Economie A: hoofdstuk 1
Economie betreft de organisatie van de systemen van consumptie (consumenten) en
productie (producenten)
- Consumenten maken keuzes over het aanschaffen van g&d voor eigen gebruik
binnen beschikbare budget
- Producenten maken keuzes over het tot stand brengen van g&d en bieden die aan
op de markt
Evolutie vd econ is sterk afhankelijk vd technologische evoluties, want door tech.
evoluties zijn veel consumenten ook producenten = prosumenten
= consumenten die ook g&d aanbieden die traditioneel door producenten werden
aangeboden op markten die voorheen door klassieke producenten / bedrijven bespeeld
werden
Bv zonnepanelen consumeren → energie produceren, kamers verhuren, …
3 regulatoren: banksector, overheid en buitenland
Economie is sociale wetenschap: mens staat centraal, keuze = gedrag
Mens heeft onbeperkte behoeftes (mooi huis, nieuwe kleren, …) maar schaarste /
budgetbeperking => keuzes maken
- Keuzes inzake consumptie/productie als gevolg van schaarste
→ Gevolgen van deze keuzes voor maatschappij
Adam Smith (18e eeuw)
- Zijn boek = basiswerk van latere klassieke economische school
- Beschreef als eerste voordelen van arbeidsverdeling, specialisatie & handel
- ‘Invisible hand’
= werking vd vrij markt die vanzelf tot maximale welvaart leidt (zonder inmenging
overheid) ondanks dat ied oog heeft voor eigenbelang
- ‘economische groei is gevolg van specialisatie en kapitaalaccumulatie of
investeringen’
Economie = wetenschap vd keuzes die economische agenten maken gevolg van
schaarste
= sociale wetenschap die keuzes inzake productie & consumptie onder voorwaarden van
schaarste bestudeert, inclusief gevolgen vd keuzes voor de hele maatschappij
Als individu en als maatschappij moeten we omgaan met beperkingen en schaarste
Schaars = de mogelijke aanwendingen van een middel overstijgen de beschikbaarheid
ervan => als het meer gewild is dan het beschikbaar is
,→ andere middelen opofferen
! ≠ zeldzaamheid: zeldzame g&d zijn pas schaars, als ze ook gewild zijn !
We maken weloverwogen keuzes
Keuzes hebben impact op schaarste → welvaart gecreëerd
Mate waarin schaarste wordt vermindert
welvaart ≠ enkel inkomen & geld, maar bv ook vrije tijd (is ook schaars goed)
Behoeften (immaterieel; invulling zijn de schaarse middelen)
Einde vh leven van Smith was er veel hongersnood in EU
→ Einde 18e eeuw 15% - 20% doden
Heden: meer doden als gevolg van te hoge consumptie van industrieel voedsel dan aan
honger
Maar in bepaalde regio’s wel nog ondervoeden
- Door natuurrampen
- Door politiek conflict of burgeroorlog (meestal dit)
Economische behoeften = verlangens vd mens waaraan men slechts kan voldoen door
het inzetten van schaarse middelen
- Ervaring van ‘tekort’
- Immaterieel
- Economische goed/dienst voldoet aan een behoefte
Bv wagen (goed): behoefte in mobiliteit, avond uit (dienst): behoefte in sociaal cc
3 soorten:
1) Primair
- Aangeboren
- Basisbehoeften, verbonden met lichaam
- Bv veiligheid, slaap, … → g&d zijn dan brood, drinken, bed, …
2) Secundair
- Aangeleerd
- Niet levensnoodzakelijk, maar laat mens ontwikkelen, sociaal georiënteerd
- Bv cultuur, pers ontwikkeling, ontspanning, … → g&d zijn dan cinema,
onderwijs, bowling, …
3) Tertiair
- Luxe
- Vaak materieel
, - Bv wereld zien, opgemerkt verplaatsen, … → g&d zijn dan reizen, dure auto,
…
Behoeften zijn onbeperkt…
→ na ingevulde behoefte, heb je nieuwe behoefte
Komt door econ productie & technische ontwikkeling
- Er ontstaan nieuwe goederen/diensten waar mens naar verlangt
Bv arbeid nu VS vroeger (60u/week en weinig verlof VS 38u/week en 3 weken verlof)
Maar voor vele is minder werk een schrikbeeld: draagt bij aan onze eigenwaarde en
zelfbeeld en voor sociaal contact
… ↔ middelen om aan behoefte te voldoen zijn schaars
Keuzes maken (voordelen vs nadelen afwegen)
Schaarste en ecologie
Schaarste is vaak gekoppeld aan beperkte aanbod van niet-hernieuwbare grondstoffen
(bv fossiele brandstoffen), deze schaarste is afhankelijk vd stand vd technologie.
Ons ecosysteem beschikt over uniek absorptievermogen: rivieren en oceanen hebben
zelfreinigend effect.
Eens het natuurlijke absorptievermogen overschreden wordt, leidt een bijkomende
uitstoot tot ecologische kosten
CO2 blijft 100 jaar in atmosfeer. CO2 concentratie stijgt rapt en meer kans op
klimaatverandering; aangezien na 1850 veel CO2 is uitgestoten, is onze ‘capaciteit’
beperkt.
Om klimaatdoelstelling te behouden mogen we deel van de, al schaarse, fossiele
brandstoffen niet gebruiken
Opportuniteitskost
= de niet gerealiseerde opbrengst vh best mogelijke alternatief voor de gemaakte keuze
→ meet de gemiste opbrengst v/e alternatief middelengebruik en is meestal de
belangrijkste kost van een afruil (Kan geld zijn maar bv ook tijd (slide 13))
Economische kost = inclusief gederfde baten van best mogelijke alternatief
→ Wordt gebruikt om economisch resultaat te bepalen
Economisch resultaat = Opbrengsten min de (economische) kosten, inclusief in de
(economische) kosten de opportuniteitskosten
Opbrengsten – kosten – opportuniteitskosten = economisch resultaat
Opbrengsten – kosten = boekhoudkundig resultaat
Marginaliteit
, Kosten en opbrengsten (baten) worden afgewogen in ‘marginaliteit’
= in termen van bijkomende eenheden (per stuk/ per verpakking, per tijdsbestek, …)
Bv nog 1 pint extra, nog 1 extra kledingstuk, nog 1 jaar langer studeren
- Marginale kosten zijn de bijkomende kost voor een bijkomende eenheid
inspanning, output, productie, …
- Marginale baten zijn de bijkomende opbrengst “ “
“
Bv studieduur: MK zijn dan bv nieuw materiaal, minder vrije tijd, … en MO zijn
dan bv meer kennis, betere capaciteiten, beter uurloon, …
(MK en MO zijn niet altijd bepaalbaar of lineair)
Economisch evenwicht bij MO = MK
Wetenschappelijke benadering
Y = f(x) --> impact van x op y verklaren
Bepaalde aannames:
Behoeften zijn onbeperkt
Economische agenten kiezen rationeel
Keuzes uit eigen belang --> nastreven van eigen maximaal benut
Optimale keuze waar MO = MK
Houdt rekening met verlies van beste alternatief = opportuniteitskost
Ceteris paribus = veronderstelling dat bij de studie van de impact x op y, alle
andere factoren ongewijzigd blijven; alle variabelen zijn constant
V = f(P)
Verwacht: Negatief verband: hoe hoger P, hoe lager V (indien andere factoren
geen rol spelen
Perfecte informatie: veronderstelt dat alle economische agenten op hetzelfde
moment op de hoogte zijn van alle belangrijke factoren in een economische
transactie
Asymmetrische info is realiteit (je weet bv niet altijd alles over kwaliteit of
productiekosten) --> Perfecte markt is uitzonderlijk
Gebruik maken van mental shortcuts = intuïtieve beslissingsregels die
bij gebrek aan volledige info gebruik worden bij het maken van een
keuze
Beslissingen op basis van:
- Gewoontes
- Advies van anderen
- Verwachtingen
Economie betreft de organisatie van de systemen van consumptie (consumenten) en
productie (producenten)
- Consumenten maken keuzes over het aanschaffen van g&d voor eigen gebruik
binnen beschikbare budget
- Producenten maken keuzes over het tot stand brengen van g&d en bieden die aan
op de markt
Evolutie vd econ is sterk afhankelijk vd technologische evoluties, want door tech.
evoluties zijn veel consumenten ook producenten = prosumenten
= consumenten die ook g&d aanbieden die traditioneel door producenten werden
aangeboden op markten die voorheen door klassieke producenten / bedrijven bespeeld
werden
Bv zonnepanelen consumeren → energie produceren, kamers verhuren, …
3 regulatoren: banksector, overheid en buitenland
Economie is sociale wetenschap: mens staat centraal, keuze = gedrag
Mens heeft onbeperkte behoeftes (mooi huis, nieuwe kleren, …) maar schaarste /
budgetbeperking => keuzes maken
- Keuzes inzake consumptie/productie als gevolg van schaarste
→ Gevolgen van deze keuzes voor maatschappij
Adam Smith (18e eeuw)
- Zijn boek = basiswerk van latere klassieke economische school
- Beschreef als eerste voordelen van arbeidsverdeling, specialisatie & handel
- ‘Invisible hand’
= werking vd vrij markt die vanzelf tot maximale welvaart leidt (zonder inmenging
overheid) ondanks dat ied oog heeft voor eigenbelang
- ‘economische groei is gevolg van specialisatie en kapitaalaccumulatie of
investeringen’
Economie = wetenschap vd keuzes die economische agenten maken gevolg van
schaarste
= sociale wetenschap die keuzes inzake productie & consumptie onder voorwaarden van
schaarste bestudeert, inclusief gevolgen vd keuzes voor de hele maatschappij
Als individu en als maatschappij moeten we omgaan met beperkingen en schaarste
Schaars = de mogelijke aanwendingen van een middel overstijgen de beschikbaarheid
ervan => als het meer gewild is dan het beschikbaar is
,→ andere middelen opofferen
! ≠ zeldzaamheid: zeldzame g&d zijn pas schaars, als ze ook gewild zijn !
We maken weloverwogen keuzes
Keuzes hebben impact op schaarste → welvaart gecreëerd
Mate waarin schaarste wordt vermindert
welvaart ≠ enkel inkomen & geld, maar bv ook vrije tijd (is ook schaars goed)
Behoeften (immaterieel; invulling zijn de schaarse middelen)
Einde vh leven van Smith was er veel hongersnood in EU
→ Einde 18e eeuw 15% - 20% doden
Heden: meer doden als gevolg van te hoge consumptie van industrieel voedsel dan aan
honger
Maar in bepaalde regio’s wel nog ondervoeden
- Door natuurrampen
- Door politiek conflict of burgeroorlog (meestal dit)
Economische behoeften = verlangens vd mens waaraan men slechts kan voldoen door
het inzetten van schaarse middelen
- Ervaring van ‘tekort’
- Immaterieel
- Economische goed/dienst voldoet aan een behoefte
Bv wagen (goed): behoefte in mobiliteit, avond uit (dienst): behoefte in sociaal cc
3 soorten:
1) Primair
- Aangeboren
- Basisbehoeften, verbonden met lichaam
- Bv veiligheid, slaap, … → g&d zijn dan brood, drinken, bed, …
2) Secundair
- Aangeleerd
- Niet levensnoodzakelijk, maar laat mens ontwikkelen, sociaal georiënteerd
- Bv cultuur, pers ontwikkeling, ontspanning, … → g&d zijn dan cinema,
onderwijs, bowling, …
3) Tertiair
- Luxe
- Vaak materieel
, - Bv wereld zien, opgemerkt verplaatsen, … → g&d zijn dan reizen, dure auto,
…
Behoeften zijn onbeperkt…
→ na ingevulde behoefte, heb je nieuwe behoefte
Komt door econ productie & technische ontwikkeling
- Er ontstaan nieuwe goederen/diensten waar mens naar verlangt
Bv arbeid nu VS vroeger (60u/week en weinig verlof VS 38u/week en 3 weken verlof)
Maar voor vele is minder werk een schrikbeeld: draagt bij aan onze eigenwaarde en
zelfbeeld en voor sociaal contact
… ↔ middelen om aan behoefte te voldoen zijn schaars
Keuzes maken (voordelen vs nadelen afwegen)
Schaarste en ecologie
Schaarste is vaak gekoppeld aan beperkte aanbod van niet-hernieuwbare grondstoffen
(bv fossiele brandstoffen), deze schaarste is afhankelijk vd stand vd technologie.
Ons ecosysteem beschikt over uniek absorptievermogen: rivieren en oceanen hebben
zelfreinigend effect.
Eens het natuurlijke absorptievermogen overschreden wordt, leidt een bijkomende
uitstoot tot ecologische kosten
CO2 blijft 100 jaar in atmosfeer. CO2 concentratie stijgt rapt en meer kans op
klimaatverandering; aangezien na 1850 veel CO2 is uitgestoten, is onze ‘capaciteit’
beperkt.
Om klimaatdoelstelling te behouden mogen we deel van de, al schaarse, fossiele
brandstoffen niet gebruiken
Opportuniteitskost
= de niet gerealiseerde opbrengst vh best mogelijke alternatief voor de gemaakte keuze
→ meet de gemiste opbrengst v/e alternatief middelengebruik en is meestal de
belangrijkste kost van een afruil (Kan geld zijn maar bv ook tijd (slide 13))
Economische kost = inclusief gederfde baten van best mogelijke alternatief
→ Wordt gebruikt om economisch resultaat te bepalen
Economisch resultaat = Opbrengsten min de (economische) kosten, inclusief in de
(economische) kosten de opportuniteitskosten
Opbrengsten – kosten – opportuniteitskosten = economisch resultaat
Opbrengsten – kosten = boekhoudkundig resultaat
Marginaliteit
, Kosten en opbrengsten (baten) worden afgewogen in ‘marginaliteit’
= in termen van bijkomende eenheden (per stuk/ per verpakking, per tijdsbestek, …)
Bv nog 1 pint extra, nog 1 extra kledingstuk, nog 1 jaar langer studeren
- Marginale kosten zijn de bijkomende kost voor een bijkomende eenheid
inspanning, output, productie, …
- Marginale baten zijn de bijkomende opbrengst “ “
“
Bv studieduur: MK zijn dan bv nieuw materiaal, minder vrije tijd, … en MO zijn
dan bv meer kennis, betere capaciteiten, beter uurloon, …
(MK en MO zijn niet altijd bepaalbaar of lineair)
Economisch evenwicht bij MO = MK
Wetenschappelijke benadering
Y = f(x) --> impact van x op y verklaren
Bepaalde aannames:
Behoeften zijn onbeperkt
Economische agenten kiezen rationeel
Keuzes uit eigen belang --> nastreven van eigen maximaal benut
Optimale keuze waar MO = MK
Houdt rekening met verlies van beste alternatief = opportuniteitskost
Ceteris paribus = veronderstelling dat bij de studie van de impact x op y, alle
andere factoren ongewijzigd blijven; alle variabelen zijn constant
V = f(P)
Verwacht: Negatief verband: hoe hoger P, hoe lager V (indien andere factoren
geen rol spelen
Perfecte informatie: veronderstelt dat alle economische agenten op hetzelfde
moment op de hoogte zijn van alle belangrijke factoren in een economische
transactie
Asymmetrische info is realiteit (je weet bv niet altijd alles over kwaliteit of
productiekosten) --> Perfecte markt is uitzonderlijk
Gebruik maken van mental shortcuts = intuïtieve beslissingsregels die
bij gebrek aan volledige info gebruik worden bij het maken van een
keuze
Beslissingen op basis van:
- Gewoontes
- Advies van anderen
- Verwachtingen