ZSO: Anatomie orgaansystemen 2
De student:
• Bezit kennis over de verschillende onderdelen van het menselijke skelet.
• Kan de bewegingen mogelijk in gewrichten, en de vlakken waarin en assen
waaromheen deze bewegingen uitgevoerd worden benoemen.
• Kan de naamgeving van spieren in het menselijke lichaam uitleggen.
• Kan de manier waarop een spier een beweging in een gewricht bewerkstelligt
beschrijven.
• Kan de verschillende organen die onderdeel uitmaken van de tractus digestivus en
hun relatie tov elkaar beschrijven.
• Kan de termen peritoneum viscerale, peritoneum parietale en mesenterium
uitleggen.
• Kan de vascularisatie van de in de buik gelegen organen beschrijven.
• Kan de organen en structuren die betrokken zijn bij de productie en afvoer van
urine beschrijven en kan de verschillen tussen mannen en vrouwen uitleggen.
Kan de vrouwelijke inwendige en uitwendige geslachtsorganen en hun relatie tot de
urinewegen beschrijven.
• Kan de mannelijke inwendige en uitwendige geslachtsorganen en hun relatie tot de
urinewegen beschrijven.
Vraag 4.1:
Voltooi de onderstaande tabel door aan te geven welke bewegingen mogelijk zijn in het
heupgewricht. Geef aan om welke as en in welk vlak een beweging uitgevoerd wordt.
Beweging Vlak As
Abductie/adductie Frontale/coronale vlak Sagittale as
Anteflexie/retroflexie Sagittale vlak Transversale as
Endorotatie/exorotatie Transversale vlak Longitudinale as
Vraag 4.2:
Alle bewegingen die mogelijk zijn in de heupgewricht zijn ook mogelijk in het
schoudergewricht, echter, er is een verschil in de uitslag van de bewegingen. Welk gewricht
is meer beweeglijk, en waarom?
Schoudergewricht is meer beweeglijk, omdat de kop-kom congruentie minder (minder
passend) is dan in het heupgewricht.
Vraag 4.3:
Beschrijf welke darmdelen een voedselbolus van proximaal naar distaal moet passeren,
De student:
• Bezit kennis over de verschillende onderdelen van het menselijke skelet.
• Kan de bewegingen mogelijk in gewrichten, en de vlakken waarin en assen
waaromheen deze bewegingen uitgevoerd worden benoemen.
• Kan de naamgeving van spieren in het menselijke lichaam uitleggen.
• Kan de manier waarop een spier een beweging in een gewricht bewerkstelligt
beschrijven.
• Kan de verschillende organen die onderdeel uitmaken van de tractus digestivus en
hun relatie tov elkaar beschrijven.
• Kan de termen peritoneum viscerale, peritoneum parietale en mesenterium
uitleggen.
• Kan de vascularisatie van de in de buik gelegen organen beschrijven.
• Kan de organen en structuren die betrokken zijn bij de productie en afvoer van
urine beschrijven en kan de verschillen tussen mannen en vrouwen uitleggen.
Kan de vrouwelijke inwendige en uitwendige geslachtsorganen en hun relatie tot de
urinewegen beschrijven.
• Kan de mannelijke inwendige en uitwendige geslachtsorganen en hun relatie tot de
urinewegen beschrijven.
Vraag 4.1:
Voltooi de onderstaande tabel door aan te geven welke bewegingen mogelijk zijn in het
heupgewricht. Geef aan om welke as en in welk vlak een beweging uitgevoerd wordt.
Beweging Vlak As
Abductie/adductie Frontale/coronale vlak Sagittale as
Anteflexie/retroflexie Sagittale vlak Transversale as
Endorotatie/exorotatie Transversale vlak Longitudinale as
Vraag 4.2:
Alle bewegingen die mogelijk zijn in de heupgewricht zijn ook mogelijk in het
schoudergewricht, echter, er is een verschil in de uitslag van de bewegingen. Welk gewricht
is meer beweeglijk, en waarom?
Schoudergewricht is meer beweeglijk, omdat de kop-kom congruentie minder (minder
passend) is dan in het heupgewricht.
Vraag 4.3:
Beschrijf welke darmdelen een voedselbolus van proximaal naar distaal moet passeren,