Kenmerken van een project:
- Een unieke situatie
- Tijdelijk, heeft een begin (start-up) - en eindpunt
- Projectresultaat
- Projectdoel
- Afgebakende werkzaamheden om de reikwijdte (scope) van het project vangbaar te houden
- Opdrachtgever
- Projectmanager
- Projectorganisatie, heeft een eigen positie en status binnen de organisatie
- Multidisciplinair
- Budget
- Resultaatgericht werken
- Bewaking van voortgang en kosten
Demingcyclus: Plan, Do, Check, Act
Faserapport: evalueert de uitgevoerde fase en legt hierover verantwoording af.
, 6 stappen van Grit
Stap 1: Opstarten van het project
- Agile gaat over wendbaar en flexibel organiseren. Het is bedoeld om op basis van feedback
snel en vaak waarde te leveren. Door korte feedbackloops kunnen hypothesen of
interpretaties snel geëvalueerd worden.
- MoSCoW: Must have this, should have this, could have this and won’t have this but would
like to have it in the future.
- Gedelegeerd opdrachtgever: wanneer er in een project meerdere opdrachtgevers zijn, is de
hoofdopdrachtgever de gedelegeerde.
- Big6: zoekmethode om gestructureerd informatie te verzamelen en te verwerken
- Business case: de bestaansreden van het project, wordt besproken in het intakegesprek en
bevat vragen over de aanleiding, kosten en baten (in raming), in- en exclusie van het project
(scope), wet- en regelgeving en risico’s.
- SMART: Specifiek, Meetbaar, Aanwijsbaar of Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.
- STOEP-factoren: alternatief TGKIO: Sociaal, Technisch, Organisatorisch, Economisch en
Politiek.
- Linking-pin: manager van een deelproject, zorgen voor informatie uitwisseling met hoger
management.
- Turnkey is een concept waarbij één enkel bedrijf het projectmanagement op zich neemt en
ervoor zorgt dat het geheel gebruiksklaar wordt opgeleverd.
- Managerial Grid: ordening van managementstijlen, door Blake en Mouton, is afhankelijk van
karaktertrekken taakgericht of mensgericht.