Hoofdstuk 2
2) Ontwikkeling van het kind
2.1 Ontwikkeling
2.1.1 Erfelijkheid en omgeving
Ontwikkeling = verandering
- Zowel je lichaam als je gedrag verandert tijdens je leven.
- Ontwikkeling van de mens wordt bepaald door de combinatie van 2 factoren
erfelijkheid en omgeving
Erfelijkheid
Groot, klein, dik, dun, blond … groot deel bepaald door erfelijke factoren
Erfelijke eigenschappen van je ouders via genen aangeboren
Fysieke kenmerken = lichaamslengte of kleur van ogen
Psychische kenmerken = talent voor WI, bepaalde persoonlijkheidstrekken (verlegen)
Aangeboren kenmerken komen tot uiting via groei & rijping
Groei
Lichaam ontwikkelt
Gevolg van groei rijping = op hoger niveau functioneren
Bv: lichamelijke ontwikkeling van de beenspieren van een baby (groei) zorgt ervoor
dat het kind in staat is om te kruipen & stappen (rijping)
Groei & rijping ‘voorgeprogrammeerd’
Staat min of meer vast dat we rond 6j melktanden beginnen te verliezen
, Omgeving of milieu
invloeden die in loop van je leven ondergaat
= de opvoeding die je van je ouders krijgt
= alles wat je op school leert
= invloeden van je vrienden, buren …
= cultuur waarin je leeft …
Je ontwikkelt je deels door te leren, doe je niet alleen op school
Ouders, vrienden, tv, internet
Ontwikkeling is het gevolg van combinatie van erfelijkheid & omgeving, van rijping & leren.
Bv= iemand die goed is in WI talent (erfelijkheid)
leerkracht die goed uitlegt (omgeving)
2.1.2 De ontwikkelingsfases
= Gevoelige periodes
mens in staat om iets nieuws te leren
Belang: wilde kinderen die geen menselijke opvoeding kregen, kunnen later bijna niet meer
op een normale manier communiceren
ONTWIKKELINGSFASE LEEFTIJD
Prentale fase Bevruchting - geboorte
Baby 0 – 1 jaar
Peuter 1 – 3 jaar
Kleuter 3 – 6 jaar
Schoolkind 6 – 12 jaar
Adolescentie 12 – 20 jaar
Vroege volwassenheid 20 – 30 jaar
Middelvolwassenheid 30 – 50 jaar
Late volwassenheid 50 – 65 jaar
Vroege ouderdom 65 – 80 jaar
Hoge ouderdom 80 - … jaar
- Iedereen doorloopt de fases & ontwikkelt zich dus op ongeveer dezelfde manier
- Niet iedereen is op dezelfde leeftijd even ver ontwikkelt
Vb. leren stappen: sommige kinderen leren stappen op 16m, anderen op 13m
2.1.3 Ontwikkelingsgebieden
1) Lichamelijke ontwikkeling bewegen
2) Psychische ontwikkeling denken & voelen
3) Sociale ontwikkeling omgaan met anderen
, 2.2 Lichamelijke groei en motorische ontwikkeling
2.2.1 De baby (0 – 1 jaar)
Lichamelijke groei: groeien als een kool
Baby’s groeien heel snel
Aan de hand van percentielcurves voor hoofdomtrek, lengte en gewicht bepalen hoe
kind zich ontwikkelt t.o.v. leeftijdsgenootjes
- P50 = percentiel 50
- P50 = mediaan
- Tussen P3 en P97 normale ontwikkeling
- Grijze zone = mogelijke problemen
- Curves worden gebruikt om evolutie van het kind te beoordelen
Motoriek: leren bewegen van top tot teen
Spieren bovenaan lichaam eerder dan die onderaan: evolutie van hoofd naar benen
0 – 1 maand: ongecontroleerde bewegingen en reflexen
1 – 3 maanden: hoofd en hals
4 – 6 maanden: handen en armen
7 – 9 maanden: romp en heupen
10 – 12 maanden: benen en vingers
0 – 1 maand: ongecontroleerde bewegingen en reflexen
Bewegingen kunnen ze nog niet controleren
Reflexen
- Zuigelingenreflexen: automatische reacties op een bepaalde prikkel,
verdwijnen na enkele maanden, meeste reflexen geen nut,
Zuigreflex
Prikkel: een tepel, speen, vinger in mond van baby stoppen
Reactie: de baby begint automatisch te zuigen
Grijpreflex
Prikkel: een voorwerp/vinger in handpalm van baby leggen
Reactie: de baby sluit automatisch zijn handje en grijpt het voorwerp
vast
Stapreflex
Prikkel: voetzool van baby raakt een opp.
Reactie: baby buigt ene beentje en strekt andere andere voetje
raakt bodem & wordt dat been gebogen & eerste nu gestrekt = soort
stapbeweging
2) Ontwikkeling van het kind
2.1 Ontwikkeling
2.1.1 Erfelijkheid en omgeving
Ontwikkeling = verandering
- Zowel je lichaam als je gedrag verandert tijdens je leven.
- Ontwikkeling van de mens wordt bepaald door de combinatie van 2 factoren
erfelijkheid en omgeving
Erfelijkheid
Groot, klein, dik, dun, blond … groot deel bepaald door erfelijke factoren
Erfelijke eigenschappen van je ouders via genen aangeboren
Fysieke kenmerken = lichaamslengte of kleur van ogen
Psychische kenmerken = talent voor WI, bepaalde persoonlijkheidstrekken (verlegen)
Aangeboren kenmerken komen tot uiting via groei & rijping
Groei
Lichaam ontwikkelt
Gevolg van groei rijping = op hoger niveau functioneren
Bv: lichamelijke ontwikkeling van de beenspieren van een baby (groei) zorgt ervoor
dat het kind in staat is om te kruipen & stappen (rijping)
Groei & rijping ‘voorgeprogrammeerd’
Staat min of meer vast dat we rond 6j melktanden beginnen te verliezen
, Omgeving of milieu
invloeden die in loop van je leven ondergaat
= de opvoeding die je van je ouders krijgt
= alles wat je op school leert
= invloeden van je vrienden, buren …
= cultuur waarin je leeft …
Je ontwikkelt je deels door te leren, doe je niet alleen op school
Ouders, vrienden, tv, internet
Ontwikkeling is het gevolg van combinatie van erfelijkheid & omgeving, van rijping & leren.
Bv= iemand die goed is in WI talent (erfelijkheid)
leerkracht die goed uitlegt (omgeving)
2.1.2 De ontwikkelingsfases
= Gevoelige periodes
mens in staat om iets nieuws te leren
Belang: wilde kinderen die geen menselijke opvoeding kregen, kunnen later bijna niet meer
op een normale manier communiceren
ONTWIKKELINGSFASE LEEFTIJD
Prentale fase Bevruchting - geboorte
Baby 0 – 1 jaar
Peuter 1 – 3 jaar
Kleuter 3 – 6 jaar
Schoolkind 6 – 12 jaar
Adolescentie 12 – 20 jaar
Vroege volwassenheid 20 – 30 jaar
Middelvolwassenheid 30 – 50 jaar
Late volwassenheid 50 – 65 jaar
Vroege ouderdom 65 – 80 jaar
Hoge ouderdom 80 - … jaar
- Iedereen doorloopt de fases & ontwikkelt zich dus op ongeveer dezelfde manier
- Niet iedereen is op dezelfde leeftijd even ver ontwikkelt
Vb. leren stappen: sommige kinderen leren stappen op 16m, anderen op 13m
2.1.3 Ontwikkelingsgebieden
1) Lichamelijke ontwikkeling bewegen
2) Psychische ontwikkeling denken & voelen
3) Sociale ontwikkeling omgaan met anderen
, 2.2 Lichamelijke groei en motorische ontwikkeling
2.2.1 De baby (0 – 1 jaar)
Lichamelijke groei: groeien als een kool
Baby’s groeien heel snel
Aan de hand van percentielcurves voor hoofdomtrek, lengte en gewicht bepalen hoe
kind zich ontwikkelt t.o.v. leeftijdsgenootjes
- P50 = percentiel 50
- P50 = mediaan
- Tussen P3 en P97 normale ontwikkeling
- Grijze zone = mogelijke problemen
- Curves worden gebruikt om evolutie van het kind te beoordelen
Motoriek: leren bewegen van top tot teen
Spieren bovenaan lichaam eerder dan die onderaan: evolutie van hoofd naar benen
0 – 1 maand: ongecontroleerde bewegingen en reflexen
1 – 3 maanden: hoofd en hals
4 – 6 maanden: handen en armen
7 – 9 maanden: romp en heupen
10 – 12 maanden: benen en vingers
0 – 1 maand: ongecontroleerde bewegingen en reflexen
Bewegingen kunnen ze nog niet controleren
Reflexen
- Zuigelingenreflexen: automatische reacties op een bepaalde prikkel,
verdwijnen na enkele maanden, meeste reflexen geen nut,
Zuigreflex
Prikkel: een tepel, speen, vinger in mond van baby stoppen
Reactie: de baby begint automatisch te zuigen
Grijpreflex
Prikkel: een voorwerp/vinger in handpalm van baby leggen
Reactie: de baby sluit automatisch zijn handje en grijpt het voorwerp
vast
Stapreflex
Prikkel: voetzool van baby raakt een opp.
Reactie: baby buigt ene beentje en strekt andere andere voetje
raakt bodem & wordt dat been gebogen & eerste nu gestrekt = soort
stapbeweging