Hoofdstuk 0: Inleiding
Ideologie = een geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-politieke verhoudingen vorm
wenst te geven. Het omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als
normatief zijn: het is een poging om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en zoals
deze hoort te zijn.
o Verschillende centrale concepten
o Verschillende definities van hetzelfde concept
Marx: motor van de geschiedenis = klassenstrijd
Pareto: motor van de geschiedenis = aristocratie
Doctrine = een leerstelling of verzameling leerstellingen, of een systeem van meningen en
verklaringen, dat (meestal) aanspraak maakt op algemene geldigheid.
Gelijkenissen wetenschappelijke theorie en ideologie
o Bevat een set van aannames en startpunten
o Legt uit hoe de sociale wereld eruit ziet
o Legt uit hoe en waarom de wereld verandert
o Reikt een systeem van concepten en ideeën aan
o Verduidelijkt relaties tussen concepten
o Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
Verschillen tussen ideologie en sociale theorieën
IDEOLOGIE SOCIALE THEORIEËN
o Geeft absolute zekerheid o Conditioneel, onderhandeld begrijpen
o Alle antwoorden op alle vragen o Incompleet, aanvaarde onzekerheid
o Vast, gesloten en af o Groeiend, open proces, uitbreidend
o Blind voor alternatief bewijsmateriaal o Verwelkomt tests, positief en negatief
bewijsmateriaal
o Opgesloten in een bepaald moraal o Ontdaan van sterke moraliserende
systeem standpunten
o Vooringenomen o Neutraal, neemt alle ‘kanten’ in acht
o Interne contradicties en inconsistenties o Zoekt sterk naar logische consistentie
o Vastgeroest in specifieke positie o Overstijgt sociale posities
1
, Hoofdstuk 1: De ontrafeling van de middeleeuwse orde (1450-1650)
1. INLEIDING
4 belangrijke politieke gebeurtenissen
o Wetenschappelijke vooruitgang
o Breuk in katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie
o Opstand van de protestanten en tegenreactie van de kerk
o Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
o Kwestie van handel en rijkdom afpakken
o Engelse burgeroorlog: koningshuis heel andere invulling en belangrijke nieuwe politieke
ideeën naar voren bracht
o Geboorte van democratie (vele jaren later)
2. WETENSCHAP & EMANCIPATIE VAN DE POLITIEK
Periode is een terugkeer naar de Grieken en de denkers van de oudheid
o Niet beweging van terugkeer, maar toevallig in contact in Arabische wereld waar die werken
wel werden gebruikt => in Arabische naar Europa en dan vertaalt
o Eig terugkeer naar het verleden, maar toch ook anders want geen idealisatie van het
verleden, maar kan kijken naar de toekomst waar de mens centraal staat
o Mens wenselijk
LEONARDO DA VINCI (1452-1519)
Het logische en experimentele, empirische houding
o Grondslag van de wetenschappelijke onderzoek
= van detail => algemene beeld
Details in de natuur bekijken => doorgronden van de werking van de natuur
Ervoor: kerk dominant en de dogma’s realiteit
Experimenten: om te zien hoe 1 iets invloed heeft op iets anders
Veranderende economische verhouding in een verdeeld Italië
o Firenze
Belangrijke families om zijn kunst en cultuur uit te oefenen
o Maatschappelijk aan het veranderen
Nieuwe economische verhouding met handel als drijvende factor
Meer handel => meer kopen = noodzakelijk om Italië 1 gemaakt te krijgen
o Mercantilisme
= aanwakkeren van handelen en de taak van de heerser is om de handel te ondersteunen
zodat de welvaart stijgt
Voor veiligheid van de handel => nood aan organisatie (nu de staat)
Alle handelaars willen dat tolmuren verdwijnen => eenmaking van Italië onder de
druk van de handelsklasse
Geleidelijke ontvoogding van de politiek: handelaars stellen politieke eisen
o Hebben macht in sommige steden
o Politiek gaat zich emanciperen: religie belangrijker dan de kerk
2
,NICOLLO MACHIAVELLI (1469-1527)
Il Principe
= analyse van de politiek als een kunst die is ontdaan van moraal en religie
o Brak met het trad schrijven over politiek
o Niet de ideale heerser
o M: werkelijkheid van het uitvoeren van de macht, hoe de koning gedroeg om
bepaalde doelen te bereiken
o Empirisme, kennis komt voort uit ervaring
=>Begint niet vanuit de moraal: introductie seculieren en wetenschappelijke blik van het gedrag van
een koning
Wat is de natuur van de mens?
o Elke mens van nature gelijk, zowel goede als slechte neigingen
Bij de ene meer goed als slecht, maar kunnen niet veranderen
o POLITIEK: vanuit gaan dat de mens inherent slecht is
Kritiek tegen de kerk:
1. Hypocrisie van de kerk (morele kritiek)
Rome vertoont slecht gedrag
Geen voorbeeld van christelijk gedrag
2. Politieke ambities van de kerk (sociaal-politieke kritiek)
Vaticaan had politieke ambities
Kerk 1 vd redenen voor Italië zo uit elkaar
Secularisering van de politiek
Organisatie van de staatsorde
o Religie = cement dat mensen bij elkaar houdt
Niet de kerk die ons gedrag mag bepalen
o Raison d’Etat:
= als we als staat een doel hebben, mogen we alle middelen gebruiken omdat doel te
bereiken als de koning dit nodig vindt
Ook list, bedrog en geweld
Pleitte voor een volksleger = leger met opgeleide militairen, niet een huurlingenleger
o Grens => privaatbezit = vrijheid
= materie, vrouwen en kinderen
Enkel voor de man
Nood aan bescherming van privaatbezit, ook tegen de staat zelf
Koning is dus beperkt
Mensen aanvaarden elk regime, zolang privaat bezit beschermd
o Pragmatisme
Koning beter gevreesd dan geliefd
- Geliefd: afhankelijk vn het volk
- Gevreesd: afhankelijk van de heerser
Koning is het volk verantwoording schuldig
3
, THOMAS MORE (1478-1535)
o Diep christelijke en top politici in Engeland
o “ik wens het meer dan ik hoop”
o Gedreven door gevoelens van rechtvaardigheid
Utopia
o Deel 1: beschrijving van 15de eeuws Engeland
= beschrijving van Engeland in 15de eeuw en zijn verandering
Landbouw werd gedreven => boeren vluchten naar de stad => konden niet
opgevangen => stijging van armoede
Modern armoede => armoede van kapitalisme
Kon het eig nog iet bespreken, want had de concepten niet om het uit te leggen
Kon weinig actie ondernemen door tekort aan middelen
o Deel 2: beschrijving van de ideale maatschappij (eiland)
Gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen
Ruilhandel, zonder geld
Beslissen samen hoe samenleving werkt en wie macht krijgt
Leven deugdelijk en vreedzaam obv christelijke waarden
Alle aspecten verboden dr christendom => verboden
Terugkeer naar het verleden dat eig nooit heeft bestaan
Utopisme = afwijzen van de bestaande, onrechtvaardigde orde op basis van religieuze en/of morele
gronden, projectie van een ideaal in een andere, denkbeeldige werel
Besef verval middeleeuwen:
o Vond maatschappij onrechtvaardig
o Kan geen concrete hervormingen doorvoeren
o Veranderingen in de economie niet gods wil, maar spontane processen
Visie op prijzen
o Zelfde als de kerk, tegen winst
o Prijs bepaald door de noden van de beide partijen
2. EINDE VAN DE KATHOLIEKE HEGEMONIE: REFORMATIE EN CONTRAREFORMATIE
o Humanisten = nadruk op de mens, het intellect, de rede en studie van antieke teksten
Vorming van de mens en het ontwikkelen van een rationele en morele
levenshouding
Zowel seculier als religieus
o Scholastici = gebruik van de rede om theologische doctrines te verklaren en verdedigen
Focus: god en theologische concepten
Logische argumentatie en dialectiek
Sterk religieus georiënteerd, rede dient om geloof te dienen
4
Ideologie = een geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-politieke verhoudingen vorm
wenst te geven. Het omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als
normatief zijn: het is een poging om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en zoals
deze hoort te zijn.
o Verschillende centrale concepten
o Verschillende definities van hetzelfde concept
Marx: motor van de geschiedenis = klassenstrijd
Pareto: motor van de geschiedenis = aristocratie
Doctrine = een leerstelling of verzameling leerstellingen, of een systeem van meningen en
verklaringen, dat (meestal) aanspraak maakt op algemene geldigheid.
Gelijkenissen wetenschappelijke theorie en ideologie
o Bevat een set van aannames en startpunten
o Legt uit hoe de sociale wereld eruit ziet
o Legt uit hoe en waarom de wereld verandert
o Reikt een systeem van concepten en ideeën aan
o Verduidelijkt relaties tussen concepten
o Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
Verschillen tussen ideologie en sociale theorieën
IDEOLOGIE SOCIALE THEORIEËN
o Geeft absolute zekerheid o Conditioneel, onderhandeld begrijpen
o Alle antwoorden op alle vragen o Incompleet, aanvaarde onzekerheid
o Vast, gesloten en af o Groeiend, open proces, uitbreidend
o Blind voor alternatief bewijsmateriaal o Verwelkomt tests, positief en negatief
bewijsmateriaal
o Opgesloten in een bepaald moraal o Ontdaan van sterke moraliserende
systeem standpunten
o Vooringenomen o Neutraal, neemt alle ‘kanten’ in acht
o Interne contradicties en inconsistenties o Zoekt sterk naar logische consistentie
o Vastgeroest in specifieke positie o Overstijgt sociale posities
1
, Hoofdstuk 1: De ontrafeling van de middeleeuwse orde (1450-1650)
1. INLEIDING
4 belangrijke politieke gebeurtenissen
o Wetenschappelijke vooruitgang
o Breuk in katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie
o Opstand van de protestanten en tegenreactie van de kerk
o Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
o Kwestie van handel en rijkdom afpakken
o Engelse burgeroorlog: koningshuis heel andere invulling en belangrijke nieuwe politieke
ideeën naar voren bracht
o Geboorte van democratie (vele jaren later)
2. WETENSCHAP & EMANCIPATIE VAN DE POLITIEK
Periode is een terugkeer naar de Grieken en de denkers van de oudheid
o Niet beweging van terugkeer, maar toevallig in contact in Arabische wereld waar die werken
wel werden gebruikt => in Arabische naar Europa en dan vertaalt
o Eig terugkeer naar het verleden, maar toch ook anders want geen idealisatie van het
verleden, maar kan kijken naar de toekomst waar de mens centraal staat
o Mens wenselijk
LEONARDO DA VINCI (1452-1519)
Het logische en experimentele, empirische houding
o Grondslag van de wetenschappelijke onderzoek
= van detail => algemene beeld
Details in de natuur bekijken => doorgronden van de werking van de natuur
Ervoor: kerk dominant en de dogma’s realiteit
Experimenten: om te zien hoe 1 iets invloed heeft op iets anders
Veranderende economische verhouding in een verdeeld Italië
o Firenze
Belangrijke families om zijn kunst en cultuur uit te oefenen
o Maatschappelijk aan het veranderen
Nieuwe economische verhouding met handel als drijvende factor
Meer handel => meer kopen = noodzakelijk om Italië 1 gemaakt te krijgen
o Mercantilisme
= aanwakkeren van handelen en de taak van de heerser is om de handel te ondersteunen
zodat de welvaart stijgt
Voor veiligheid van de handel => nood aan organisatie (nu de staat)
Alle handelaars willen dat tolmuren verdwijnen => eenmaking van Italië onder de
druk van de handelsklasse
Geleidelijke ontvoogding van de politiek: handelaars stellen politieke eisen
o Hebben macht in sommige steden
o Politiek gaat zich emanciperen: religie belangrijker dan de kerk
2
,NICOLLO MACHIAVELLI (1469-1527)
Il Principe
= analyse van de politiek als een kunst die is ontdaan van moraal en religie
o Brak met het trad schrijven over politiek
o Niet de ideale heerser
o M: werkelijkheid van het uitvoeren van de macht, hoe de koning gedroeg om
bepaalde doelen te bereiken
o Empirisme, kennis komt voort uit ervaring
=>Begint niet vanuit de moraal: introductie seculieren en wetenschappelijke blik van het gedrag van
een koning
Wat is de natuur van de mens?
o Elke mens van nature gelijk, zowel goede als slechte neigingen
Bij de ene meer goed als slecht, maar kunnen niet veranderen
o POLITIEK: vanuit gaan dat de mens inherent slecht is
Kritiek tegen de kerk:
1. Hypocrisie van de kerk (morele kritiek)
Rome vertoont slecht gedrag
Geen voorbeeld van christelijk gedrag
2. Politieke ambities van de kerk (sociaal-politieke kritiek)
Vaticaan had politieke ambities
Kerk 1 vd redenen voor Italië zo uit elkaar
Secularisering van de politiek
Organisatie van de staatsorde
o Religie = cement dat mensen bij elkaar houdt
Niet de kerk die ons gedrag mag bepalen
o Raison d’Etat:
= als we als staat een doel hebben, mogen we alle middelen gebruiken omdat doel te
bereiken als de koning dit nodig vindt
Ook list, bedrog en geweld
Pleitte voor een volksleger = leger met opgeleide militairen, niet een huurlingenleger
o Grens => privaatbezit = vrijheid
= materie, vrouwen en kinderen
Enkel voor de man
Nood aan bescherming van privaatbezit, ook tegen de staat zelf
Koning is dus beperkt
Mensen aanvaarden elk regime, zolang privaat bezit beschermd
o Pragmatisme
Koning beter gevreesd dan geliefd
- Geliefd: afhankelijk vn het volk
- Gevreesd: afhankelijk van de heerser
Koning is het volk verantwoording schuldig
3
, THOMAS MORE (1478-1535)
o Diep christelijke en top politici in Engeland
o “ik wens het meer dan ik hoop”
o Gedreven door gevoelens van rechtvaardigheid
Utopia
o Deel 1: beschrijving van 15de eeuws Engeland
= beschrijving van Engeland in 15de eeuw en zijn verandering
Landbouw werd gedreven => boeren vluchten naar de stad => konden niet
opgevangen => stijging van armoede
Modern armoede => armoede van kapitalisme
Kon het eig nog iet bespreken, want had de concepten niet om het uit te leggen
Kon weinig actie ondernemen door tekort aan middelen
o Deel 2: beschrijving van de ideale maatschappij (eiland)
Gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen
Ruilhandel, zonder geld
Beslissen samen hoe samenleving werkt en wie macht krijgt
Leven deugdelijk en vreedzaam obv christelijke waarden
Alle aspecten verboden dr christendom => verboden
Terugkeer naar het verleden dat eig nooit heeft bestaan
Utopisme = afwijzen van de bestaande, onrechtvaardigde orde op basis van religieuze en/of morele
gronden, projectie van een ideaal in een andere, denkbeeldige werel
Besef verval middeleeuwen:
o Vond maatschappij onrechtvaardig
o Kan geen concrete hervormingen doorvoeren
o Veranderingen in de economie niet gods wil, maar spontane processen
Visie op prijzen
o Zelfde als de kerk, tegen winst
o Prijs bepaald door de noden van de beide partijen
2. EINDE VAN DE KATHOLIEKE HEGEMONIE: REFORMATIE EN CONTRAREFORMATIE
o Humanisten = nadruk op de mens, het intellect, de rede en studie van antieke teksten
Vorming van de mens en het ontwikkelen van een rationele en morele
levenshouding
Zowel seculier als religieus
o Scholastici = gebruik van de rede om theologische doctrines te verklaren en verdedigen
Focus: god en theologische concepten
Logische argumentatie en dialectiek
Sterk religieus georiënteerd, rede dient om geloof te dienen
4