,Titel 1: Huwelijksvermogensrecht ......................................................................................................................... 3
Inleiding .................................................................................................................................................................. 3
Hoofdstuk 1: het primaire stelsel ............................................................................................................................... 4
Krachtlijnen van het primaire stelsel ...................................................................................................................... 4
Krachtlijn 1: gelijkheid tussen echtgenoten en behoud van de handelingsbekwaamheid ....................................... 4
Krachtlijn 2: autonomie van elkeen = behoud van de zelfstandigheid ................................................................... 5
§1. Vrijheid van beroepsuitoefening (art. 216 OBW) ......................................................................................... 5
§2. Inning en besteding van de inkomsten (art. 217 OBW) ................................................................................ 5
§3. Opening bankrekening of kluis huren (art. 218 OBW) ................................................................................. 5
Krachtlijn 3: minimale solidariteit tussen echtgenoten + bescherming gezinsleven .............................................. 6
§1. Hulp en bijdrage verplichting (art. 213,217, 220 en 221 OBW) ..................................................................... 6
§2. Bescherming van de gezinswoning (art. 215 en 224 OBW) .......................................................................... 6
§3. Hoofdelijkheid voor de huishoudelijke schulden (art. 222 OBW) ................................................................. 8
Hoofdstuk 2: het secundair stelsel ............................................................................................................................ 9
Het wettelijk huwelijksvermogensstelsel ............................................................................................................... 9
I. Statuut van de goederen – gemeenschappelijk vermogen ............................................................................... 10
§1 vermoeden van gemeenschap: ................................................................................................................ 10
§2 De baten: ............................................................................................................................................... 10
§2. De baten – B. van het gemeenschappelijk vermogen (art. 2.3.22. BW) ....................................................... 15
§3. De schulden .......................................................................................................................................... 16
II. Het bestuur van de vermogens..................................................................................................................... 19
§1. Bestuur van het eigen vermogen (EV) ...................................................................................................... 19
§2. Bestuur van het gemeenschappelijk vermogen (GV) ................................................................................ 19
III. Ontbinding – vereffening – verdeling ............................................................................................................ 20
§1. Ontbinding ............................................................................................................................................ 20
§2. Vereffening – verdeling (niet kennen pagina 8 tot 17 PDF-versie) ............................................................... 22
B. Conventionele stelsels ................................................................................................................................... 23
I. Huwelijkscontracten .................................................................................................................................... 23
1.1 Inhoudelijke geldigheidsvereisten .......................................................................................................... 23
1.2 Vormvereisten ...................................................................................................................................... 23
II Conventionele stelsels – algemeen ............................................................................................................... 25
§1. Gemeenschap stelsels (art. 2.3.53 – 2.3.60 BW) ...................................................................................... 26
§2. Scheiding van goederen (art. 2.3.62‐2.3.77 BW)....................................................................................... 27
Titel II: Samenwoningsvermogensrecht ............................................................................................................... 28
Hoofdstuk 1: wettelijk samenwoning ....................................................................................................................... 28
Afdeling 1. ‘Primair wettelijk samenwoningsrecht’ ................................................................................................ 28
§1. Bescherming van de gezinswoning ............................................................................................................. 29
§2. Bijdrageverplichtingen in de lasten van de samenwoning ............................................................................. 29
§3. Hoofdelijkheid voor huishoudelijke schulden en de opvoeding van de kinderen. ........................................... 29
Afdeling 2. Secundair wettelijk samenwoningsvermogensrecht. ........................................................................... 30
1. Wettelijke regeling ‐ art. 1478 OBW ............................................................................................................. 30
2. Conventionele regeling................................................................................................................................ 30
§1. Samenwoningsovereenkomst ................................................................................................................ 30
§ 2. Andere technieken dan via samenwoningsovereenkomst? ...................................................................... 30
Hoofdstuk II: feitelijk samenwoning ......................................................................................................................... 31
Afdeling 1. Primair stelsel : geen wettelijke regeling .............................................................................................. 31
Afdeling 2. Secundair (feitelijk) samenwoningsrecht ............................................................................................. 31
§ 1. geen wettelijk kader .................................................................................................................................. 31
§ 2. Conventionele regeling ............................................................................................................................. 31
,Titel 1: Huwelijksvermogensrecht
Inleiding
Het huwelijk heeft niet enkel persoonsrechtelijke gevolgen, maar ook belangrijke vermogensrechtelijke gevolgen.
Een fundamenteel onderscheid tussen:
Burgerlijk huwelijk Samenwonen
↓ HVR NIET van toepassing op:
↓ Wettelijk samenwonen Feitelijk samenwonen
Huwelijksvermogensrecht (HVR) Enkele specifieke regels+ Gemeenrecht:
Vermogensrechtelijke aanspraken tussen gehuwden Gemeen recht: verbintenissen- en
(enkel voor gehuwden!) verbintenissen- en contractenrecht
contractenrecht
HVR biedt bescherming terwijl het samenwoningsrecht nauwelijks enige bescherming biedt voor partners, zeker na
de ontbinding van de relatie.
Feitelijk samenwonen: je woont samen zonder officiële regeling. (maar staat wel ingeschreven op hetzelfde adres)
Wettelijk samenwonen: je tekent een verklaring bij de gemeente. Je krijgt enkele wettelijke rechten, zoals
bescherming van de woning.
Het HVR regelt de vermogensrechtelijke aanspraken tussen gehuwden,
• zowel tussen de echtgenoten als tegenover derden
• tijdens het huwelijk als bij de ontbinding
→ Het HVR primeert boven het gemeen recht (verbintenissen en contractenrecht)
Bronnen:
1. Burgerlijk wetboek 2. Bijzondere wetgeving
(in hoofdzaak) (eerder uitzonderlijk)
A. Het primair stelsel Vb. In het Gerechtelijk Wetboek: bevoegdheid van
• in boek I. ‘wederzijdse rechten en de familierechtbanken voor (de meeste)
verplichtingen van echtgenoten deel boek 1 huwelijksvermogensrechtelijke geschillen.
(personen) → art. 212-224 OBW
Vb. IPR (= internationaal privaatrecht)
B. Het secundair HVR Denk aan internationale koppels!
• in boek III. ‘over de wijze waarop eigendom
wordt verkregen’ Boek 2 titel 3 BW Opm. Sinds 01/09/2014: Familierechtbank bevoegd
(vervanging van art. 1387-1474/1 OBW) om kennis te nemen van (het overgrote deel van)
huwelijksvermogensrechtelijke geschillen.
Opm. W 22 juli 2018: grondige wijzigingen
aangebracht maar basisfilosofie werd wel
behouden.
, Hoofdstuk 1: het primaire stelsel
Het primaire stelsel regelt de minimale rechten en verplichtingen van echtgenoten zowel tussen hen onderling als in
verhouding ten aanzien van derden.
Kenmerken van het primaire stelsel:
o Minimum minimorum: de rechten en plichten worden dermate fundamenteel geacht, dat de wetgever niet
toelaat dat echtgenoten er zich, via bedingen in hun huwelijksovereenkomst, van onttrekken. Het is van
toepassing op alle echtgenoten door het enkele feit van huwelijk.
o Eenvormig en dwingend: het primaire stelsel is van toepassing ongeacht de bepalingen van de
huwelijksovereenkomst die daarvan zouden afwijken. Elke bepaling in het huwelijksovereenkomst die een
inbreuk vormt op dit primaire stelsel, is vernietigbaar. Echtgenoten kunnen in hun huwelijksovereenkomst
niet afwijken van de bepalingen van het primaire stelsel. Concretisering ervan is daarentegen wel mogelijk.
o Wederkerige verplichtingen op grond van de wet
Op wie is het primaire stelsel van toepassing en hoelang?
o op alle gehuwden door het enkele feit van het huwelijk
o gedurende de hele duur van het huwelijk
o ook tijdens feitelijke scheiding
o ook tijdens echtscheidingsprocedures
Krachtlijnen van het primaire stelsel
Het primaire huwelijksvermogensrecht is opgebouwd rond drie grote krachtlijnen:
G: gelijkheid van de echtgenoten (dezelfde rechten en verplichtingen hebben)
A: behoudt van autonomie van elk der echtgenoten
S: minimale solidariteit tussen de echtgenoten – bescherming gezinsbelang
Krachtlijn 1: gelijkheid tussen echtgenoten en behoud van de handelingsbekwaamheid
→ Elk van de echtgenoten beschikt over identiek dezelfde rechten en plichten.
→ Elk van de echtgenoten is handelingsbekwaam
Elke echtgenoot is bekwaam om een bankrekening te openen. MAAR gehuwden kunnen niet alles alleen doen! De
wet bepaalt dat men soms één iets niet kan doen zonder de andere!
Voorbeeld: Bart en Mike zijn gehuwd. Bart is enige eigenaar van de gezinswoning. Zonder instemming van
Mieke kan Bart de gezinswoning niet verkopen zelfs al is hij enige eigenaar (art. 215 §1 OBW)
◊ Tussen echtgenoten kan nooit een onherroepelijke volmacht, wel bijvoorbeeld aan uw buurman!