Inleiding: welzijn in Vlaanderen
- Vlaanderen = welvarende regio (vb. mensen hebben werk, op vakantie gaan, veilige
omstandigheden)
- Maar welzijn niet van iedereen goed:
o 10% Vlamingen is arm
o Psychische moeilijkheden
o Hoogste zelfmoordratio ter wereld
o Werk heel belangrijk, vrije tijd is schaars goed
- Welzijnsbeleid = heel belangrijk (maatschappelijk en individueel welzijn garanderen en
verhogen)
o Uitgebreide variëteit aan maatregelen en diensten: bereikt ons allemaal!
(rechtstreeks of onrechtstreeks)
o Grote hoeveelheid aan overheidsmiddelen: 15% van begroting → 30% van
begroting
o Aantal organisaties en aantal werkenden: 1000den organisaties, 10000
werkenden
- Welzijnsbeleid = complex
o Veelheid aan doelgroepen heeft variatie aan noden en behoeften
o Veelheid aan overheden en overheidsdiensten betrokken: Vlaamse, federale,
lokale overheid → verschilt naar gelang sector, vaak samen bevoegd, elk een
deeltje of overlappend
o Veelheid aan (semi) publieke en private organisaties die welzijnsbeleid mee
uitvoeren: stat vlotte en gecoördineerde dienstverlening soms in de weg
Thema 1: de bestuurlijke organisatie van het
welzijnsbeleid in Vlaanderen
Beleid op verschillende bestuursniveaus
Federale staat
Gemeenschappen
en gewesten
Provincies
Gemeenten
De rol van de federale overheid in het welzijnsbeleid
- Rechtstreekse tussenkomsten
o Inkomensvervangende tussenkomsten vb. werkloosheid, pensioen
o Tijdelijke tussenkomsten vb. loopbaanonderbreking, ouderschapsverlof
o Inkomensaanvullende uitkeringen vb. integratietegemoetkoming, mantelzorg
o Sociale bijstand vb. leefloon
- Onrechtstreekse tussenkomsten
o Belastingaftrek
- Zonder financiële ondersteuning zouden veel mensen moeilijk hebben om rond te
komen, wat welzijn beïnvloedt!
,De rol van de Vlaamse overheid in het welzijnsbeleid
- Meest zichtbare niveau voor welzijn beschermen en verhogen
- Bevoegd voor bijstaand aan personen: niet enkel hulpbehoevenden, maar iedereen die
behoefte aan heeft! Vb. kinderopvang
- Ouderenzorgvoorzieningen, kinderbijslag, premies, …
- Algemene regels uittekenen voor hulp- en dienstverlening
- Subsidiëring
- Erkennen en inspecteren van organisaties
- Rechtstreekse middelen aan personen met een zorgnood: °Vlaamse Sociale
Bescherming
De rol van de lokale overheid in het welzijnsbeleid
- Alle taken zijn in opdracht van andere overheden → geen rechtstreekse bevoegdheden
op vlak van welzijn
o Wettelijk verplichte taken: taken die lokale besturen verplicht moeten uitvoeren
voor centrale overheden vb. onderzoeken of iemand recht heeft op leefloon
o Wettelijk geregelde taken: taken waarvoor hogere overheden een regulerend
kader hebben uitgetekend, waaraan uitvoerder zich moet houden vb. minimale
kwaliteit aan dienstverlening garanderen in kinderopvang
o Optionele taken: taken die lokale besturen zelf en vrijwillig opnemen vb. huis-
aan-huis bedeling maaltijden
- Eigen beleid voor de burgers van de stad of gemeente
- Coördinatie en regie van lokaal sociaal beleid: aanbod afstemmen op vraag
Afstemming en samenwerking tussen de bestuursniveaus
- Multi-level governance: verschillende overheden zijn samen verantwoordelijk
- Categorieën
o Verticale taakverdeling: ene bestuursniveau werkt beleid uit, andere
bestuursniveau voert het uit
▪ Vb. lokaal bestuur organiseert toekenning leefloon, federale overheid
maakt wetgevend kader
o Horizontale taakverdeling: meerdere bestuursniveau werken op zelfde
beleidsveld een beleid uit, maar los van elkaar (andere doelgroep,…)
▪ Vb. gezinsbeleid: federale overheid voorziet familiale verlofstelsels,
Vlaamse overheid voorziet kinderopvang
o Complementaire taakverdeling: meerdere bestuursniveaus voeren met en naast
elkaar een verschillend beleid uit op hetzelfde beleidsveld
▪ Vb. jeugddelinquentierecht: maatregelen voor jongen MOF, federale
justitie, maar beleid grotendeels door gemeenschap geregeld
o Overlappende taakverdeling: meerdere bestuursniveaus werken op hetzelfde
beleidsveld en voor dezelfde doelgroep quasi hetzelfde beleid uit
▪ Vb. integratietegemoetkoming (federaal) en persoonsvolgende
financiering (Vlaams)
▪ Zit bevoegdheidsverdeling wel juist? → deze taakverdeling proberen te
vermijden
,Organisaties van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in de Vlaamse
overheid
De bestuurlijke organisatie van het Vlaamse welzijnsbeleid
- 11 beleidsdomeinen (= clusters van bevoegdheden)→ toekomst = 8 beleidsdomeinen →
bestaan uit een departement en agentschappen: voorbereiden, evalueren en uitvoeren
van het beleid
- Departementen: beleidsvoorbereiding en beleidsondersteuning, rapporteren aan
minister
- Agentschappen: beleidsuitvoerend met kabinet van specialisten die beleid uitvoeren
- organogram beleidsdomein WVG
o Minister = politiek eindverantwoordelijke (Caroline Gennez)
o Adviesraad: advies over vormen van beleid, decreet van regering, akkoorden
sluiten
o Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
▪ Beleidsontwikkeling: input geven aan minister en kabinet, contact met
werkveld
▪ Beleidsinformatie communicatie en kennis: informatie verzamelen over
welzijn
▪ Welzijn & samenleving: organisaties erkennen/ondersteunen en
subsidiëren
▪ Justitiehuizen: ondersteuning van personen die uit de gevangenis komen
onder voorwaarden
▪ Zorginspectie: organisaties inspecteren
▪ Leveren van subsidies & financiering aan organisaties die
infrastructuurwerken willen doen (Vlaams infrastructuurfonds voor
Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA))
o Agentschap: verantwoordelijk voor beleidsuitvoering
▪ Zorg en gezondheid: erkenning en subsidiëring woonzorg en thuiszorg,
uitbouw Vlaamse Sociale Bescherming
▪ Opgroeien: kinderen en jongeren (bv. kind & gezin)
▪ Personen met een handicap: beleid voor iedereen met een handicap
• Openbaar psychiatrisch zorgcentrum Geel en Rekem
psychiatrisch ziekenhuis van de overheid
▪ Uitbetaling Groeipakket: uitbetalingsstelsel beheren
o Rechtstreekse communicatie tussen departement, agentschap, minister en
kabinet → iedereen heeft inbreng bij beleidsontwikkeling
o Vlaams agentschap voor de Samenwerking rond gegevensdeling tussen Actoren
in de Zorg: ICT-mogelijkheden om info uit te delen
Het belang van het Vlaamse beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
- Bevoegdheid: federale overheid → gemeenschappen
- Grootste Vlaamse beleidsdomein: 1/3de van de Vlaamse begroting
, De organisatie van de dienstverlening in het Vlaamse welzijnslandschap
Veel dienstverlenende organisaties
- Grote aantallen van diensverleningsorganisaties
o Uitgebreid aanbod
o Toegankelijk
- Ook uitdagingen
o Druk op overheid: erkennen, inspecteren,…
o Administratief: voor elke organisatie dossier opstarten
o Middelen raken versnipperd
Soorten dienstverlening en aard van de organisaties
- Formele en informele zorg
o Formele zorg: hulp door een professional, economische transactie
o Informele zorg (mantelzorg): ondersteuning door sociaal netwerk, langdurige en
vrijwillige relatie tussen zorgverstrekker en zorgvrager
- Types van organisaties
o Publieke organisatie: organisaties opgericht door overheden zelf (lokaal/federaal)
o Private non-profitorganisaties: geen winst maken, maar mensen helpen, vzw’s
o Commerciële organisaties: doel is winst maken (vooral ouderenzorg en
kinderopvang)
De mate van autonomie van de dienstverlenende organisaties
- Kerntaak overheid: garanderen van kwaliteit en toezien op toegankelijkheid
- Dienstverlenende organisaties hebben radarfunctie voor overheid: door expertise en
dichtbij doelgroep te staan hebben ze beste zicht op ontwikkelingen en uitdagingen in
hun beleidsveld → goede verstandhouding noodzakelijk!
- Autonomie bepaald door aard en mate van sturing door overheid: op de input, proces en
output
Samenwerking tussen dienstverlenende organisaties
- Overheid stimuleert samenwerking tussen organisaties: zowel in zelfde beleidsveld als
tussen organisaties op verschillende beleidsvelden
- Bij complexe zorgvraag → meerdere organisaties nodig = hulp op maat
Verschillende schalen en werkingsgebieden
- Dienstverlening niet altijd beperkt door bestuurlijke en administratieve grenzen (vb.
lokale regie kinderopvang : gemeente, consultatiebureaus = provinciaal)
- Vlaanderen = welvarende regio (vb. mensen hebben werk, op vakantie gaan, veilige
omstandigheden)
- Maar welzijn niet van iedereen goed:
o 10% Vlamingen is arm
o Psychische moeilijkheden
o Hoogste zelfmoordratio ter wereld
o Werk heel belangrijk, vrije tijd is schaars goed
- Welzijnsbeleid = heel belangrijk (maatschappelijk en individueel welzijn garanderen en
verhogen)
o Uitgebreide variëteit aan maatregelen en diensten: bereikt ons allemaal!
(rechtstreeks of onrechtstreeks)
o Grote hoeveelheid aan overheidsmiddelen: 15% van begroting → 30% van
begroting
o Aantal organisaties en aantal werkenden: 1000den organisaties, 10000
werkenden
- Welzijnsbeleid = complex
o Veelheid aan doelgroepen heeft variatie aan noden en behoeften
o Veelheid aan overheden en overheidsdiensten betrokken: Vlaamse, federale,
lokale overheid → verschilt naar gelang sector, vaak samen bevoegd, elk een
deeltje of overlappend
o Veelheid aan (semi) publieke en private organisaties die welzijnsbeleid mee
uitvoeren: stat vlotte en gecoördineerde dienstverlening soms in de weg
Thema 1: de bestuurlijke organisatie van het
welzijnsbeleid in Vlaanderen
Beleid op verschillende bestuursniveaus
Federale staat
Gemeenschappen
en gewesten
Provincies
Gemeenten
De rol van de federale overheid in het welzijnsbeleid
- Rechtstreekse tussenkomsten
o Inkomensvervangende tussenkomsten vb. werkloosheid, pensioen
o Tijdelijke tussenkomsten vb. loopbaanonderbreking, ouderschapsverlof
o Inkomensaanvullende uitkeringen vb. integratietegemoetkoming, mantelzorg
o Sociale bijstand vb. leefloon
- Onrechtstreekse tussenkomsten
o Belastingaftrek
- Zonder financiële ondersteuning zouden veel mensen moeilijk hebben om rond te
komen, wat welzijn beïnvloedt!
,De rol van de Vlaamse overheid in het welzijnsbeleid
- Meest zichtbare niveau voor welzijn beschermen en verhogen
- Bevoegd voor bijstaand aan personen: niet enkel hulpbehoevenden, maar iedereen die
behoefte aan heeft! Vb. kinderopvang
- Ouderenzorgvoorzieningen, kinderbijslag, premies, …
- Algemene regels uittekenen voor hulp- en dienstverlening
- Subsidiëring
- Erkennen en inspecteren van organisaties
- Rechtstreekse middelen aan personen met een zorgnood: °Vlaamse Sociale
Bescherming
De rol van de lokale overheid in het welzijnsbeleid
- Alle taken zijn in opdracht van andere overheden → geen rechtstreekse bevoegdheden
op vlak van welzijn
o Wettelijk verplichte taken: taken die lokale besturen verplicht moeten uitvoeren
voor centrale overheden vb. onderzoeken of iemand recht heeft op leefloon
o Wettelijk geregelde taken: taken waarvoor hogere overheden een regulerend
kader hebben uitgetekend, waaraan uitvoerder zich moet houden vb. minimale
kwaliteit aan dienstverlening garanderen in kinderopvang
o Optionele taken: taken die lokale besturen zelf en vrijwillig opnemen vb. huis-
aan-huis bedeling maaltijden
- Eigen beleid voor de burgers van de stad of gemeente
- Coördinatie en regie van lokaal sociaal beleid: aanbod afstemmen op vraag
Afstemming en samenwerking tussen de bestuursniveaus
- Multi-level governance: verschillende overheden zijn samen verantwoordelijk
- Categorieën
o Verticale taakverdeling: ene bestuursniveau werkt beleid uit, andere
bestuursniveau voert het uit
▪ Vb. lokaal bestuur organiseert toekenning leefloon, federale overheid
maakt wetgevend kader
o Horizontale taakverdeling: meerdere bestuursniveau werken op zelfde
beleidsveld een beleid uit, maar los van elkaar (andere doelgroep,…)
▪ Vb. gezinsbeleid: federale overheid voorziet familiale verlofstelsels,
Vlaamse overheid voorziet kinderopvang
o Complementaire taakverdeling: meerdere bestuursniveaus voeren met en naast
elkaar een verschillend beleid uit op hetzelfde beleidsveld
▪ Vb. jeugddelinquentierecht: maatregelen voor jongen MOF, federale
justitie, maar beleid grotendeels door gemeenschap geregeld
o Overlappende taakverdeling: meerdere bestuursniveaus werken op hetzelfde
beleidsveld en voor dezelfde doelgroep quasi hetzelfde beleid uit
▪ Vb. integratietegemoetkoming (federaal) en persoonsvolgende
financiering (Vlaams)
▪ Zit bevoegdheidsverdeling wel juist? → deze taakverdeling proberen te
vermijden
,Organisaties van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin in de Vlaamse
overheid
De bestuurlijke organisatie van het Vlaamse welzijnsbeleid
- 11 beleidsdomeinen (= clusters van bevoegdheden)→ toekomst = 8 beleidsdomeinen →
bestaan uit een departement en agentschappen: voorbereiden, evalueren en uitvoeren
van het beleid
- Departementen: beleidsvoorbereiding en beleidsondersteuning, rapporteren aan
minister
- Agentschappen: beleidsuitvoerend met kabinet van specialisten die beleid uitvoeren
- organogram beleidsdomein WVG
o Minister = politiek eindverantwoordelijke (Caroline Gennez)
o Adviesraad: advies over vormen van beleid, decreet van regering, akkoorden
sluiten
o Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
▪ Beleidsontwikkeling: input geven aan minister en kabinet, contact met
werkveld
▪ Beleidsinformatie communicatie en kennis: informatie verzamelen over
welzijn
▪ Welzijn & samenleving: organisaties erkennen/ondersteunen en
subsidiëren
▪ Justitiehuizen: ondersteuning van personen die uit de gevangenis komen
onder voorwaarden
▪ Zorginspectie: organisaties inspecteren
▪ Leveren van subsidies & financiering aan organisaties die
infrastructuurwerken willen doen (Vlaams infrastructuurfonds voor
Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA))
o Agentschap: verantwoordelijk voor beleidsuitvoering
▪ Zorg en gezondheid: erkenning en subsidiëring woonzorg en thuiszorg,
uitbouw Vlaamse Sociale Bescherming
▪ Opgroeien: kinderen en jongeren (bv. kind & gezin)
▪ Personen met een handicap: beleid voor iedereen met een handicap
• Openbaar psychiatrisch zorgcentrum Geel en Rekem
psychiatrisch ziekenhuis van de overheid
▪ Uitbetaling Groeipakket: uitbetalingsstelsel beheren
o Rechtstreekse communicatie tussen departement, agentschap, minister en
kabinet → iedereen heeft inbreng bij beleidsontwikkeling
o Vlaams agentschap voor de Samenwerking rond gegevensdeling tussen Actoren
in de Zorg: ICT-mogelijkheden om info uit te delen
Het belang van het Vlaamse beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
- Bevoegdheid: federale overheid → gemeenschappen
- Grootste Vlaamse beleidsdomein: 1/3de van de Vlaamse begroting
, De organisatie van de dienstverlening in het Vlaamse welzijnslandschap
Veel dienstverlenende organisaties
- Grote aantallen van diensverleningsorganisaties
o Uitgebreid aanbod
o Toegankelijk
- Ook uitdagingen
o Druk op overheid: erkennen, inspecteren,…
o Administratief: voor elke organisatie dossier opstarten
o Middelen raken versnipperd
Soorten dienstverlening en aard van de organisaties
- Formele en informele zorg
o Formele zorg: hulp door een professional, economische transactie
o Informele zorg (mantelzorg): ondersteuning door sociaal netwerk, langdurige en
vrijwillige relatie tussen zorgverstrekker en zorgvrager
- Types van organisaties
o Publieke organisatie: organisaties opgericht door overheden zelf (lokaal/federaal)
o Private non-profitorganisaties: geen winst maken, maar mensen helpen, vzw’s
o Commerciële organisaties: doel is winst maken (vooral ouderenzorg en
kinderopvang)
De mate van autonomie van de dienstverlenende organisaties
- Kerntaak overheid: garanderen van kwaliteit en toezien op toegankelijkheid
- Dienstverlenende organisaties hebben radarfunctie voor overheid: door expertise en
dichtbij doelgroep te staan hebben ze beste zicht op ontwikkelingen en uitdagingen in
hun beleidsveld → goede verstandhouding noodzakelijk!
- Autonomie bepaald door aard en mate van sturing door overheid: op de input, proces en
output
Samenwerking tussen dienstverlenende organisaties
- Overheid stimuleert samenwerking tussen organisaties: zowel in zelfde beleidsveld als
tussen organisaties op verschillende beleidsvelden
- Bij complexe zorgvraag → meerdere organisaties nodig = hulp op maat
Verschillende schalen en werkingsgebieden
- Dienstverlening niet altijd beperkt door bestuurlijke en administratieve grenzen (vb.
lokale regie kinderopvang : gemeente, consultatiebureaus = provinciaal)