1 Les 2 (niet in cursus)................................................................................3
1.1 Media in België: context.....................................................................3
1.2 Media in Belgie: overzicht..................................................................6
2 Marktstructuren........................................................................................8
3 De sterkste schakel................................................................................12
4 Mediaconvergentie.................................................................................15
4.1 Technologie......................................................................................15
4.2 Content/format.................................................................................15
4.3 Industrieel........................................................................................16
4.4 Regelgeving......................................................................................16
4.5 Convergentiestrategieën..................................................................17
4.6 Sterke mediamerken blijven relevant...............................................17
4.6.1 Merkarchitectuur........................................................................17
4.7 Proces van digitale transformatie.....................................................17
4.8 Proces van creatieve destructie.......................................................18
5 Platformisering.......................................................................................19
5.1.1 Kenmerk 1: netwerkeffecten......................................................19
5.1.2 Kenmerk 2: pioniersvoordeel.....................................................20
5.1.3 Kenmerk 3: technologische compatibiliteit................................20
5.1.4 Kenmerk 4: overstapkosten.......................................................21
5.1.5 Toenemende macht platformen.................................................21
5.1.6 Platformafhankelijkheid..............................................................22
6 Hoe groter, hoe beter?...........................................................................24
7 Gastles DPG media (Jo Snoeckx)............................................................31
7.1 Inleiding............................................................................................31
7.2 The revolution of audio....................................................................31
7.3 The power of radio...........................................................................31
7.4 Radio as advertiser...........................................................................31
7.5 The future of radio advertising.........................................................32
8 Een versnipperend publiek.....................................................................33
9 Gastles Disney........................................................................................36
9.1 Reclame in de media-industrie.........................................................36
9.2 De media-industrie in context..........................................................36
9.3 Hoe werkt reclameverkoop?.............................................................37
9.4 Misvattingen.....................................................................................38
9.5 Toekomstperspectievne....................................................................38
,10 Follow the money................................................................................39
10.1 Abonnementsmodellen..................................................................39
10.2 Advertentiemodellen......................................................................41
11 Creativiteit verzekerd...........................................................................43
11.1 Intellectueel eigendom als bedrijfsstrategie..................................43
11.2 Intellectueel eigendom centraal in media-industrie.......................43
11.2.1 Visie 1: AUTEURSRECHT BRON VAN INNOVATIE EN CREATIVITEIT
............................................................................................................43
11.2.2 Visie 2: INTELLECTUEEL MONOPOLIE.......................................43
11.3 Exclusiviteit centraal bij intellectuele eigendom............................44
12 Het risico waard....................................................................................46
12.1 Media = risky business...................................................................46
12.1.1 Baumol’s kostenziekte.............................................................46
12.2 Hit-of-missindustrie........................................................................46
12.2.1 Portfolio: risico’s spreiden (diversificatie)................................46
12.2.2 Hit of miss industrie.................................................................47
12.2.3 Formats als succesrecept in TV................................................47
13 Streamz gastles...................................................................................49
14 Drama van eigen kweek......................................................................51
15 Gastles VRT (zie ppt)...........................................................................56
15.1 De publieke omroep in een platformtijdperk..................................56
15.1.1 Wat is publieke omroep?..........................................................56
15.1.2 Waar komt de publieke omroep vandaan?...............................56
15.1.3 Waar staan we vandaag?.........................................................57
15.1.4 Wat zijn de grote uitdagingen en opportuniteiten voor de
publieke omroep?................................................................................57
15.1.5 Big tech is groot.......................................................................57
15.1.6 Wat kunnen we zelf doen?.......................................................57
16 Het huis van vertrouwen.....................................................................59
17 Geen bal op tv.....................................................................................63
18 Examen...............................................................................................69
,1 Les 2 (niet in cursus)
1.1 Media in België: context
Weinig markten die zowel in zuiden als noorden actief zijn, dus geen ‘DE
Belgische markt’: 2 belangrijke markten
1. Vlaamse markt
2. Franse markt
Media draait om taal (zorgt voor grootte markt,
exportmogelijkheden en impact op markten waar we toenadering op
zoeken)
Derde gemeenschap = Duitse gemeenschap
Complexe staatsstructuur
- Gemeenschappen zijn bevoegd voor media sinds 1980
- Elk heeft zijn eigen mediaorganisaties, regelgeving en regulator (=
of regels worden gehandhaafd) (+ hebben eigen minister)
- Belangrijke invloed Europese regels maar toch een eigen dynamiek
(omzetten van uit Europese richtlijn)
- Via media gaan we onze taal gaan promoten
GALANT: MR, waals
minister van
media
FRECHES: minister
in duitstalig gebied
- RTBF <-> VRT
- Enkele afdelingen media is afhankelijk van federaal niveau
Size matters
- wij (België) zijn kleine olifant naast grote olifant (Engels markt,
Spaanse markt,...)
Wij zijn kleine mediamarkt
Mediabedrijven in grote markten hebben veel meer middelen ter
beschikking (want meer geld en advertentie) -> Belgische bedrijven
moeten creatiever zijn en hebben minder talent + minder
productiefactoren
Zij hebben kostenvoordeel
Kleine markt brengt economische uitdagingen
o Marktgrootte cruciaal in begrijpen vraag en aanbod
o # inwoners impact op beschikbaarheid productiefactoren
o Populatie grote impact op financiering content:
Consumentenbestedingen
, Reclame-investeringen
Overheidsfinanciering
o Ook impact op beschikbaarheid arbeid
Kleine markten (en hun bedrijven) hebben een
kostennadeel (hoeveel meer kijkers, hoe interessanter om kosten
terug te verdienen)
o Marktgrootte biedt indicatie van financiële conditie
mediamarkt
Minder inkomstenbronnen
Minder mogelijkheden tot exploitatie van content
Beperktere mogelijkheid tot export (taal)
Moeilijkere financiering van content
o Typisch sterkere graad overheidsinterventie en –steun
Belgische mediamarkt bestaat feitelijk niet
- Mediabedrijfsbelangen stoppen doorgaans aan de taalgrens
o Pogingen om te investeren in andere taalgemeenschap bleek
niet altijd even succesvol in het verleden
- Cultureel nabije buitenland (voor schaal te vergroten) bleek wel een
werkbare optie om schaal uit te breiden (internationale expansie)
Krachtlijnen van ons medialandschap
- Vlaanderen is grootste markt, met sterke mediabedrijven,
internationaal vertakt, gediversifieerde belangen (diagonale
expansie)
- Wallonië is significant kleiner, grote invloed van buitenlandse
mediabedrijven, uitdaging voor lokale mediabedrijven (kostennadeel
tov Vlaanderen, TF1 populairste kanaal = Frans, RTL )
- Duitstalige markt is zeer klein, nauwelijks leefbaar als mediamarkt,
maar wel eigen publiek omroep (BRF)
3 gemeenschappen, 3 mediaregulatoren
- Marktregulator is belast met toezicht op de goede werking van de
markt en de naleving van de gedragsregels
- Specifiek voor audiovisuele sector (mediadecreet)
Complexe staatsstructuur
- Federale regulator voor elektronische communicatie
o Toezicht op telecomnetwerken (en digitale platformen)
o Allocatie van telecomfrequenties
- Samenwerking met mediaregulatoren
o Aantal dingen federaal en andere regionaal -> regulatoren
moeten samenwerken
, - BIPT = Belgisch instituut voor postdiensten en telecommunicatie
o Zien toe op telecomnetwerken en internet
o Op kranten betalen we geen btw -> federaal niveau (btw) ->
meer mensen gaan krant lezen
qRadio: oudste audiovisuele medium
- Begonnen met eerste radio-experimenten voor en tijdens WOI
- Leidt tot de oprichting van NIR-INR naar BBC-model
o Publiek monopolie op de radio-uitzendingen
- In 1960 wordt NIR opgeheven, leidt tot oprichting van 2
omroeporganisaties BRT en RTB
o Vanaf 1974 verhuis naar de Reyerslaan
Publiek monopolie onder druk
o Protest tegen publieke monopolie vanuit de vrije radiosector
Nieuwe tijdsgeest vanaf jaren ’60, opkomst populaire
muziek
Ontstaan van piraatzenders (protesteren tegen BRT en
BRT want ouderwetse muziek -> tegenbeweging) = vrije
radio’s
o Repressie, maar tij niet meer te keren: legalisering in 1981
o Vraag naar commerciële radio bleef en leidde tot de
liberalisering
Markt met grote uitdagingen
o Bereik radio vermindert (publiek daalt)
o Volume (# minuten) daalt
o Spotify en YT spelen grote rol
o Podcasting
Televisie: publieke monopolie bevestigd
- Eerste televisie in 1953 in B
o Publieke monopolie NIR-NRI en later BRT en RTB bevestigt
o Heel erg gepolitiseerd en bureaucratisch (volgens afspiegeling
van regering, bepaalde wat er op publieke omroep kwam)
o Paternalistisch, oubollig, elitaire benadering (ver weg van
leven van de mens, geen ontspanning)
o Nederlandse zenders Veronica en TROS populair (via antenne)
Commerciële televisie in liberaliseringsgolf
o Vanaf jaren ’80: vrije markt- en neoliberale ideologie breekt
door
Privatisering van publieke bedrijven
Druk vanuit advertentiemarkt om via TV te kunnen
adverteren
Evolutie naar duale oproepmarkt (publiek en privaat)
Liberalisering
o In zog creatie van markt voor televisieproducties
o Marktaandeel publieke omroepen in verval, modernisering
(van publieke omroep) nodig
1.1 Media in België: context.....................................................................3
1.2 Media in Belgie: overzicht..................................................................6
2 Marktstructuren........................................................................................8
3 De sterkste schakel................................................................................12
4 Mediaconvergentie.................................................................................15
4.1 Technologie......................................................................................15
4.2 Content/format.................................................................................15
4.3 Industrieel........................................................................................16
4.4 Regelgeving......................................................................................16
4.5 Convergentiestrategieën..................................................................17
4.6 Sterke mediamerken blijven relevant...............................................17
4.6.1 Merkarchitectuur........................................................................17
4.7 Proces van digitale transformatie.....................................................17
4.8 Proces van creatieve destructie.......................................................18
5 Platformisering.......................................................................................19
5.1.1 Kenmerk 1: netwerkeffecten......................................................19
5.1.2 Kenmerk 2: pioniersvoordeel.....................................................20
5.1.3 Kenmerk 3: technologische compatibiliteit................................20
5.1.4 Kenmerk 4: overstapkosten.......................................................21
5.1.5 Toenemende macht platformen.................................................21
5.1.6 Platformafhankelijkheid..............................................................22
6 Hoe groter, hoe beter?...........................................................................24
7 Gastles DPG media (Jo Snoeckx)............................................................31
7.1 Inleiding............................................................................................31
7.2 The revolution of audio....................................................................31
7.3 The power of radio...........................................................................31
7.4 Radio as advertiser...........................................................................31
7.5 The future of radio advertising.........................................................32
8 Een versnipperend publiek.....................................................................33
9 Gastles Disney........................................................................................36
9.1 Reclame in de media-industrie.........................................................36
9.2 De media-industrie in context..........................................................36
9.3 Hoe werkt reclameverkoop?.............................................................37
9.4 Misvattingen.....................................................................................38
9.5 Toekomstperspectievne....................................................................38
,10 Follow the money................................................................................39
10.1 Abonnementsmodellen..................................................................39
10.2 Advertentiemodellen......................................................................41
11 Creativiteit verzekerd...........................................................................43
11.1 Intellectueel eigendom als bedrijfsstrategie..................................43
11.2 Intellectueel eigendom centraal in media-industrie.......................43
11.2.1 Visie 1: AUTEURSRECHT BRON VAN INNOVATIE EN CREATIVITEIT
............................................................................................................43
11.2.2 Visie 2: INTELLECTUEEL MONOPOLIE.......................................43
11.3 Exclusiviteit centraal bij intellectuele eigendom............................44
12 Het risico waard....................................................................................46
12.1 Media = risky business...................................................................46
12.1.1 Baumol’s kostenziekte.............................................................46
12.2 Hit-of-missindustrie........................................................................46
12.2.1 Portfolio: risico’s spreiden (diversificatie)................................46
12.2.2 Hit of miss industrie.................................................................47
12.2.3 Formats als succesrecept in TV................................................47
13 Streamz gastles...................................................................................49
14 Drama van eigen kweek......................................................................51
15 Gastles VRT (zie ppt)...........................................................................56
15.1 De publieke omroep in een platformtijdperk..................................56
15.1.1 Wat is publieke omroep?..........................................................56
15.1.2 Waar komt de publieke omroep vandaan?...............................56
15.1.3 Waar staan we vandaag?.........................................................57
15.1.4 Wat zijn de grote uitdagingen en opportuniteiten voor de
publieke omroep?................................................................................57
15.1.5 Big tech is groot.......................................................................57
15.1.6 Wat kunnen we zelf doen?.......................................................57
16 Het huis van vertrouwen.....................................................................59
17 Geen bal op tv.....................................................................................63
18 Examen...............................................................................................69
,1 Les 2 (niet in cursus)
1.1 Media in België: context
Weinig markten die zowel in zuiden als noorden actief zijn, dus geen ‘DE
Belgische markt’: 2 belangrijke markten
1. Vlaamse markt
2. Franse markt
Media draait om taal (zorgt voor grootte markt,
exportmogelijkheden en impact op markten waar we toenadering op
zoeken)
Derde gemeenschap = Duitse gemeenschap
Complexe staatsstructuur
- Gemeenschappen zijn bevoegd voor media sinds 1980
- Elk heeft zijn eigen mediaorganisaties, regelgeving en regulator (=
of regels worden gehandhaafd) (+ hebben eigen minister)
- Belangrijke invloed Europese regels maar toch een eigen dynamiek
(omzetten van uit Europese richtlijn)
- Via media gaan we onze taal gaan promoten
GALANT: MR, waals
minister van
media
FRECHES: minister
in duitstalig gebied
- RTBF <-> VRT
- Enkele afdelingen media is afhankelijk van federaal niveau
Size matters
- wij (België) zijn kleine olifant naast grote olifant (Engels markt,
Spaanse markt,...)
Wij zijn kleine mediamarkt
Mediabedrijven in grote markten hebben veel meer middelen ter
beschikking (want meer geld en advertentie) -> Belgische bedrijven
moeten creatiever zijn en hebben minder talent + minder
productiefactoren
Zij hebben kostenvoordeel
Kleine markt brengt economische uitdagingen
o Marktgrootte cruciaal in begrijpen vraag en aanbod
o # inwoners impact op beschikbaarheid productiefactoren
o Populatie grote impact op financiering content:
Consumentenbestedingen
, Reclame-investeringen
Overheidsfinanciering
o Ook impact op beschikbaarheid arbeid
Kleine markten (en hun bedrijven) hebben een
kostennadeel (hoeveel meer kijkers, hoe interessanter om kosten
terug te verdienen)
o Marktgrootte biedt indicatie van financiële conditie
mediamarkt
Minder inkomstenbronnen
Minder mogelijkheden tot exploitatie van content
Beperktere mogelijkheid tot export (taal)
Moeilijkere financiering van content
o Typisch sterkere graad overheidsinterventie en –steun
Belgische mediamarkt bestaat feitelijk niet
- Mediabedrijfsbelangen stoppen doorgaans aan de taalgrens
o Pogingen om te investeren in andere taalgemeenschap bleek
niet altijd even succesvol in het verleden
- Cultureel nabije buitenland (voor schaal te vergroten) bleek wel een
werkbare optie om schaal uit te breiden (internationale expansie)
Krachtlijnen van ons medialandschap
- Vlaanderen is grootste markt, met sterke mediabedrijven,
internationaal vertakt, gediversifieerde belangen (diagonale
expansie)
- Wallonië is significant kleiner, grote invloed van buitenlandse
mediabedrijven, uitdaging voor lokale mediabedrijven (kostennadeel
tov Vlaanderen, TF1 populairste kanaal = Frans, RTL )
- Duitstalige markt is zeer klein, nauwelijks leefbaar als mediamarkt,
maar wel eigen publiek omroep (BRF)
3 gemeenschappen, 3 mediaregulatoren
- Marktregulator is belast met toezicht op de goede werking van de
markt en de naleving van de gedragsregels
- Specifiek voor audiovisuele sector (mediadecreet)
Complexe staatsstructuur
- Federale regulator voor elektronische communicatie
o Toezicht op telecomnetwerken (en digitale platformen)
o Allocatie van telecomfrequenties
- Samenwerking met mediaregulatoren
o Aantal dingen federaal en andere regionaal -> regulatoren
moeten samenwerken
, - BIPT = Belgisch instituut voor postdiensten en telecommunicatie
o Zien toe op telecomnetwerken en internet
o Op kranten betalen we geen btw -> federaal niveau (btw) ->
meer mensen gaan krant lezen
qRadio: oudste audiovisuele medium
- Begonnen met eerste radio-experimenten voor en tijdens WOI
- Leidt tot de oprichting van NIR-INR naar BBC-model
o Publiek monopolie op de radio-uitzendingen
- In 1960 wordt NIR opgeheven, leidt tot oprichting van 2
omroeporganisaties BRT en RTB
o Vanaf 1974 verhuis naar de Reyerslaan
Publiek monopolie onder druk
o Protest tegen publieke monopolie vanuit de vrije radiosector
Nieuwe tijdsgeest vanaf jaren ’60, opkomst populaire
muziek
Ontstaan van piraatzenders (protesteren tegen BRT en
BRT want ouderwetse muziek -> tegenbeweging) = vrije
radio’s
o Repressie, maar tij niet meer te keren: legalisering in 1981
o Vraag naar commerciële radio bleef en leidde tot de
liberalisering
Markt met grote uitdagingen
o Bereik radio vermindert (publiek daalt)
o Volume (# minuten) daalt
o Spotify en YT spelen grote rol
o Podcasting
Televisie: publieke monopolie bevestigd
- Eerste televisie in 1953 in B
o Publieke monopolie NIR-NRI en later BRT en RTB bevestigt
o Heel erg gepolitiseerd en bureaucratisch (volgens afspiegeling
van regering, bepaalde wat er op publieke omroep kwam)
o Paternalistisch, oubollig, elitaire benadering (ver weg van
leven van de mens, geen ontspanning)
o Nederlandse zenders Veronica en TROS populair (via antenne)
Commerciële televisie in liberaliseringsgolf
o Vanaf jaren ’80: vrije markt- en neoliberale ideologie breekt
door
Privatisering van publieke bedrijven
Druk vanuit advertentiemarkt om via TV te kunnen
adverteren
Evolutie naar duale oproepmarkt (publiek en privaat)
Liberalisering
o In zog creatie van markt voor televisieproducties
o Marktaandeel publieke omroepen in verval, modernisering
(van publieke omroep) nodig