- Periode waarin de waarheid geïnstalleerd zal worden
- Cursus: kaders feit dat we ons moeten afvragen hoe het komt dat de
uitspraak van Parmenides de oorzaak is geweest voor het ontstaan van
de (Westerse) filosofie
Wat dan ervoor, waar ging de mens te rade voor het begrijpen,
raadgeving, …
- Plato: antieke tijd, 5e eeuw V.C.
Hoe waarheid geïnstalleerd vanuit uitspraak Parmenides?
Plaats van de waarheid, ligt op een punt buiten de waarheid
Vergelijk Antieke tijd met Christelijke middeleeuwen (= God)
Starten met Plato en zijn uitgangspunt + reacties tegen wat/wie (zeker op
examen!)
1. Plato’s reactie tegen Parmenides
2. Plato’s reactie vanuit Socrates tegen de Sofisten
3. De werkelijkheid ordenen vanuit twee werelden
4. Ideeën als ordeningsprincipe
5. De allegorie van de grot
6. Kennis van de werkelijkheid
7. Denken als eros
8. Fundering van de moraal en de ware politieke gemeenschap
PLATO (Athene, 427 – 347 V.C.)
- Langs een kant volledig eens met Parmenides
- Hij deelt de mening qua verschil tussen zien en begrijpen
Hij vindt ook dat het zo moet zijn dat we de wereld van het ervaren
hebben
Dat daar iets anders moet zijn dat vastligt om de wereld te ervaren,
te begrijpen, …
Het zichtbare, het waarneembare, zintuiglijke werkelijkheid begrijpen
- MAAR: tegelijk reageert hij ook tegen uitspraak Parmenides
- Kloof tussen wat we zien & begrijpen is te groot (waarom?)
Omdat het niet strookt, die uitspraak, strookt niet met onze dagelijkse
ervaring
We hebben de ervaring van worden/verandering (denk aan koffie die
koud wordt)
Op het examen kunnen uitleggen waarom die kloof te groot is
Dus: waarom is die kloof te groot?
- Omdat het niet strookt met onze dagelijkse ervaringen van verandering
- Wat we ervaren via zintuigen = verandert continu, kan geen echte
kennis opleveren
- Volgens Parmenides (& Plato) kan ware kennis alleen gaan over wat
onveranderlijk is
, Daarom maakt Plato een onderscheid: in de allegorie van de grot (zie
later)
Tussen de zichtbare wereld (schijn) & wereld van de ideeën (echte
werkelijkheid)
Plato wil het verband tussen begrijpen en zien, kunnen vinden
Hij zegt niet: het is hetzelfde, hij wil het verschil aantonen maar ook
uitleggen hoe je van een naar ander kan gaan via zien kan je opstijgen
naar het begrijpen (mits verstand)
Parmenides:
- Een sterke scheiding tussen het zien en begrijpen, dat is een harde kloof
- Zintuigen = misleiding
- Denken = waarheid
Plato:
- Neemt die kloof eveneens over, maar probeert ze te overbruggen
Hij zegt eigenlijk zien (de zichtbare wereld) is niet volledig fout
Het is een lager niveau van kennis
Het kan een vertrekpunt zijn
- In de allegorie van de grot (zie later)
Je ziet de schaduwen mening
Je ziet objecten beter inzicht
Je gaat naar buiten begrip
Je ziet de zon hoogste kennis
Hij heeft naast al dat, nog een tweede reactie!
- Vanuit zijn leermeester (Socrates), is hij gekant tegen de sofisten
- Socrates was daar volledig tegen & bijgevolg Plato ook!
- Sofisten, leraren van stad naar stad trokken om burgers (jongeren) die
mochten deelnemen aan democratie, op te leiden tot een politiek leven,
met focus op spreken
Leermeesters in retoriek, leren hoe spreken om iemand anders te
overtuigen, …
Leerden dat wie best kan spreken met meest overtuiging, dat die
gelijk heeft
SOCRATES (Athene, +- 470 V.C – 399 V.C.)
- Socrates vond dat de sofisten woorden/taal als een soort machtsmiddel
gebruikten
- Volgens hem moest taal/kennis die men opdeed, aanleerde gewoon
nuttig zijn
- Het moest praktisch zijn, nuttig en niet: wie het best kan spreken = wint
Bv. Als je kon zeggen waarom het best was om Perzen aan te vallen, deed men
dat overtuiging