CULTUUR EN DIVERSITEITSSTUDIES
HFST 2 WAT IS CULTUUR
1. Begin
Cultuur
= alles wat aan de natuur toegevoegd wordt
= het ingrijpen en bewerken en beheersen van de natuur door de mens
- Minimale of statische omschrijving
- iets is OF natuur/OF cultuur in realiteit complexer
- cultuur heeft te maken met aspecten van het menselijk handelen in relatie tot
want men bewust/onbewust leer als lid van een bepaalde groep in een bepaalde
context, in verschillende periodes = proces is gemeenschappelijk voor alle
mensen
- cultuur als een welbepaalde manier van leren
- valkuil = cultuur linken aan een groep van mensen, een periode of een
opsomming van voorbeelden
- onderdeel antropologie = studie van de mens
2. Antropologie en cultuur
A Antropologie ontstaat in een tijdskader
- Ontstaan midden 19de eeuw
- Etnologen/ volkenkundigen = antropologen die het al hun taak zien om vanuit het
sterk ‘beschaafde’ Europa de schriftloze culturen te bestuderen leggen accent
op de studie van de andere, de vreemde, de primitieve
- Studie van volkeren kenmerkt zich door de verschillen die men benoemt
- Pas na jaren 50: grondig veldwerk en mensen als gelijkwaardig zien
Aanleiding tot het ontstaan van de Antropologie als wetenschap:
- Veranderend wetenschapsveld (sociale wetenschappen die gevormd worden)
- ‘ontdekkingen’ door Europa
- kolonialisme
= periode van expansie, slavernij en kolonisering vanuit werelddeel dat zichzelf als
centrum ziet intensief contact tussen Europa en culturen basis contact = grote
ongelijkwaardigheid
Nieuwe wetenschap = ‘kind van het kolonialisme’:
Soort ‘gelijke ruil’ voorgesteld: hun arbeid/grond/rijkdom in ruil voor onze beschaving
Zal kolonisatie mee begeleiden + biedt als wetenschap een mentaal kader
= voedingsbodem voor defenitievorming cultuur
,B Antropologie
Wat?
= studie (logos) van de mens (anthropos)
Geschiedenis:
Etnologie/ volkenkunde = terminologie tot na WOII illustreren toenmalige visie op
mensen en culturen:
- Verzamelden info over ‘primitieven’
- Beperkte zich tot etnografie: beschrijven van één bepaald volk
Object van studie werden dan ook effectief als object benadert: niet aarzelen om
menselijke resten mee te nemen
Bv: El Negro = een opgezette Afrikaan die op tournee ging om de beschaving kennis te
laten maken met het Donker Afrika
C Methoden
Veldwerk:
- Verzamelen van materiaal
- Feiten en info verzamelen door veldwerk te doen
- Van essentieel belang voor antropologen om inzichten over mens en samenleven
te staven en behoed hen om hun vooronderstellingen bevestigd te zoen door
onderzoeksmateriaal
- Vroeger: sterk gekleurd en oppervlakkige info werd dan bewerkt en
geïnterpreteerd door anderen bv: evolutionisten
Participerende observatie als actuele methode:
= specifieke methode als men aan veldwerk doet = men verblijft gedurende een lange
periode in een gemeenschap, dorp, stadswijk. Men leert de taal en verzamelt materiaal
over de manier waarop mensen samenleven
- Inzicht verkrijgen = langere tijd van nabij in hun eigen omgeving observeren
- Kern = directe en wederkerige relatie tussen de onderzoeker en de onderzochte +
gerichte technieken bv: formele interviews
Na verzamelen bewerken van materiaal interpreteren vergelijken = leggen van
verbanden tussen concrete gebruiken en specifieke, overstijgende patronen van belang
D Actuele wetenschap
Inhoudelijke verruiming meer interpretatieve, humanistische benadering andere
benaming: antropologie als middel om na te denken over hedendaags samenleven +
bijdrage leveren aan concrete vraagstukken
D Besluit
Ontwikkeling antropologie van een discipline die zich baseerde op secundaire,
oppervlakkige bronnen naar een wetenschap die berust op diepgaande
veldwerkervaringen, leidde tot:
, - Fundamenteel begrip van menselijke samenlevingen en culturen
- Waardevolle inzichten in de dynamiek van menselijk gedrag en sociale structuren
- Praktische toepassingen gevonden in het begrijpen en oplossen van hedendaagse
sociale vraagstukken
3. Cultuurdefenities
- Moeilijk om cultuur duidelijk te begrenzen
- Is een contante in de geschiedenis van antropologie
- Mensen hebben al heel lang en op veel plaatsen de neiging gehad om grenzen te
stellen tussen culturen bv: Chinese muur
4. De voorlopers- cultuur omschreven vanuit het evolutionisme
Aanzet om een bruikbare definitie te hanteren werd gegeven door belangrijke figuren die
behoorden tot stroming evolutionisme
Definitie van Edward B. Taylor = belangrijkste aanzet tot het formuleren van een
mogelijke inhoud van cultuur, eerste wetenschappelijke en minder normatieve
benadering van cultuur
‘Cultuur of beschaving, opgevat in haar brede etnografische betekenis, is dat
complex geheel dat bestaat uit kennis, overtuigingen, kunst, moraal, recht,
gebruiken en alle andere vermogens en gewoonten die de mens heeft verworven
als lid van de samenleving.’ (Tylor, 1871)
Elementen in definitie: (waardevolle eerste definitie)
- Universeel : elke groep heeft cultuur
- Cultuur = aangeleerd
- Complex geheel
- Resultaat van menselijk gedrag, iets tastbaars
- Cultuur = synoniem van beschaving ( in kader evolutionisme
+ universeel - Eerder statisch bv: kennis,
+ complex geheel overtuigingen
+ verworven, niet aangeboren - Gekleurd door wat van belang in de
+ veel elementen tijd
- ‘Cultuur of beschaving’ toont
richting van denken
- Tastbare elementen- klassieke
opvatting
- Geen rekening met context, milieu
A Waar staat het evolutionisme voor?
- Stellen Europa centraal, als epicentrum van de wereld
- Kleurt wereld in vanuit Europa
- Wereld was Europees, wit
- Denken over cultuur in tijdskader 19de eeuw met als achtergrond kolonisering,
industriële ontwikkeling, ontwikkeling wetenschappen
- Centrale opvatting = alle volkeren hebben cultuur, alle volkeren behoren tot
eenzelfde soort, maar sommige volkeren ontwikkelen zich op een ander tempo
, dan andere en daardoor is er verschil mensen lijn te trekken van de stadia die
alle culturen doorlopen, van een lage naar een hoge mate van beschaving
doelgerichte ontwikkeling van culturen van lage naar hoge beschaving
Hoge beschaving = moderne geïndustrialiseerde SL en ‘hoogontwikkelde’ cultuur
Veronderstellingen:
- Wereldwijd kennen mensen dezelfde evoluties, zelfde keuzes naar westers model
- Men ontwikkelt zich naar altijd beter, van laag naar hoog
- Cultuur wordt gezien als een geheel van homogene, afgebakende groep mensen
Waarde van evolutionisme:
- Bestuderen van cultuurproces en overstijgen het raciale, mens is universeel
verwant, 1 soort
- Verschil proberen kaderen en geen rassenindeling meer
- Begrippen en definities ontwikkelen
- Interesse in verschil: ziet men in cultuur
Kritieken:
- Unilineaire evolutie met waardeoordeel
o Eenzijdig: technologie als norm
o Cultuur is geen wetenschappelijk fenomeen dat je in een klassement kan
gieten
- Mensen worden op een manier ‘bevroren’ in de tijd van ‘de primitieve’, denkt in
stereotypen
B Cultuurdefenitie van Tylor
Introduceert een lijn voor alle culturen door te spreken over elementen die overal in elke
cultuur terug te vinden zijn hij benadrukt dat er wereldwijd een gelijkaardig fenomeen
bestaat namelijk cultuur
Elementen die in deze definitie worden benadrukt en dus van belang zijn:
- Cultuur is aangeleerd
- Cultuur is een complex geheel
- Maakte met zijn ideeën mogelijk om cultuur te bestuderen vanuit
wetenschappelijk perspectief, eerste die studie van cultuur als concept centraal
zette
- Mens kan alleen cultuur verwerven in de context van een SL
- Cultuur is een breed begrip = alle verworvenheden van de mens als sociaal wezen
behoren ertoe
Tekortkoming van deze definitie:
HFST 2 WAT IS CULTUUR
1. Begin
Cultuur
= alles wat aan de natuur toegevoegd wordt
= het ingrijpen en bewerken en beheersen van de natuur door de mens
- Minimale of statische omschrijving
- iets is OF natuur/OF cultuur in realiteit complexer
- cultuur heeft te maken met aspecten van het menselijk handelen in relatie tot
want men bewust/onbewust leer als lid van een bepaalde groep in een bepaalde
context, in verschillende periodes = proces is gemeenschappelijk voor alle
mensen
- cultuur als een welbepaalde manier van leren
- valkuil = cultuur linken aan een groep van mensen, een periode of een
opsomming van voorbeelden
- onderdeel antropologie = studie van de mens
2. Antropologie en cultuur
A Antropologie ontstaat in een tijdskader
- Ontstaan midden 19de eeuw
- Etnologen/ volkenkundigen = antropologen die het al hun taak zien om vanuit het
sterk ‘beschaafde’ Europa de schriftloze culturen te bestuderen leggen accent
op de studie van de andere, de vreemde, de primitieve
- Studie van volkeren kenmerkt zich door de verschillen die men benoemt
- Pas na jaren 50: grondig veldwerk en mensen als gelijkwaardig zien
Aanleiding tot het ontstaan van de Antropologie als wetenschap:
- Veranderend wetenschapsveld (sociale wetenschappen die gevormd worden)
- ‘ontdekkingen’ door Europa
- kolonialisme
= periode van expansie, slavernij en kolonisering vanuit werelddeel dat zichzelf als
centrum ziet intensief contact tussen Europa en culturen basis contact = grote
ongelijkwaardigheid
Nieuwe wetenschap = ‘kind van het kolonialisme’:
Soort ‘gelijke ruil’ voorgesteld: hun arbeid/grond/rijkdom in ruil voor onze beschaving
Zal kolonisatie mee begeleiden + biedt als wetenschap een mentaal kader
= voedingsbodem voor defenitievorming cultuur
,B Antropologie
Wat?
= studie (logos) van de mens (anthropos)
Geschiedenis:
Etnologie/ volkenkunde = terminologie tot na WOII illustreren toenmalige visie op
mensen en culturen:
- Verzamelden info over ‘primitieven’
- Beperkte zich tot etnografie: beschrijven van één bepaald volk
Object van studie werden dan ook effectief als object benadert: niet aarzelen om
menselijke resten mee te nemen
Bv: El Negro = een opgezette Afrikaan die op tournee ging om de beschaving kennis te
laten maken met het Donker Afrika
C Methoden
Veldwerk:
- Verzamelen van materiaal
- Feiten en info verzamelen door veldwerk te doen
- Van essentieel belang voor antropologen om inzichten over mens en samenleven
te staven en behoed hen om hun vooronderstellingen bevestigd te zoen door
onderzoeksmateriaal
- Vroeger: sterk gekleurd en oppervlakkige info werd dan bewerkt en
geïnterpreteerd door anderen bv: evolutionisten
Participerende observatie als actuele methode:
= specifieke methode als men aan veldwerk doet = men verblijft gedurende een lange
periode in een gemeenschap, dorp, stadswijk. Men leert de taal en verzamelt materiaal
over de manier waarop mensen samenleven
- Inzicht verkrijgen = langere tijd van nabij in hun eigen omgeving observeren
- Kern = directe en wederkerige relatie tussen de onderzoeker en de onderzochte +
gerichte technieken bv: formele interviews
Na verzamelen bewerken van materiaal interpreteren vergelijken = leggen van
verbanden tussen concrete gebruiken en specifieke, overstijgende patronen van belang
D Actuele wetenschap
Inhoudelijke verruiming meer interpretatieve, humanistische benadering andere
benaming: antropologie als middel om na te denken over hedendaags samenleven +
bijdrage leveren aan concrete vraagstukken
D Besluit
Ontwikkeling antropologie van een discipline die zich baseerde op secundaire,
oppervlakkige bronnen naar een wetenschap die berust op diepgaande
veldwerkervaringen, leidde tot:
, - Fundamenteel begrip van menselijke samenlevingen en culturen
- Waardevolle inzichten in de dynamiek van menselijk gedrag en sociale structuren
- Praktische toepassingen gevonden in het begrijpen en oplossen van hedendaagse
sociale vraagstukken
3. Cultuurdefenities
- Moeilijk om cultuur duidelijk te begrenzen
- Is een contante in de geschiedenis van antropologie
- Mensen hebben al heel lang en op veel plaatsen de neiging gehad om grenzen te
stellen tussen culturen bv: Chinese muur
4. De voorlopers- cultuur omschreven vanuit het evolutionisme
Aanzet om een bruikbare definitie te hanteren werd gegeven door belangrijke figuren die
behoorden tot stroming evolutionisme
Definitie van Edward B. Taylor = belangrijkste aanzet tot het formuleren van een
mogelijke inhoud van cultuur, eerste wetenschappelijke en minder normatieve
benadering van cultuur
‘Cultuur of beschaving, opgevat in haar brede etnografische betekenis, is dat
complex geheel dat bestaat uit kennis, overtuigingen, kunst, moraal, recht,
gebruiken en alle andere vermogens en gewoonten die de mens heeft verworven
als lid van de samenleving.’ (Tylor, 1871)
Elementen in definitie: (waardevolle eerste definitie)
- Universeel : elke groep heeft cultuur
- Cultuur = aangeleerd
- Complex geheel
- Resultaat van menselijk gedrag, iets tastbaars
- Cultuur = synoniem van beschaving ( in kader evolutionisme
+ universeel - Eerder statisch bv: kennis,
+ complex geheel overtuigingen
+ verworven, niet aangeboren - Gekleurd door wat van belang in de
+ veel elementen tijd
- ‘Cultuur of beschaving’ toont
richting van denken
- Tastbare elementen- klassieke
opvatting
- Geen rekening met context, milieu
A Waar staat het evolutionisme voor?
- Stellen Europa centraal, als epicentrum van de wereld
- Kleurt wereld in vanuit Europa
- Wereld was Europees, wit
- Denken over cultuur in tijdskader 19de eeuw met als achtergrond kolonisering,
industriële ontwikkeling, ontwikkeling wetenschappen
- Centrale opvatting = alle volkeren hebben cultuur, alle volkeren behoren tot
eenzelfde soort, maar sommige volkeren ontwikkelen zich op een ander tempo
, dan andere en daardoor is er verschil mensen lijn te trekken van de stadia die
alle culturen doorlopen, van een lage naar een hoge mate van beschaving
doelgerichte ontwikkeling van culturen van lage naar hoge beschaving
Hoge beschaving = moderne geïndustrialiseerde SL en ‘hoogontwikkelde’ cultuur
Veronderstellingen:
- Wereldwijd kennen mensen dezelfde evoluties, zelfde keuzes naar westers model
- Men ontwikkelt zich naar altijd beter, van laag naar hoog
- Cultuur wordt gezien als een geheel van homogene, afgebakende groep mensen
Waarde van evolutionisme:
- Bestuderen van cultuurproces en overstijgen het raciale, mens is universeel
verwant, 1 soort
- Verschil proberen kaderen en geen rassenindeling meer
- Begrippen en definities ontwikkelen
- Interesse in verschil: ziet men in cultuur
Kritieken:
- Unilineaire evolutie met waardeoordeel
o Eenzijdig: technologie als norm
o Cultuur is geen wetenschappelijk fenomeen dat je in een klassement kan
gieten
- Mensen worden op een manier ‘bevroren’ in de tijd van ‘de primitieve’, denkt in
stereotypen
B Cultuurdefenitie van Tylor
Introduceert een lijn voor alle culturen door te spreken over elementen die overal in elke
cultuur terug te vinden zijn hij benadrukt dat er wereldwijd een gelijkaardig fenomeen
bestaat namelijk cultuur
Elementen die in deze definitie worden benadrukt en dus van belang zijn:
- Cultuur is aangeleerd
- Cultuur is een complex geheel
- Maakte met zijn ideeën mogelijk om cultuur te bestuderen vanuit
wetenschappelijk perspectief, eerste die studie van cultuur als concept centraal
zette
- Mens kan alleen cultuur verwerven in de context van een SL
- Cultuur is een breed begrip = alle verworvenheden van de mens als sociaal wezen
behoren ertoe
Tekortkoming van deze definitie: