1. HISTORY OF MICROBIOLOGY
ANTON VAN LEEUWENHOEK (17E EEUW)
• Eerste microscoop
• Kwaliteit van katoen bepalen
• Staal van water & tandplak → protozoa
GERM THEORY OF DISEASE
LAZZARO SPALLANZANI (18E EEUW)
• Bouillon koken & fles afsluiten → geen groei van kiemen,…
• Enkel groei bij het openen van glas
geen spontane groei/generatie
• kritiek: koken drijft zuurstof af & sluiten voorkomt het van terugkomen
LOUIS PASTEUR (19E EEUW)
• Bewijs tegen spontane generatie:
• bouillon koken in fles met zwanenhals
· Bouillon blijft steriel ook al ligt er stof in hals
· Wanneer stof in contact komt met bouillon → wel groei van kiemen
• Start vd wetenschappelijke methode
Bouillon koken zodat bacteriën dood zijn
Zwanennek zorgt ervoor dat lucht in en uit de fles kan
→ ontstaan v stof met kiemen terwijl de bouillon nog
helder is
Kantelen van de fles: heldere bouillon komt in contact
met kiemen
→ ontstaan v microben in de heldere stof
Er zijn kleine organismen die groeien in bouillon
• Fermentatie = glucose omzetten in ethanol
· Spontane fermentatie: druivensap verhitten & sluiten → werkt niet
· Zwanenhals: zuurstof kan aan druivensap → werkt niet
· Opwarmen + kleine (bacteriën) & grote (gisten) micro-organismen toevoegen
→ Zorgt voor zure smaak & fermentatie: wijn
• Pasteurisatie = kort verhitten om micro-organismen te doden (smaak & textuur behouden)
• Vaccinatie tegen hondsdolheid/rabiës → zeer dodelijk
Vader van de microbiologie
1
,ROBERT KOCH (19E EEUW)
• Agar/voedingsbodem: aardappelschijfjes
• Link tussen kiem & ziekte → Bacillus anthracis – anthrax
postulaten van Koch:
Mycobacteriën tuberculosis (genus species) - M. abscessus (genus afgekort na 1x voluit op EX)
1. Patient met longtuberculose heeft Mycobacterien, een gezonde persoon niet
2. Kolonies van M. tuberculosis op schuine agarbodem aanbrengen (isoleren → leven)
3. Kiem toedienen aan cavia’s → worden ziek/dood = zeker van ziekteverwekker
4. Nakijken of in de cavia’s deze kiem aanwezig is
1. De micro-organismen moeten aanwezig zijn in elk geval van de ziekte, maar afwezig in gezonde
organismen
2. De verdachte micro-organismen moeten geïsoleerd w en groeien in een zuivere cultuur
(enkel deze bacterie aanwezig)
3. Dezelfde ziekte (als in 1.) moet een resultaat zijn als de geïsoleerde micro-organismen in een
gezonde gastheer wordt ingebracht
4. Dezelfde micro-organismen moeten geïsoleerd w van de zieke gastheer
Start van de medicinale microbiologie
EDWARD JENNER (18E EEUW)
• Pokken veroorzaakt door Variola virus: 10% sterfte
• Koeienpokken veroorzaakt door Vaccinia virus → beschermd tegen pokken
Start van vaccinatie
IGNAZ SEMMELWEIS (BEGIN 19E EEUW)
• ‘kraamvrouwenkoorts’: 25% sterfte (door Streptococcus bacterie)
→ Oorzaak: dokters gingen direct van autopsie (lijken) naar bevalling (geen hygiene)
• ontsmetten met hypochlorus zuur (javel)
· Sterfte: 18% -> 1% (in 3 maanden)
· belachelijk gemaakt door directeur
JOSEPH LISTER
• Introductie van antiseptica (midden 19e eeuw)
• Start antiseptische technieken: desinfectie
PAUL EHRLICH (19E EEUW)
• Stof 606 actief tegen syfilis (Treponema pallidum)
· Voor 40 jaar best beschikbare behandeling
· Introductie van ‘chemotherapie’
· Maar: arseen is zeer dodelijk (bastandeel)
→ Magische kogel: dood bacterie, maar niet menselijke cellen: KLOPT NIET!
ALEXANDER FLEMING (20E EEUW)
• Penicilline (1917): eerste echte antibioticum
start vd chemotherapie
2
,MODERNE MICROBIOLOGIE
1. SARS (virus): virale luchtinfectie geven & kon eraan overlijden. (Azië, nu zica virus)
2. Bioterrorisme: bv: Antharax = slechte bacteriën
3. AIDS: Europa (anti virale geneesmiddelen) sterk kunnen terugdringen. Afrika: zeer dodelijk.
4. Antiretrovirale therapie: therapie tegen retrovirussen zoals: HIV. Hiervoor zijn veel antiretrovirale
geneesmiddelen voor geproduceerd.
5. Probiotica: goede bacteriën, kiemen in onze darmen & hebben goede eigenschappen vb: yakult,
entherol (tegen immuunziektes)
3
, 2. KARAKTERISTIEKEN VAN PROKARYOTEN
PROKARYOTEN VS. EUKARYOTEN
• prokaryoten= geen celkern, geen mitochondriën, celwand (peptidoglycaanlaag!)
• Eukaryoten= celkern, mitochondriën, plasmamembraan
GROOTTE
• Meeste bacterien: 0,5 – 2,0 μm
• Menselijke RBC: 7,5 μm
VORM & REGELING
COCCUS
bolletje
Neisseria meningitidis Twee halve bolletjes
DIPLOCOCCUS
(hersenvliesontsteking) met kanaal tussen
STREPTOCOCCUS S. pneumoniae (longontsteking) Bolletjes achter
S. pyogenes (keelontsteking) elkaar
Verschillende
S. aureus
STAPHYLOCOCCUS vermenigvuldigde
(wondinfectie)
bolletjes
VIBRIO V. cholerae (diaree) Gekromde staaf
Escherichia coli (blaasontsteking
BACILLUS/STAAFJE & diarree) Staaf
B. antracis
Lactobacillus bulgaricus Staven achter
STREPTOBACILLUS
(probioticum in yoghurt) elkaar
Treponema pallidum (syphillis)
SPIROCHEET Borrelia burdorferi (ziekte van
Lyme)
OVERZICHT VAN DE STRUCTUUR
• Celmembraam, meestal omgeven door celwand
• Intern cytoplasma met ribosomen, nucleaire regio
• Verscheidenheid aan externe structuren, zoals capsule, flagellae & pilli
4