Vallen bij ouderen
1 INLEIDING
1.1 DEFINITIE VAN EEN VALINCIDENT
“Een onverwachte gebeurtenis waarbij de oudere op de grond, vloer of een lager gelegen niveau
terechtkomt”
- Omschrijving in begrijpbare taal
- Expliciet vragen naar valincidenten zonder letsel
1.2 INCIDENTIE
1.2.1 Thuiswonende ouderen
- 65+:
o éénmaal/jaar: 24 tot 40%
o waarvan 21 tot 45% herhaaldelijk
- 75+:
o éénmaal/jaar: 32%-42%
o Meerdere malen: 15%-50%
- Het valrisico bij ouderen met dementie loopt op tot 72% op jaarbasis, waarvan 39%
herhaaldelijk valt
1.2.2 Ziekenhuizen en WZC
- Ziekenhuis:
o Eénmaal: 2%-15%
o Meerdere: 8%-44%
- WZC:
o Eénmaal:30%-70%
o Meerdere 15%-40%
1.3 WAAR EN WANNEER VALLEN OUDEREN
- 95% tijdens een gewone activiteit
- 70% in en rond de eigen woning
- Slechts 20% van de valpartijen wordt gemeld aan de huisarts
1.4 ASPECTEN VAN BALANSCONTROLE
- Balanscontrole = controle van het lichaamszwaartepunt tov steunvlak
A: steunbeen onder lichaamszwaartepunt
Wanneer hij struikelt, bevindt het zwaartepunt zich
niet meer boven het steunvlak -> corrigeren door:
1. Aanspannen van spieren
2. Evenwichtsreacties (stap VW)
,2 ETIOLOGIE
Een valincident kan het gevolg zijn van onderstaande valrisicofactoren:
- biologische factoren: bv. leeftijd, chronische aandoeningen, fysieke of cognitieve
achteruitgang;
- gedragsmatige factoren: bv. te weinig lichaamsbeweging, ongepast/onveilig schoeisel;
- omgevingsgebonden factoren: bv. gladde vloer, onvoldoende verlichting;
- socio-economische factoren: bv. laag inkomen, laag opleidingsniveau, beperkte toegang tot
gezondheidszorg, gebrek aan sociale interactie.
2.1 BIOLOGISCHE FACTOREN
- Voor een mens is rechtop staan en stappen geen eenvoudige opdracht
o We beschikken over efficiënte controlesystemen over dynamisch en statisch
evenwicht
o Falen van deze systemen leidt tot vallen
- Jongeren vallen meestal door uitwendige factoren
- Ouderen door intrinsieke factoren
2.1.1 Evenwichtsmechanisme
- Neuro-sensoriële info uit periferie (visus, het evenwichtsorgaan en
het proprioceptief en exteroceptief somatosensorisch systeem )
- Naar CZS
- Rekent op paraatheid musculoskeletaal stelsel
2.2 BALANSCONTROLESYSTEMEN
2.2.1 Sensorisch systeem
, 2.2.1.1 Somatosensorische systeem
- Vanaf 55 jaar: ↓ aantal afferente zenuwvezel
- Gevolg:
o Conductiesnelheid ↓
o Tastzin ↓
o ↓ vermogen stimuli te herkennen en lokaliseren (OL en voetzolen)
Meer beroep doen op visuele info om evenwicht te regelen
- Pathologie:
o Artrose, neuropathieën van OL verstoren somatosensorische invoer
2.2.1.2Visueel systeem
Functionele gevolgen van fysiologische veranderingen:
- ↓ gezichtsscherpte
- ↓ contrastgevoeligheid
- ↓ gezichtsveld
- Tragere donkeradaptatie
- Gevoeliger voor schittering
2.2.1.3Vestibulair systeem
Fysiologische veranderingen
- ↓ aantal zintuigcellen
- ↑ kans op loslaten otoconia
- ↓ aantal neuronen in vestibulair kerngebied
- ↓ van snelheid reflexen (vestibulo-oculaire en verstibulospinale)
- Kristallen gaan sneller lossen bij ouderen -> ze gaan precies tuimelen in de ruimte
2.2.2 CZS
Op het laagste, spinale niveau van het CZS worden proprioceptieve en exteroceptieve
somatosensorische signalen geïntegreerd om motorische responsen op balansverstoringen te
genereren
1 INLEIDING
1.1 DEFINITIE VAN EEN VALINCIDENT
“Een onverwachte gebeurtenis waarbij de oudere op de grond, vloer of een lager gelegen niveau
terechtkomt”
- Omschrijving in begrijpbare taal
- Expliciet vragen naar valincidenten zonder letsel
1.2 INCIDENTIE
1.2.1 Thuiswonende ouderen
- 65+:
o éénmaal/jaar: 24 tot 40%
o waarvan 21 tot 45% herhaaldelijk
- 75+:
o éénmaal/jaar: 32%-42%
o Meerdere malen: 15%-50%
- Het valrisico bij ouderen met dementie loopt op tot 72% op jaarbasis, waarvan 39%
herhaaldelijk valt
1.2.2 Ziekenhuizen en WZC
- Ziekenhuis:
o Eénmaal: 2%-15%
o Meerdere: 8%-44%
- WZC:
o Eénmaal:30%-70%
o Meerdere 15%-40%
1.3 WAAR EN WANNEER VALLEN OUDEREN
- 95% tijdens een gewone activiteit
- 70% in en rond de eigen woning
- Slechts 20% van de valpartijen wordt gemeld aan de huisarts
1.4 ASPECTEN VAN BALANSCONTROLE
- Balanscontrole = controle van het lichaamszwaartepunt tov steunvlak
A: steunbeen onder lichaamszwaartepunt
Wanneer hij struikelt, bevindt het zwaartepunt zich
niet meer boven het steunvlak -> corrigeren door:
1. Aanspannen van spieren
2. Evenwichtsreacties (stap VW)
,2 ETIOLOGIE
Een valincident kan het gevolg zijn van onderstaande valrisicofactoren:
- biologische factoren: bv. leeftijd, chronische aandoeningen, fysieke of cognitieve
achteruitgang;
- gedragsmatige factoren: bv. te weinig lichaamsbeweging, ongepast/onveilig schoeisel;
- omgevingsgebonden factoren: bv. gladde vloer, onvoldoende verlichting;
- socio-economische factoren: bv. laag inkomen, laag opleidingsniveau, beperkte toegang tot
gezondheidszorg, gebrek aan sociale interactie.
2.1 BIOLOGISCHE FACTOREN
- Voor een mens is rechtop staan en stappen geen eenvoudige opdracht
o We beschikken over efficiënte controlesystemen over dynamisch en statisch
evenwicht
o Falen van deze systemen leidt tot vallen
- Jongeren vallen meestal door uitwendige factoren
- Ouderen door intrinsieke factoren
2.1.1 Evenwichtsmechanisme
- Neuro-sensoriële info uit periferie (visus, het evenwichtsorgaan en
het proprioceptief en exteroceptief somatosensorisch systeem )
- Naar CZS
- Rekent op paraatheid musculoskeletaal stelsel
2.2 BALANSCONTROLESYSTEMEN
2.2.1 Sensorisch systeem
, 2.2.1.1 Somatosensorische systeem
- Vanaf 55 jaar: ↓ aantal afferente zenuwvezel
- Gevolg:
o Conductiesnelheid ↓
o Tastzin ↓
o ↓ vermogen stimuli te herkennen en lokaliseren (OL en voetzolen)
Meer beroep doen op visuele info om evenwicht te regelen
- Pathologie:
o Artrose, neuropathieën van OL verstoren somatosensorische invoer
2.2.1.2Visueel systeem
Functionele gevolgen van fysiologische veranderingen:
- ↓ gezichtsscherpte
- ↓ contrastgevoeligheid
- ↓ gezichtsveld
- Tragere donkeradaptatie
- Gevoeliger voor schittering
2.2.1.3Vestibulair systeem
Fysiologische veranderingen
- ↓ aantal zintuigcellen
- ↑ kans op loslaten otoconia
- ↓ aantal neuronen in vestibulair kerngebied
- ↓ van snelheid reflexen (vestibulo-oculaire en verstibulospinale)
- Kristallen gaan sneller lossen bij ouderen -> ze gaan precies tuimelen in de ruimte
2.2.2 CZS
Op het laagste, spinale niveau van het CZS worden proprioceptieve en exteroceptieve
somatosensorische signalen geïntegreerd om motorische responsen op balansverstoringen te
genereren