GW: Thema 2: Relaties
H1: communicatie
1. Wat is communicatie?
van het Latijnse woord communicare dat betekent ‘iets met iemand delen, iets
mededelen’
Communicatie is het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger
communicatie = informatieoverdracht proces voortdurend aan de gang
2. Communicatieproces
Communicatie = een boodschap die door een persoon, groep,… wordt uitgestuurd via een
bepaalde code en door een ander wordt vervangen. Die andere persoon, groep,…
interpreteert de boodschap. In feite doet hij niets anders dan de boodschap ontcijferen. We
spreken dan van decoderen.
een voorwaarde voor communicatie = dat er twee of meer personen bij betrokken zijn
Communicatieschema:
Communicatieschema Harold Laswell (1902-1978) van 1948:
Geeft welke Op welke Met welk
wie Aan wie
informatie manier effect?
Kritieken:
• Te simplistisch
• Geen aandacht voor feedback
• Assumptie dat communicatie altijd een effect als doel heeft
2.1. Wie zijn de ontvangers?
Interpersoonlijke communicatie
= een vorm van informatieoverdracht tussen een zender en één of enkele ontvangers
Intrapersoonlijke communicatie
= een vorm van communicatie waarbij boodschappen openbaar door technische
verspreidingsmiddelen (massamedia) indirect en eenzijdig aan een ‘verspreid publiek’
worden overgebracht
2.2. Het schema van de tweezijdige communicatie
, Feedback of terugkoppeling
= de reactie van een ontvanger op een boodschap. Daardoor krijgt de zender
informatie over de manier waarop de ontvanger zijn boodschap gecodeerd en
verwerkt heeft.
Eenzijdige communicatie
= communicatie zonder feedback van de ontvanger
Tweezijdige communicatie
= communicatie met feedback van de ontvanger
Eenzijdige communicatie:
De zender krijgt geen informatie over hoe de ontvanger zijn boodschap heeft opgevat.
Vindt vaak plaats in een medium dat feedback moeilijk of onmogelijk maakt.
Bv: radio, tv-zender, film, boek,…
A B
Tweezijdige communicatie:
Hierbij krijgen we wel informatie van de andere(n). met deze vorm van communicatie
komen we het meest in contact. Door de reactie van de ontvanger krijgt de zender
informatie over hoe zijn boodschap is overgekomen. Dat geeft de zender de kans om zijn
boodschap nog wat te verduidelijken, of om de communicatie gewoon verder te zetten.
Bv: je ziet de reclame van parfum, en je gaat de parfum kopen.
A B
2.3. Op welke manier communiceren we?
Albert Mehrabian (°1939)
meest bekend geworden door zijn publicaties over het relatieve belang van verbale en
non-verbale boodschappen
zijn bevindingen over tegenstrijdige boodschappen van gevoelens en opvattingen
worden wereldwijd geciteerd op seminars over de menselijke communicatie
ook wel bekend geworden als 7% - 38% - 55% -regel
Intermenselijke communicatie bestaat uit 3 elementen:
- Gesproken woorden
- Intonatie
- Lichaamstaal
7% - 38% - 55% -regel:
- 7% inhoudelijke boodschap (woorden)
- 38% klank van stem (intonatie)
, - 55% non-verbale communicatie (lichaamstaal)
7% woorden
38% klank van stem
55% non-verbale
communicatie
2.4. Coderen en decoderen
Coderen
= de zender richt zijn boodschap via een bepaalde code tot één of meerdere
ontvangers
Decoderen
= de ontvanger ontcijfert die code en interpreteert de boodschap
Via decoderen kent de ontvanger dus betekenissen toe.
Door het decodeerproces kan er iets van de betekenis verloren gaan: er ontstaat ruis
in de communicatie of de ontvanger interpreteert de signalen anders dan de zender
bedoelde.
Bv: Zayn heeft een lekker recept voor spaghetti gevonden en wil het eens uit proberen.
Hij nodigt zijn vriendin uit voor een gezellig etentje thuis.
Hij maakt een sms voor zijn vriendin, daarvoor gebruikt hij woorden en emojis.
coderen
Hij verstuurt het berichtje.
verzenden van gecodeerde informatie
Ze krijgt het berichtje binnen.
ontvangen van gecodeerde informatie
Ze leest het vlug tijdens haar les.
decoderen
Ze glimlacht even en stuurt een berichtje terug.
feedback
2.5. Ruis en storingen in de communicatie
Informatie gaat van een zender via een kanaal naar de ontvanger. Wanneer er ruis in de
communicatie zit, gaat er ergens in het traject iets mis en wordt de boodschap vervormd.
Ruis = de verstoring van een boodschap tussen zender en ontvanger.
- Kan ontstaan als de zender zijn of haar info fout codeert (=omzetten van info in
woorden)
- Kan ontstaan doordat de zender een beperkte woordenschat heeft, stottert,…
- Door invloed uit de omgeving
- Ontvanger begrijpt de boodschap anders dan de zender bedoelt = decoderen
3. Functies van communicatie
Doel van communicatie = het overbrengen van informatie van een zender naar een
ontvanger
H1: communicatie
1. Wat is communicatie?
van het Latijnse woord communicare dat betekent ‘iets met iemand delen, iets
mededelen’
Communicatie is het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger
communicatie = informatieoverdracht proces voortdurend aan de gang
2. Communicatieproces
Communicatie = een boodschap die door een persoon, groep,… wordt uitgestuurd via een
bepaalde code en door een ander wordt vervangen. Die andere persoon, groep,…
interpreteert de boodschap. In feite doet hij niets anders dan de boodschap ontcijferen. We
spreken dan van decoderen.
een voorwaarde voor communicatie = dat er twee of meer personen bij betrokken zijn
Communicatieschema:
Communicatieschema Harold Laswell (1902-1978) van 1948:
Geeft welke Op welke Met welk
wie Aan wie
informatie manier effect?
Kritieken:
• Te simplistisch
• Geen aandacht voor feedback
• Assumptie dat communicatie altijd een effect als doel heeft
2.1. Wie zijn de ontvangers?
Interpersoonlijke communicatie
= een vorm van informatieoverdracht tussen een zender en één of enkele ontvangers
Intrapersoonlijke communicatie
= een vorm van communicatie waarbij boodschappen openbaar door technische
verspreidingsmiddelen (massamedia) indirect en eenzijdig aan een ‘verspreid publiek’
worden overgebracht
2.2. Het schema van de tweezijdige communicatie
, Feedback of terugkoppeling
= de reactie van een ontvanger op een boodschap. Daardoor krijgt de zender
informatie over de manier waarop de ontvanger zijn boodschap gecodeerd en
verwerkt heeft.
Eenzijdige communicatie
= communicatie zonder feedback van de ontvanger
Tweezijdige communicatie
= communicatie met feedback van de ontvanger
Eenzijdige communicatie:
De zender krijgt geen informatie over hoe de ontvanger zijn boodschap heeft opgevat.
Vindt vaak plaats in een medium dat feedback moeilijk of onmogelijk maakt.
Bv: radio, tv-zender, film, boek,…
A B
Tweezijdige communicatie:
Hierbij krijgen we wel informatie van de andere(n). met deze vorm van communicatie
komen we het meest in contact. Door de reactie van de ontvanger krijgt de zender
informatie over hoe zijn boodschap is overgekomen. Dat geeft de zender de kans om zijn
boodschap nog wat te verduidelijken, of om de communicatie gewoon verder te zetten.
Bv: je ziet de reclame van parfum, en je gaat de parfum kopen.
A B
2.3. Op welke manier communiceren we?
Albert Mehrabian (°1939)
meest bekend geworden door zijn publicaties over het relatieve belang van verbale en
non-verbale boodschappen
zijn bevindingen over tegenstrijdige boodschappen van gevoelens en opvattingen
worden wereldwijd geciteerd op seminars over de menselijke communicatie
ook wel bekend geworden als 7% - 38% - 55% -regel
Intermenselijke communicatie bestaat uit 3 elementen:
- Gesproken woorden
- Intonatie
- Lichaamstaal
7% - 38% - 55% -regel:
- 7% inhoudelijke boodschap (woorden)
- 38% klank van stem (intonatie)
, - 55% non-verbale communicatie (lichaamstaal)
7% woorden
38% klank van stem
55% non-verbale
communicatie
2.4. Coderen en decoderen
Coderen
= de zender richt zijn boodschap via een bepaalde code tot één of meerdere
ontvangers
Decoderen
= de ontvanger ontcijfert die code en interpreteert de boodschap
Via decoderen kent de ontvanger dus betekenissen toe.
Door het decodeerproces kan er iets van de betekenis verloren gaan: er ontstaat ruis
in de communicatie of de ontvanger interpreteert de signalen anders dan de zender
bedoelde.
Bv: Zayn heeft een lekker recept voor spaghetti gevonden en wil het eens uit proberen.
Hij nodigt zijn vriendin uit voor een gezellig etentje thuis.
Hij maakt een sms voor zijn vriendin, daarvoor gebruikt hij woorden en emojis.
coderen
Hij verstuurt het berichtje.
verzenden van gecodeerde informatie
Ze krijgt het berichtje binnen.
ontvangen van gecodeerde informatie
Ze leest het vlug tijdens haar les.
decoderen
Ze glimlacht even en stuurt een berichtje terug.
feedback
2.5. Ruis en storingen in de communicatie
Informatie gaat van een zender via een kanaal naar de ontvanger. Wanneer er ruis in de
communicatie zit, gaat er ergens in het traject iets mis en wordt de boodschap vervormd.
Ruis = de verstoring van een boodschap tussen zender en ontvanger.
- Kan ontstaan als de zender zijn of haar info fout codeert (=omzetten van info in
woorden)
- Kan ontstaan doordat de zender een beperkte woordenschat heeft, stottert,…
- Door invloed uit de omgeving
- Ontvanger begrijpt de boodschap anders dan de zender bedoelt = decoderen
3. Functies van communicatie
Doel van communicatie = het overbrengen van informatie van een zender naar een
ontvanger