FVV1 – Verpleegkunde II: Intramusculaire
inspuiting
Inspuitingen: algemeen
Bepaling:
Toediening medicatie via parenterale weg
In organisme gebracht vie kiemvrij (steriel) materiaal: spuit en holle
naald
B2 handeling (steeds voorschrift arts)
Doel v inspuiting:
Snellere werking v product
Langzame afgifte bij depotpreparaat
Lokaal effect of specifiek lokaal effect
Medicatie niet enteraal of oraal mogelijk Bv. Insuline moet w
ingespoten want anders afgebroken, continue braken, …
Vaccinaties
Materiaal:
Spuit
Injectienaald:
Hoe hoger gauge, hoe fijner
naald
Geneesmiddel: 2 soorten
Vloeibaar: in ampul of al in
spuit
Poedervorm: moet opgelost w
Soorten inspuitingen:
Intramusculair: loodrecht en diep tot in spier
Subcutaan: graad v 45
Intraveneus: bijna altijd in vorm v infuus
Intradermaal: net onder epidermis
Intramusculaire inspuiting:
Indicatie:
Relatief snel effect gewenst
Geen orale inneming mogelijk/ aantasting dr maagsap
Meest gebruikt bij: vaccins, hormonale middelen, sedativa,
(antibiotica) en vitamines...
Plaats:
Injectieplaats met anatomisch veilig zijn
Veilige spieren:
1
, Thv bil: musculus gluteus
Thv bovenbeen: Musculus vastus lateralis en rectus femoralis
Thv bovenarm: musculus deltoïdus
Hoe groter spiermassa, hoe meer vloeistof spier kan
opnemen max 5 ml
NOOIT op:
Littekenweefsel, ontstoken en pijnlijke plaatsen bijkomende
reactie niet zichtbaar
Ledematen met trombose, oedeem, lymfeklieren verwijderd
opgezwollen
Rode of blauwe verkleuringen of hematoom aanwezig
Plaatsen hard aanvoelen, arm of been met infuus of shunt
(verbinding ader en slagader bij bv dialysepatiënten), geopereerd
gebied, binnen 2cm v vorige injectieplaats
Materiaal voor intramusculair injecteren:
Spuiten v 2-5-10 ml (10 is voor medicatie op te lossen, dan
kleinere)
Naald (meestal): lang (6 à 8 cm) en fijne diameter van 21 tot 23
gauge
Toediening: loodrecht in weefsel
Gevaren vd patiënt:
Medicatie id bloedbaan ipv spierweefsel
Veel sneller en sterker effect = kan gevaarlijk zijn
Voorkomen dr aspireren (nr boven trekken bloed? Alles weg
en opnieuw)
Onderzoek nr aspireren in veel spieren niet effectief behalve bij
gluteus
DUS alleen aspireren bij musculus gluteus
Niet aspireren bij vaccins
Bij aspiratie bloed weinig bloed? Naald terug, opnieuw
aspireren
Veel bloed? Verwijderen en nieuwe
spuit klaarmaken
(Protocol rond aspireren niet altijd zelfde, vraag na)
Induratie:
Onderhuidse harde, platte, duidelijk afgegrensde schijf dr
aanmaken extra bindweefsel
2
inspuiting
Inspuitingen: algemeen
Bepaling:
Toediening medicatie via parenterale weg
In organisme gebracht vie kiemvrij (steriel) materiaal: spuit en holle
naald
B2 handeling (steeds voorschrift arts)
Doel v inspuiting:
Snellere werking v product
Langzame afgifte bij depotpreparaat
Lokaal effect of specifiek lokaal effect
Medicatie niet enteraal of oraal mogelijk Bv. Insuline moet w
ingespoten want anders afgebroken, continue braken, …
Vaccinaties
Materiaal:
Spuit
Injectienaald:
Hoe hoger gauge, hoe fijner
naald
Geneesmiddel: 2 soorten
Vloeibaar: in ampul of al in
spuit
Poedervorm: moet opgelost w
Soorten inspuitingen:
Intramusculair: loodrecht en diep tot in spier
Subcutaan: graad v 45
Intraveneus: bijna altijd in vorm v infuus
Intradermaal: net onder epidermis
Intramusculaire inspuiting:
Indicatie:
Relatief snel effect gewenst
Geen orale inneming mogelijk/ aantasting dr maagsap
Meest gebruikt bij: vaccins, hormonale middelen, sedativa,
(antibiotica) en vitamines...
Plaats:
Injectieplaats met anatomisch veilig zijn
Veilige spieren:
1
, Thv bil: musculus gluteus
Thv bovenbeen: Musculus vastus lateralis en rectus femoralis
Thv bovenarm: musculus deltoïdus
Hoe groter spiermassa, hoe meer vloeistof spier kan
opnemen max 5 ml
NOOIT op:
Littekenweefsel, ontstoken en pijnlijke plaatsen bijkomende
reactie niet zichtbaar
Ledematen met trombose, oedeem, lymfeklieren verwijderd
opgezwollen
Rode of blauwe verkleuringen of hematoom aanwezig
Plaatsen hard aanvoelen, arm of been met infuus of shunt
(verbinding ader en slagader bij bv dialysepatiënten), geopereerd
gebied, binnen 2cm v vorige injectieplaats
Materiaal voor intramusculair injecteren:
Spuiten v 2-5-10 ml (10 is voor medicatie op te lossen, dan
kleinere)
Naald (meestal): lang (6 à 8 cm) en fijne diameter van 21 tot 23
gauge
Toediening: loodrecht in weefsel
Gevaren vd patiënt:
Medicatie id bloedbaan ipv spierweefsel
Veel sneller en sterker effect = kan gevaarlijk zijn
Voorkomen dr aspireren (nr boven trekken bloed? Alles weg
en opnieuw)
Onderzoek nr aspireren in veel spieren niet effectief behalve bij
gluteus
DUS alleen aspireren bij musculus gluteus
Niet aspireren bij vaccins
Bij aspiratie bloed weinig bloed? Naald terug, opnieuw
aspireren
Veel bloed? Verwijderen en nieuwe
spuit klaarmaken
(Protocol rond aspireren niet altijd zelfde, vraag na)
Induratie:
Onderhuidse harde, platte, duidelijk afgegrensde schijf dr
aanmaken extra bindweefsel
2