EXAMENVRAGEN POLITIESTUDIES
1. WAT IS DE ROL VAN DE POLITIE BIJ HET CRIME FIGHTING MODEL
Politierol= voldoen aan verwachtingen van de samenleving, zo krijgt de politie legitimiteit
Politierol bij crime fighting is dat de politie aan beperkte maatschappelijke interventie en
betrokkenheid doet.
2. GEMEENTELIJKE AUTONOMIE DOORHEEN DE GESCHIEDENIS
Gemeentelijke autonomie= de burgemeester heeft macht over de politie.
De BE politiediensten bij de onafhankelijkheid van BE (1830-1870): de vorst wil aan de macht blijven,
maar het parlement is hiertegen, zij willen zijn macht beperken. Sinds 1836 is er de gemeentewet
hierin staat o.a.: Regels gemeenteraadsverkiezing, manier waarop burgemeester wordt gekozen,…
De burgemeester wordt door de gemeenteraad naar voor gedragen & de koning benoemt die.
◼ Compromis:
➢ Gemeenteraad kan politie vorderen & politiereglementen uitvaardigen
➢ College van burgemeester & schepenen naleven politiereglementen
➢ Burgemeester is verantwoordelijk (heeft veel macht)
◼ 1842: burgemeester heeft controle over politiewerving
In de jaren 1880 is er een pleidooi voor een autonome gerechtelijke politie. De burgemeesters zijn
hier tegen want ze willen gemeentelijke autonomie. Het pleidooi haalt het nooit.
Regeringsverklaring op 5 juni 1990 voor het pinksterplan
- Programma antwoordt op rapport Bendecommissie (30/4/1990)
- Staat wil haar groep versterken op veiligheid -> Legitimiteit v/d politie
- Maatregel 2: herwaardering van de gemeentepolitie
De gemeentepolitie geherstructureerd. Onderbrenging in politiezones via intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden. Door de ministeriele omzendbrief OOP13 werden gemeentepolities
eigenlijk ‘verplicht’ om samen te werken. Als een korps geen 24/7 permanentie kon bieden, dan nam
de rijkswacht over. En de korpsen kregen ook geld als ze samen werkten (subsidieringspolitiek). De
burgemeesters vonden dit natuurlijk niet kunne, het is een aanslag op hun gemeentelijke autonomie,
zij willen de baas over hun korps blijven en die macht niet delen met andere burgemeesters. De
pilootprojecten (weerstand) kwam vooral van de communalisten (CD&V) en vooral in Vlaanderen.
Diegene die niet samenwerkte kregen een achterstand.
1
,3. GEEF DE 2 ONDERVRAGINGSSTIJLEN / VERHOORMETHODES VAN DE POLITIE
Verhoor = spil v/h onderzoek -> verklaringen van mogelijke betrokkenen bij het misdrijf
“Een door middel van een proces-verbaal geacteerd vraaggesprek, tussen een ambtenaar met
politiebevoegdheid en een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks kan betrokken zijn bij
gebeurtenissen die de gerechtelijke overheden aanbelangen, teneinde alle relevante informatie te
verzamelen, met als doel de waarheidsvinding, en dit alles op de wijze en in de vorm bepaald door de
wet.”
1) Beschuldigende ondervragingsstijl
Vooral in landen als de VS, Canada, Aziatische landen, ze willen enkel controle & bekentenis
verkrijgen -> risico op valse bekentenissen. Ze passen trucjes & misleidingen (manipulatie) toe om die
te verkrijgen. Ze detecteren van leugens & er is de schuldassumptie (tegenovergestelde van
vermoeden van onschuld). Er ligt een grote hoeveelheid druk op de verdachte.
2) Informatieverzamelende ondervragingsstijl (investigative interviewing)
Hiermee wordt waarheidsgetrouwe informatie mee verkregen. Er is sprake van een opbouwen van
een ‘rapport’, de ontwikkeling van een goede werkrelatie tussen de verhoorder (politie) & verhoorde
(verdachte), er is sprake van medewerking aan het onderzoek. De politie neemt een open houding
aan & stelt verklaring gerichte vragen = onderzoekende houding.
– ze gebruiken de PECA techniek
-> planning & preparation
-> engaging & explain
-> account, clarify & challenge
-> closure
-> evaluation
4. BELANGRIJKSTE VAN HET PINKSTERPLAN -> INGEVOERD DOOR TOBBACK
De staat wil haar greep versterken op veiligheid & wil meer legitimiteit van de politie. Om dit te
bereiken worden er kwalitatieve maatregelen genomen om de doeltreffendheid van politie te
verhogen.
2
,1) herwaardering van de gemeentepolitie
Geen scheiding meer tussen stedelijke & landelijke gemeentepolitie. De gemeentepolitie
geherstructureerd. Onderbrenging in politiezones via intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Door de ministeriele omzendbrief OOP13 werden gemeentepolities eigenlijk ‘verplicht’ om samen te
werken. Als een korps geen 24/7 permanentie kon bieden, dan nam de rijkswacht over. En de
korpsen kregen ook geld als ze samen werkten (subsidieringspolitiek). De burgemeesters vonden dit
natuurlijk niet kunne, het is een aanslag op hun gemeentelijke autonomie, zij willen de baas over hun
korps blijven en die macht niet delen met andere burgemeesters. De pilootprojecten (weerstand)
kwam vooral van de communalisten (CD&V) en vooral in Vlaanderen.
Diegene die niet samenwerkte kregen een achterstand.
2) demilitarisering v/d rijkswacht
Demilitariseren betekent los van defensie/ leger. De voogdij voor gerechtelijke opdrachten ligt bij
justitie en voor het sturend departement bij binnenlandse zaken. Ze willen ook de rijkswacht
verburgerlijken & dichter bij het volk brengen, dit gebeurd door de basispolitiezorg met kwaliteit
(BPZK-projecten) & de interpolitionele samenwerking (met gemeentepolitie).
Dit betekent dus ook dat ze niet meer naar de militaire school gaan. Ze zijn deel van de problem
oriented police.
Hierbij hoort dus decentralisatie: meer autonomie voor de brigades (bottom-up)
top= commissariaat- generaal
Gebied (waren 2 provincies samen, uitz.
Brabant) & groepen (provinciaal) worden
afgeschaft
Vermindering aantal districten
-> je krijgt megadistricten, gerechtelijke
arrondissementen
Brigadecommandant van de lokale
brigades (1 of meerdere gemeentes)
hebben meer beleidsautonomie
-> bottom-up
3
, 3) vijfhoeksoverleg -> zonale veiligheidsraad
Geïnspireerd op het driehoeksoverleg van NE.
België= overleg tussen Burgerlijke overheden (burgemeester), gerechtelijke overheden (pdk) & de 3
grote politiediensten (rijkswacht, gerechtelijke politie & GPP). Het is een federale
samenwerkingsstrategie die is geïntroduceerd door minister BiZa Tobback. Dit gemeentelijke &
provinciale overleg kwam in sommige gemeentes moeilijk op gang (link gemeentelijke autonomie).
Dit zorgt voor de installatie van beleidsstructuur & planmatig werken. Het is de introductie van ‘new
public management’, dat houdt in dat burgers moeten weten wat er gebeurd.
4) 1 wet op politiefunctie (WPA)
5 augustus 1992 -> wet op het politieambt: bepaalt wat politie mag doen. Het beschrijft haar gezag,
controle, leiding & rol + plichten & bevoegdheden van politieambtenaren (vb. wanneer mag een
huiszoeking etc.). daarnaast wordt ook het vijfhoeksoverleg besproken: de relatie tussen de
verantwoordelijken & politiediensten onderling
Dit versterkt de rechtspositie van de burger, die kan naar de rechtbank gaan bij vb. politiegeweld.
5) herstructurering GGP
GGP werd omgevormd tot 1 nationaal korps omdat ze niet met elkaar communiceerden & dat zorgde
voor problemen. De gerechtelijke politie bij de parketten behoudt wel haar gedecentraliseerde
structuur in de gerechtelijke arrondissementen. Er is de oprichting van het commissariaat generaal,
meer controle door de MvJ (duidt korpshoofden aan) & meer aandacht voor financieel-eco. crimi.
Er ontstaat ook de consensusnota: gerechtelijke taakverdeling tussen de GPP & de rijkswacht.
4
1. WAT IS DE ROL VAN DE POLITIE BIJ HET CRIME FIGHTING MODEL
Politierol= voldoen aan verwachtingen van de samenleving, zo krijgt de politie legitimiteit
Politierol bij crime fighting is dat de politie aan beperkte maatschappelijke interventie en
betrokkenheid doet.
2. GEMEENTELIJKE AUTONOMIE DOORHEEN DE GESCHIEDENIS
Gemeentelijke autonomie= de burgemeester heeft macht over de politie.
De BE politiediensten bij de onafhankelijkheid van BE (1830-1870): de vorst wil aan de macht blijven,
maar het parlement is hiertegen, zij willen zijn macht beperken. Sinds 1836 is er de gemeentewet
hierin staat o.a.: Regels gemeenteraadsverkiezing, manier waarop burgemeester wordt gekozen,…
De burgemeester wordt door de gemeenteraad naar voor gedragen & de koning benoemt die.
◼ Compromis:
➢ Gemeenteraad kan politie vorderen & politiereglementen uitvaardigen
➢ College van burgemeester & schepenen naleven politiereglementen
➢ Burgemeester is verantwoordelijk (heeft veel macht)
◼ 1842: burgemeester heeft controle over politiewerving
In de jaren 1880 is er een pleidooi voor een autonome gerechtelijke politie. De burgemeesters zijn
hier tegen want ze willen gemeentelijke autonomie. Het pleidooi haalt het nooit.
Regeringsverklaring op 5 juni 1990 voor het pinksterplan
- Programma antwoordt op rapport Bendecommissie (30/4/1990)
- Staat wil haar groep versterken op veiligheid -> Legitimiteit v/d politie
- Maatregel 2: herwaardering van de gemeentepolitie
De gemeentepolitie geherstructureerd. Onderbrenging in politiezones via intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden. Door de ministeriele omzendbrief OOP13 werden gemeentepolities
eigenlijk ‘verplicht’ om samen te werken. Als een korps geen 24/7 permanentie kon bieden, dan nam
de rijkswacht over. En de korpsen kregen ook geld als ze samen werkten (subsidieringspolitiek). De
burgemeesters vonden dit natuurlijk niet kunne, het is een aanslag op hun gemeentelijke autonomie,
zij willen de baas over hun korps blijven en die macht niet delen met andere burgemeesters. De
pilootprojecten (weerstand) kwam vooral van de communalisten (CD&V) en vooral in Vlaanderen.
Diegene die niet samenwerkte kregen een achterstand.
1
,3. GEEF DE 2 ONDERVRAGINGSSTIJLEN / VERHOORMETHODES VAN DE POLITIE
Verhoor = spil v/h onderzoek -> verklaringen van mogelijke betrokkenen bij het misdrijf
“Een door middel van een proces-verbaal geacteerd vraaggesprek, tussen een ambtenaar met
politiebevoegdheid en een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks kan betrokken zijn bij
gebeurtenissen die de gerechtelijke overheden aanbelangen, teneinde alle relevante informatie te
verzamelen, met als doel de waarheidsvinding, en dit alles op de wijze en in de vorm bepaald door de
wet.”
1) Beschuldigende ondervragingsstijl
Vooral in landen als de VS, Canada, Aziatische landen, ze willen enkel controle & bekentenis
verkrijgen -> risico op valse bekentenissen. Ze passen trucjes & misleidingen (manipulatie) toe om die
te verkrijgen. Ze detecteren van leugens & er is de schuldassumptie (tegenovergestelde van
vermoeden van onschuld). Er ligt een grote hoeveelheid druk op de verdachte.
2) Informatieverzamelende ondervragingsstijl (investigative interviewing)
Hiermee wordt waarheidsgetrouwe informatie mee verkregen. Er is sprake van een opbouwen van
een ‘rapport’, de ontwikkeling van een goede werkrelatie tussen de verhoorder (politie) & verhoorde
(verdachte), er is sprake van medewerking aan het onderzoek. De politie neemt een open houding
aan & stelt verklaring gerichte vragen = onderzoekende houding.
– ze gebruiken de PECA techniek
-> planning & preparation
-> engaging & explain
-> account, clarify & challenge
-> closure
-> evaluation
4. BELANGRIJKSTE VAN HET PINKSTERPLAN -> INGEVOERD DOOR TOBBACK
De staat wil haar greep versterken op veiligheid & wil meer legitimiteit van de politie. Om dit te
bereiken worden er kwalitatieve maatregelen genomen om de doeltreffendheid van politie te
verhogen.
2
,1) herwaardering van de gemeentepolitie
Geen scheiding meer tussen stedelijke & landelijke gemeentepolitie. De gemeentepolitie
geherstructureerd. Onderbrenging in politiezones via intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Door de ministeriele omzendbrief OOP13 werden gemeentepolities eigenlijk ‘verplicht’ om samen te
werken. Als een korps geen 24/7 permanentie kon bieden, dan nam de rijkswacht over. En de
korpsen kregen ook geld als ze samen werkten (subsidieringspolitiek). De burgemeesters vonden dit
natuurlijk niet kunne, het is een aanslag op hun gemeentelijke autonomie, zij willen de baas over hun
korps blijven en die macht niet delen met andere burgemeesters. De pilootprojecten (weerstand)
kwam vooral van de communalisten (CD&V) en vooral in Vlaanderen.
Diegene die niet samenwerkte kregen een achterstand.
2) demilitarisering v/d rijkswacht
Demilitariseren betekent los van defensie/ leger. De voogdij voor gerechtelijke opdrachten ligt bij
justitie en voor het sturend departement bij binnenlandse zaken. Ze willen ook de rijkswacht
verburgerlijken & dichter bij het volk brengen, dit gebeurd door de basispolitiezorg met kwaliteit
(BPZK-projecten) & de interpolitionele samenwerking (met gemeentepolitie).
Dit betekent dus ook dat ze niet meer naar de militaire school gaan. Ze zijn deel van de problem
oriented police.
Hierbij hoort dus decentralisatie: meer autonomie voor de brigades (bottom-up)
top= commissariaat- generaal
Gebied (waren 2 provincies samen, uitz.
Brabant) & groepen (provinciaal) worden
afgeschaft
Vermindering aantal districten
-> je krijgt megadistricten, gerechtelijke
arrondissementen
Brigadecommandant van de lokale
brigades (1 of meerdere gemeentes)
hebben meer beleidsautonomie
-> bottom-up
3
, 3) vijfhoeksoverleg -> zonale veiligheidsraad
Geïnspireerd op het driehoeksoverleg van NE.
België= overleg tussen Burgerlijke overheden (burgemeester), gerechtelijke overheden (pdk) & de 3
grote politiediensten (rijkswacht, gerechtelijke politie & GPP). Het is een federale
samenwerkingsstrategie die is geïntroduceerd door minister BiZa Tobback. Dit gemeentelijke &
provinciale overleg kwam in sommige gemeentes moeilijk op gang (link gemeentelijke autonomie).
Dit zorgt voor de installatie van beleidsstructuur & planmatig werken. Het is de introductie van ‘new
public management’, dat houdt in dat burgers moeten weten wat er gebeurd.
4) 1 wet op politiefunctie (WPA)
5 augustus 1992 -> wet op het politieambt: bepaalt wat politie mag doen. Het beschrijft haar gezag,
controle, leiding & rol + plichten & bevoegdheden van politieambtenaren (vb. wanneer mag een
huiszoeking etc.). daarnaast wordt ook het vijfhoeksoverleg besproken: de relatie tussen de
verantwoordelijken & politiediensten onderling
Dit versterkt de rechtspositie van de burger, die kan naar de rechtbank gaan bij vb. politiegeweld.
5) herstructurering GGP
GGP werd omgevormd tot 1 nationaal korps omdat ze niet met elkaar communiceerden & dat zorgde
voor problemen. De gerechtelijke politie bij de parketten behoudt wel haar gedecentraliseerde
structuur in de gerechtelijke arrondissementen. Er is de oprichting van het commissariaat generaal,
meer controle door de MvJ (duidt korpshoofden aan) & meer aandacht voor financieel-eco. crimi.
Er ontstaat ook de consensusnota: gerechtelijke taakverdeling tussen de GPP & de rijkswacht.
4