Samenvatting Etnografie 1.2
Inhoudsopgave
Paard deel 2 ............................................................................................................................................. 2
1
,Paard deel 2
5. stalondeugden en slechte gewoonten bij paarden
- behoren eigenlijk niet strikt tot ‘exterieur’
- in principe hoeven ze niet nefast te zijn voor de verwachtte prestatie
- vormen toch een onderdeel van de GLOBALE beoordeling
- mogelijk belangrijk in de bepaling van de GEBRUIKSWAARDE
2.4 paardenrassen
1. wilde paarden
Prezwalski:
- bijna uitgestorven op einde 19de eeuw, nu in dierentuinen en reservaten (+/- 1.000 dieren)
- bestand tegen guur klimaat, langlevend, groot uithoudingsvermogen
- ‘schrikachtig’ en ‘ontembaar’
- morfologie:
• primitief ras, weinig variatie
• klein (pony-type: schofthoogte 130-155 cm)
• grof, ‘onedel’; zwaar en breed hoofd, kleine muizenoren; rechtopstaande manen
• dichte viltachtige vacht
• uniform bruin-rode wildkleur, brede aalstreep, NOOIT witte aftekeningen
• blekere buik, veel zwart aan de ledematen
• matig ontwikkeld grof behang
• meelmuil, manen rechtop
Tarpan:
- laatste exemplaren stierven uit eind 19de eeuw (Rusland)
- huidige Tarpans = wedersamengesteld in Polen uit primitieve pony-rassen
- tam, koppig en moeilijk karakter, moedig maar ook aggressief
- gehard, sober en goed vruchtbaar; basis voor aantal pony-rassen
- morfologie:
• klein (schofthoogte 135 cm), zwaar hoofd (lang en breed), relatief lange oren, fijne
ledematen
2
, • haarkleur: wildkleur muisgrijs, aalstreep, zebrastrepen, GEEN witte aftekeningen;
winterbeharing kan wit zijn
• matig behang, manen deels rechtop
2. volbloeden
Arabische volbloed:
- herkomst blijft speculatief: kruising Mongoolse paarden en Tarpans
- Bedoeïnen-stammen (6de eeuw) kweken zeer weerstandige woestijnpaarden (Nedjebgebied)
- paardenfokkerij en –ruiterij wordt door Mohammed (570-643) verplicht: militaire kader van de
islamitische veroveringstochten
- extreem gehard tegen ongunstige omstandigheden: schrale voeding, schaars water,
temperatuursvariatie dag-nacht (30°C)
- selectie op hardheid, soberheid, wendbaarheid en handigheid onder de ruiter
- selectie van veulens: slechts één derde overleefde
- Arabische volbloed = onverwoestbaar weerstand- en recuperatievermogen (veel meer dan
‘snelheid over korte afstand’)
- semi-mythisch dier = maakt deel uit van rondtrekkende Bedoeïnen-gezin
- brutale omgang met paarden werd niet getolereerd
- ‘bit’ werd beschouwd als ‘foltertuig’
- alleen hoefbeslag aan de voorvoeten
- bloedinmenging met andere paarden werd/wordt vermeden = gesloten populatie (grote
gelijkenissen tussen volbloed-Arabieren)
- volbloed = raszuiverheid + dominantie in kruisingsprodukten: Arabier drukt meestal zeer
duidelijk zijn stempel op de nakomelingen bij kruisen
- morfologie ‘woestijn-Arabier’:
• niet al te groot (schofthoogte: 145-155 cm); eerder korte ledematen
• ‘dunne’, soepele huid, ‘droog’voorkomen
• fijn maar ‘hard’ skelet
• zijde-achtig behang, spaarzaam op de ledematen
• ’snoekshoofd’, breed voorhoofd, versmalt sterk naar neusgaten
• kleine, ver uit elkaar staande oren
• ietwat uitpuilende, expressieve ogen, zwartglanzende oogleden met lange wimpers
• grote, dunne neusvleugels die steeds (wijd) open staan ook in rust
• een nogal korte, weinig gespierde hals (dikwijls zwanenhals)
• nogal lange rug
• opvallend vlak kruis, met een hoge staartinplanting
• gebruikelijke haarkleuren: grijs, licht- en donkerbruin, vos, zwart; weinig aftekeningen
3
, - ‘Arabier’ breidde zich tijdens de heilige oorlogen uit over naburige geografische gebieden:
Klein-Aziê, Iran, Z-O Europa, Egypte, Noord-Afrika waar hij werd ‘ingekruist’
- tijdens de kruistochten werd hij ook in West Europa bekend
- na de Middeleeuwen neemt de belangstelling voor kleinere, wendbareen beweeglijke paarden
opnieuw toe (verandringen in oorlogsvoering)
- vanaf de 16de eeuw wordt de Arabier in Europa systematisch ingezet als ‘rasverbeteraar’ =
wordt ingekruist, ook bij tuig- en lichte trekpaarden
- in Europese staatsstoeterijen vormen de Arabieren de ‘veredelingskern’ = inkruisen van
goedmoedig temperament, soberheid, sterk skelet, groot uithoudings- en recuperatievermogen
- enorme inbreng in warm- én koudbloedfokkerij in Polen, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, de
Balkan, de voormalige Sovjet-Unie, Spanje, Portugal, Frankrijk
- tijdens de 19de eeuw evolutie naar een meer sedentaire levenswijze bij Arabische nomaden:
fokken van een ander type Arabische Volbloed
- geschikt voor sport-prestaties = ‘rentype’ dat er wat ‘onedeler’ uit ziet:
• hoogbeniger
• langer hoofd met recht voorhoofdsprofiel
• compactere belijning
• sterker ontwikkelde achterhand (dan de gemiddelde Engelse volbloed)
• bijkomende haarkleuren (zelfs roeaan) en meer aftekeningen (GEEN verdunde ofbonte
kleurpatronen)
- in Centraal-Europa waren vooral de Hongaarse ‘Shagya’ Arabieren populair (vooral als
rijpaard): Arabier x lokale Europese rassen
- actueel drie verschillende ‘hoofdstammen’ (afbeelding Wikipedia):
• ‘Kuhaylan’: oorspronkelijk edel woestijnpaard met het ‘mannelijkste’ uitzicht: iets
zwaarder en grover type
• ‘Saqlawi’: oorspronkelijk edel woestijnpaard met een ‘vrouwelijker’ uitzicht: verfijnder (zie
hoger)
• ‘Muniqi’ type: langlijniger hoogbeniger rentype, lang rechte hals, wekere rug (meer dan
2/3 van de ‘Arabieren’-populatie, vooral van dit type, bevindt zich in de USA)
4
Inhoudsopgave
Paard deel 2 ............................................................................................................................................. 2
1
,Paard deel 2
5. stalondeugden en slechte gewoonten bij paarden
- behoren eigenlijk niet strikt tot ‘exterieur’
- in principe hoeven ze niet nefast te zijn voor de verwachtte prestatie
- vormen toch een onderdeel van de GLOBALE beoordeling
- mogelijk belangrijk in de bepaling van de GEBRUIKSWAARDE
2.4 paardenrassen
1. wilde paarden
Prezwalski:
- bijna uitgestorven op einde 19de eeuw, nu in dierentuinen en reservaten (+/- 1.000 dieren)
- bestand tegen guur klimaat, langlevend, groot uithoudingsvermogen
- ‘schrikachtig’ en ‘ontembaar’
- morfologie:
• primitief ras, weinig variatie
• klein (pony-type: schofthoogte 130-155 cm)
• grof, ‘onedel’; zwaar en breed hoofd, kleine muizenoren; rechtopstaande manen
• dichte viltachtige vacht
• uniform bruin-rode wildkleur, brede aalstreep, NOOIT witte aftekeningen
• blekere buik, veel zwart aan de ledematen
• matig ontwikkeld grof behang
• meelmuil, manen rechtop
Tarpan:
- laatste exemplaren stierven uit eind 19de eeuw (Rusland)
- huidige Tarpans = wedersamengesteld in Polen uit primitieve pony-rassen
- tam, koppig en moeilijk karakter, moedig maar ook aggressief
- gehard, sober en goed vruchtbaar; basis voor aantal pony-rassen
- morfologie:
• klein (schofthoogte 135 cm), zwaar hoofd (lang en breed), relatief lange oren, fijne
ledematen
2
, • haarkleur: wildkleur muisgrijs, aalstreep, zebrastrepen, GEEN witte aftekeningen;
winterbeharing kan wit zijn
• matig behang, manen deels rechtop
2. volbloeden
Arabische volbloed:
- herkomst blijft speculatief: kruising Mongoolse paarden en Tarpans
- Bedoeïnen-stammen (6de eeuw) kweken zeer weerstandige woestijnpaarden (Nedjebgebied)
- paardenfokkerij en –ruiterij wordt door Mohammed (570-643) verplicht: militaire kader van de
islamitische veroveringstochten
- extreem gehard tegen ongunstige omstandigheden: schrale voeding, schaars water,
temperatuursvariatie dag-nacht (30°C)
- selectie op hardheid, soberheid, wendbaarheid en handigheid onder de ruiter
- selectie van veulens: slechts één derde overleefde
- Arabische volbloed = onverwoestbaar weerstand- en recuperatievermogen (veel meer dan
‘snelheid over korte afstand’)
- semi-mythisch dier = maakt deel uit van rondtrekkende Bedoeïnen-gezin
- brutale omgang met paarden werd niet getolereerd
- ‘bit’ werd beschouwd als ‘foltertuig’
- alleen hoefbeslag aan de voorvoeten
- bloedinmenging met andere paarden werd/wordt vermeden = gesloten populatie (grote
gelijkenissen tussen volbloed-Arabieren)
- volbloed = raszuiverheid + dominantie in kruisingsprodukten: Arabier drukt meestal zeer
duidelijk zijn stempel op de nakomelingen bij kruisen
- morfologie ‘woestijn-Arabier’:
• niet al te groot (schofthoogte: 145-155 cm); eerder korte ledematen
• ‘dunne’, soepele huid, ‘droog’voorkomen
• fijn maar ‘hard’ skelet
• zijde-achtig behang, spaarzaam op de ledematen
• ’snoekshoofd’, breed voorhoofd, versmalt sterk naar neusgaten
• kleine, ver uit elkaar staande oren
• ietwat uitpuilende, expressieve ogen, zwartglanzende oogleden met lange wimpers
• grote, dunne neusvleugels die steeds (wijd) open staan ook in rust
• een nogal korte, weinig gespierde hals (dikwijls zwanenhals)
• nogal lange rug
• opvallend vlak kruis, met een hoge staartinplanting
• gebruikelijke haarkleuren: grijs, licht- en donkerbruin, vos, zwart; weinig aftekeningen
3
, - ‘Arabier’ breidde zich tijdens de heilige oorlogen uit over naburige geografische gebieden:
Klein-Aziê, Iran, Z-O Europa, Egypte, Noord-Afrika waar hij werd ‘ingekruist’
- tijdens de kruistochten werd hij ook in West Europa bekend
- na de Middeleeuwen neemt de belangstelling voor kleinere, wendbareen beweeglijke paarden
opnieuw toe (verandringen in oorlogsvoering)
- vanaf de 16de eeuw wordt de Arabier in Europa systematisch ingezet als ‘rasverbeteraar’ =
wordt ingekruist, ook bij tuig- en lichte trekpaarden
- in Europese staatsstoeterijen vormen de Arabieren de ‘veredelingskern’ = inkruisen van
goedmoedig temperament, soberheid, sterk skelet, groot uithoudings- en recuperatievermogen
- enorme inbreng in warm- én koudbloedfokkerij in Polen, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, de
Balkan, de voormalige Sovjet-Unie, Spanje, Portugal, Frankrijk
- tijdens de 19de eeuw evolutie naar een meer sedentaire levenswijze bij Arabische nomaden:
fokken van een ander type Arabische Volbloed
- geschikt voor sport-prestaties = ‘rentype’ dat er wat ‘onedeler’ uit ziet:
• hoogbeniger
• langer hoofd met recht voorhoofdsprofiel
• compactere belijning
• sterker ontwikkelde achterhand (dan de gemiddelde Engelse volbloed)
• bijkomende haarkleuren (zelfs roeaan) en meer aftekeningen (GEEN verdunde ofbonte
kleurpatronen)
- in Centraal-Europa waren vooral de Hongaarse ‘Shagya’ Arabieren populair (vooral als
rijpaard): Arabier x lokale Europese rassen
- actueel drie verschillende ‘hoofdstammen’ (afbeelding Wikipedia):
• ‘Kuhaylan’: oorspronkelijk edel woestijnpaard met het ‘mannelijkste’ uitzicht: iets
zwaarder en grover type
• ‘Saqlawi’: oorspronkelijk edel woestijnpaard met een ‘vrouwelijker’ uitzicht: verfijnder (zie
hoger)
• ‘Muniqi’ type: langlijniger hoogbeniger rentype, lang rechte hals, wekere rug (meer dan
2/3 van de ‘Arabieren’-populatie, vooral van dit type, bevindt zich in de USA)
4