Leerpad: pijnbeoordeling kat, hond, paard
Waarom is pijnbeoordeling belangrijk?
Pijnbeoordeling is essentieel voor het welzijn van dieren.
Het helpt om pijn tijdig te herkennen en correct op te volgen.
Het is belangrijk in verschillende sectoren (dierenartsen, asielen,
maneges, dierentuinen, opvangcentra, onderzoeksinstellingen…).
Het ondersteunt dierverzorgers bij het beter begrijpen van
diergedrag.
Dieren kunnen pijn niet verbaal uiten, dus observatie en
interpretatie zijn noodzakelijk.
Pijnscoresystemen zijn nuttige hulpmiddelen bij het beoordelen
van pijn.
Acute en chronische pijn
Acute/adaptieve pijn
o Ontstaat plots, meestal door een duidelijke oorzaak
bv. verwonding, ontsteking, operatie
o Heeft een beschermende/adaptieve functie.
o Waarschuwt voor schade en helpt verdere letsels voorkomen.
o Verdwijnt meestal wanneer de oorzaak genezen is.
Chronische pijn/maladaptief pijn
o Houdt langdurig aan of blijft bestaan na weefselherstel.
o Verliest haar beschermende functie= maladaptief
o Kan een aandoening op zich worden.
o Beïnvloedt gedrag, functioneren en welzijn sterk.
Belangrijk om te weten
o Er is geen vaste termijn die acute en chronische pijn
duidelijk scheidt.
o De overgang verloopt geleidelijk.
o In de praktijk kijkt men naar duur, oorzaak, herstel,
gedragsveranderingen én reactie op pijnstilling.
o Het onderscheid is een hulpmiddel, geen absolute regel.
, Types parameters in pijnscoresystemen
= Pijnscoresystemen gebruiken verschillende soorten parameters om pijn
zo volledig mogelijk te beoordelen.
= Er worden meestal drie categorieën onderscheiden:
Gedragsmatige parameters (bv. houding, vocalisatie,
agressie, terugtrekken).
Fysiologische parameters (bv. hartslag, ademhaling,
lichaamstemperatuur).
Functionele parameters (bv. beweging, eetlust, gebruik van
een ledemaat).
= Deze indeling is conceptueel en kan verschillen per pijnschaal.
= De onderverdeling in deze drie types wordt algemeen aanvaard in de
wetenschappelijke literatuur.
1) Gedragsmatige parameters
Vormen de kern van de meeste pijnscoresystemen
bij dieren.
Zijn gebaseerd op observeerbaar gedrag.
Omvatten o.a.:
o Houding en beweging
o Activiteit
o Interactie met mensen of omgeving
o Reactie op aanraking of palpatie
o Vocalisatie
= Grimace scales
Behoren ook tot de gedragsmatige parameters.
Evalueren veranderingen in gezichtsuitdrukking (bv. stand van
ogen, oren, snuit, snorharen).
Worden vooral gebruikt voor het herkennen van acute pijn.
Zijn snel toepasbaar, maar vereisen training voor correcte
interpretatie.
2) Fysiologische parameters
= Omvatten metingen zoals:
Hartfrequentie
Ademhalingsfrequentie
Bloeddruk
Pupilgrootte
= Lijken objectief, maar zijn weinig specifiek voor pijn.
= Worden ook beïnvloed door stress, angst of opwinding.
= Worden daarom meestal ondersteunend gebruikt in moderne
pijnscoresystemen.
3) Functionele parameters
Waarom is pijnbeoordeling belangrijk?
Pijnbeoordeling is essentieel voor het welzijn van dieren.
Het helpt om pijn tijdig te herkennen en correct op te volgen.
Het is belangrijk in verschillende sectoren (dierenartsen, asielen,
maneges, dierentuinen, opvangcentra, onderzoeksinstellingen…).
Het ondersteunt dierverzorgers bij het beter begrijpen van
diergedrag.
Dieren kunnen pijn niet verbaal uiten, dus observatie en
interpretatie zijn noodzakelijk.
Pijnscoresystemen zijn nuttige hulpmiddelen bij het beoordelen
van pijn.
Acute en chronische pijn
Acute/adaptieve pijn
o Ontstaat plots, meestal door een duidelijke oorzaak
bv. verwonding, ontsteking, operatie
o Heeft een beschermende/adaptieve functie.
o Waarschuwt voor schade en helpt verdere letsels voorkomen.
o Verdwijnt meestal wanneer de oorzaak genezen is.
Chronische pijn/maladaptief pijn
o Houdt langdurig aan of blijft bestaan na weefselherstel.
o Verliest haar beschermende functie= maladaptief
o Kan een aandoening op zich worden.
o Beïnvloedt gedrag, functioneren en welzijn sterk.
Belangrijk om te weten
o Er is geen vaste termijn die acute en chronische pijn
duidelijk scheidt.
o De overgang verloopt geleidelijk.
o In de praktijk kijkt men naar duur, oorzaak, herstel,
gedragsveranderingen én reactie op pijnstilling.
o Het onderscheid is een hulpmiddel, geen absolute regel.
, Types parameters in pijnscoresystemen
= Pijnscoresystemen gebruiken verschillende soorten parameters om pijn
zo volledig mogelijk te beoordelen.
= Er worden meestal drie categorieën onderscheiden:
Gedragsmatige parameters (bv. houding, vocalisatie,
agressie, terugtrekken).
Fysiologische parameters (bv. hartslag, ademhaling,
lichaamstemperatuur).
Functionele parameters (bv. beweging, eetlust, gebruik van
een ledemaat).
= Deze indeling is conceptueel en kan verschillen per pijnschaal.
= De onderverdeling in deze drie types wordt algemeen aanvaard in de
wetenschappelijke literatuur.
1) Gedragsmatige parameters
Vormen de kern van de meeste pijnscoresystemen
bij dieren.
Zijn gebaseerd op observeerbaar gedrag.
Omvatten o.a.:
o Houding en beweging
o Activiteit
o Interactie met mensen of omgeving
o Reactie op aanraking of palpatie
o Vocalisatie
= Grimace scales
Behoren ook tot de gedragsmatige parameters.
Evalueren veranderingen in gezichtsuitdrukking (bv. stand van
ogen, oren, snuit, snorharen).
Worden vooral gebruikt voor het herkennen van acute pijn.
Zijn snel toepasbaar, maar vereisen training voor correcte
interpretatie.
2) Fysiologische parameters
= Omvatten metingen zoals:
Hartfrequentie
Ademhalingsfrequentie
Bloeddruk
Pupilgrootte
= Lijken objectief, maar zijn weinig specifiek voor pijn.
= Worden ook beïnvloed door stress, angst of opwinding.
= Worden daarom meestal ondersteunend gebruikt in moderne
pijnscoresystemen.
3) Functionele parameters