1
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie
en Heelkunde: Specifieke Topics:
Radiotherapie in hoofd-halsgebied:
• Chirurgie wordt het meeste toegepast in hoofd-halsgebied
o Radiotherapie heeft een toenemende importantie
▪ Eventueel in combinatie met chemotherapie
• 60% van alle patiënten krijgt:
o Adjuvante radiotherapie
o Primaire chemoradiatie
Bijwerkingen van radiotherapie in hoofd-halsgebied:
• Ter hoogte van de mucosa:
o Mucositis
• Ter hoogte van de speekselklieren:
o Hyposalivatie
o Xerostomie
• Ter hoogte van de smaakpapillen:
o Atrofie met als gevolg smaakverlies
• Ter hoogte van het temporomandibulair kaakgewricht
o Trismus
• Ter hoogte van de dentitie:
o Cariës
• Ter hoogte van het bot:
o Osteoradionecrose
Verloop van radiotherapie:
• Bestraling wordt gegeven in gefractioneerde dosissen
o Gedurende 5 dagen per week
▪ Gedurende x-aantal weken
• Eerste weken:
o Relatief weinig klachten
• Vanaf week 4:
o Ontstaan van klachten
• Opmerking:
o Maximumwaarde ligt rond 70 Grey
▪ Hogere waarde zal toxisch zijn
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
, 2
Osteoradionecrose:
• Definitie:
o Aanwezigheid van blootgesteld bot in een bestraalde zone
▪ Bot is niet genezen in een periode van 3 maand
• Hedendaagse aanvulling:
o Bacteriën spelen hoogstwaarschijnlijk een rol in pathogenese
▪ Tanden in bestraald gebied vormen toegangspoort voor bacteriën
Incidentie van osteoradionecrose:
• Variabele incidentie:
o Van 0,9-35%
▪ Afhankelijk van hoeveelheid bestraling en dosis
o Opmerking:
▪ Geen osteoradionecrose gerapporteerd bij dosis lager dan 60 Grey
• Meer aanwezig in de onderkaak:
o Onderkaak wordt meer belast
▪ Zie verder
o Onderkaak heeft afwijkende vascularisatie
▪ Zie verder
o Opmerking:
▪ Bovenkaak heeft meer doorbloedingsmogelijkheden
• Dunnere cortex aanwezig
• Minder gevoelig aan necrose
• Risico op osteoradionecrose bij extractie neemt toe met de tijd
o Effect van radiotherapie blijft aanhouden
▪ 8% kans binnen het eerste jaar
▪ 16% kans na 2 jaar
Pathogenese osteoradionecrose:
• Generatie van vrije zuurstof radicalen
o Zullen schade aanbrengen ter hoogte van:
▪ Endotheelcellen
• Vasculaire thrombose
▪ Osteoblasten
• Botnecrose
▪ Osteocyten
• Botnecrose
▪ Osteoclasten
• Botnecrose
▪ Fibroblasten
• Disregulatie van collageenmetabolisme
• Combinatie van schade zorgt voor vermindering van ontstekingsmediatoren
• Opmerking:
o Regeneratiecapaciteiten van bot zijn onbestaand
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
, 3
Osteoradionecrose en onderkaak:
• Onderkaak ondergaat meer mechanische stress
o Dikkere cortex aanwezig
o Kleiner medullair centrum
• Onderkaak heeft een afwijkende vascularisatie:
o Posterieur komt vascularisatie vanuit de musculatuur
▪ Minder frequente aanwezigheid van osteoradionecrose
▪ Opmerking:
• Betreft ramus, angulus, condylus en coronoïdeus
o Anterieur komt vascularisatie vanuit de intramedullaire arteria
▪ Arteria zal oblitereren
• Frequentere aanwezigheid van osteoradionecrose
Symptomatologie bij osteoradionecrose:
• Klinische aanwezigheid van:
o Ulceraties
o Necrose van de huid
o Blootliggend bot
o Oro-cutane fistels
o Fracturen
• Symptomatologie:
o Pijn
o Dysesthesie
o Halitosis
o Dysgeusia
o Voedselimpactie
o Trismus
o Opmerking:
▪ In vroeg stadium zullen er geen symptomen zijn
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
, 4
Schwartz-osteoradionecrose-classificatie:
• Stage I:
o Minimale ulceratie ter hoogte van de weke delen
o Beperkte expositie van het corticaal bot
o Behandeling:
▪ Conserverende behandeling
• Stage II:
o Gelokaliseerde betrekking van mandibulaire cortex en medullair bot
o Stage IIa:
▪ Minimale ulceratie ter hoogte van de weke delen
o Stage IIb:
▪ Necrose van de weke delen
o Behandeling:
▪ Conserverende behandeling
▪ EN/OF minimale chirurgische behandeling
• Stage III:
o Diffuse en volledige betrekking van het bot
▪ Onderrand van de kaak is betrokken
▪ Eventuele pathologische fracturen
o Stage IIIa:
▪ Minimale ulceratie ter hoogte van de weke delen
o Stage IIIb:
▪ Necrose van de weke delen
o Behandeling:
▪ Chirurgische behandeling
• In combinatie met:
o Botvervanging
o Vervanging van de weke delen
Notani-osteoradionecrose-classificatie:
• Class I:
o Osteoradionecrose beperkt tot dento-alveolair bot
• Class II:
o Osteoradionecrose beperkt tot:
▪ Dento-alveolair bot
▪ Mandibula zonder betrekking van canalis mandibularis
• Class III:
o Osteoradionecrose uitgebreid tot verder dan de canalis mandibularis
o Eventueel in combinatie met:
▪ Pathologische fracturen
▪ Huidfistula’s
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie
en Heelkunde: Specifieke Topics:
Radiotherapie in hoofd-halsgebied:
• Chirurgie wordt het meeste toegepast in hoofd-halsgebied
o Radiotherapie heeft een toenemende importantie
▪ Eventueel in combinatie met chemotherapie
• 60% van alle patiënten krijgt:
o Adjuvante radiotherapie
o Primaire chemoradiatie
Bijwerkingen van radiotherapie in hoofd-halsgebied:
• Ter hoogte van de mucosa:
o Mucositis
• Ter hoogte van de speekselklieren:
o Hyposalivatie
o Xerostomie
• Ter hoogte van de smaakpapillen:
o Atrofie met als gevolg smaakverlies
• Ter hoogte van het temporomandibulair kaakgewricht
o Trismus
• Ter hoogte van de dentitie:
o Cariës
• Ter hoogte van het bot:
o Osteoradionecrose
Verloop van radiotherapie:
• Bestraling wordt gegeven in gefractioneerde dosissen
o Gedurende 5 dagen per week
▪ Gedurende x-aantal weken
• Eerste weken:
o Relatief weinig klachten
• Vanaf week 4:
o Ontstaan van klachten
• Opmerking:
o Maximumwaarde ligt rond 70 Grey
▪ Hogere waarde zal toxisch zijn
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
, 2
Osteoradionecrose:
• Definitie:
o Aanwezigheid van blootgesteld bot in een bestraalde zone
▪ Bot is niet genezen in een periode van 3 maand
• Hedendaagse aanvulling:
o Bacteriën spelen hoogstwaarschijnlijk een rol in pathogenese
▪ Tanden in bestraald gebied vormen toegangspoort voor bacteriën
Incidentie van osteoradionecrose:
• Variabele incidentie:
o Van 0,9-35%
▪ Afhankelijk van hoeveelheid bestraling en dosis
o Opmerking:
▪ Geen osteoradionecrose gerapporteerd bij dosis lager dan 60 Grey
• Meer aanwezig in de onderkaak:
o Onderkaak wordt meer belast
▪ Zie verder
o Onderkaak heeft afwijkende vascularisatie
▪ Zie verder
o Opmerking:
▪ Bovenkaak heeft meer doorbloedingsmogelijkheden
• Dunnere cortex aanwezig
• Minder gevoelig aan necrose
• Risico op osteoradionecrose bij extractie neemt toe met de tijd
o Effect van radiotherapie blijft aanhouden
▪ 8% kans binnen het eerste jaar
▪ 16% kans na 2 jaar
Pathogenese osteoradionecrose:
• Generatie van vrije zuurstof radicalen
o Zullen schade aanbrengen ter hoogte van:
▪ Endotheelcellen
• Vasculaire thrombose
▪ Osteoblasten
• Botnecrose
▪ Osteocyten
• Botnecrose
▪ Osteoclasten
• Botnecrose
▪ Fibroblasten
• Disregulatie van collageenmetabolisme
• Combinatie van schade zorgt voor vermindering van ontstekingsmediatoren
• Opmerking:
o Regeneratiecapaciteiten van bot zijn onbestaand
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
, 3
Osteoradionecrose en onderkaak:
• Onderkaak ondergaat meer mechanische stress
o Dikkere cortex aanwezig
o Kleiner medullair centrum
• Onderkaak heeft een afwijkende vascularisatie:
o Posterieur komt vascularisatie vanuit de musculatuur
▪ Minder frequente aanwezigheid van osteoradionecrose
▪ Opmerking:
• Betreft ramus, angulus, condylus en coronoïdeus
o Anterieur komt vascularisatie vanuit de intramedullaire arteria
▪ Arteria zal oblitereren
• Frequentere aanwezigheid van osteoradionecrose
Symptomatologie bij osteoradionecrose:
• Klinische aanwezigheid van:
o Ulceraties
o Necrose van de huid
o Blootliggend bot
o Oro-cutane fistels
o Fracturen
• Symptomatologie:
o Pijn
o Dysesthesie
o Halitosis
o Dysgeusia
o Voedselimpactie
o Trismus
o Opmerking:
▪ In vroeg stadium zullen er geen symptomen zijn
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics
, 4
Schwartz-osteoradionecrose-classificatie:
• Stage I:
o Minimale ulceratie ter hoogte van de weke delen
o Beperkte expositie van het corticaal bot
o Behandeling:
▪ Conserverende behandeling
• Stage II:
o Gelokaliseerde betrekking van mandibulaire cortex en medullair bot
o Stage IIa:
▪ Minimale ulceratie ter hoogte van de weke delen
o Stage IIb:
▪ Necrose van de weke delen
o Behandeling:
▪ Conserverende behandeling
▪ EN/OF minimale chirurgische behandeling
• Stage III:
o Diffuse en volledige betrekking van het bot
▪ Onderrand van de kaak is betrokken
▪ Eventuele pathologische fracturen
o Stage IIIa:
▪ Minimale ulceratie ter hoogte van de weke delen
o Stage IIIb:
▪ Necrose van de weke delen
o Behandeling:
▪ Chirurgische behandeling
• In combinatie met:
o Botvervanging
o Vervanging van de weke delen
Notani-osteoradionecrose-classificatie:
• Class I:
o Osteoradionecrose beperkt tot dento-alveolair bot
• Class II:
o Osteoradionecrose beperkt tot:
▪ Dento-alveolair bot
▪ Mandibula zonder betrekking van canalis mandibularis
• Class III:
o Osteoradionecrose uitgebreid tot verder dan de canalis mandibularis
o Eventueel in combinatie met:
▪ Pathologische fracturen
▪ Huidfistula’s
Samenvatting: Maxillofaciale Pathologie en Heelkunde: Specifieke Topics