1. De verlichting
Kenmerkend aspect:
Rationeel optimisme en 'verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek en sociale verhoudingen
Rationalisme: vertrouwen op de rede/het verstand
🔽 vanaf 6e eeuw v. Chr.
Griekse filosofen proberen rationele verklaringen te vinden voor de wereld om hen heen
🔽 15e eeuw:
Humanisten uit de Renaissance zorgen voor een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
🔽 16e & 17 eeuw:
Door gebruik van het gezond verstand en een systematische manier van onderzoek ontstaat de
wetenschappelijke revolutie
Wetenschappelijke revolutie: kritische denkhouding en systematische manier van onderzoek zorgde
voor vele nieuwe ontdekkingen.
Systematisch: observatie, empirie, logica
~ ze hielden zich bezig met zaken zoals astronomie, biologie, natuurwetenschap enz.
🔽
Veel zaken blijken te voldoen aan natuurwetten (b.v. wet van zwaartekracht van Newton)
Verlichting:
Stroming van geleerden die meende dat alles met behulp van het verstand kon worden verklaard.
Dat zou bijdragen aan de vooruitgang van de samenleving.
Groot vertrouwen in rationeel denken
De wetenschappelijke manier van onderzoek kon gebruikt worden voor alle terreinen van de
samenleving
Door de verlichting was grote maatschappelijke vooruitgang mogelijk
Voorbeelden van verlicht denken:
Religie ->
~ Voltaire:
Voor tolerantie en godsdienstvrijheid
Twijfelde aan belang van de geestelijkheid
Deïsme: God heeft de wereld gemaakt, maar hij heeft er geen invloed meer op
Politiek ->
~ Voltaire:
(Verlichte) absolute vorst is nodig om het domme volk te regeren
---------------------------------------------------------------------------------------------
~ Rousseau:
Volkssoevereiniteit: alle macht ligt bij het volk
Sociaal contract: afspraken die gelden voor de hele bevolking
~ Locke:
Sociaal contract: afspraken die gelden voor de hele bevolking
Overheid moet de natuurlijke rechten van de burgers beschermen
, ~ Montesquieu:
Trias politica: scheiding van de machten voorkomt machtsmisbruik
Sociale verhoudingen ->
~ Rousseau:
Tegen standensamenleving van het ancien régime: mensen zijn van nature gelijkwaardig aan
elkaar
Economie ->
~ Smith:
Zoveel mogelijk vrijheid in de economie: vrijhandel en weinig bemoeienis van de overheid
Verlichte ideeën werden verspreid via:
Brieven
Boeken (m.n. de Encyclopédie)
Salonbijeenkomsten (georganiseerd door rijke mensen in hun huis om te discussiëren over
bepaald idee/boek)
2. Verlicht absolutisme
Kenmerkend aspect:
Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen het vorstelijk bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme)
Verlicht absolutisme: regeringsvorm waarbij de vorst probeert om met verlichte ideeën zijn bestuur
te verbeteren, maar wel alle macht blijft houden.
🔽 Goed voorbeeld
Frederik de Grote: vorst van Pruisen (oostelijk Duitse rijk, een v.d. belangrijkste staten binnen Duitse
rijk)
-> ''Alles voor het volk, niets door het volk.''
Maatregelen Frederik de Grote:
Godsdienstige verdraagzaamheid
Introductie aardappel als volksvoedsel
Droogleggen moerassen voor nieuwe landbouwgrond
~ Nog meer verlichte absolute vorsten (verlichte despoten):
Catharina de Grote (Rusland)
Josef II (Oostenrijk)
~ Standensamenleving bleef bestaan:
1. Geestelijkheid
2. Adel
3. Boeren & burgers
-> sociale mobiliteit niet mogelijk: van ene naar andere stand kan niet
Frankrijk: Ancien Régime -> oude orde vóór de Franse Revolutie (1789)