1 Inleiding is met de orbitalen (s,
p, d, f)
zijn sub schillen
2 Structuuraspecten van bijvoorbeeld n= 1 dus
de materie l= 1-1= 0
2.1 Zuivere stof – moleculen l1= s
en atomen bijvoorbeeld n= 3 l= 3-
1=2
2.2 Enkelvoudige stof- l=0 =s
samengestelde stoffen l=1=p
2.3 Atomen en moleculen l=2=d
2.3.1 Samenstelling van een
atoom
2.3.2 Atoomnummer Z en o ml= magnetisch kwantumgetal
massagetal A ml= -1,…,0,…,1
bewegingsrichting van
2.3.3 Isotopen
elektronen
2.3.4 Relatieve atoommassa =voor s orbitaal ml = -
(RAM) l,0,l = -0,0,+0= 0
2.3.5 Relatieve moleculemassa
(RMM) s orbitaal bevat maar 1 richting -
2.3.6 mol- molaire massa 0,0,+0=0 (1hokje)
2.3.7 moleculeformules p orbitaal bevat 3 richtingen -1,0,+1
(3hokjes)
2.4 oefeningen d orbitaal bevat 5 richtingen -2,-
2.5 elektronen in schillen en 1,0,+1,+2 (5hokjes)
orbitalen o ms = spinkwantumgetal
examenvraag geef alle elektronen van … zegt iets
overdraairichting van
wilt zeggen alle elektronen van … een plaats te
de elektronen
geven
ms = +1/2, -1/2
je vindt dat bij Atomic nummer aantal regels
o vul de elektronen op volgens
we maken enkel oefeningen op de moderne
de minimale energie (langs de
theorie
binnenkant beginnen)
2.5.1 de moderne atoomtheorie o regel van Hund = nooit in 1
theorie werkt met orbitalen bewegingsrichting nooit 2
kwantumgetal elektronen gaan plaatsen met
o n= hoofdkwantumgetal het zelfde spinkwantumgetal,
bepaald o een nieuw hokje eerst pijltje
energieniveau naar boven tekenen en dat
k3n= 1,2,3,4,… alle vakjes eerst gevuld zijn
(schillen) kleinste
getal dichts bij de kern
o l= nevenkwantumgetal
vorm van een orbitaal
l= 0,1,…., n-1
, 2.6 elektronenconfiguratie en 3.1.3 schrijven van ionbindingen
periodieksysyteem 0
2.7 overzicht hoofdstuk 2 3.2 covalente binding
3.2.1 σ-binding bij covalente
bindingen
3 de chemische binding 3.2.2 eenvoudige voorstelling van
edelgassen binden niet met anderen atomen covalente binding
mogelijke bindingen 3.2.3 soorten covalente bindingen
3.2.4 formele lading
ionbindingen grijpt plaats een metaal bolletje is ongepaard elektron
en een niet-metaal
covalente binding grijpt plaat tussen 2 streepje gepaard elektron
niet-metalen
kan met de vakjes van elektronenconfiguratie
metaalbinding grijpt plaats tussen 2
zie pagina 69
metalen
een streep tussen de atomen is een gewone
3.1 de ionbinding covalente binding
zitten in een rooster en worden door elkaar
aan getrokken examenvraag geef de Lewis notatie en
oxidatiegetal of formele lading
3.1.1 voorkomen en kenmerken
van ionbindingen 3.2.4.1
+
bv: Na Cl - 3.2.5
3.2.6
Na wordt plus omdat hij een elektron afstaat
aan chloor 3.2.7
3.2.7.1
Chloor is negatief omdat hij een elektron krijgt 3.2.7.2 Polariteit van binding
van natrium
3.1.2 definitie van een
ionverbinding
overdracht van elektronen
er is een elektrostatische aantrekking EN 2.2 EN 2.2
vorming van ionen
verbinding tussen metaal en niet-
metaal
atoom met grote elektronegatieve
waarden neemt elektronen op en
wordt negatief (anion)
eet atoom met een lage
elektronegatieve waarden geeft EN2.2 EN 3
elektronen op en wordt positief
(Kation)
p, d, f)
zijn sub schillen
2 Structuuraspecten van bijvoorbeeld n= 1 dus
de materie l= 1-1= 0
2.1 Zuivere stof – moleculen l1= s
en atomen bijvoorbeeld n= 3 l= 3-
1=2
2.2 Enkelvoudige stof- l=0 =s
samengestelde stoffen l=1=p
2.3 Atomen en moleculen l=2=d
2.3.1 Samenstelling van een
atoom
2.3.2 Atoomnummer Z en o ml= magnetisch kwantumgetal
massagetal A ml= -1,…,0,…,1
bewegingsrichting van
2.3.3 Isotopen
elektronen
2.3.4 Relatieve atoommassa =voor s orbitaal ml = -
(RAM) l,0,l = -0,0,+0= 0
2.3.5 Relatieve moleculemassa
(RMM) s orbitaal bevat maar 1 richting -
2.3.6 mol- molaire massa 0,0,+0=0 (1hokje)
2.3.7 moleculeformules p orbitaal bevat 3 richtingen -1,0,+1
(3hokjes)
2.4 oefeningen d orbitaal bevat 5 richtingen -2,-
2.5 elektronen in schillen en 1,0,+1,+2 (5hokjes)
orbitalen o ms = spinkwantumgetal
examenvraag geef alle elektronen van … zegt iets
overdraairichting van
wilt zeggen alle elektronen van … een plaats te
de elektronen
geven
ms = +1/2, -1/2
je vindt dat bij Atomic nummer aantal regels
o vul de elektronen op volgens
we maken enkel oefeningen op de moderne
de minimale energie (langs de
theorie
binnenkant beginnen)
2.5.1 de moderne atoomtheorie o regel van Hund = nooit in 1
theorie werkt met orbitalen bewegingsrichting nooit 2
kwantumgetal elektronen gaan plaatsen met
o n= hoofdkwantumgetal het zelfde spinkwantumgetal,
bepaald o een nieuw hokje eerst pijltje
energieniveau naar boven tekenen en dat
k3n= 1,2,3,4,… alle vakjes eerst gevuld zijn
(schillen) kleinste
getal dichts bij de kern
o l= nevenkwantumgetal
vorm van een orbitaal
l= 0,1,…., n-1
, 2.6 elektronenconfiguratie en 3.1.3 schrijven van ionbindingen
periodieksysyteem 0
2.7 overzicht hoofdstuk 2 3.2 covalente binding
3.2.1 σ-binding bij covalente
bindingen
3 de chemische binding 3.2.2 eenvoudige voorstelling van
edelgassen binden niet met anderen atomen covalente binding
mogelijke bindingen 3.2.3 soorten covalente bindingen
3.2.4 formele lading
ionbindingen grijpt plaats een metaal bolletje is ongepaard elektron
en een niet-metaal
covalente binding grijpt plaat tussen 2 streepje gepaard elektron
niet-metalen
kan met de vakjes van elektronenconfiguratie
metaalbinding grijpt plaats tussen 2
zie pagina 69
metalen
een streep tussen de atomen is een gewone
3.1 de ionbinding covalente binding
zitten in een rooster en worden door elkaar
aan getrokken examenvraag geef de Lewis notatie en
oxidatiegetal of formele lading
3.1.1 voorkomen en kenmerken
van ionbindingen 3.2.4.1
+
bv: Na Cl - 3.2.5
3.2.6
Na wordt plus omdat hij een elektron afstaat
aan chloor 3.2.7
3.2.7.1
Chloor is negatief omdat hij een elektron krijgt 3.2.7.2 Polariteit van binding
van natrium
3.1.2 definitie van een
ionverbinding
overdracht van elektronen
er is een elektrostatische aantrekking EN 2.2 EN 2.2
vorming van ionen
verbinding tussen metaal en niet-
metaal
atoom met grote elektronegatieve
waarden neemt elektronen op en
wordt negatief (anion)
eet atoom met een lage
elektronegatieve waarden geeft EN2.2 EN 3
elektronen op en wordt positief
(Kation)