Trachea
• Buis die permanent open blijft dankzij hoefijzervormige kraakbenige ringen
• Sluit tijdelijk bij het slikken
• Musculus trachealis ligt aan de achterkant (sluitspier)
• Bestaat uit:
o Pars cervicalis (halsdeel)
o Pars thoracalis (borstdeel)
• Bifurcatio tracheae (splitsing in 2 bronchiën) ligt ter hoogte van angulus sterni
Bronchi (hoofdbronchiën)
• Trachea splitst in:
o Rechter bronchus principalis:
§ Ligt meer caudaal
§ Loopt bijna recht naar beneden → meer kans op verslikking aan
rechterkant (bv. pindanootje)
o Linker bronchus principalis:
§ Loopt meer schuin
• Bevatten kraakbeenplaten (geen hoefijzervormige ringen)
Larynx (strottenhoofd / voice box)
• Bevindt zich bovenste deel van de trachea
• Bestaat uit:
o Cartilago thyroidea (schildkraakbeen)
§ Vormt adamsappel
o Cartilago cricoidea (ringkraakbeen)
§ Vorm van een zegelring
§ Dorsaal dik, ventraal dun
o Cartilago arytenoidea (bekerkraakbeentjes)
§ Zitten bovenop cricoidea, dorsaal
§ hoorntjes
§ Verbonden met de stemplooien
§ Kunnen roteren door spieren → toonhoogte stem verandert
Longen (Pulmo) – Algemeen
• Voorzijde = facies costalis (grenzend aan ribben)
• Dorsale zijde = richting wervelkolom (achterzijde)
, • Apex pulmonalis = longtop (bovenste punt)
• 2 randen:
o Margo anterior (voorrand)
o Margo inferior (onderrand)
Longkwabben en fissuren
• Rechter long:
o Groter dan linker
o 3 kwabben: lobus superior, medius, inferior
o 2 fissuren:
§ Fissura obliqua
§ Fissura horizontalis
• Linker long:
o Kleiner door ruimte voor hart
o 2 kwabben: lobus superior en inferior
o 1 fissuur: fissura obliqua
o Heeft een flapje = lingula
Binnenzijde van de longen
• Fissura obliqua maakt grootste inkeping (dorsaal zichtbaar)
• Long glanst door pleura visceralis
• Pleura visceralis plooit zich om in pleura parietalis bij het hilum
Hilum pulmonis (poort van de long)
• Bevindt zich aan de mediale zijde
• Structuren die via het hilum lopen:
o Bronchus principalis dexter/sinister (meer dorsaal)
o Arteria pulmonalis (meer craniaal)
o Venae pulmonales (meer caudaal)
• Onder het hilum: ligamentum pulmonale (verlenging pleura visceralis)
,Vasculair systeem
Vasa publica (voor gasuitwisseling, systeemcirculatie)
• Arteria pulmonalis:
o Brengt zuurstofarm bloed naar longen → alveoli
o Loopt mee met bronchiaalboom (vertakt zich per segment)
• Venae pulmonales:
o Voert zuurstofrijk bloed van longen naar linker atrium
o Loopt interlobair, volgt niet exact de luchtwegen
Vasa privata (voor voeding van longweefsel zelf)
• Aa. bronchiales:
o Aftakkingen van de aorta
o Zuurstofrijk bloed voor longweefsel (bindweefsel, kraakbeen, pneumocyten,
etc.)
• Vv. bronchiales:
o Zuurstofarm bloed gaat naar het azygos- of hemiazygos-systeem → vena cava
superior
Longsegmenten
• Elke lobus wordt onderverdeeld in segmenten (functionele eenheden)
• Meestal:
o 10 segmenten per long
o Soms 9 links (door samengaan van segmenten)
• Vorm = piramidevormig, met basis tegen thoraxwand en top naar hilum
• Chirurgisch voordeel: bij kleine tumor mogelijk segmentectomie i.p.v. hele longkwab
Bronchiaalboom & luchtgeleiding
• Ontwikkelt zich vanaf slokdarm, ventraal
• Van proximaal naar distaal vertakkend:
o Bronchi (met kraakbeen) → blijven open
o Bronchioli (zonder kraakbeen, met gladde spiercellen)
§ Glad spierweefsel zorgt voor open/dicht → bij astma: constrictie →
luchtwegvernauwing
, Respiratoir gedeelte
• Alveoli = longblaasjes
o Plaats van gasuitwisseling
o Totale opp. = ± 100 m²
• Structuur:
o Arteria pulmonalis → steeds verder vertakkend → capillairen rond alveoli →
gasuitwisseling → venae pulmonales
o Surfactant op binnenzijde alveoli (vanaf week 24 zwangerschap) → voorkomt
dichtklappen
o Zonder surfactant: geen zelfstandige ademhaling mogelijk (reden waarom
baby’s pas levensvatbaar zijn vanaf ± week 24–26)
Innervatie van de longen – via het autonoom zenuwstelsel
• Orthosympathisch zenuwstelsel (actiegericht, “fight or flight”):
o Zorgt voor bronchodilatatie (verwijding van bronchiën)
o Doel: luchtwegen openen → meer zuurstofopname tijdens stresssituaties
• Parasympathisch zenuwstelsel (rust, herstel):
o Zorgt voor bronchoconstrictie (vernauwing van bronchiolen)
o Bij aandoeningen zoals astma kunnen de spieren in de bronchioli overreageren
op prikkels, wat leidt tot vernauwing → ademnood
Ademmechanica – hoe we in- en uitademen
Inspiratie (inademen):
• Actief proces
• Bewegingen:
o Ribben gaan omhoog en opzij → bucket handle movement
o Sternum beweegt naar voren → pump handle movement
• Diafragma trekt naar beneden → thoracale ruimte vergroot
• Recessus costodiaphragmaticus (pleura-invouwen tussen ribben en diafragma) wordt
dieper bij inspiratie
o Tijdens rust bevat deze recessus enkel een kleine hoeveelheid pleuravocht
o Bij diepe inspiratie schuift de long erin