Notarieel Familierecht
Examen: schriftelijk
Toepassing van hogere cesuur bij meerkeuzevragen
GEEN kruisverwijzingen in wetboek
Wetboek: Burgerlijk/Gerechtelijk wetboek
Les 1 – 22/09
Hoofdstuk 1: Samenwoningsrelaties en gezinsvormen
Deel I – Burgerlijke aspecten
Gehuwd, wettelijk of feitelijk samenwonend
I. Toetreding en uittreding
HUWELIJK
Toetreding: Het huwelijk is heel formeel. Van het huwelijk moet voorafgaandelijk aangifte
worden gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand (1). Dit is een aankondiging
van het voornemen om te gaan huwen.
Vervolgens wordt het huwelijk voltrekken verplicht openbaar (2) en met opmaak van
een akte (3).
Het gaat hier om drie elementen die wijzen op het formele karakter van het huwelijk.
Voorwaarden om te huwen:
- Minimum 18 jaar zijn (hierop bestaan uitzonderingen)
- Beide echtgenoten moeten toestemming geven om een duurzame
levensgemeenschap tot stand te brengen (= consortium vitae).
Opmerking: de verbintenisrechtelijke wilsgebreken zijn anders van toepassing op
het huwelijk dan op een klassiek contract. Zo zijn dwaling in de persoon en
geweld van toepassing op het huwelijk, maar bedrog en benadeling zijn
daarentegen geen wilsgebreken die in het kader van het huwelijk kunnen
worden ingeroepen.
‘en fait de mariage, trompe qui peut’ (bedrog): het feit dat partners zich
tegenover elkaar anders voordoen dan dat ze werkelijk zijn, maakt bedrog uit,
maar is geen wilsgebrek dat kan worden ingeroepen.
- Er geldt een bigamieverbod. Dat wil zeggen dat het verboden is om tegelijkertijd
met meer dan één persoon gehuwd te zijn.
- Huwelijksbeletsels die gebaseerd zijn op de familieband (er zijn absolute en
relatieve verboden).
1
, - Het homohuwelijk is sinds 2003 mogelijk. Sindsdien vormt het geslacht geen
beletsel meer om te huwen.
Uittreding (formeel): de echtscheiding gebeurt altijd via een rechterlijke uitspraak. Er zijn
twee echtscheidingsvormen, met name
Echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT)
Echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting (EOO)
Huwelijksbeletsels:
– Tussen bloedverwanten in rechte opgaande en nederdalende lijn (absoluut
verbod)
– Tussen adoptant en geadopteerde of zijn afstammelingen (absoluut
verbod)
– Tussen aanverwanten in dezelfde lijn: stiefouder en stiefkind (relatief
verbod)
– Tussen adoptant en vorige echtgenoot van geadopteerde (relatief
verbod)
– Tussen broer en zusters (absoluut verbod)
– Tussen adoptieve kinderen van zelfde adoptant (relatief verbod)
– Tussen geadopteerde en de kinderen van de adoptant (relatief verbod)
– Tussen oom/tante en nicht/neef (relatief verbod)
Van een absoluut huwelijksbeletsel mag er in geen enkel geval van worden afgeweken.
Van een relatief huwelijksbeletsel is er wel een afwijkingsmogelijkheid.
Opmerking: deze beletsels bestaan niet in het kader van een wettelijke samenwoning.
WETTELIJKE SAMENWONING
Toetreding (minder formeel): er moet een gezamenlijke verklaring door de partijen
worden afgelegd bij een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het is veel minder formeel
aangezien er geen openbaarheid vereist is en er geen akte moet worden opgemaakt. Er
wordt enkel een melding gemaakt van de wettelijke samenwoning in het
bevolkingsregister.
Voorwaarden wettelijke samenwoning:
- Men moet minstens 18 jaar oud zijn
- Beide partijen moeten toestemming geven om toe te treden tot de wettelijke
samenwoning (>< huwelijk: niet noodzakelijk om een duurzame
levensgemeenschap tot stand te brengen.)
- Er is een bigamieverbod
o Vroeger: het huwelijk beëindigde automatisch de wettelijke samenwoning.
Het is niet vereist dat de WS eerst wordt beëindigd alvorens te kunnen
huwen.
2
, o Nu: de wettelijke samenwoning moet eerst worden beëindigd alvorens te
kunnen overgaan tot het huwelijk. Enkel wanneer het de wettelijke
samenwonende partners zelf zijn die overgaan tot het huwelijk, dan moet
de WS niet eerst worden beëindigd. De WS wordt in dat geval automatisch
beëindigd.
o Het is bovendien niet mogelijk om tegelijk met verschillende personen
wettelijk samen te wonen.
- De familieband vormt geen beletsel bij de wettelijke samenwoning (vb.
hulpbehoevende moeder en volwassen dochter die wettelijk samenwonen).
Uittreding (minder formeel): men moet eenzijdig of gezamenlijk een verklaring richten
aan een ambtenaar van de burgerlijke stand om aan te geven dat je de wettelijke
samenwoning wilt beëindigen. In het geval van een eenzijdige verklaring betekent de
ambtenaar van de burgerlijke stand dit via een deurwaardersexploot aan de partner. Dit
betekent dat iedere partner eenzijdig kan beslissen om de wettelijke samenwoning kan
beëindigen.
Het huwelijk tussen de wettelijke samenwonende partners beëindigt daarentegen
automatisch de wettelijke samenwoning.
FEITELIJKE SAMENWONING
Toetreding (informeel):
Het gaat louter om een feitelijk gegeven, met name twee personen die
samenwonen.
De enige vereiste om feitelijk te kunnen gaan samenwonen is administratief van
aard nl. de inschrijving in het bevolkingsregister op hetzelfde adres.
GEEN voorwaarden om feitelijk te kunnen samenwonen.
Uittreding (informeel): ook de uittreding is een louter feitelijk gegeven, met name door de
inschrijving door de partijen in het bevolkingsregister op een ander adres.
3
, II. Persoonlijke gevolgen en solidariteit
De persoonsrechtelijke rechten en plichten (dit is het primaire stelsel):
De bijstandsplicht is een genegenheidsplicht nl. een plicht tot liefde. Je moet je partner
namelijk bijstaan op momenten dat je partner het bv. moeilijk heeft op een bepaald
moment zoals ziekte.
De hulpplicht: de plicht van het naar elkaar toebrengen van elkaar levensstandaard.
Men is verplicht om de levensstandaard op elkaar af te stemmen. De economische sterke
echtgenoot moet met name zijn levensstandaard delen met de economisch zwakkere
echtgenoot.
Deze plicht bestaat niet bij de wettelijke samenwoning. Dat betekent dat de
partners kunnen leven aan een zelf gekozen niveau van levensstandaard. Deze
partner moet niet bijdragen in de levensstandaard van de andere partner die er
bv. voor kiest om te leven volgens de levensstandaard van de minst verdienende
partner.
De bijdrageplicht: de plicht om naar vermogen en mogelijkheden (proportioneel) bij te
dragen in de gemiddelde levensstandaard van het gezin. Dit kan zowel financieel, maar
ook door bij te dragen in het huishouden.
De hulp- en bijdrageplicht is een financiële/economische plicht.
Bescherming van de gezinswoning (art. 215 oud BW): De echtgenoot/partner die
eigenaar is van de gezinswoning kan zijn eigendomsrechten niet meer uitoefenen bv.
verkopen, verhuren …. Er is een instemming vereist van de andere echtgenoot/partner.
Opmerking: Bij instemming geef je een toestemming, maar niet als een contractspartij.
Bij de toestemming ben je wel een contractspartij.
Belangrijk: het primair stelsel is van dwingend recht, dat wil zeggen dat er geen
conventionele afwijkingen mogelijk zijn. Het primair stelsel kan wel worden uitgebreid.
4
Examen: schriftelijk
Toepassing van hogere cesuur bij meerkeuzevragen
GEEN kruisverwijzingen in wetboek
Wetboek: Burgerlijk/Gerechtelijk wetboek
Les 1 – 22/09
Hoofdstuk 1: Samenwoningsrelaties en gezinsvormen
Deel I – Burgerlijke aspecten
Gehuwd, wettelijk of feitelijk samenwonend
I. Toetreding en uittreding
HUWELIJK
Toetreding: Het huwelijk is heel formeel. Van het huwelijk moet voorafgaandelijk aangifte
worden gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand (1). Dit is een aankondiging
van het voornemen om te gaan huwen.
Vervolgens wordt het huwelijk voltrekken verplicht openbaar (2) en met opmaak van
een akte (3).
Het gaat hier om drie elementen die wijzen op het formele karakter van het huwelijk.
Voorwaarden om te huwen:
- Minimum 18 jaar zijn (hierop bestaan uitzonderingen)
- Beide echtgenoten moeten toestemming geven om een duurzame
levensgemeenschap tot stand te brengen (= consortium vitae).
Opmerking: de verbintenisrechtelijke wilsgebreken zijn anders van toepassing op
het huwelijk dan op een klassiek contract. Zo zijn dwaling in de persoon en
geweld van toepassing op het huwelijk, maar bedrog en benadeling zijn
daarentegen geen wilsgebreken die in het kader van het huwelijk kunnen
worden ingeroepen.
‘en fait de mariage, trompe qui peut’ (bedrog): het feit dat partners zich
tegenover elkaar anders voordoen dan dat ze werkelijk zijn, maakt bedrog uit,
maar is geen wilsgebrek dat kan worden ingeroepen.
- Er geldt een bigamieverbod. Dat wil zeggen dat het verboden is om tegelijkertijd
met meer dan één persoon gehuwd te zijn.
- Huwelijksbeletsels die gebaseerd zijn op de familieband (er zijn absolute en
relatieve verboden).
1
, - Het homohuwelijk is sinds 2003 mogelijk. Sindsdien vormt het geslacht geen
beletsel meer om te huwen.
Uittreding (formeel): de echtscheiding gebeurt altijd via een rechterlijke uitspraak. Er zijn
twee echtscheidingsvormen, met name
Echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT)
Echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting (EOO)
Huwelijksbeletsels:
– Tussen bloedverwanten in rechte opgaande en nederdalende lijn (absoluut
verbod)
– Tussen adoptant en geadopteerde of zijn afstammelingen (absoluut
verbod)
– Tussen aanverwanten in dezelfde lijn: stiefouder en stiefkind (relatief
verbod)
– Tussen adoptant en vorige echtgenoot van geadopteerde (relatief
verbod)
– Tussen broer en zusters (absoluut verbod)
– Tussen adoptieve kinderen van zelfde adoptant (relatief verbod)
– Tussen geadopteerde en de kinderen van de adoptant (relatief verbod)
– Tussen oom/tante en nicht/neef (relatief verbod)
Van een absoluut huwelijksbeletsel mag er in geen enkel geval van worden afgeweken.
Van een relatief huwelijksbeletsel is er wel een afwijkingsmogelijkheid.
Opmerking: deze beletsels bestaan niet in het kader van een wettelijke samenwoning.
WETTELIJKE SAMENWONING
Toetreding (minder formeel): er moet een gezamenlijke verklaring door de partijen
worden afgelegd bij een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het is veel minder formeel
aangezien er geen openbaarheid vereist is en er geen akte moet worden opgemaakt. Er
wordt enkel een melding gemaakt van de wettelijke samenwoning in het
bevolkingsregister.
Voorwaarden wettelijke samenwoning:
- Men moet minstens 18 jaar oud zijn
- Beide partijen moeten toestemming geven om toe te treden tot de wettelijke
samenwoning (>< huwelijk: niet noodzakelijk om een duurzame
levensgemeenschap tot stand te brengen.)
- Er is een bigamieverbod
o Vroeger: het huwelijk beëindigde automatisch de wettelijke samenwoning.
Het is niet vereist dat de WS eerst wordt beëindigd alvorens te kunnen
huwen.
2
, o Nu: de wettelijke samenwoning moet eerst worden beëindigd alvorens te
kunnen overgaan tot het huwelijk. Enkel wanneer het de wettelijke
samenwonende partners zelf zijn die overgaan tot het huwelijk, dan moet
de WS niet eerst worden beëindigd. De WS wordt in dat geval automatisch
beëindigd.
o Het is bovendien niet mogelijk om tegelijk met verschillende personen
wettelijk samen te wonen.
- De familieband vormt geen beletsel bij de wettelijke samenwoning (vb.
hulpbehoevende moeder en volwassen dochter die wettelijk samenwonen).
Uittreding (minder formeel): men moet eenzijdig of gezamenlijk een verklaring richten
aan een ambtenaar van de burgerlijke stand om aan te geven dat je de wettelijke
samenwoning wilt beëindigen. In het geval van een eenzijdige verklaring betekent de
ambtenaar van de burgerlijke stand dit via een deurwaardersexploot aan de partner. Dit
betekent dat iedere partner eenzijdig kan beslissen om de wettelijke samenwoning kan
beëindigen.
Het huwelijk tussen de wettelijke samenwonende partners beëindigt daarentegen
automatisch de wettelijke samenwoning.
FEITELIJKE SAMENWONING
Toetreding (informeel):
Het gaat louter om een feitelijk gegeven, met name twee personen die
samenwonen.
De enige vereiste om feitelijk te kunnen gaan samenwonen is administratief van
aard nl. de inschrijving in het bevolkingsregister op hetzelfde adres.
GEEN voorwaarden om feitelijk te kunnen samenwonen.
Uittreding (informeel): ook de uittreding is een louter feitelijk gegeven, met name door de
inschrijving door de partijen in het bevolkingsregister op een ander adres.
3
, II. Persoonlijke gevolgen en solidariteit
De persoonsrechtelijke rechten en plichten (dit is het primaire stelsel):
De bijstandsplicht is een genegenheidsplicht nl. een plicht tot liefde. Je moet je partner
namelijk bijstaan op momenten dat je partner het bv. moeilijk heeft op een bepaald
moment zoals ziekte.
De hulpplicht: de plicht van het naar elkaar toebrengen van elkaar levensstandaard.
Men is verplicht om de levensstandaard op elkaar af te stemmen. De economische sterke
echtgenoot moet met name zijn levensstandaard delen met de economisch zwakkere
echtgenoot.
Deze plicht bestaat niet bij de wettelijke samenwoning. Dat betekent dat de
partners kunnen leven aan een zelf gekozen niveau van levensstandaard. Deze
partner moet niet bijdragen in de levensstandaard van de andere partner die er
bv. voor kiest om te leven volgens de levensstandaard van de minst verdienende
partner.
De bijdrageplicht: de plicht om naar vermogen en mogelijkheden (proportioneel) bij te
dragen in de gemiddelde levensstandaard van het gezin. Dit kan zowel financieel, maar
ook door bij te dragen in het huishouden.
De hulp- en bijdrageplicht is een financiële/economische plicht.
Bescherming van de gezinswoning (art. 215 oud BW): De echtgenoot/partner die
eigenaar is van de gezinswoning kan zijn eigendomsrechten niet meer uitoefenen bv.
verkopen, verhuren …. Er is een instemming vereist van de andere echtgenoot/partner.
Opmerking: Bij instemming geef je een toestemming, maar niet als een contractspartij.
Bij de toestemming ben je wel een contractspartij.
Belangrijk: het primair stelsel is van dwingend recht, dat wil zeggen dat er geen
conventionele afwijkingen mogelijk zijn. Het primair stelsel kan wel worden uitgebreid.
4