ Noch bij open mond
▪ Noch bij gesloten mond
• Er is enkel functionele relatie tussen kraakbeen
o Zie eerder
Kaakgewricht in beweging:
• Bewegingen in 75% van de populatie
o Alle bewegingen gaan voorbij de helling van de eminentia articularis
▪ Ongeveer 1-5 mm
• Verder dan 5 mm bij 11% van de populatie
• Bewegingen enkel via oppervlaktes bedekt met kraakbeen
o ‘heen en weer’ bewegingen
▪ Gelijkend als een bal op een helling
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
, 3
Statische contactverhoudingen in het kaaksgewricht:
• Centrale relatie (CR):
o Ongedwongen en bepaald door het kaakgewricht
▪ Meest stabiele en reproduceerbare positie
o Condylus neemt meest dorsale positie ten opzicht van eminentia articularis
• Centrale occlusie (CO):
o Occlusie van de tanden
▪ Onderkaak bevindt zich in CR
• Maximale occlusie (MO):
o Occlusie waarbij het maximale aantal tandcontacten bestaat
▪ Determinant voor meest stabiele positie
• Point Centric:
o Maximale occlusie = Centrale occlusie:
▪ Bij 10% van de individuen
• Long-centric:
o Verschil van 1 mm tussen MO en CO
▪ Bij ongeveer 80-90% van de individuen
o Slide-in centric:
▪ Beweging tussen MO en CO
Verticale dimensie in occlusie:
• OF beethoogte
o Gezichtshoogte in maximale occlusie
▪ Blijft in zekere mate stabiel op volwassen leeftijd
• Bepaalt door:
o Alveolaire groei
o Eruptie van de tanden
• Bijgestaan door:
o Spieractiviteit
o Contractiekracht
o Visco-elastische eigenschappen van orale weefsels
o Zwaartekracht
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen
, 4
Veranderingen in verticale dimensie:
• Verticale dimensie is een statische positie
o Niet altijd statische situatie
• Natuurlijk verlies in afname wordt gecompenseerd door:
o Groei van processus alveolaris en continue eruptie van de tanden
▪ OF dento-alveolaire compensatie
o Optimale spierlengte
▪ Neuromusculaire systeem zal adapteren op geleidelijke veranderingen
• Extreme veranderingen zullen niet geadapteerd worden
• Opmerking:
o Bij slijtage en aanwezige compensatie zal er geen adaptatie zijn
▪ Beet kan niet verhoogt worden
▪ Mogelijks alternatief:
• Klinische kroonverlenging
Rusthoogte:
• Gezichtshoogte met de onderkaak in de rustpositie
o Ruimte aanwezig tussen de kaken
▪ OF de free way space
• Maximaal 9 mm
• Optimaal 8 mm
• Gemiddeld 1 tot 6 mm
• Bij optimale rusthoogte is er een evenwicht tussen:
o Zwaartekracht op de onderkaak
o Elastische krachten in de musculatuur, pezen en ligamenten
• Bij verhoging van verticale dimensie:
o Verlaging van spieractiviteit in rust
• Opmerking:
o Verhogen van de beet kan gepaard gaan met mogelijkse pijnreductie
▪ Spieractiviteit zal verminderen
Samenvatting: Temporomandibulaire Stoornissen