1. Het oude Griekenland en het hellisme 800 – 300 v.C
- Kreta had in 7de eeuw v.C veelvuldig contact met Egypte daaruit ontstaat minoïsche cultuur
waarvan : Paleizen in Knossos en Phaistos bewaard zijn gebleven
- Ook geldt dit voor de myceense cultuur, die zich vanaf 1600 v.C op het griekse vastland
ontwikkelede : bv. Burchten in Mycene en Tiryns
- Belangrijkste gebouw = tempel en theater
o Tempel = woning van hun god , met in de cella een beeld van die god (centraal)
▪ was alleen toegankelijk voor priesters
▪ werd omgeven door een hal met houten palen ( eerst 1 kant later alle kanten)
▪ kende geen vestenopeningen
▪ palen en lemen niet bestand tegen regenneerslag : later werd alles dan
vervangen door natuurstenen bouwelementen . opnieuw werd voor het eerst
de Myceense cultuur in traditionele steen gebouwd
- stilistisch keerde men ook terug naar de Myceense cultuur. De Dorische zuil , met kapiteel ,
zou zo daar het leeuwenpoortreliëf van het paleis van Mycene kunnen beïnvloed zijn.
- De Dorïers versmalden hun zuilen niet naar beneden toe zoals bij Minoïsche zuil, maar naar
boven toe zoals de Egyptenaren
. Minoïsche cultuur op Kreta ( kretensische beschaving )
Minoïsche cultuur is naar de koning Minos genoemd pre-griekst cultuur op kreta
Hier heb je de : vroeg ( 3200-2100) , midden ( 2100-1550) laat (1550-1050)
o 1700 v.C: hoogtepunt van de Minoïsche beschaving
o 1400 v.C : worden overwonnen door de acheers
. Knossos
▪ Belangrijkste stad van het Minoïsche Kreta, geleden 5cm van noordkust
nabij huidig Iràklion.
▪ Sinds neolithicum bewoon en begin van de bronstijd ca.3000v.C contacten
met het nabije oosten
▪ Vooruitstrevende samenleving door Kretenzer koning Minos
▪ Minoïsche bevolking = zeer bedreven op gebied van techniek en architectuur
en bouwde paleis van Minos rond 1700v.C
• Paleis in opdracht van koning minos door architect Daedalus om
minotaurus in op te sluiten
• Minotaurus = een monster met het lichaam van een mens en de
kop van een stier , de vrucht van de overspelige relatie van minos ‘
vrouw Pasiphaë met een stier die haar man had gekregen van
Poseidon
• Knossos levendige handel met het oosten ( Egypte )
• In 1530v.C veroorzaakt vulkaanuitbarsting op het eiland van
Santorini een aardbevingen vloer golf en verwoeste paleizen
• Heropgebouwd in 1400v.C = begin postpalatiale periode
• Later weer verwoest door ernstige brand
, . Ruïnes van het paleis van koning Minos in Knossos
• Ingang = west kant door klein bosje
• Paleis werd ook labyrint genoemd = onregelmatig gebouwd om een
centrale binnenhof
• Dateert in eerst aanleg uit ca. 200V.c omstreeks 1700v.c verwoest
door aardbeving . en weer herbouwd
• Ten westen van binnenhof bevinden zicht representatieve
vertrekken en magazijnen
• Ten oosten = particuliere vertrekken
• Groot deel herbouwd , bewaard gebleven : fresco’s en andere
decoraties (fresco’s in aardkleuren )
• Niet in 1x ontworpen = maar bijgebouwd rond centrale kern
• Kern = middelplein centraal
• Zenitaal licht = victor horta
. Archeoloog Sir arhur Evans
• Minoïsche cultuur werd ontdekt voor Schliemann en later door Sir
Arthur Evans ( hij heeft Knossos opgegraven )
• Stierenhorens zijn typische door rituele stierengevechten
o Stierenspringen = wandschilderijen
o Dakspanten in Minoïsche paleis
= naar boven toe breder als de ronde aaneengesloten
zonderbalken vindt met terug in de Kretzerp leizen op
Knossos en Malia
. De ruïnes van het minoïsche paleis van Phaistos
▪ Phaiston was 17 eeuwen lang schitterende stad met uitstraling over heel
Kreta.
▪ Werd gesticht door Rhadamanthys ( de zoon van zeus en Europa )
▪ In 1400v.C werd Kreta veroverd door Griekse sprekende Myceners van het
vasteland
,. Myceense cultuur op het griekse vasteland
o Laat- helladische cultuur ( ca. 1600 – ca 1100 v.C) is een tegenstelling met de
Minoïsche cultuur
o Dragers van Myceense beschaving Grieken waren die uit het noorden moesten zijn
gekomen
o Kunst
▪ Myceense en Minoïsche kunst zijn verschillen : Myceense kunst
monumentalen en toont een grotere neiging tot overzichtelijkheid en
systematiek dan de Minoïsche
▪ Sterke invloed van Kreta en veel jacht en strijdtaferelen voor
▪ Myceense vorsten zich meer bedreigd voelden dan de Kretenzische
. De burcht van Mycene
▪ Op een tafelberg
▪ De acropolis een citadel is omringd met 900meter muur van 3a8m dik
opgebouwd uit blokken kalksteen van verschillende grootte
▪ Cyclopische muur uit 15de /14de eeuw v.C
▪ De citadel was uitsluitend toegankelijk voor koning en zijn familie , de edelen
en de bewakers
▪ In centrum van burcht ligt het paleis . de kern daarvan bestaat uit een
megagron , een rechthoekig vertrek met een haard in het midden ,
voorafgaand door een voorvertrek en een zuilenhal
▪ De haard was een ronde opening in het dak , dat door 4 zuilen werd
geschraagd
▪ Binnen muren lagen enkele particulieren huizen en de resten van een ander
paleis , een grote ruimte is opengelaten waar in tijden van nood de
omwonende hun toevlucht konden zoeken
▪ Werd in verschillende fasen gebouwd tussen 1400 – 1200v.C
, . De leeuwenpoort te Mycene
• Geeft toegang tot de burcht van Mycene
• Wordt versierd door een van de oudste monumentale reliëfs van
Europa
• Enorm driehoekige ontlasting , 3.9 m basis , 3.30 m hoog
• Bestaat uit verjongende zuil , die symmetrische wijze word
geflankeerd door twee staande leeuwinnen
• Beide dieren vormen een stadswarpensymbool van militaire macht
van de Myceense adel ( dieren staan tegenover elkaar aan
weerszijden van een zuil die rusten op een dubbel altaar
• Is buitenste vestingmuur die het paleis van Mycene omringt (
koppen zijn verloren gegaan
. De schatkamer van Atreus , ca.1600 v.C
• Graf uit 13de eeuw is grootste en mooiste van de negen collectieve
koepelgraven die ten westen en ten zuidwesten van de Acropolis
van Mycene zijn gevonden
• Gemaakt uit tufsteen en zat verstopt onder een laag aarde
• Bereikbaar langs gang van 36m lang en 6m breed. Poort is 5.4 m
hoog en versmalt naar boven toe
• Aan weerszijden van poort staan pilasters
• Boven poort bevindt zich een ontlastingsdriehoek
• De latei boven de deur bestaat uit twee kolossale blokken.
• De latei aan de binnenzijde van het graf volgt de lijn van de koepel
en zou ongeveer 120T wegen
• Na 1600v.C begroeven de Myceners hun doden in Tholosgraven ,
stenen kamers met koepels
• Bestaat uit concentrische gelegde steenblokken
• Hoogte punt 14.60 m hoog
• Wordt ook het graf van Agamemnon genoemd
• Voorkant : om ervoor te zorgen dat de constructies niet onderuit
zakt door het gewicht van de grond