Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Een inleiding in de psychologie in 11 3/4 hoofdstukken - kine KUL

Rating
4.5
(2)
Sold
17
Pages
78
Uploaded on
10-02-2026
Written in
2024/2025

Deze samenvatting van het vak Psychologie bevat een duidelijk en volledig overzicht van de belangrijkste theorieën, modellen en kernbegrippen. De samenvatting is gemaakt obv het boek van Gert Storms en Filip Boen. Volgende hoofdstukken staan hierin in verwerkt: hoofdstukken 1, 3, 4, 6, 7, 8, 10 en 11. Ik was met deze samenvatting in de eerste zit geslaagd!

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

HOOFSTUK 1: OM TE BEGINNEN

WHAT’S IN A NAME

 Verschil tussen wetenschappelijke psychologie en psychologie die we kennen uit
dagelijkse leven.
 Verschillende definities van psychologie, maar globaal: “de wetenschappelijke
studie van de mentale processen en van het gedrag.
 Domein van de psychologie is heel breed, er zijn 48 disciplines volgens APA dit
verklaart de breedte van het begrip. Gemeenschappelijke factor van de
disciplines? Gebruik van methoden

JOUW KIJK?
 Wat is eerste naam die bij je opkomt als je aan een psycholoog denkt? Wat doet
een psycholoog vooral? Wat bestudeert de psychologie volgens jou?
o Freud: clichebeeld. Is eigenlijk fysioloog. Theorie ging over het
onderbewustzijn.
Psychologische analyse van Freud is niet evidence based.
 Psychologische analyse? Afleiden van wetmatigheden uit klinische
gevalstudies.
 Freudprobleem: associatie die mensen maken tussen psychologie
en psychoanalyse.
 Niet veel leden van APA baseren zich op psychoanalyse
 Volgens psychologen zelf: Skinner meest invloedrijke psycholoog. Tegenpool van
Freud. We kunnen enkel gedrag bestuderen. Hij onderzocht hoe gedrag ontstaat
op bepaalde prikkels.

MYTHES EN MISVATTINGEN
 Psychologen doen meer dan het behandelen van mentale stoornissen. Ook
aandacht voor positieve psychologie = het verbeteren van de mens, optimaliseren
van functioneren
o Vb. sportpsychologie: concentratieproblemen in match
 Verschil tussen psycholoog en psychiatrie
o Pillen voorschrijven
o Psychiatrie vertrekt meer uit ziektebeeld van P
 Kleine minderheid doet nog aan psychoanalyse van Freud

BELANG VAN KRITISCH DENKEN

 Kritisch denken onderscheidt wetenschappelijke psychologie van vb.
parapsychologie, zelfhulpliteratuur = psychologische zelfhulpboeken (door bv.
bekende Vlamingen), receptkennis = perfecte stappenplannetjes die je moet
volgen om jezelf beter te voelen en die voor iedereen werken.
o Bem dacht dat hij toekomst kan voorspellen

FREUD EN PSYCHOLOGIE

Zie andere samenvatting + HB!

EEN BEKNOPT HISTORISCH OVERZICHT

 Jonge wetenschappelijke discipline

, o Oprichting van het eerste laboratorium voor experimentele psychologie in
1879 in Leipzig door Wilhelm Wundt wordt meestal als het begin van de
geschiedenis van de psychologie als wetenschappelijke discipline gezien
 Wetenschappelijke psychologie heeft wortels in filosofie en fysiologie
 Historisch 2 strekkingen:
o Rationalisme:
ratio is enig toelaatbare criterium voor geldige kennis, dualistische
houding: lichaam en geest gescheiden.
o Empirisme en associationisme:
kennis kan je verkrijgen door onbevooroordeelde zintuigelijke kennis.

 Definitie van psychologie: wetenschappelijke studie van gedrag en van mentale
processen van individuen (we studeren wel sociale fenomenen, individu blijft wel
studieobject. Bij sociologie is groep studieobject) zowel intern (emoties bv.) als
extern. En het is een breed veld met veel specialismen.
 Onderwerp van psychologie verandert doorheen geschiedenis
o Eerst: bewustzijn = onderwerp psycho.
o Eeuwwisseling: bestuderen van het onbewuste
o WOII: gedragswetenschap: behaviorisme: psychologie = achterhalen van
verbanden tussen stimulus en reactie
o 1960: opkomst computer → cognitieve psychologie

METHODOLOGISCHE EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

SYSTEMATISCH EMPIRISME
- Wetenschappelijke kennis wordt verzameld door middel van systematisch
empirisme = het systematisch waarnemen van de werkelijkheid
- Vertrekt van sensorische ervaringen en systematische observaties als
onderzoeksgegevens.
Voordeel van systematisch empirisme: vertrouwt niet op gezagsargumenten.
Wetenschappers met aanzien werden vroeger beter geloven.

VERIFIEERBARE KENNIS
- Kennis moet repliceerbaar zijn: Wanneer je iets gevonden hebt, moet je het op
zo’n manier opschrijven dat iedereen kan checken wat je gedaan hebt en dat
iedereen je studie kan nadoen en dezelfde resultaten vinden.
- Eis van repliceerbaarheid: zelfde procedure moet zelfde resultaten opleveren
- Hoe waken over repliceerbaarheid? Peer review: beoordeling door andere
personen, collega’s werkzaam in zelfde onderzoeksgebied
- Clarity first: duidelijk schrijven, geen roman

TOETSBARE THEORIEËN EN UITSPRAKEN
- Enkel oplosbare problemen worden onderzocht = toetsbare theorieen
- Uitspraken moeten falsifieerbaar zijn: het moet mogelijk zijn om aan te tonen dat
de uitspraak foutief is
- Je moet in staat zijn om dat te weerleggen. Popper: stellingen moeten
falsifieerbaar zijn. Vb. zwanen, om dit te bewijzen moet je zoeken naar een zwarte
zwaan. Geen bevestiging zoeken. Wel op zoek gaan naar tegenargumenten.
- Vb. church of spaghetti monster. In Amerika kan je kiezen voor evolutietheorie of
creationisme. Wetenschappers kunnen daar niet mee lachen. Ze richtten spaghetti

, monster op als protest. Dit is God, er is ook geen bewijs voor. Je kan religieuze
uitspraken niet weerleggen.
- Vb. syndroom van Tourette: vroeger niet falsifieerbaar nu wel



Wel of niet falsifieerbaar kan door de tijd veranderen:
- Door introductie van nieuwe statistische technieken
- Door uitvinding van nieuwe visualisatietechnieken

VAN KENNIS TOT WETENSCHAPPELIJKE WET
Door die principes van hierboven: vindt wetenschappelijke revolutie plaats: gefalsifieerde
hypothesen zijn waardevol: door aanpassing van een theorie komt men dichter bij de
werkelijkheid. Wanneer een relatie tussen verschillende variabelen frequent
geconfirmeerd (aanvaard) is, spreken we van een wetenschappelijke wet.

ONDERZOEKSMETHODEN (7 TYPES)

 Verschillende manieren waarop psychologen onderzoek verrichten
 Verschillende manieren van indeling tussen onderzoeksmethoden
o Indeling op basis van onderscheid tussen positief wetenschappelijk en
geesteswetenschappelijke onderzoeksmethoden.
 Positief wetenschappelijk: onderzoeksmethoden uit fysica staan
model staan en waarbij variabelen gemeten worden
 Geesteswetenschappelijke methode = interpreterende methode
o 2e indeling: descriptieve en experimentele methoden


NATURALISTISCHE OBSERVATIE
- In real-life omgeving niet-gemanipuleerd gedrag observeren
o Vb. keuze voor trap of roltrap
- Nadeel: mensen kunnen hun gedrag wijzigen wanneer ze zich ervan bewust zijn
dat ze geobserveerd worden.

GEVALSTUDIES
- 1 persoon of 1 voorbeeld van een fenomeen wordt zeer gedetailleerd onderzocht
- Nadeel: moeilijk veralgemenen, daarom vindt Stanovitch Freuds psychoanalyse
niet OK
- Soms heeft het nut: vb. casus Phineas Cage
o Was een goede man -> arbeidsongeval, staaf door hoofd -> genezen, maar
ander persoon: woede uitbarstingen, relatie stopgezet
o Dit was oorzaak om na te gaan welke hersenonderdelen instaan voor
verschillende functies vb: frontale cortex -> inhibitie (rem) van het gedrag,
deze was doorboord: vandaar woede uitbarstingen.

INTERVIEWS
- Nadeel: moeilijk veralgemenen: heel moeilijk objectief het zelfde meten: proberen
neutrale bevraging mogelijk maken
- Soms nodig om uitspraken te doen over heel subjectieve uitspraken
o Vb. Wat is coachgedrag van succesvolle coaches: Dit is een selectieve
groep, er bestaan er niet zo veel => dan is interview wel geschikt om
onderzoek te verrichten

,SURVEYS
- Het verzamelen van een steekproef van opinies over 1 of meerdere onderwerpen
op basis waarvan de onderzoeker een besluit trekt over de hele populatie
- Meningen vragen via een aantal stellingen waarbij je bolletjes moet inkleuren
- Indirecte schriftelijke bevraging
- Steekproef van opinies, attitudes
- Open en gesloten vragen
o Belangrijk dat respondenten waarheidsgetrouw antwoorden: vragen over
seksuele activiteit zijn wat delicaat


TESTS
- Vereisten voor wetenschappelijke tests:
o Standaardisatie: test steeds op dezelfde manier worden afgenomen
o Betrouwbaar: nauwkeurig en resultaten veranderen niet ifv tijd
o Valide: test meet echt wat de test oorspronkelijk wou meten
- Gestandaardiseerde tests die bijvoorbeeld pijlen naar IQ of motivatie


CORRELATIONEEL ONDERZOEK
- Onderzoeker bestudeert een steekproef, noteert karakteristieken van elk
bestudeerd object en gaat vervolgens na of er een verband is tussen die
karakteristieken.
- De maat van de lineaire samenhang tussen 2 variabelen varierend tussen -1 en
+1: correlatiecoëfficiënt
- +1 = perfect lineair verband, ene waarde is voorspelbaar indien andere waarde
gegeven: stijgende lijn = positieve correlatie
o vb. temperatuur in graden Celsius en Kelvin
- -1 = perfect omgekeerd verband tussen 2 variabelen. Ene waarde is voorspelbaar
indien andere waarde gegeven, maar hoe hoger de gegeven waarde hoe lager de
voorspelde waarde zal zijn
o Dalende lijn: negatieve correlatie
- 0,0 = Nul correlatie: geen rechtlijnig verband. Kennis van ene variabele bevat
geen info over ander variabele.
o Vb. correlatie tussen intelligentie en uitslagen op unief = 0.25

BELANGRIJK
- Correlatie is niet causaliteit: Een variabele is niet de oorzaak van een ander
variabel
o Vb. wanneer studie verband heeft gevonden, wordt het vaak als causaal
verband gezien, dit is niet juist. Vb: verband tussen blokkende studenten
en score. Hoe meer gsm bekijken hoe lager de punten. DUS aantal keer
gsm oppakken is oorzaak van lagere resultaten. Dit is niet juist. Misschien
is concentratievermogen de oorzaak.
- Niet alle verbanden zijn lineair
o Hoe hoger het ene hoe hoger het andere
o Vb. spanning en presteren: Indien te weinig spanning, geen goeie focus, te
veel stress is ook niet goed, minder concentreren. Er is dus geen lineair
verband

, - 2 variabelen kunnen correleren, terwijl geen van de 2 variabelen oorzakelijk
inwerkt op de andere: een derde variabele zou een oorzakelijk effect kunnen
hebben op beide variabelen, die onderling weinig met elkaar te maken hebben
o Vb. onderzoek naar factoren die gebruik van anticonceptiva beinvloeden.
Grootste factor bleek # elektrische apparaten: We kunnen niet afleiden dat
gratis elektrische materialen het probleem van tienerzwangerschappen zal
oplossen. Er is een derde variabele: levensstandaard.
- Correlatie kan gevolg zijn van een selecte steekproef
o Vb. genezingskansen voor verschillende verslavingsproblemen correleren
negatief met feit of iemand in therapie is geweest.


EXPERIMENTELE STUDIE
- DE manier om causale uitspraken te doen
- Essentie: bepaalde variabele manipuleren: jij zorgt voor verschil in variabelen
o Vb. aantal keer gsm oppakken en studieresultaten
 Gsm oppakken = onafhankelijke variablen
 Resultaten = afhankelijke resultaten
- Onderzoeker manipuleert en controleert om invloed van zogenaamde
- verwarrende/storende/confounding variabelen te kunnen uitsluiten en zo causale
uitspraken
- te doen over invloed van onafhankelijke variabele op afhankelijke variabele
Wat zijn verwarrende/storende/confounding variabelen?
Wij voeren manipulatie uit. We nemen van ene groep gsm af en andere groep niet. Dan
kan je causale uitspraak doen

HOE UITVOEREN VAN EXPERIMENTELE STUDIE?

1) Representatieve steekproef op een zuiver toevallige manier in 2 of meerdere
groepen verdeeld
2) Beide groepen krijgen een verschillende behandeling. Behandeling verschilt enkel
in manipuleren van 1 kritische variabele. Alle andere aspecten worden constant
gehouden en zijn identiek voor beide groepen. We mogen beide groepen dus
identiek beschouwen buiten dat ene verschil.
3) Indien nadien beide groepen verschillen vertonen in resultaten kunnen we zeggen
dat dit komt door de ene gemanipuleerde variabele.
a. Gemanipuleerde variabele = onafhankelijke variabele
b. Gemeten variabele, waarop gemanipuleerde variabele mogelijks effect
heeft = afhankelijke variabele.

WANNEER WORDT HET EEN GOED EXPERIMENT?
- Hoge interne en externe validiteit:
o Interne validiteit: experiment is foutloos opgezet en uitgevoerd
- Externe of ecologische validiteit: mate waarin resultaten van het experiment
vertaalbaar kunnen worden naar situaties buiten het laboratorium

KRITIEK OP EXPERIMENTEEL ONDERZOEK

1) Experimenten zouden artificieel zijn en daarom niet relevant
 Uiteraard steeds vraag naar ecologische validiteit van het experiment voor oog
houden
2) Proefpersonen worden vaak niet random gekozen uit populatie

,VERSCHIL TUSSEN CORRELATIE STUDIE EN EXPERIMENTELE STUDIES
- Correlationeel onderzoek: relaties observeren tussen variabelen die op een
natuurlijke manier voorkomen
- Experimenteel onderzoek: relaties observeren tussen variabelen via
gecontroleerde observatie: onderzoeker grijpt zelf in en gaat op een
systematische manier het effect van die ingreep nagaan
- Voorbeeld van verschil: ziekte pellagra
o Correlatiestudie: Dokters zeiden: ziekte wordt verspreid door een levend
microorganisme
o Experimenteel onderzoek: Joseph Goldberger: ziekte krijg je door slecht
voedingspatroon: Hij deed onderzoek en dit klopte.



HET VIJFSTAPSPROCES VAN DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE
1) Hypothese ontwikkelen
a. Hypothese: een toetsbare uitspraak die het resultaat van een
wetenschappelijke studie voorspelt
b. Operationele definities: exacte procedures om experimentele condities en
metingen vast te leggen
2) Gecontroleerde test
a. Onafhankelijke variabele: variabele die door onderzoeker gemanipuleerd
wordt en waarvan we de invloed willen nagaan. In een correlatiestudie
wordt deze niet gemanipuleerd en noemen we het de predictor
3) Objectieve data verzamelen
a. Gegevens/data: informatie verzameld door onderzoeker voor het testen
van de hypothese
b. Afhankelijke variabele: gemeten resultaat van een studie:
4) Analyseren van de resultaten
a. Gebaseerd op statistische analyse van de resultaten: aanhouden of
verwerpen van de hypothese = criterium
5) Publiceren, bekritiseren, en repliceren van de resultaten

ENKELE EXEMPLARISCHE VOORBEELDEN


ZITTEN ER GROOTMOEDERCELLEN IN ONZE HERSENEN?
 Gevalstudies kunnen vaak wetenschappelijke evidentie aanleveren: vb. unieke
stoornis vaststellen door dokters als gevolg van een neurologisch letsel
 Voorbeeld: hersenletsel met invloed op semantische kennis (betekenisleer van
woorden)
o Patienten uit groep 1: intacte kennis van niet-levende objecten of
artefacten. (vb: ze wisten wat een fiets is). Ze hadden wel gestoorde kennis
van levende concepten.
o Patienten uit groep 2: kennis levende concepten intact, kennis artefacten
gestoord.
 Door een letsel wordt informatie over objecten aangetast, en door ander letsel
wordt informatie over levende zaken aangetast.

DUS: we kunnen besluiten dat beide vormen van informatie functioneel onafhankelijk van
elkaar worden bewaard in het geheugen.

,WAT kunnen we afleiden uit bestaan van 2 soorten patienten? Bestaat er zoiets als
grootmoedercellen die geactiveerd worden wanneer we aan het begrip “grootmoeder”
denken?

VERSCHILLENDE VERKLARINGEN VOOR SEMANTISCHE STOORNISSEN (???)

1) Boomstructuur: onze semantische kennis is opgebouwd als domein specifieke
kennis. Concepten worden onderscheiden in levende en niet-levende concepten.
Levende dingen verder onderverdelen…. Boomstructuur (determineren).
Semantische stoornissen komen dan door aftakelen van deel van de
boomstructuur.
2) 2 soorten concepten:
a. Concepten die steunen op kennis van perceptuele eigenschappen
i. Hond herkennen door zien, voelen, en horen. Zo kan je onderscheid
maken tussen hond en kat
b. Concepten die gedefinieerd zijn op in termen van functionele
eigenschappen
i. Snijmes en keukenmes hebben beide snijfunctie
 Semantische stoornissen komen door uitval van modaliteitsspecifieke kennis.
(uitval van type concept)
o Aantasting van perceptuele kennis → effect op kennis van natuurlijke
dingen (hond)
o Aantasting van functionele kennis → effect op artefacten die door
functionele eigenschap worden beschreven (messen)
 Daarom patienten met gestoorde kennis van artefacten → stoornis
van kennis lichaamsdelen (vinger, functioneel om te wijzen)
 Daarom patienten met gestoorde kennis van levende dingen →
stoornis van in kennis muziekinstrumenten (klank, perceptueel)


VRAGENLIJSTEN EN HET VOORSPELLEN VAN GEDRAG (VB VE CORRELATIONELE
STUDIE)
 Uitgangspunt: er zijn verschillende methoden om iemands persoonlijkheid te
meten, welke is de beste en wat zegt het resultaat?
 Onderzoek:
o Vergelijkende studie van 3 verschillende manieren om
persoonlijkheidskenmerken te meten.
1) Klassieke vragenlijst
2) Zelfbeoordeling
3) Vrijezelfbeschrijvingsmethode: persoonlijkheid beschrijven ahv 10 adjectieven
 3 methodes meten tot op zekere hoogte hetzelfde.
 Wat is het verband tussen meting en gedragsscores? Dat verband verwijst naar
de validiteit van de zelfbeoordelingsmetingen.
o Door interne correlaties te berekenen: gedrag is weinig stabiel doorheen de
tijd in verschillende situaties.
o Daarnaast: blijkbaar is het goed op proefpersonen eerst over zichzelf na te
laten denken (methode 3) en dan vragenlijst


WAT HEET DAN GELUKKIG ZIJN? (VB VE CORRELATIONELE STUDIE)
 2 componenten dragen bij aan het geluksgevoel
o Cognitieve evaluatie van tevredenheid met leven in zijn geheel
o Affectieve component die refereert aan positieve en negatieve emoties

,  Wat is relatie en verschil tussen beide componenten.
o Uit analyse: de levenstevredenheid hangt respectievelijk op een pos of neg
manier samen met de frequentie van het ervaren van pis en neg emoties.
Het precieze verband wordt beïnvloedt door 2 indices
 Negatieve emoties hebben een sterker effect in individualistische
dan collectivistische landen
 Positieve emoties hangen sterker samen met levenstevredenheid in
landen die zelfexpressie benadrukken dan in landen waarin
overleving centraal staat.


KOMEN MANNEN WERKELIJK VAN MARS? (VB VE EXPERIMENTEEL ONDERZOEK)
 Verschillen in gedrag van mannen worden vaak toegeschreven aan essentiele
biologische verschillen in de hersenen
 Experimenteel onderzoek over empathische vermogen van mannen en vrouwen:
vaak denken we dat vrouwen beter zijn in het aanvoelen van de gedachten van
anderen dan mannen
o Experiment via interview over meisje met slechte punten
 Ene groep niet-betaald andere wel
 Dubbelblind experiment: beoordelaars weten niet van wie het
antwoord afkomstig was en de proefpersonen zelf hebben geen
weet van de hypothese die in het onderzoek getest wordt.
 Besluit uit exp: verschil in inlevingsvermogen tussen mannen en vrouwen is niet
gen.
Bepaald, een eenvoudige motivationele factor (hier geld) kan verschil wegwerken.


VOELEN ZONDER TE VOELEN (VB VE EXPERMENTEEL ONDERZOEK)
 Therapeuten gebruiken hun handen om menselijk energieveld te manipuleren
boven de huid van de P, zonder de P aan te raken kunnen ze dus genezen.
 Experiment van Rosa: T moet raden waar energieveld van Rosa zit.
o Onafhankelijke variabele = of Rosa haar hand boven linker of rechter hand
van T hield. Werd dus gemanipuleerd binnen elke proefpersoon
o Therapie werkte niet


ETHISCHE KWESTIES IN ONDERZOEK MET MENSEN EN DIEREN
 In onderzoek: respect is verplicht
 Bij KU Leuven experiment voorleggen aan ethische commissie
 Deelname moet vrijwillig zijn
 Waarom zouden we dieren gebruiken?
o Bestuderen van erfelijke en omgevingsfactoren
o Onderzoeken van ontwikkelingsprocessen
o Gelijkenissen met mensen

OM TE ONTHOUDEN

- De psychologie, als wetenschappelijke studie vh gedrag en van mentale
precessen, vertrekt vanuit empirische en repliceerbare gegevens die verzameld w
om toetsbare hypothesen en theorieën bij te treden of te falsifiëren.
- Slechts weinig wetenschappers binnen de psychologie richten hun onderzoek op
de psychoanalyse, de leer van Freud

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
February 10, 2026
Number of pages
78
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$18.80
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
3 weeks ago

3 months ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
kendravandeweyer Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
19
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
3 weeks ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions