100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Read online or as PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting FIN2 H11 t/m 14

Rating
-
Sold
2
Pages
7
Uploaded on
08-04-2021
Written in
2020/2021

Dit is een samenvatting van FIN2 van H 11 t/m 14. De inhoud is van zowel de kennisclips en een het boek 'basisboek bedrijfseconomie'. Ik had een 8,3 voor het tentamen. Op mijn account is ook een document met alleen de formules van FIN2 te vinden. Wil je goedkoper uit zijn, kun je mijn bundel kopen van zowel deze samenvatting als het document met de formules.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting H11

Welke vereenvoudigde veronderstellingen liggen ten grondslag aan de break-evenanalyse?

Bij een break-even analyse wordt verondersteld dat de omzet en kosten een lineair verloop hebben, dat er geen
voorraadmutatie is en dat de onderneming slechts één soort product voortbrengt.



Break-even punt = totale kosten = totale omzet > Er wordt geen winst of verlies gemaakt

Break- even afzet = totale vaste kosten : (verkoopprijs - variabele kosten)




> eerst verlies, want kosten hoger dan omzet

 Dekkingsbijdrage/contributiemarge = 1. Verkoopprijs – variabele kosten per eenheid / 2. Omzet – variabele kosten

De definitie van dekkingsbijdrage is: de marge die overblijft per product voor het dekken (betalen) van de constante kosten
en eventueel voor het maken van winst. > Waarom belangrijk?



Opdracht boek: Bij welke jaarlijkse afzet is de winst van kampen gelijk aan die van Zwolle? > Het differentiepunt wordt
bepaald door de extra vaste kosten bij Zwolle te delen door de extra dekkingsbijdrage bij Zwolle (ten opzichte van Kampen):
€340.000 : €2 = 170.000



Afzet nodig om winstdoelstelling te behalen: (totale vaste kosten + winstdoelstelling) : (verkoopprijs – variabele kosten)



Veiligheidsmarge: (huidige verkoop – break-even verkoop) : huidige verkoop x 100%



Verschillende kostensoorten:

 Absorption costing (integrale kostprijs) en direct costing
 Vaste vs variabele kosten
 Periode vs productkosten
 Relevante en niet-relevante kosten

, Alleen concentreren op relevante
kosten. Dus bij nemen van beslissingen alleen richten op de relevante kosten.




Indirecte kosten = overheadkosten




Dus een bedrijf moet niet alleen rendabel zijn, maar ook
liquide en solvabiliteit.

Liquiditeitspositie van 1/1,5 is goed. / Solvabiliteitspositie van minimaal 30/40 is goed.



Samenvatting H12

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H 11 t/m 14
Uploaded on
April 8, 2021
Number of pages
7
Written in
2020/2021
Type
SUMMARY

Subjects

$6.56
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Read online or as PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
carmen3 NHTV
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
16
Member since
5 year
Number of followers
15
Documents
26
Last sold
2 year ago

4.0

4 reviews

5
2
4
1
3
0
2
1
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions