VISEOCRANIUM
Schedel
- 22 beenderen, excl. Gehoorsbeentjes
- Schedelbeenderen
▪ Verbonden m.b.v. suturen, uitz. Mandibula
▪ Immobiel t.o.v. elkaar
▪ Vormen samen het cranium
- (Aan beide zijden van het hoofd: 3 synoviale gewrichten
▪ Temporomandibulaire gewricht (grootste, tussen mandibula en os temporale)
▪ Twee andere synoviale gewrichten → gevormd door de drie gehoorsbeentjes in het
middenoor (malleus of hamer, incus of aambeeld, en stapes of stijgbeugel)
Cavitas cranii = Schedelholte
= ruimte die binnen de schedel door de hersenen wordt ingenomen.
- Calvaria = schedeldak: bovenzijde
- Basis cranii = schedelbasis: onderzijde)
Cranium
- Calvaria, bedekken de craniale caviteit
- Basis van het cranium – schedelbasis – basis cranii, bodem van craniale activiteit
- Lage, anterior gedeelte – het faciale skelet (gelaatschedel of viscerocranium)
De beenderen van de aangezichtsschedel omgeven de orbitae (oogkassen), en neus- en
mondholten. Een aantal beenderen van het neurocranium is gedeeltelijk opgenomen in het
viscerocranium.
Calvaria
- Pare beenderen
▪ Os temporale – slaappbeen
▪ Os parietale – wandbeen
- Onpare beenderen
▪ Os frontale – voorhoofdsbeen
▪ Os sphenoidale – wiggebeen
▪ Os occipitale – achterhoofdsbeen
▪ Os ethmoidale – zeefbeen
,Basis cranni of schedelbasis
- Pare beenderen
▪ Os temporale – slaappbeen
- Onpare beenderen
▪ Os sphenoidale – wiggebeen
▪ Os occipitale – achterhoofdsbeen
Gelaatschedel of viscerocranium
- Onpare beenderen:
▪ Vormer, ploegschaarbeen
▪ Mandibula – onderkaak
▪ Os hyoideum – tongbeen
- Pare beenderen
▪ Maxilla, bovenkaak
▪ Os palatinum – verhemeltebeen
▪ Os nasale – neusbeen
▪ Os lacrimale – traanbeen
▪ Concha nasalis inferior – onderste neusschelp
▪ Os zygomaticum – jukbeen
,KENNEN
Beenderen aangezichtschedel omgeven orbitae, oogkassen, neus- en mondholte.
Os frantale vormt lateraal bovenkant orbetae. Depressie met vlak erboven een verhevenheid
= glabella.
Mediale deel van de bovenrand orbitae: foramen supra-orbitalis en lateraal proc zygomaticus
van os frontale dat articuleert met proc frontalis van os zygomaticum.
Os Zygomaticum vormt laterale boven- en onderrand van orbitae.
Beide ossa nasalia die op middenlijn met elkaar articuleren. Bovenaan articuleren ze met os
frontale → frontonasale sutuur. Nasion = centrum van frontonasale sutuur.
Apertura piriformis (peervormige opening) vormt beendirige en anterieure opening van de
neusholte. Bovengrens gevormd door onderste rand ossa nasalia. Lateraal en inferior begrenst
de maxilla de apertura piriformis. Maxilla vormt bovenkaak.
Mandibulla heeft opstaand ramus en een corpus. In Anculus mandibulae ontmoeten corpus
en ramus mandibulae elkaar. Op basis mandibulla op middenlijn een opzetting: protuberantia
mentalis. Bilateraal een meer uitgesproken opzetting: tuberculum mentale. Meer lateraal
foramen mentale.
Foramen Structuren
Supra-orbitalis N. Supra-orbitalis en bloedvaten
Infra-orbitalis N. Infra-orbitalis en bloedvaten
Mentale N. Mentalis en bloedvaten
, KENNEN
Bilateraal de pare beenderen: beiden os parietale met ertussen sutura sagittalis. Pars
squamosa op os occipitale waar op de middenlijn een verhevenheied zien: inion. Oploper
ervan boven: linea nuchae superior; onderste: linea nuchae inferior. Inion gaat over in
volgende verhevenheid: crista occipitalis externa.
Sutuur tussen oc occipitale eb mastoideaal gedeeelte os temporale = sutura occipito
mastoidea. Uiteinde mastoiet: processus mastoideus met tussen os pariëtale en os occipitale
sutura lambdoidea.