H1: Course outline
Erfgoed (3/5) + Architectuurtheorie (2/5) → Samen minstens 47,5% halen (schriftelijk + gesloten) =
beide vakken opnieuw opnemen
Leerdoelen: Verwerven van bewuste houding tov erfgoed, inzicht in historisch waardevol gegeven,
inschatten van maatschappelijke en culturele waarde en aanscherpen van maturiteit om zinvol met
erfgoed om te gaan
→ Erfgoed-terminologie + instanties voor behoud van erfgoed + geschiedenis van erfgoedzorg of hoe
respectvol omgaan met erfgoed deel uitmaakt van bewustwordingsproces + hedendaagse benadering
H2: Definiëring, indeling en categorisering!!
Definiëring!!
Erfgoed
= Wat men van de voorouders erft
→ Belang van erfgoed word door een maatschappij bepaald en gedragen
= Zaken die mensen waarderen, zich mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties
(toekomstgericht)
Erfgoed → verzamelbegrip voor alles (materieel + immaterieel) wat we overerven (natuurlijk + cultuur),
waarmee we ons kunnen identificeren en dat we het bewaren waard vinden voor toekomstige generaties
Indeling cultureel en natuurlijk erfgoed!!
Erfgoed = cultureel, natuurlijk of beide
1. Natuurlijk erfgoed = erfgoed dat door de natuur is ontstaan, zonder menselijke interactie
→ Materieel natuurlijk erfgoed: onroerend + roerend
- OMNE → ongerepte natuurlijke landschappen (oceanen, rivieren, watervallen, woestijnen, gebergte,
duinen, graslanden, bossen…)
- RMNE → geologische samenstellingen + morfologische en fysio-grafische kenmerken die getuigen van
de ontwikkeling van onze planeet (zeldzame gesteenten, fossielen, pollen, zaden, mineralen, DNA van
verdwenen soorten…)
→ Immaterieel natuurlijk erfgoed: ecosystemen (fauna en flora)
- Ecosysteem → natuurlijk systeem dat bestaat uit biologische interacties en wisselwerkingen tussen
organismen en hun abiotische factoren die in een bepaald gebied voorkomen (zorgt voor evenwicht
binnen gebied)
Biologische factoren → biotische factoren, invloed die planten en organismen in ene ecosysteem op
elkaar uitoefenen (= levensgemeenschap van zeldzame organismen)
= Neerslag, temperatuur, bodemgesteldheid, bodemvruchtbaarheid en bodemstructuur
- Aarde: biosfeer/systeem aarde bestaat uit alle ecosystemen samen
Voorbeelden OMNE (grote landschappen + ecosystemen)
→ Oceanen en zeeën: Het Groot Barrièrerif in Koraalzee, natuur van Seychellen
→ Duinen: Zwin Natuur park in Knokke, Oostvoorduinen in Oostduinkerke
→ Graslanden: Kalmthoutse heide
→ Rivieren: 3 parallelle rivieren van Yunnan in China
,→ Bossen en wouden: Amazone regenwoud (Selva, over 9 landen verdeeld)
→ Gebergte: Mont Blanc met granietspitsen in Alpen
→ Watervallen: Kravica watervallen in Bosnië-Herzegovina
→ Woestijnen: Tabernaswoestijn in Spanje (beschermd)
Voorbeelden OMNE (kleine landschappelijke componenten + ecosystemen)
→ Individuele bomen (hoge leeftijd + zeldzaam/schoonheid/beeldbepalende functie): 3
tamme kastanjebomen in Lievegem
→ Dobben: veendobben
Voorbeelden RMNE
→ Zeldzame gesteente/mineralen: druif agaat, veelkleurige kwartkristallen
→ Fossielen, pollen en DNA-materiaal die getuigen van verdwenen plant- en
dierensoorten: geometrie van Nautilus Pompilius schelp
2. Cultureel erfgoed = erfgoed dat door de mens gemaakt/geproduceerd werd
→ Materieel cultureel erfgoed: onroerend + roerend (steden, gebouwen, parken, schilderijen,
publicaties, kledingstukken, foto’s, films, gerechten…)
→ Immaterieel cultureel erfgoed (toneel, choreografieën, klederdrachten, rituelen…)
3. Combinatie van natuurlijk en cultureel erfgoed
Voorbeelden NCE
→ Fallingwater (FLW), Dunluce Castle op ene klif met panoramisch uitzicht
Categorisering materieel en immaterieel erfgoed!!
1. Materieel erfgoed = tastbaar erfgoed, bestaat uit tastbare waardevolle overblijfselen (beeld van lokale
geschiedenis + draagt bij aan culturele identiteit
→ Roerend erfgoed: makkelijk te verplaatsen en niet grond gebonden (kunstwerken, wandtapijten,
publicaties, historische documenten, kledingstukken, juwelen, gebruiksvoorwerpen, mobiel erfgoed,
collecties, botanische monsters, archeologische vondsten, brouwsels, foto’s, film…)
- Mobiel erfgoed wordt soms gecategoriseerd als onroerend erfgoed → beschouwd als industrieel
erfgoed + geregistreerd mobiel erfgoed is land gebonden en dus grond gebonden (nummerplaat, vlag…)
= Wordt bewaard in bibliotheken, archieven, musea, religieuze centra, erfgoedcellen, private
verzamelingen kringen of erfgoedverenigingen
→ Onroerend erfgoed: niet of zeer moeilijk verplaatsbaar en grondgebonden (5 types)
- Bouwkundig erfgoed = gebouwen, interieurs, complexen, infrastructuur, straatmeubilair en
monumentale beeldhouwwerken, architecturale sites…
= Monumentale gebouwen (kerken, moskeeën, burchten, paleizen, kastelen, belforten, stations,
bruggen, luchthavens, operagebouwen, sportcomplexen, oorlogs- en vredemonumenten,
grafmonumenten en begraafplaatsen, standbeelden, obelisken, fonteinen…) en niet-monumentale
gebouwen (kapelletjes, schuren, windmolens, begijnenhuisjes…)
→ Oorlogsmonument: bouwwerk opgericht om oorlog of overwinning te vieren of om diegene die
omkwamen in ene oorlog te herdenken (= bevrijdingsmonument)
→ Gebouwen zonder monumentaal karakter: gebouwen die omwille van hun authenticiteit en typologie
representatief zijn
,- Landschappelijk erfgoed = gebied dat uiterlijk 1 geheel vormt door de natuur, door de mens of een
combinatie van beide (ontwikkelen met cultuur en tijd)
= natuurlandschappen (gebergte, bossen, duinen…), door de mens aangelegde cultuurlandschappen
(havens, parken, steden…), stedelijke cultuurlandschappen (grootsteden, metropolen, pleinen…)
- Archeologisch erfgoed = beeld van levenswijze en leefomstandigheden in het verleden adhv
teruggevonden resten en sporen uit de grond
→ Archeologische site: een plaats waar bewijs van menselijke activiteiten uit het verleden bewaard is
gebleven en onderzocht kan worden door archeologie (sites variëren)
- Varend erfgoed = deel uitmakend van nautisch erfgoed, nog in gebruik zijnde waardevolle historische
boten en schepen en drijvende verplaatsbare installaties en werktuigen via water
- Heraldiek (wapenkunde) = gewoonte om wapenuitrustingen van ridders te versieren met symbolische
voorstellingen/emblemen waaruit later wapens zijn ontstaan
→ Heraldische wapens: permanent en erfelijk (<-> pre heraldische versierselen)
+ Heraldiek = duiding van het geheel van conventies en regels die de samenstelling en het gebruik van
heraldische wapens regelt
+ Heraldiek = studie naar het ontstaan, de ontwikkeling, het gebruik, het recht, de reglementering en de
beschrijving van wapens en personen, families en instellingen.
→ Heraldicus: kenner van heraldische wapens
→ Heraldiek: legeraanvoerder
- Onroerend erfgoed wordt uitzonderlijk verplaatst (openluchtmuseum Bokrijk, gebouwen vanuit heel
Vlaanderen van tussen de late Middeleeuwen en WOI)
2. Immaterieel erfgoed = erfgoed dat niet tastbaar is, elementen van een cultuur (tradities, volksfeesten,
processie, klederdracht, liederen, dans, taal…)
→ Niet beschermd/onderhouden worden, maar vermelding op erfgoedlijst kan ervoor zorgen dat een
traditie meer aandacht krijgt en zorgt dat het voort blijft bestaan
→ Landelijk of lokaal
= Verbonden met materieel erfgoed (kleding, poppen, kerken, geschriften, instrumenten…)
Voorbeelden IE
→ Taal, klederdracht, verhalen, liederen, muziek, dans, rituelen, festiviteiten, verhalen,
ambachten, tradities, voeding, haute couture…
- Klederdracht: traditionele kleding gedragen door een groot deel van de bevolking en maakt
deel uit van een volk + nog in ere behouden bij feesten en ceremonies (oktoberfeesten…)
- Haute couture: hoogtepunt van mode, ontworpen door modeontwerpsters met een selecte markt
(enkele exemplaren op maat gemaakt met de hand van exclusieve stoffen en met verfijnde technieken)
<-> Prêt-à-porter: mode klaar om te dragen, niet op maat
- Voeding: bereiding van wijn-, bier-, kaas- en worstsoorten als culinair erfgoed
Thematische indeling van erfgoed
Erfgoed → militair, funerair, industrieel, maritiem, prehistorisch, interbellum, religieus, culinair…
- Militair erfgoed (stadsomwallingen, vestingwerken…)
- Industrieel erfgoed (fabrieken, watertorens, bruggen, koeltorens…)
- Varend erfgoed = historische schepen die met zorg zijn behouden en nog steeds varen, de nog in
gebruik zijnde waardevolle klassieke boten, schepen, jachten…
- Maritiem erfgoed = erfgoed te maken met vaarwater (binnen-, kust- en zeevaart), naast varend erfgoed
ook havens kades, vaarwegen, scheepswrakken, verhalen, tradities en ambachten
, H3: Erfgoed bedreigd!!
Bedreigd erfgoed → van alle tijden: ‘tand des tijds’ knaagt elke dag verder
- vergeten grootsheid, vergankelijkheid van het leven en de schoonheid ervan
Esthetica van het verval = echtheid van verval (de stilte in tijd)
→ Vol met herinneringen die niet meer worden opgeroepen
Voorbeelden verval
- Evenwicht/symmetrie van verlaten gebouwen is verstoort door verval + fauna
en flora overheerst
→ Rijke mensen zullen deze huizen aankopen en restaureren omdat ze in de rust willen zitten
- Verlaten plekken kunnen plaatsvinden van de een op andere dag, waarbij mensen
plots niet meer naar die plekken gaan
→ Kan vol liggen met (geclassificeerd) gerief
- Erfgoed kan ook bewaard worden (authenticiteit) ipv gerestaureerd te worden: moeten
we alles gaan restaureren?
→ Collectie auto’s niet gaan restaureren maar gaan fotograferen: appreciatie van het oude
- Erfgoed kan ook gehele verlaten steden omvatten, doordat bewoners de plek
moesten verlaten (door aardbevingen, oorlogen, de Pest…)
→ Trekt toeristen aan, omdat ze iets authentiek en verlaten willen zien, maar
het is er gevaarlijk om rond te wandelen
→ Tand des tijds doet langzaam haar werk
- Titanic als erfgoed door het verval op de bodem van de zee
→ Maritiem erfgoed = scheepswrak (<-> varend erfgoed)
→ Belangrijk erfgoed: voorbeeld van technologisch kunnen van de mens (kon
zogezegd niet zinken), overmoed van mens en sociale ordening van klasse (derde klasse is gezonken)
→ Reizen naar Titanic, waarbij mensen nooit zijn teruggekomen
→ Titanic-bacterie op Titanic, waardoor het stillaan verdwijnt = Titanic naar boven brengen
- Moeten we de natuur zijn gang laten gaan of het tegenwerken?
Natuurlijke veroudering <-> kunstmatige veroudering
Voorbeelden veroudering
- Brigitte Bardot = La Marianne France (schoonheids-icoon van de jaren 50)
→ Natuurlijke verouderingsproces haar gang laten gaan om schoonheid van vroeger te
appreciëren (eerlijkheid en authenticiteit)
<-> Restauratie van het lichaam bij Catherine Deneuve, tweede La Marianne France (facelift
om schoonheid te bewaren)
- Zangeres Cher: tand des tijds werd tegengehouden of teruggedraaid
→ Elk jaar haar uiterlijk aangepast, geen restauratie maar transformatie naar iets
anders (niet teruggaan naar wat ze was) = evolutie van looks
<-> Authenticiteit door cosmetische en chirurgische ingrepen (MBD)