Psychologie
Hoofdstuk 4: de wortel en de stok
Inleiding
De kat van Thorndike: puzzle-box
Trial-and-error leren & de wet van effect: De leerling ontdekt geleidelijk de goede
respons door verschillende gedragingen te proberen en te onthouden welk gedrag de
(on)gewenste gevolgen oplevert, in dit geval het voedsel dat (niet) beschikbaar wordt
De wet van het effect is niet nieuw: hemel en hel
Uit autobiografie B.F. Skinner
Maar naast de vaststelling dat mensen (en dieren) soms ook lijken te leren zonder
bekrachtigingen, werken beloningen ook niet altijd zoals behioristen verwachten …
Het Monty Hall-dilemma
Gebaseerd op TV-show ‘Let’s make a deal’ (1963): achter één van de drie deuren/
gordijnen zit een auto. Na de eerste keuze wordt er een gordijn geopend waar een
geit achter staat en vraagt men of de kandidaat wilt veranderen van gordijn.
Monty Hall-dilemma: verander je van deur?
Ja, ik verander van deur want mijn kans op een auto verhoogt
De wet van effect werkt bij mensen minder goed als bij dieren
Falende beloningen door biologische beperkingen
- Niet elk willekeurig gedrag kan aangeleerd worden, in tegenstelling tot wat
radicale behavioristen dachten
- Ethologen hebben altijd gewaarschuwd voor beperkingen
Bv. Breland & Breland (1961):
o Trainden duizende dieren 40 diersoorten
o Voorbeeld van beperking bij training varkens:
Geldstukken opnemen en deponeren in spaarpot,
Shaping, dan intermittent bekrachtigd
Na verloop van tijd toonden varkens vreemd gedrag, bv.
begraven
= instinctive drift (het aangeleerde gedrag werd gaandewege
beïnvloed door instinctief gedrag)
1
,De paradoxale effecten van beloningen op school
1/3 kreeg een aangekondigde beloning speelden later
minder met het speelgoed
1/3 kreeg een onaangekondigde beloning
1/3 kreeg geen beloning
eerst bleek dat beloond gedrag werd herhaald, maar
hier wordt het tegendeel bewezen
De Zelfdeterminatietheorie
Intrinsiek: als je het gedrag doet
omwille van het gedrag zelf (niet
omdat je er iets mee kunt behalen)
zeer zeldzaam
Extrinsiek: als je het gedrag doet
omwille van wat je ermee kunt
bekomen
Hoe meer zelfdeterminantie, hoe
groter de kans dat het gedrag op
lange termijn wordt volgehouden!
Hoe autonome motivatie faciliteren?
- Door een sociale context te creëren waarin de drie basisnoden vervuld worden:
Autonomie
Betrokkenheid/ verBondenheid
Competentie
= noodondersteunend of ABC-coachen
- Noodondersteunend coachen kost meer tijd in het begin, maar redeert op lange
termijn!
- AUTONOMIE
o Geef opties en inspraak
o Geef een rationale
o Gebruik open taalgebruik (bv. “je zou kunnen” ipv. “je moet”)
o …
o Vermijd (controlerende) materiële beloningen
- BETROKKENHEID
o Empathie tonen via actief luisteren
o Geef sociale steun (meedoen, tastbaar, informatie, emotioneel)
o Zoek naar gedeelde identiteit/ waarden
- COMPETENTIE
o Positief bekrachtigen (authentieke complimenten)
o Succes laten ervaren => in kleine stapjes/ gewoontes vooruitgaan!
o Voldoende structuur bieden en het zo concreet mogelijk maken:
4 W’s: Wat, Waar, Wanneer en met Wie?
o Anticipeer op hindernissen (advocaat van de duivel + mentaal back-up
plan)
2
, Nabespreking
Niet altijd éénduidig!
- De kwaliteit van motivatie voor hetzelfde gedrag kan variëren in de tijd (bv., op
zondag ben ik intrinsiek gemotiveerd voor mijn lange duurloop, op vrijdag doe ik
mijn interval eerder omwille van het gewaardeerde doel => geïdentificeerde
regulatie). Je kan ook meerdere soorten motivaties voor een gedrag op
hetzelfde moment ervaren. Wat vooral telt is de dominante, meest
voorkomende vorm van motivatie om een gedrag te stellen.
- Een gedrag kan ook uit subgedragingen bestaan met verschillende
onderliggende motivaties (bv., warming-up vs. wedstrijd; het ene vak is niet het
andere om te studeren).
Examen: vragen waarbij je mensen op het zelfdeterminatiecontinuüm moet plaatsen
Namen van onderzoeken niet kennen! (je moet als je een naam krijgt niet weten wat
er in het onderzoek staat!, dit wordt gegeven)
Samenvatting
Het Monty Hall-dilemma
Jaren 1960: Monty Hall (Let’s Make a Deal)
- Deelnemers kiezen uit 3 deuren: A, B en C
- Achter één deur staat een luxewagen, achter de andere twee staat niet
waardevols
- Keuze waar de winnaar mee geconfronteerd werd, was de aanleiding voor een
‘breinbreker’ (geformuleerd door Steve Stevin in 1975)
Stel je in de plaats van een quizwinnaar en je staat voor de keuze tussen de drie
deuren. Je kiest voor een bepaalde deur, laat ons die deur A noemen. De presentator,
die weet achter welke deur de wagen zich bevindt, opent vervolgens een van de twee
andere deuren, laat ons zeggen deur C, waarachter zich niet bevindt. Dan vraagt hij je
of je je keuze wilt veranderen van deur A naar deur B. Wat doe je?
- Volgens Selvin: het is beter om van deur A naar deur B te gaan de kans op
het winnen van de luxewagen verdubbelt van 1/3 naar 2/3
Hoe vaak stoot een ezel zich aan dezelfde steen?
Marilyn vos Savant had gelijk: ze ging akkoord met Selvin
- Monty Hall-dilemma kan opgelost worden door gebruik te maken van de
basisprincipes van kansrekening
- Centrale vraag: Leren we bij wanneer we niet één keer, maar herhaaldelijke
keren na elkaar de Monty Hall-keuze maken?
o In dergelijk spel is de juiste keuze maken een bekrachtiging voor de speler
o Thorndikes wet van het effect: stelt dat gedragingen met een gunstig
gevolg in de toekomst vaker zullen voorkomen, terwijl gedragingen met
een ongunstig gevolg nadien zullen afnemen in frequentie
1995: Donald Granberg en Thad Brown
- 1ste experiment: 228 eerstejaarsstudenten voerden het Monty Hall-dilemma uit
o Slecht 13% gaf aan over te gaan van deur A naar deur B
o Correct antwoord werd niet voornamelijk gegeven door de slimmere
studenten, want het correleerde niet met hun examenresultaten
3
Hoofdstuk 4: de wortel en de stok
Inleiding
De kat van Thorndike: puzzle-box
Trial-and-error leren & de wet van effect: De leerling ontdekt geleidelijk de goede
respons door verschillende gedragingen te proberen en te onthouden welk gedrag de
(on)gewenste gevolgen oplevert, in dit geval het voedsel dat (niet) beschikbaar wordt
De wet van het effect is niet nieuw: hemel en hel
Uit autobiografie B.F. Skinner
Maar naast de vaststelling dat mensen (en dieren) soms ook lijken te leren zonder
bekrachtigingen, werken beloningen ook niet altijd zoals behioristen verwachten …
Het Monty Hall-dilemma
Gebaseerd op TV-show ‘Let’s make a deal’ (1963): achter één van de drie deuren/
gordijnen zit een auto. Na de eerste keuze wordt er een gordijn geopend waar een
geit achter staat en vraagt men of de kandidaat wilt veranderen van gordijn.
Monty Hall-dilemma: verander je van deur?
Ja, ik verander van deur want mijn kans op een auto verhoogt
De wet van effect werkt bij mensen minder goed als bij dieren
Falende beloningen door biologische beperkingen
- Niet elk willekeurig gedrag kan aangeleerd worden, in tegenstelling tot wat
radicale behavioristen dachten
- Ethologen hebben altijd gewaarschuwd voor beperkingen
Bv. Breland & Breland (1961):
o Trainden duizende dieren 40 diersoorten
o Voorbeeld van beperking bij training varkens:
Geldstukken opnemen en deponeren in spaarpot,
Shaping, dan intermittent bekrachtigd
Na verloop van tijd toonden varkens vreemd gedrag, bv.
begraven
= instinctive drift (het aangeleerde gedrag werd gaandewege
beïnvloed door instinctief gedrag)
1
,De paradoxale effecten van beloningen op school
1/3 kreeg een aangekondigde beloning speelden later
minder met het speelgoed
1/3 kreeg een onaangekondigde beloning
1/3 kreeg geen beloning
eerst bleek dat beloond gedrag werd herhaald, maar
hier wordt het tegendeel bewezen
De Zelfdeterminatietheorie
Intrinsiek: als je het gedrag doet
omwille van het gedrag zelf (niet
omdat je er iets mee kunt behalen)
zeer zeldzaam
Extrinsiek: als je het gedrag doet
omwille van wat je ermee kunt
bekomen
Hoe meer zelfdeterminantie, hoe
groter de kans dat het gedrag op
lange termijn wordt volgehouden!
Hoe autonome motivatie faciliteren?
- Door een sociale context te creëren waarin de drie basisnoden vervuld worden:
Autonomie
Betrokkenheid/ verBondenheid
Competentie
= noodondersteunend of ABC-coachen
- Noodondersteunend coachen kost meer tijd in het begin, maar redeert op lange
termijn!
- AUTONOMIE
o Geef opties en inspraak
o Geef een rationale
o Gebruik open taalgebruik (bv. “je zou kunnen” ipv. “je moet”)
o …
o Vermijd (controlerende) materiële beloningen
- BETROKKENHEID
o Empathie tonen via actief luisteren
o Geef sociale steun (meedoen, tastbaar, informatie, emotioneel)
o Zoek naar gedeelde identiteit/ waarden
- COMPETENTIE
o Positief bekrachtigen (authentieke complimenten)
o Succes laten ervaren => in kleine stapjes/ gewoontes vooruitgaan!
o Voldoende structuur bieden en het zo concreet mogelijk maken:
4 W’s: Wat, Waar, Wanneer en met Wie?
o Anticipeer op hindernissen (advocaat van de duivel + mentaal back-up
plan)
2
, Nabespreking
Niet altijd éénduidig!
- De kwaliteit van motivatie voor hetzelfde gedrag kan variëren in de tijd (bv., op
zondag ben ik intrinsiek gemotiveerd voor mijn lange duurloop, op vrijdag doe ik
mijn interval eerder omwille van het gewaardeerde doel => geïdentificeerde
regulatie). Je kan ook meerdere soorten motivaties voor een gedrag op
hetzelfde moment ervaren. Wat vooral telt is de dominante, meest
voorkomende vorm van motivatie om een gedrag te stellen.
- Een gedrag kan ook uit subgedragingen bestaan met verschillende
onderliggende motivaties (bv., warming-up vs. wedstrijd; het ene vak is niet het
andere om te studeren).
Examen: vragen waarbij je mensen op het zelfdeterminatiecontinuüm moet plaatsen
Namen van onderzoeken niet kennen! (je moet als je een naam krijgt niet weten wat
er in het onderzoek staat!, dit wordt gegeven)
Samenvatting
Het Monty Hall-dilemma
Jaren 1960: Monty Hall (Let’s Make a Deal)
- Deelnemers kiezen uit 3 deuren: A, B en C
- Achter één deur staat een luxewagen, achter de andere twee staat niet
waardevols
- Keuze waar de winnaar mee geconfronteerd werd, was de aanleiding voor een
‘breinbreker’ (geformuleerd door Steve Stevin in 1975)
Stel je in de plaats van een quizwinnaar en je staat voor de keuze tussen de drie
deuren. Je kiest voor een bepaalde deur, laat ons die deur A noemen. De presentator,
die weet achter welke deur de wagen zich bevindt, opent vervolgens een van de twee
andere deuren, laat ons zeggen deur C, waarachter zich niet bevindt. Dan vraagt hij je
of je je keuze wilt veranderen van deur A naar deur B. Wat doe je?
- Volgens Selvin: het is beter om van deur A naar deur B te gaan de kans op
het winnen van de luxewagen verdubbelt van 1/3 naar 2/3
Hoe vaak stoot een ezel zich aan dezelfde steen?
Marilyn vos Savant had gelijk: ze ging akkoord met Selvin
- Monty Hall-dilemma kan opgelost worden door gebruik te maken van de
basisprincipes van kansrekening
- Centrale vraag: Leren we bij wanneer we niet één keer, maar herhaaldelijke
keren na elkaar de Monty Hall-keuze maken?
o In dergelijk spel is de juiste keuze maken een bekrachtiging voor de speler
o Thorndikes wet van het effect: stelt dat gedragingen met een gunstig
gevolg in de toekomst vaker zullen voorkomen, terwijl gedragingen met
een ongunstig gevolg nadien zullen afnemen in frequentie
1995: Donald Granberg en Thad Brown
- 1ste experiment: 228 eerstejaarsstudenten voerden het Monty Hall-dilemma uit
o Slecht 13% gaf aan over te gaan van deur A naar deur B
o Correct antwoord werd niet voornamelijk gegeven door de slimmere
studenten, want het correleerde niet met hun examenresultaten
3