1. hoofdstuk 1: inleiding
Voorbeelden van epidemieën:
Covid-19
BSE = bovine spongioforme encefalopathie = dolle koeien ziekte
Obesitas in Amerika
Cholera-epidemie in Londen (een van de eerste gevallen van epidemiologie)
Eerste geval van epidemiologie: cholera-epidemie in Londen
Veel mensen waren besmet en ze wilden achterhalen van waar de besmetting kwam,
daarom hebben ze alle gevallen op een kaart gezet. Ze zagen dat de meeste gevallen
gecentraliseerd waren rond waterpomp A, Maar er waren een aantal mensen dicht bij A
niet besmet en een aantal ver van A wel besmet. Deze dicht bij A gebruikte een andere
waterbron en die ver van A gebruikte wel A.
=> ze hebben waterbron A afgesloten en de ziekte is toen veel afgenomen
Definitie van epidemiologie:
= studie van de frequentie van ziekten in een populatie, en de determinanten van de
frequentie om de gezondheid/economisch rendement van de populatie te verbeteren.
Frequentie: verband tussen aantal en totale populatie, patroon zoeken, …
Populatie: gaat over de hele groep, geen individuen. Interventie zal voor de hele
populatie zijn en niet voor een individu
Determinanten van de frequentie: niet de oorzaak, risicofactors die ziekte
frequentie doen toenemen, oorzaak hoeft niet gekend te zijn
1
, Rendement van de populatie: in de DGK determinanten van economisch
rendement
Studie: wetenschap, raakpunten met statistiek, biologie, geneeskunde en
economie
Beschrijvende epidemiologie:
Frequenties van ziekten
Patronen in tijd, plaats en bevolkingsgroep
Analytische epidemiologie:
Vergelijken met een controlegroep
Hypothese testen
Associatie tussen blootstelling en ziektestatus
2. hoofdstuk 2: frequentiematen
Ziektefrequentie:
Onderzoeksvragen:
Verschilt frequentie van ziekte tussen populaties?
Is frequentie geassocieerd met aanwezigheid van blootstelling aan
risicofactoren?
Meestal verhouding van NN per 100, per 1000 of per 100 000
Absolute en relatieve maten
2.1 frequentiematen
Proportie = het aantal personen met een bepaald kenmerk gedeeld door het aantal
totale personen
-> teller is een deel van de noemer
Ratio = de verhouding tussen aantallen van 2 categorieën -> vb geslachtsratio, 2
verschillende locaties
-> vb aaltal jongens gedeeld door aantal meisjes
Rate (cijfer) = frequentie binnen bepaalde tijdsperiode -> per persoon per tijdseenheid
-> tijd staat mee in de noemer
!! zie de getal voorbeelden uit de PPT!!
2.2 prevalentie
Prevalentie = proportie personen met ziekte op bepaald tijdspunt of tijdsperiode
Ongeacht of ziekte in periode begon
Combinatie van nieuwe gevallen en de bestaande gevallen
Chronische ziekten hebben een hele hoge prevalentie in de populatie
Ziekten waar je snel aan dood gaat heeft een lage prevalentie in de
populatie
Op 1 tijdstip = point prevalence; over ene periode = period prevalence
totaal aantal ziektegevallen n
∗10
totaal aantal personen∈de populatie
!! zie getal voorbeelden uit de PPT!!
2.3 incidentie
Incidentie = aantal nieuwe ziektegevallen binnen bepaalde tijdsperiode in een
populatie
2
, Weergegeven als: proportie ( incidence proportion of cumulatieve incidentie) of
rate (incidence rate of incidentie cijfer
Incidentie proportie = cumulatieve incidentie:
aantal nieuwe ziektegevallen binnen tijdsintervan n
I= ∗10
aanta personen at risk bij begininterval
Teller = deel van de noemer
Noemer = populatie at risk (=gezond)
Incidentiecijfer = incidence rate:
Opvolging van personen tot eindpunt
Tijd mee in de noemer (persoon*jaar)
Hoe snel een ziekte in populatie verspreidt (personen per jaar)
aantal nieuwe ziektegevallen binnentijdsinterval n
∗10
somm van de tijdsperioden waarin elke personen risico liepen
Noemer = totale mid-jaar populatie
“nn nieuwe gevallen per 1000 personen per jaar”
!! zie de getal voorbeelden uit de PPT!!
Vergelijk:
Incidentie Prevalentie
Nieuwe gevallen Oude+nieuwe gevallen
Dynamisch Statisch
Over ene bepaalde periode Afhankelijk van incidentie en
geschat ziekteduur
Eender chronische ziektes
Verband prevalentie en incidentie:
Chronische ziekten hebben een hogere prevalentie
Verandering in prevalentie: zowel door verandering incidentie als veranderende
ziekteduur
=> bij stabiele populatie: prevalentie = incidentiecijfer * duur
2.4 mortaliteit
= Analoog aan incidentie, met dood als uitkomst
Cumulatieve mortaliteit:
Proportie
Teller = deel van de noemer
aantal individuen , gestorven tijdens gegeven periode
CM = ∗10n
totaal aantal individuen bij het begin van gegeven periode
Mortaliteitscijfer:
Noemer: persoon-jaren via mid-interval populatiegrootte
“NN doden per 100,000 personen per jaar”
3