ZSO: Verstandelijke beperking
Achtergrond:
Kinderen met een verstandelijke beperking worden vaak niet onderkend, waardoor zij
overschat worden en vaak op hun tenen moeten lopen om bijvoorbeeld mee te komen in de
klas. Dit kan ertoe leiden dat kinderen allerlei andere problemen ontwikkelen, zoals: veel
negatieve ervaringen opdoen, minder zelfvertrouwen krijgen en buitengesloten worden.
De student:
• Kent de categorieën waarin de ernst van de verstandelijke beperking wordt ingedeeld.
• Kent de oorzaken van een verstandelijke beperking.
• Kent de oorzaken voor het vaker voorkomen van psychische stoornissen bij kinderen met
een verstandelijke beperking.
• Kent de diagnostiek en behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking.
Opdracht 1:
Vergelijk de diagnose verstandelijke beperking in DSM-IV (pp. 97 Leerboek Psychiatrie
Kinderen en Adolescenten) en DSM-5 (pp. 395 Handboek Klinische
ontwikkelingspsychologie).
Welke belangrijke verschillen kom je tegen?
Het belangrijkste verschil is dat in de DSM-IV IQ-hoogtes worden genoemd, terwijl in
de DSM-5 dit is losgelaten en uitgegaan wordt van beschrijvingen van deficiënties.
Opdracht 2:
Welke oorzaken voor een verstandelijke beperking kom je tegen in de leerboeken en op
internet?
- Erfelijke aandoeningen, zoals het syndroom van Down
- Schadelijke invloeden rondom de geboorte, zoals hypoxie
- Schadelijk invloeden na de geboorte, zoals infectie of trauma
Opdracht 3:
Wat zijn de oorzaken dat psychische stoornissen vaker voorkomen bij kinderen met een
verstandelijke beperking?
- Neuropathologische processen die de verstandelijke beperkingen veroorzaken,
kunnen ook een verhoogd risico geven op psychopathologie.
- Verhoogde kans op verstoorde hechtingsprocessen ten gevolge van verlies en
separatie (=afscheiden), vooral bij uithuisplaatsingen.
- Communicatieve beperkingen geven een verhoogde kans op emotionele en
gedragsstoornissen.
- Kwetsbaarheid voor exploitatie (ter beschikking stellen) en misbruik door anderen.
- Vaker inadequate copingstijlen.
- Meer stress in het gezin door de aanwezigheid van een kind met een verstandelijke
beperking.
- Door beperkte sociale vaardigheden minder in staat om een sociaal netwerk op te
bouwen.
- Minder mogelijkheden voor het participeren in werk en recreatieve (=vrije tijd)
bezigheden.
- Grotere kans op insufficiëntiegevoelens ten gevolge van de verstandelijke beperking
Achtergrond:
Kinderen met een verstandelijke beperking worden vaak niet onderkend, waardoor zij
overschat worden en vaak op hun tenen moeten lopen om bijvoorbeeld mee te komen in de
klas. Dit kan ertoe leiden dat kinderen allerlei andere problemen ontwikkelen, zoals: veel
negatieve ervaringen opdoen, minder zelfvertrouwen krijgen en buitengesloten worden.
De student:
• Kent de categorieën waarin de ernst van de verstandelijke beperking wordt ingedeeld.
• Kent de oorzaken van een verstandelijke beperking.
• Kent de oorzaken voor het vaker voorkomen van psychische stoornissen bij kinderen met
een verstandelijke beperking.
• Kent de diagnostiek en behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking.
Opdracht 1:
Vergelijk de diagnose verstandelijke beperking in DSM-IV (pp. 97 Leerboek Psychiatrie
Kinderen en Adolescenten) en DSM-5 (pp. 395 Handboek Klinische
ontwikkelingspsychologie).
Welke belangrijke verschillen kom je tegen?
Het belangrijkste verschil is dat in de DSM-IV IQ-hoogtes worden genoemd, terwijl in
de DSM-5 dit is losgelaten en uitgegaan wordt van beschrijvingen van deficiënties.
Opdracht 2:
Welke oorzaken voor een verstandelijke beperking kom je tegen in de leerboeken en op
internet?
- Erfelijke aandoeningen, zoals het syndroom van Down
- Schadelijke invloeden rondom de geboorte, zoals hypoxie
- Schadelijk invloeden na de geboorte, zoals infectie of trauma
Opdracht 3:
Wat zijn de oorzaken dat psychische stoornissen vaker voorkomen bij kinderen met een
verstandelijke beperking?
- Neuropathologische processen die de verstandelijke beperkingen veroorzaken,
kunnen ook een verhoogd risico geven op psychopathologie.
- Verhoogde kans op verstoorde hechtingsprocessen ten gevolge van verlies en
separatie (=afscheiden), vooral bij uithuisplaatsingen.
- Communicatieve beperkingen geven een verhoogde kans op emotionele en
gedragsstoornissen.
- Kwetsbaarheid voor exploitatie (ter beschikking stellen) en misbruik door anderen.
- Vaker inadequate copingstijlen.
- Meer stress in het gezin door de aanwezigheid van een kind met een verstandelijke
beperking.
- Door beperkte sociale vaardigheden minder in staat om een sociaal netwerk op te
bouwen.
- Minder mogelijkheden voor het participeren in werk en recreatieve (=vrije tijd)
bezigheden.
- Grotere kans op insufficiëntiegevoelens ten gevolge van de verstandelijke beperking