SAMENVATTING SOCIOLOGIE
HOOFDSTUK 1: WAT IS SOCIOLOGIE
WAT IS SOCIOLOGISCHE DENKEN
1) Alles is contingent, maar niet arbitrair
Alles is contingent = waar, maar niet noodzakelijk -
vanzelfsprekende in vraag stellen
i. Gewoontes, handelingen, instellingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, zijn
elders vaak totaal anders en hadden zich dus ook anders kunnen ontwikkelen
1. Wet op verkrachting
2. Huwelijk
3. Blaise Pascal: wat geldt als waarheid aan de ene kant van de pyreneeen,
is dwaasheid aan de andere kant
Maar niet arbitrair = geen ‘toeval’
ii. Socioloog zoekt naar patronen en naar sociale determinanten daarvan en
samenhang
1. Is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en gezondheid?
2. Hoe komt het dat groepen mensen hun werk verliezen?
3. Waarom beperken de meeste mensen zich tot twee kinderen?
SOCIOLOGISCHE DENKEN = het in vraag stellen van het zelfsprekende, om zich
vervolgens de vraag te stellen hoe sociale orde mogelijk is in een maatschappij waarin
men beseft dat alles relatief is
WAT IS SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
= een band zoeken tussen persoonlijke en dagelijkse ervaringen en de ruimere
samenleving
- Gebeurtenissen in iemands dagelijks leven kunnen we enkel begrijpen als we niet
enkel kijken naar het individu en zijn kenmerken – maar ook naar de sociale
kenmerken en trends waarin die gebeurtenissen zich afspelen
= het vermogen om afstand te nemen van onze dagelijkse levens en er een anders naar
te kijken los van onze vertrouwde routines en met een frisse blik
DE SOCIOLOGISCHE VERBEELDING = individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren
vanuit het geheel van sociale relaties/sociale structuur die zelf een specifieke
historische oorsprong hebben
Je hebt drie componenten:
- Historische processen = hoe kwam een samenleving tot stand en hoe
verandert ze.
o We moeten de historie kennen voordat we ze kunnen begrijpen vandaag
Vb. de huidige belgische samenleving is het vervolg van de
individualisering en urbanisatie in de 19de eeuw
- Sociale structuur = welke instituties bepalen ons leven, hoe werken ze, hoe
houden ze de maatschappelijke orde in stand?
1
, o Sociale relaties
- Biografie = welke mensen bevolken een bepaalde samenleving? Hoe is de
diversiteit in onze huidige samenleving tot stand gekomen?
o De persoonlijke gebeurtenissen
Toepassingen:
o Een tiener die vreest dat ze overgewicht heeft, begint zichzelf uit te
hongeren in de hoop dat ze aantrekkelijker zal gevonden worden
o Een 55-jarige man, die de laatste drie jaar niet in staat was om werk te
vinden, belandt in een depressie, nadat hij zijn gezin en thuis verloor.
o Een 36-jarige professor pleegt zelfmoord wanneer ze verneemt dat haar
positie aan de universiteit het volgende jaar niet kan verlengd worden.
→ Persoonlijke gebeurtenissen krijgen een sociale dimensie in de
sociologie
Vraag:
Geef een concreet voorbeeld van de manier waarop de sociologische verbeelding
belangrijk kan zijn in jouw toekomstig werkveld als Bachelor MV?
→Historisch: kijk op mensen met een beperking, wat hun rechten zijn, inclusie,
empowerment
→Sociale context: het gezin gaat op een positievere manier om met de persoon
→Biografie: betere zorg, vraaggericht, cliëntenrecht, evolutie zelfbeeld cliënten
Wat is het doel van de sociologie:
- Fundamenteel onderzoek:
o Algemene wetmatigheden in het sociale gedrag van mensen ontdekken
o Probiliteitsverbanden
- Toegepast onderzoek
o Kennis verwerven die bruikbaar is voor het oplossen of voorkomen van
sociale problemen
Op zoek gaan naar oorzaken en gevolgen (criminaliteit,
drugsverslaving, veiligheid
DE SOCIALE CONTEXT
- De sociale context op microniveau: dagelijkse interacties binnen kleine groepen
Het gezin, de vriendengroep, en rolrelaties hierin
- De sociale context op meso niveau: tussen micro en macro, sociale
groeperingen, buurt, verenigingen
Sociale instituties, groeperingen
- De sociale context op macroniveau: het macroniveau is dat van de ‘globale
samenleving’ dit gaat over kenmerken van een maatschappij in zijn geheel
De postindustriële samenleving, de verzorgingsstaat
Leven als poppentheater: side note
Zijn wij mensen als een poppentheater?
2
,We worden zeker in een bepaalde richting gestuurd maar wij hebben de mogelijkheid om
niet zoals poppen onze handelingen te stoppen en te kijken naar degene die ons die
regels opleggen. We weten wat van ons verwacht wordt. We hebben de mogelijkheid om
deviant gedrag te stellen zodat er eventueel een verandering kan plaatsvinden, we
kunnen onze bewegingen stoppen en kritisch nadenken. Vb. homohuwelijk
Berger (1963): Leven als poppentheater"
Een meer aanpasbare voorstelling van de sociale werkelijkheid zou nu die van het
poppentheater zijn, ...We zien de poppen dansen op hun miniatuurtoneel, op en neer
bewegend terwijl de touwtjes hen rondtrekken, het voorgeschreven verloop van hun
verschillende rollen volgend. We leren de logica van dit theater te begrijpen en we
bevinden ons in zijn bewegingen .We plaatsen onszelf in de samenleving en herkennen zo
onze eigen positie terwijl we aan zijn subtiele touwtjes hangen. Voor even zien we onszelf
inderdaad als poppen. In tegenstelling tot de poppen hebben wij de mogelijkheid om onze
bewegingen te stoppen, omhoog te kijken en het mechanisme waarlangs we zijn
bewogen waar te nemen. In deze daad ligt de eerste stap naar vrijheid.
WAT BEVIND ER ZICH IN DE SOCIALE CONTEXT
Contextuele factoren= kenmerken van de sociale context waarin de interactie
plaatsvindt die de interactie beïnvloeden. Steeds via objectieve dataverzameling
onderzocht. Wat bevindt er zich nu in die context?
Sociologische contextuele factoren: Factoren die zelf het resultaat zijn van
interactie tussen personen en op hun beurt nieuwe interacties beïnvloed
o Bv. Normen, wetten, conflict
o Bv. Arbeidsspecialisatie vereist samenwerking
o Bv. Wetgeving rond radicalisering niet afdoend conflict op lokaal nivea
nr federaal
Demografische contextuele factoren: Structurele kenmerken van een
bevolkingsgroep
o Deze factoren kunnen het gedrag van de maatschappijleden bepalen→
Bv. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte, huwelijkscijfer,
migratie, vergrijzing…
Bv. youth bulgeo
Ecologische contextuele factoren: bestaan uit zowel klimatologische als
geografische kenmerken. Het klimaat beïnvloedt het gedrag van mensen
Materiële contextuele factoren: welke grondstoffen, technologie, infrastructuur is
voor handen in de sociale context?
o Bv. facebook-generatie, klimaatbetogingen
Economische contextuele factoren: productie, consumptie, distributie van diensten
en goederen. BNP = de globale waarde van alle goederen en diensten
geproduceerd door de inwoners van een bepaald land. Economische conjunctuur:
Hoog of laag?
o (groei versus recessie)
o Bv. Werkloosheid
o bv. groei BBP
!!! Opmerking: de contextuele factoren beïnvloeden elkaar, interactie en gedrag
DEFINITIE VAN SOCIOLOGIE
Brutsaert, 1992) De wetenschap die begaan is met de systematische studie van…
3
, 1. De interactie tussen personen en sociale eenheden (samenlevingsverband ->
gezin, vrienden, werkgevers, …)
2. De factoren die deze interactie bepalen en
3. De gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag
Cruciale begrippen in het sociologisch denken:
- Gedrag = elke actie of reactie van een individu (beweging, woord of
gewaarwording
1. Het zichtbare sociale gedrag
→Bv. voldoen aan rolverwachtingen (kitchen fight)
2. Ook ideeën, opinies, attitudes, gevoelens
→Bv. houding t.a.v. België versus Vlaanderen
→Bv. ideeën t.a.v. milieu (3M / Stikstofdossier)
→Bv. ideeën t.a.v. schoonheidsideaal (Barbie)
3. Cognitieve prestaties – denken of informatie verwerken
→Bv. PISA-resultaten
- Sociaal handelen = elk handelen dat gericht is op anderen of beïnvloed wordt
door anderen als men dus bij het plannen van handelen rekening houdt met wat
anderen gaan of kunnen doen
1. Subjectieve betekenis gericht op de andere
a. Zowel betrekking op heden, verleden als toekomst
b. Kan ook a-sociaal handelen zijn
i. Letterlijke definitie van ‘gericht op de andere’
- Interactie = wanneer mensen een complementaire betekenis geven aan elkaars
handelen, elkaars handelen beïnvloeden
5 basisvormen:
1) Uitwisseling of sociale ruil:
niet gelijk aan economische ruil
o →Aanhangers van de ‘sociale ruiltheorie’ bv. Blau, Homans:
‘we handelen omdat we een tegenprestatie van anderen
verwachten’
o →Kosten/baten-analyse: voordeel uithalen voor beide
partijen
o →Streven naar een evenwicht tussen kosten en baten:
equity-principe
Vb. ene kookt, de ander doet de was – sociale ruil
Vb. een vriendin neemt je mee met de auto, jij de andere keer (economische ruil)
Vb. je geeft geld voor een brood – economische ruil
Vb. je mag spelen bij je vriendin, jij de andere keer – sociale
2) Samenwerking:
Gemeenschappelijk doel van verschillende partijen
Bepaalde taakverdeling
3) Conflict:
4
HOOFDSTUK 1: WAT IS SOCIOLOGIE
WAT IS SOCIOLOGISCHE DENKEN
1) Alles is contingent, maar niet arbitrair
Alles is contingent = waar, maar niet noodzakelijk -
vanzelfsprekende in vraag stellen
i. Gewoontes, handelingen, instellingen die voor ons vanzelfsprekend zijn, zijn
elders vaak totaal anders en hadden zich dus ook anders kunnen ontwikkelen
1. Wet op verkrachting
2. Huwelijk
3. Blaise Pascal: wat geldt als waarheid aan de ene kant van de pyreneeen,
is dwaasheid aan de andere kant
Maar niet arbitrair = geen ‘toeval’
ii. Socioloog zoekt naar patronen en naar sociale determinanten daarvan en
samenhang
1. Is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en gezondheid?
2. Hoe komt het dat groepen mensen hun werk verliezen?
3. Waarom beperken de meeste mensen zich tot twee kinderen?
SOCIOLOGISCHE DENKEN = het in vraag stellen van het zelfsprekende, om zich
vervolgens de vraag te stellen hoe sociale orde mogelijk is in een maatschappij waarin
men beseft dat alles relatief is
WAT IS SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
= een band zoeken tussen persoonlijke en dagelijkse ervaringen en de ruimere
samenleving
- Gebeurtenissen in iemands dagelijks leven kunnen we enkel begrijpen als we niet
enkel kijken naar het individu en zijn kenmerken – maar ook naar de sociale
kenmerken en trends waarin die gebeurtenissen zich afspelen
= het vermogen om afstand te nemen van onze dagelijkse levens en er een anders naar
te kijken los van onze vertrouwde routines en met een frisse blik
DE SOCIOLOGISCHE VERBEELDING = individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren
vanuit het geheel van sociale relaties/sociale structuur die zelf een specifieke
historische oorsprong hebben
Je hebt drie componenten:
- Historische processen = hoe kwam een samenleving tot stand en hoe
verandert ze.
o We moeten de historie kennen voordat we ze kunnen begrijpen vandaag
Vb. de huidige belgische samenleving is het vervolg van de
individualisering en urbanisatie in de 19de eeuw
- Sociale structuur = welke instituties bepalen ons leven, hoe werken ze, hoe
houden ze de maatschappelijke orde in stand?
1
, o Sociale relaties
- Biografie = welke mensen bevolken een bepaalde samenleving? Hoe is de
diversiteit in onze huidige samenleving tot stand gekomen?
o De persoonlijke gebeurtenissen
Toepassingen:
o Een tiener die vreest dat ze overgewicht heeft, begint zichzelf uit te
hongeren in de hoop dat ze aantrekkelijker zal gevonden worden
o Een 55-jarige man, die de laatste drie jaar niet in staat was om werk te
vinden, belandt in een depressie, nadat hij zijn gezin en thuis verloor.
o Een 36-jarige professor pleegt zelfmoord wanneer ze verneemt dat haar
positie aan de universiteit het volgende jaar niet kan verlengd worden.
→ Persoonlijke gebeurtenissen krijgen een sociale dimensie in de
sociologie
Vraag:
Geef een concreet voorbeeld van de manier waarop de sociologische verbeelding
belangrijk kan zijn in jouw toekomstig werkveld als Bachelor MV?
→Historisch: kijk op mensen met een beperking, wat hun rechten zijn, inclusie,
empowerment
→Sociale context: het gezin gaat op een positievere manier om met de persoon
→Biografie: betere zorg, vraaggericht, cliëntenrecht, evolutie zelfbeeld cliënten
Wat is het doel van de sociologie:
- Fundamenteel onderzoek:
o Algemene wetmatigheden in het sociale gedrag van mensen ontdekken
o Probiliteitsverbanden
- Toegepast onderzoek
o Kennis verwerven die bruikbaar is voor het oplossen of voorkomen van
sociale problemen
Op zoek gaan naar oorzaken en gevolgen (criminaliteit,
drugsverslaving, veiligheid
DE SOCIALE CONTEXT
- De sociale context op microniveau: dagelijkse interacties binnen kleine groepen
Het gezin, de vriendengroep, en rolrelaties hierin
- De sociale context op meso niveau: tussen micro en macro, sociale
groeperingen, buurt, verenigingen
Sociale instituties, groeperingen
- De sociale context op macroniveau: het macroniveau is dat van de ‘globale
samenleving’ dit gaat over kenmerken van een maatschappij in zijn geheel
De postindustriële samenleving, de verzorgingsstaat
Leven als poppentheater: side note
Zijn wij mensen als een poppentheater?
2
,We worden zeker in een bepaalde richting gestuurd maar wij hebben de mogelijkheid om
niet zoals poppen onze handelingen te stoppen en te kijken naar degene die ons die
regels opleggen. We weten wat van ons verwacht wordt. We hebben de mogelijkheid om
deviant gedrag te stellen zodat er eventueel een verandering kan plaatsvinden, we
kunnen onze bewegingen stoppen en kritisch nadenken. Vb. homohuwelijk
Berger (1963): Leven als poppentheater"
Een meer aanpasbare voorstelling van de sociale werkelijkheid zou nu die van het
poppentheater zijn, ...We zien de poppen dansen op hun miniatuurtoneel, op en neer
bewegend terwijl de touwtjes hen rondtrekken, het voorgeschreven verloop van hun
verschillende rollen volgend. We leren de logica van dit theater te begrijpen en we
bevinden ons in zijn bewegingen .We plaatsen onszelf in de samenleving en herkennen zo
onze eigen positie terwijl we aan zijn subtiele touwtjes hangen. Voor even zien we onszelf
inderdaad als poppen. In tegenstelling tot de poppen hebben wij de mogelijkheid om onze
bewegingen te stoppen, omhoog te kijken en het mechanisme waarlangs we zijn
bewogen waar te nemen. In deze daad ligt de eerste stap naar vrijheid.
WAT BEVIND ER ZICH IN DE SOCIALE CONTEXT
Contextuele factoren= kenmerken van de sociale context waarin de interactie
plaatsvindt die de interactie beïnvloeden. Steeds via objectieve dataverzameling
onderzocht. Wat bevindt er zich nu in die context?
Sociologische contextuele factoren: Factoren die zelf het resultaat zijn van
interactie tussen personen en op hun beurt nieuwe interacties beïnvloed
o Bv. Normen, wetten, conflict
o Bv. Arbeidsspecialisatie vereist samenwerking
o Bv. Wetgeving rond radicalisering niet afdoend conflict op lokaal nivea
nr federaal
Demografische contextuele factoren: Structurele kenmerken van een
bevolkingsgroep
o Deze factoren kunnen het gedrag van de maatschappijleden bepalen→
Bv. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte, huwelijkscijfer,
migratie, vergrijzing…
Bv. youth bulgeo
Ecologische contextuele factoren: bestaan uit zowel klimatologische als
geografische kenmerken. Het klimaat beïnvloedt het gedrag van mensen
Materiële contextuele factoren: welke grondstoffen, technologie, infrastructuur is
voor handen in de sociale context?
o Bv. facebook-generatie, klimaatbetogingen
Economische contextuele factoren: productie, consumptie, distributie van diensten
en goederen. BNP = de globale waarde van alle goederen en diensten
geproduceerd door de inwoners van een bepaald land. Economische conjunctuur:
Hoog of laag?
o (groei versus recessie)
o Bv. Werkloosheid
o bv. groei BBP
!!! Opmerking: de contextuele factoren beïnvloeden elkaar, interactie en gedrag
DEFINITIE VAN SOCIOLOGIE
Brutsaert, 1992) De wetenschap die begaan is met de systematische studie van…
3
, 1. De interactie tussen personen en sociale eenheden (samenlevingsverband ->
gezin, vrienden, werkgevers, …)
2. De factoren die deze interactie bepalen en
3. De gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag
Cruciale begrippen in het sociologisch denken:
- Gedrag = elke actie of reactie van een individu (beweging, woord of
gewaarwording
1. Het zichtbare sociale gedrag
→Bv. voldoen aan rolverwachtingen (kitchen fight)
2. Ook ideeën, opinies, attitudes, gevoelens
→Bv. houding t.a.v. België versus Vlaanderen
→Bv. ideeën t.a.v. milieu (3M / Stikstofdossier)
→Bv. ideeën t.a.v. schoonheidsideaal (Barbie)
3. Cognitieve prestaties – denken of informatie verwerken
→Bv. PISA-resultaten
- Sociaal handelen = elk handelen dat gericht is op anderen of beïnvloed wordt
door anderen als men dus bij het plannen van handelen rekening houdt met wat
anderen gaan of kunnen doen
1. Subjectieve betekenis gericht op de andere
a. Zowel betrekking op heden, verleden als toekomst
b. Kan ook a-sociaal handelen zijn
i. Letterlijke definitie van ‘gericht op de andere’
- Interactie = wanneer mensen een complementaire betekenis geven aan elkaars
handelen, elkaars handelen beïnvloeden
5 basisvormen:
1) Uitwisseling of sociale ruil:
niet gelijk aan economische ruil
o →Aanhangers van de ‘sociale ruiltheorie’ bv. Blau, Homans:
‘we handelen omdat we een tegenprestatie van anderen
verwachten’
o →Kosten/baten-analyse: voordeel uithalen voor beide
partijen
o →Streven naar een evenwicht tussen kosten en baten:
equity-principe
Vb. ene kookt, de ander doet de was – sociale ruil
Vb. een vriendin neemt je mee met de auto, jij de andere keer (economische ruil)
Vb. je geeft geld voor een brood – economische ruil
Vb. je mag spelen bij je vriendin, jij de andere keer – sociale
2) Samenwerking:
Gemeenschappelijk doel van verschillende partijen
Bepaalde taakverdeling
3) Conflict:
4