Tijdvak 2 – Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500)
1. De Griekse stadstaat
Kenmerkend aspect:
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat
Vanaf 850 v. Chr.: opkomst Griekse stadstaten
Stadstaat (polis):
- 'Stad' met omringend platteland
- Klein in oppervlakte en inwonersaantal
- Autarkisch -> zelfvoorzienend
- Autonoom -> eigen bestuur en regels
Iedere polis had een eigen staatsvorm:
- Monarchie: staatsvorm waarbij de macht legitiem bij 1 persoon ligt
- Tyrannie: staatsvorm waarbij de macht niet legitiem bij 1 persoon ligt
- Aristocratie: regering van de adel (aristocraten)
- Oligarchie: regering van een kleine groep mensen die niet per sé van adel zijn
- Democratie: regering door de bevolking met burgerrecht
Burgerschap: het feit dat je burger bent met alle politieke en maatschappelijke rechten die daarbij
horen.
Filosofen: proberen de wereld te verklaren op een rationele manier.
🔽 begin van
Wetenschap:
Opdoen van kennis/theorie op basis van experimenten, waarneming en gebruik van het verstand:
- Natuurwetenschap (Newton)
- Wiskunde (stelling van Pythagoras)
- Geneeskunde (voor het eerst nagedacht hoe lichamen werkten)
- Politiek
- Enz...
De Griekse wereld (850-338 v. Chr.): breidde steeds verder uit totdat het overgenomen werd door
Macedonië
Hellenisme (338-30 v. Chr.): verspreiding van de Griekse cultuur naar het oosten vanaf de tijd van
Alexander de Grote.
2. De Grieks-Romeinse cultuur
Kenmerkend aspect:
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Grieks-Romeinse cultuur = klassieke cultuur (beeldhouwkunst & architectuur)
Klassiek: voortreffelijk voorbeeld. Iets dat van blijvende waarde is.
Griekse beeldhouwkunst:
, - Driedimensionaal (kan om standbeeld heenlopen)
- Anatomisch correct (het is zoals menselijk lichaam zou moeten zijn)
- Naakt
- Geperfectioneerd
Griekse architectuur:
- Fronton (of timpaan) de driehoek bovenop
- Fries (balk waarop versiering/boodschap kan worden aangebracht)
- Architraaf (dwarsbalk die nodig was voor constructie)
- Kapiteel
- Zuil
Zuilen:
Dorische stijl: strakke lijnen, simpele versiering
Ionische stijl: smaller, meer versiering
Korintische stijl: veel versieringen, vooral bladeren
5e en 4e eeuw v. Chr.: Klassieke Oudheid
Griekse beeldhouwkunst en architectuur was een voorbeeld voor latere generaties
🔽
Romeinen:
Romeinen hadden nadat ze Griekenland hadden veroverd een heleboel van hun stijl overgenomen
en er later zelf nog dingen aan toegevoegd
Romeinse beeldhouwkunst:
- Driedimensionaal
- Anatomisch correct
- Gekleed
- Realistisch
Romeinse architectuur:
- Mengeling van Griekse stijlen
- Gebruik van beton zorgt voor meer mogelijkheden (bogen, koepels)
3. Het Romeinse imperium
Kenmerkend aspect:
De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
Bestuur van het Romeinse rijk:
Koningstijd (753 v. Chr. - 509 v. Chr.)
- Niet veel van bekend
- Monarchie
Republiek (509 v. Chr. - 27 v. Chr.)
- Macht verdeeld over meerdere functies
- Functionarissen voor een jaar gekozen
- Belangrijkste functie: consul
- Senaat heeft de meeste macht
- Oligarchie
1. De Griekse stadstaat
Kenmerkend aspect:
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat
Vanaf 850 v. Chr.: opkomst Griekse stadstaten
Stadstaat (polis):
- 'Stad' met omringend platteland
- Klein in oppervlakte en inwonersaantal
- Autarkisch -> zelfvoorzienend
- Autonoom -> eigen bestuur en regels
Iedere polis had een eigen staatsvorm:
- Monarchie: staatsvorm waarbij de macht legitiem bij 1 persoon ligt
- Tyrannie: staatsvorm waarbij de macht niet legitiem bij 1 persoon ligt
- Aristocratie: regering van de adel (aristocraten)
- Oligarchie: regering van een kleine groep mensen die niet per sé van adel zijn
- Democratie: regering door de bevolking met burgerrecht
Burgerschap: het feit dat je burger bent met alle politieke en maatschappelijke rechten die daarbij
horen.
Filosofen: proberen de wereld te verklaren op een rationele manier.
🔽 begin van
Wetenschap:
Opdoen van kennis/theorie op basis van experimenten, waarneming en gebruik van het verstand:
- Natuurwetenschap (Newton)
- Wiskunde (stelling van Pythagoras)
- Geneeskunde (voor het eerst nagedacht hoe lichamen werkten)
- Politiek
- Enz...
De Griekse wereld (850-338 v. Chr.): breidde steeds verder uit totdat het overgenomen werd door
Macedonië
Hellenisme (338-30 v. Chr.): verspreiding van de Griekse cultuur naar het oosten vanaf de tijd van
Alexander de Grote.
2. De Grieks-Romeinse cultuur
Kenmerkend aspect:
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
Grieks-Romeinse cultuur = klassieke cultuur (beeldhouwkunst & architectuur)
Klassiek: voortreffelijk voorbeeld. Iets dat van blijvende waarde is.
Griekse beeldhouwkunst:
, - Driedimensionaal (kan om standbeeld heenlopen)
- Anatomisch correct (het is zoals menselijk lichaam zou moeten zijn)
- Naakt
- Geperfectioneerd
Griekse architectuur:
- Fronton (of timpaan) de driehoek bovenop
- Fries (balk waarop versiering/boodschap kan worden aangebracht)
- Architraaf (dwarsbalk die nodig was voor constructie)
- Kapiteel
- Zuil
Zuilen:
Dorische stijl: strakke lijnen, simpele versiering
Ionische stijl: smaller, meer versiering
Korintische stijl: veel versieringen, vooral bladeren
5e en 4e eeuw v. Chr.: Klassieke Oudheid
Griekse beeldhouwkunst en architectuur was een voorbeeld voor latere generaties
🔽
Romeinen:
Romeinen hadden nadat ze Griekenland hadden veroverd een heleboel van hun stijl overgenomen
en er later zelf nog dingen aan toegevoegd
Romeinse beeldhouwkunst:
- Driedimensionaal
- Anatomisch correct
- Gekleed
- Realistisch
Romeinse architectuur:
- Mengeling van Griekse stijlen
- Gebruik van beton zorgt voor meer mogelijkheden (bogen, koepels)
3. Het Romeinse imperium
Kenmerkend aspect:
De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
Bestuur van het Romeinse rijk:
Koningstijd (753 v. Chr. - 509 v. Chr.)
- Niet veel van bekend
- Monarchie
Republiek (509 v. Chr. - 27 v. Chr.)
- Macht verdeeld over meerdere functies
- Functionarissen voor een jaar gekozen
- Belangrijkste functie: consul
- Senaat heeft de meeste macht
- Oligarchie