DISABILITY STUDIES & SOCIALE
INCLUSIE
BEGRIPPEN UITGELEGD
Ableism Discriminatie op basis van een beperking
Handelingsgericht diagnostisch kader Kwaliteitskader met een geheel van
uitgangspunten en fasen
(ICF)
Klinisch beeld Verzameling bevindingen bij de anamnese
en lichamelijk onderzoeken die typerend is
voor een bepaalde ziekte
Kenmerkende symptomen Hoe zich bepaalde ziekten uiten, en zijn
vaak gekoppeld/ typisch aan een
ziektebeeld
Etiologie Oorzakenleer
Verloop Beschrijft hoe een ziekte zich kan
ontwikkelen
Prognose Toekomstvoorspelling, hoe bepaalde
zaken evolueren
Comorbiditeit Samenvoorkomend
HET ICF-MODEL
1
,WAT IS HET ICF-MODEL?
= een classificatie waarmee het menselijk functioneren kan worden
omschreven
o Doel: door middel van het in kaart brengen van begrippen voor gezondheid en
gezondheidszorg een basis te leggen voor een gemeenschappelijke standaardtaal
o Beschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand
o Bevat:
- Gezondheidstoestand (ziekte, aandoeningen)
- Lichaamsfuncties en anatomische eigenschappen
- Activiteiten
- Participatie
- Externe factoren
- Persoonlijke factoren
o Neemt een neutraal standpunt in
o Wisselwerking tussen alle aspecten in beide richtingen
Dynamisch karakter: interventies op 1 aspect of factoren kunnen
verandering brengen in andere daarin gerelateerde aspecten of factoren
o Gezien als een classificatie van ‘gezondheidscomponenten’ waarmee
samenstellende elementen van de gezondheid bedoeld wordt
Niet gezien worden ‘de gevolgen’ van de ziekte of stoornis want dit legt te
veel nadruk op manier waarop problemen in functioneren tot stand komen,
terwijl oorzaak geen rol speelt.
DOELSTELLINGEN ICF-MODEL
- Voorziet een wetenschappelijke grondslag voor het begrijpen en bestuderen van
het menselijk functioneren, uitkomsten en determinanten
2
, - Schept een gemeenschappelijke taal voor beschrijven van iemand functioneren
met als doel de communicatie tussen beroepsbeoefenaren in gezondheidszorg en
andere sectoren, als met de mensen met functioneringsproblemen te verbeteren
- Maakt gegeven in de tijd en uit verschillende landen, vakgebieden en sectoren
met elkaar vergelijkbaar
- Voorziet in een systematisch codestelsel voor informatiesystemen in de
gezondheidszorg
BELANGRIJKE BEGRIPPEN VAN ICF
Functioneren Op positieve en neutrale aspecten in de wisselwerking
tussen iemands functioneren en zijn externe & persoonlijke
problemen
Functioneringsproble Negatieve aspecten in de wisselwerking tussen iemands
men functioneren en zijn externe en persoonlijke factoren
Functies Fysiologische en mentale functies van de mens.
Wordt gekeken naar wat gemiddeld een
‘normaalwaarde’ voor mensen is
Anatomische Betreffen positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van
eigenschappen anatomische delen van het lichaam (bv. organen,
ledematen en hun onderdelen)
Gekeken naar wat gemiddeld een ‘normaalwaarde’ voor
mensen is
Stoornissen Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische
eigenschappen
Verwijst naar een significante variatie op het bestaande
gemiddelde
Activiteit Uitvoering van een taak of handeling
Beperkingen Moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van
activiteiten
Kan een lichte of ernstige afwijking in kwalitatieve of
kwantitatieve zin betreffen bij het uitvoeren
Participatie Iemands deelname aan of betrokkenheid bij
levenssituaties, verwijst naar het sociale perspectief van
functioneren (maatschappelijk)
Participatieproblemen Problemen die iemand heeft bij het deelnemen aan het
maatschappelijke leven
Externe factoren Alle aspecten van de externe wereld die achtergrond van
iemands leven vormen en als zodanig iemands
functioneren beïnvloed
Persoonlijke factoren Gaan over het individu
Ondersteunende Factoren in iemands omgeving door hun af- of
factoren aanwezigheid het menselijk functioneren bevorderen en
3
, problemen daarmee verminderen
Kunnen voorkomen dat een stoornis of beperking leidt
tot een participatieprobleem
Belemmerende Factoren in iemands omgeving die door hun af- of
factoren aanwezigheid het menselijk functioneren belemmeren en
problemen daarmee verhogen
Vermogen Construct dat als typering het hoogst mogelijke niveau in
activiteiten en participatie aangeeft dat iemand op een
bepaald domein & moment kan bereiken zonder
hulp(middelen)
OVERZICHT VAN DE COMPONENTEN VAN HET ICF-MODEL
FUNCTIES, ANATOMISCHE EIGENSCHAPPEN EN DE STOORNISSEN ERIN
o Functies: fysiologische functies van lichamelijke systemen
o Anatomische eigenschappen: lichamelijke structuren zoals onderdelen, organen,
ledematen
o Twee afzonderlijke classificaties maar vertonen een parallelle opbouw
o Hebben betrekking op menselijk organisme als geheel
Mentale functies zijn dus inbegrepen hierbij
o Stoornissen:
- Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen
- Kunnen blijvend of tijdelijk zijn, kunnen verergeren, verbeteren of stabiel zijn
- Worden geordend naar hun aard (niet naar oorzaak of ontstaan)
- Stoornis = sprake van afwijkende functie of anatomische eigenschappen
- Kunnen andere stoornissen tot gevolg hebben
Bv. vermindering spiersterkte kan bewegingsfunctie verstoren
o Externe factoren hebben invloed op de functies
Bv. invloed van de kwaliteit van lucht op de ademhaling
ICF-B FUNCTIES
- B1: mentale functies
- B2: sensorische functies en pijn
- B3: stem en spraak
- B4: functies van hart & bloedvatenstelsel, hematologische systeem,
afweersysteem en ademhalingsstelsel
- B5: functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel
- B6: functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies
- B7: functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies
- B8: functies van de huid en verwante structuren
ICF-S ANATOMISCHE EIGENSCHAPPEN
- S1: anatomische functies van zenuwstelsel
- S2: anatomische functies van oog, oor en verwante structuren
4
INCLUSIE
BEGRIPPEN UITGELEGD
Ableism Discriminatie op basis van een beperking
Handelingsgericht diagnostisch kader Kwaliteitskader met een geheel van
uitgangspunten en fasen
(ICF)
Klinisch beeld Verzameling bevindingen bij de anamnese
en lichamelijk onderzoeken die typerend is
voor een bepaalde ziekte
Kenmerkende symptomen Hoe zich bepaalde ziekten uiten, en zijn
vaak gekoppeld/ typisch aan een
ziektebeeld
Etiologie Oorzakenleer
Verloop Beschrijft hoe een ziekte zich kan
ontwikkelen
Prognose Toekomstvoorspelling, hoe bepaalde
zaken evolueren
Comorbiditeit Samenvoorkomend
HET ICF-MODEL
1
,WAT IS HET ICF-MODEL?
= een classificatie waarmee het menselijk functioneren kan worden
omschreven
o Doel: door middel van het in kaart brengen van begrippen voor gezondheid en
gezondheidszorg een basis te leggen voor een gemeenschappelijke standaardtaal
o Beschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand
o Bevat:
- Gezondheidstoestand (ziekte, aandoeningen)
- Lichaamsfuncties en anatomische eigenschappen
- Activiteiten
- Participatie
- Externe factoren
- Persoonlijke factoren
o Neemt een neutraal standpunt in
o Wisselwerking tussen alle aspecten in beide richtingen
Dynamisch karakter: interventies op 1 aspect of factoren kunnen
verandering brengen in andere daarin gerelateerde aspecten of factoren
o Gezien als een classificatie van ‘gezondheidscomponenten’ waarmee
samenstellende elementen van de gezondheid bedoeld wordt
Niet gezien worden ‘de gevolgen’ van de ziekte of stoornis want dit legt te
veel nadruk op manier waarop problemen in functioneren tot stand komen,
terwijl oorzaak geen rol speelt.
DOELSTELLINGEN ICF-MODEL
- Voorziet een wetenschappelijke grondslag voor het begrijpen en bestuderen van
het menselijk functioneren, uitkomsten en determinanten
2
, - Schept een gemeenschappelijke taal voor beschrijven van iemand functioneren
met als doel de communicatie tussen beroepsbeoefenaren in gezondheidszorg en
andere sectoren, als met de mensen met functioneringsproblemen te verbeteren
- Maakt gegeven in de tijd en uit verschillende landen, vakgebieden en sectoren
met elkaar vergelijkbaar
- Voorziet in een systematisch codestelsel voor informatiesystemen in de
gezondheidszorg
BELANGRIJKE BEGRIPPEN VAN ICF
Functioneren Op positieve en neutrale aspecten in de wisselwerking
tussen iemands functioneren en zijn externe & persoonlijke
problemen
Functioneringsproble Negatieve aspecten in de wisselwerking tussen iemands
men functioneren en zijn externe en persoonlijke factoren
Functies Fysiologische en mentale functies van de mens.
Wordt gekeken naar wat gemiddeld een
‘normaalwaarde’ voor mensen is
Anatomische Betreffen positie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van
eigenschappen anatomische delen van het lichaam (bv. organen,
ledematen en hun onderdelen)
Gekeken naar wat gemiddeld een ‘normaalwaarde’ voor
mensen is
Stoornissen Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische
eigenschappen
Verwijst naar een significante variatie op het bestaande
gemiddelde
Activiteit Uitvoering van een taak of handeling
Beperkingen Moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van
activiteiten
Kan een lichte of ernstige afwijking in kwalitatieve of
kwantitatieve zin betreffen bij het uitvoeren
Participatie Iemands deelname aan of betrokkenheid bij
levenssituaties, verwijst naar het sociale perspectief van
functioneren (maatschappelijk)
Participatieproblemen Problemen die iemand heeft bij het deelnemen aan het
maatschappelijke leven
Externe factoren Alle aspecten van de externe wereld die achtergrond van
iemands leven vormen en als zodanig iemands
functioneren beïnvloed
Persoonlijke factoren Gaan over het individu
Ondersteunende Factoren in iemands omgeving door hun af- of
factoren aanwezigheid het menselijk functioneren bevorderen en
3
, problemen daarmee verminderen
Kunnen voorkomen dat een stoornis of beperking leidt
tot een participatieprobleem
Belemmerende Factoren in iemands omgeving die door hun af- of
factoren aanwezigheid het menselijk functioneren belemmeren en
problemen daarmee verhogen
Vermogen Construct dat als typering het hoogst mogelijke niveau in
activiteiten en participatie aangeeft dat iemand op een
bepaald domein & moment kan bereiken zonder
hulp(middelen)
OVERZICHT VAN DE COMPONENTEN VAN HET ICF-MODEL
FUNCTIES, ANATOMISCHE EIGENSCHAPPEN EN DE STOORNISSEN ERIN
o Functies: fysiologische functies van lichamelijke systemen
o Anatomische eigenschappen: lichamelijke structuren zoals onderdelen, organen,
ledematen
o Twee afzonderlijke classificaties maar vertonen een parallelle opbouw
o Hebben betrekking op menselijk organisme als geheel
Mentale functies zijn dus inbegrepen hierbij
o Stoornissen:
- Afwijkingen in of verlies van functies of anatomische eigenschappen
- Kunnen blijvend of tijdelijk zijn, kunnen verergeren, verbeteren of stabiel zijn
- Worden geordend naar hun aard (niet naar oorzaak of ontstaan)
- Stoornis = sprake van afwijkende functie of anatomische eigenschappen
- Kunnen andere stoornissen tot gevolg hebben
Bv. vermindering spiersterkte kan bewegingsfunctie verstoren
o Externe factoren hebben invloed op de functies
Bv. invloed van de kwaliteit van lucht op de ademhaling
ICF-B FUNCTIES
- B1: mentale functies
- B2: sensorische functies en pijn
- B3: stem en spraak
- B4: functies van hart & bloedvatenstelsel, hematologische systeem,
afweersysteem en ademhalingsstelsel
- B5: functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel
- B6: functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies
- B7: functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies
- B8: functies van de huid en verwante structuren
ICF-S ANATOMISCHE EIGENSCHAPPEN
- S1: anatomische functies van zenuwstelsel
- S2: anatomische functies van oog, oor en verwante structuren
4