Kosten en BTW............................................................................................................................2
Constante kosten.....................................................................................................................2
Variabele kosten..................................................................................................................2
Marginale kosten............................................................................................................3
BTW (Belasting Toegevoegde Waarde)......................................................................4
Boekhouding...............................................................................................................................5
Balans......................................................................................................................................5
Grootboek...........................................................................................................................6
Winst- en verliesrekening (resultatenrekening).............................................................7
Afschrijvingen..............................................................................................................................8
Amortisatie..............................................................................................................................9
Rechtsvormen....................................................................................................................10
Marge........................................................................................................................................11
Business models/ Verdien modellen.....................................................................................11
Kostprijsberekening...................................................................................................................13
Break even point...................................................................................................................14
Netto constante waarde...........................................................................................................15
WACC (Weighted Average Cost of Capital)...........................................................................16
Risicopremie......................................................................................................................16
Examenopgave Netto constante waarde..................................................................................17
1
,Kosten en BTW
Totale kosten bestaan uit Constante kosten (Vaste kosten) en Variabele kosten.
TK = TCK + TVK
Onderdeel van de variabele kosten Marginale kosten.
Constante kosten
Kosten die ook gemaakt worden wanneer de productie nul is, dus ze bewegen niet mee met de
productieomvang of de omzet. Dit geldt voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld een maand of jaar.
De constante kosten kunnen veranderen wanneer er bijvoorbeeld door groei van een organisatie een
nieuw pand moet worden gehuurd of nieuwe machines moeten worden gekocht
Voorbeelden van constante kosten:
- Huurkosten panden
- Afschrijvingskosten (bijvoorbeeld: Machines, apparatuur)
- Personeelskosten (wanneer in vaste dienst)
- Rente op leningen
Variabele kosten
Bewegen wél mee met je productie of omzet.
Kosten zijn afhankelijk van het aantal geproduceerde producten
Voorbeelden van variabele kosten:
- Grondstofkosten productiebedrijf
- Inkoopkosten
- Verzendkosten
- Transactiekosten
- Transportkosten
2
, Grijs gebied
Bij sommige kosten is het soms niet meteen duidelijk of het om Constante kosten of Variabele kosten
gaat.
Voorbeelden:
- Personeelskosten: Indien in vast dienstverband Constante kosten
Personeelskosten: Indien oproepkracht Variabele kosten
- Marketingkosten: Indien vast budget Constante kosten
Marketingkosten: Indien bedrag per klik Variabele kosten
Onderverdelen variabele kosten:
1. Proportioneel variabele kosten:
Blijven gelijk voor ieder geproduceerd product.
Hierbij geldt: MK = GVK (Marginale Kosten = Gemiddelde Variabele Kosten)
Bijvoorbeeld: elk extra gemaakt product kost 5 euro.
2. Degressief variabele kosten:
Variabele kosten per eenheid product dalen bij een stijgende hoeveelheid geproduceerde
producten.
Bijvoorbeeld door schaalvoordelen: grondstoffen worden in grotere hoeveelheid ingekocht,
waardoor prijsvoordeel ontstaat (korting).
3. Progressief variabele kosten:
Variabele kosten per eenheid product stijgen bij een stijgende hoeveelheid geproduceerde
producten.
Bijvoorbeeld: als de productie een grotere omvang neemt, wordt er minder efficient
geproduceerd. Er is dan meer uitval en meer afval (verspilling), waardoor de variabele kosten
per eenheid product stijgen.
Een ander voorbeeld is overwerken.
Marginale kosten
De kosten die je hebt voor 1 extra klant of gebruiker van je product of dienst.
Vooral van belang om te kijken of een product wel of niet gemaakt moet worden (het moet meer
opleveren dan het kost).
3