Muziek
De bouwstenen zijn de basiselementen van de domeinen. Ze zijn nodig om diepgaand te
kunnen communiceren over kunst. Ze vormen de grammatica van de kunsten.
Bouwsteen : tijd
verwijst naar de manier waarop muziek in de tijd is georganiseerd en hoe geluiden en stiltes
zich tot elkaar verhouden in een compositie.
Metrum of cadans
= het regelmatig terugkeren van een sterke of minder sterke beklemtoning in de muziek.
● verdeeld de tijd in gelijke eenheden
● de eerste tel is sterk en de andere krijgen minder nadruk
Ritme
= de opeenvolging van lange en korte klanken, en van lange en korte stiltes
● gestructureerd patroon
● ritme van een lied kan je meeklappen
, bv. De grote pootafdrukken van moeder eend liggen ver uit elkaar en moeten
dus 'lang' gespeeld worden. De afdrukken van de kleine eendjes liggen dichter bij elkaar en klinken
dus veel korter.
Tempo
= de snelheid waarin een lied of klankstuk wordt gezongen of gespeeld (snel of traag)
● gemeten in beats per minute (BMP)
● Termen uit het Italiaans
○ Allegro (snel)
○ Andante (matig langzaam)
○ Lento (zeer langzaam)
Bouwsteen : Klank
Melodie
= een opeenvolging van klanken met een gelijke of verschillende toonhoogte volgens een
gestructureerd patroon
● melodie van een lied kan je zingen
Samenklank en harmonie
= samenklinken van meerdere melodieën
bv. een lied met begeleiding of samenspel van verschillende muziekinstrumenten in een orkest of
band
● belangrijk dat er verschillende muzikale lagen klinken
● met meerdere mensen dezelfde melodie zingt is er geen sprake van samenklank of
harmonie
● als klanken mooi bij elkaar passen (= consonant)
● wringen klanken ten opzichten van elkaar (= dissonant)
De bouwstenen zijn de basiselementen van de domeinen. Ze zijn nodig om diepgaand te
kunnen communiceren over kunst. Ze vormen de grammatica van de kunsten.
Bouwsteen : tijd
verwijst naar de manier waarop muziek in de tijd is georganiseerd en hoe geluiden en stiltes
zich tot elkaar verhouden in een compositie.
Metrum of cadans
= het regelmatig terugkeren van een sterke of minder sterke beklemtoning in de muziek.
● verdeeld de tijd in gelijke eenheden
● de eerste tel is sterk en de andere krijgen minder nadruk
Ritme
= de opeenvolging van lange en korte klanken, en van lange en korte stiltes
● gestructureerd patroon
● ritme van een lied kan je meeklappen
, bv. De grote pootafdrukken van moeder eend liggen ver uit elkaar en moeten
dus 'lang' gespeeld worden. De afdrukken van de kleine eendjes liggen dichter bij elkaar en klinken
dus veel korter.
Tempo
= de snelheid waarin een lied of klankstuk wordt gezongen of gespeeld (snel of traag)
● gemeten in beats per minute (BMP)
● Termen uit het Italiaans
○ Allegro (snel)
○ Andante (matig langzaam)
○ Lento (zeer langzaam)
Bouwsteen : Klank
Melodie
= een opeenvolging van klanken met een gelijke of verschillende toonhoogte volgens een
gestructureerd patroon
● melodie van een lied kan je zingen
Samenklank en harmonie
= samenklinken van meerdere melodieën
bv. een lied met begeleiding of samenspel van verschillende muziekinstrumenten in een orkest of
band
● belangrijk dat er verschillende muzikale lagen klinken
● met meerdere mensen dezelfde melodie zingt is er geen sprake van samenklank of
harmonie
● als klanken mooi bij elkaar passen (= consonant)
● wringen klanken ten opzichten van elkaar (= dissonant)