PERSONEN-EN FAMILIERECHT
Hoofdstuk 1: Personen, familie en relatievermogensrecht: inleiding
1 Personen-, familie- en relatievermogensrecht: inleiding
Het personen- en familierecht is de tak van het burgerlijk recht, die de persoonlijke levensloop volgt
van mensen, vanaf hun geboorte (zelfs al voordien) tot aan hun overlijden (zelfs nog nadien).
Binnen die levensloop regelt het personenrecht het statuut van de personen en hun plaats in de
samenleving in het algemeen. Het familierecht regelt de plaats van personen binnen de familiale
betrekkingen.
PERSONENRECHT FAMILIERECHT (RELATIEVERMOGENSRECHT)
• Statuut en plaats van • Plaats binnen persoonlijke • Vermogensrechtelijke
individu in de verhoudingen verhoudingen
samenleving
- Afstamming - Partners onderling
- Rechten en
plichten - Levensgemeenschap - Derden
tussen personen
- Bescherming - Tijdens/na relatie
personen
- Deelname
rechtsverkeer
Diverse relaties tussen personen- en familierecht vb. recht op onderhoud en opvoeding
= evolutief
• 1804 Code Civil
• Religie
• Belang van het huwelijk – maritale macht (als je geboren wordt, moet je luisteren naar je
vader, als je dan trouwt, sta je onder de macht van u echtgenoot)
• Wetenschappelijke ontwikkeling – vrouwelijke emancipatie
• Emancipatie van LGBTIQA (lesbian, gay, bisexuals, trans, intersex, queer and asexual)
De basis van ons hedendaags familierecht wordt nog steeds gevormd door de Code Civil van 1804,
ons oud BW. Natuurlijk ziet onze hedendaagse samenleving er helemaal anders uit dan die van 1804,
onze wetgeving is gelukkig mee geëvolueerd.
- enige toegangspoort tot een wettige familie was een huwelijk
De organisatie van de familiale betrekkingen is lang een kerkelijke bevoegdheid geweest
-wetenschappelijke ontwikkelingen brengen een economie tot ontwikkeling waarin de vrouw actief is
en zij minder afhankelijk wordt van het huwelijk
1
, Ontmanning van het familierecht in 1804 – afschaffing maritale macht, afschaffing vaderlijke
macht
emancipatie
Gelijkheid tussen mannen en vrouwen
Emancipatie van LGBTQ – afnemend juridisch belang van geslacht en gender
1 Personen-, familie- en relatievermogensrecht: inleiding - bronnen
• Wetgeving
- Federaal – oud BW (Boek I)
Bijzondere wetgeving
> Jeugdbeschermingswet
> Geestesziekenwet (psychiatrische aandoening)
> MBV-wet (medisch begeleide voorplanting)
Internationaal
> EVRM
> Kinderrechtenverdrag van Den Haag
Deelstatelijk
> Decreet Integrale Jeugdhulp (gemeenschappen)
• Rechtspraak (luik afstamming belangrijk, oud BW niet aangepast aan RP van het GwH bv.
bezit van Staat – bepaalde band met biologische vader/moeder, buitenwereld kan aannemen
dat je dochter bent van die persoon doordat op geboortekaartje staat van die man, of dat die
persoon u zakgeld geeft, u financieel helpt – bepaalde elementen waaruit blijkt dat men u
vader is. Zo kon vroeger niet zomaar iemand anders u erkennen) in de wet nog steeds
onontvankelijkheidsgrond.
• Rechtsleer
Het burgerlijk recht in verband met personen en familie behoort in België tot de bevoegdheid van de
federale overheid.
Vooral oud BW
Relatievermogensrecht: Boek 2, titel 3 BW werd al goedgekeurd, en is al in werking getreden.
Titel 1 en 2 boek 2 (personen- en familierecht) nog niet gestemd – voorlopig dus oud BW van
toepassing
Hoofdstuk 2: De persoon in het recht: begrippen (HB p. 7)
BOEK I oud BW: PERSONEN
2
,De wetgever definieert het begrip personen niet. De wet bevat slechts onrechtstreekse aanwijzingen
die kunnen helpen om de inhoud van dit begrip te bepalen.
Nieuw BW
Zo stelt art. 3:38 BW dat personen zijn te onderscheiden van voorwerpen en van dieren, welke laatste
twee ook weer van elkaar zijn te onderscheiden.
Art. 3:35 BW onderscheidt dan weer de natuurlijke persoon van de rechtspersoon.
1. Natuurlijke persoon (NP) 2. Rechtspersoon (RP)
Personen achter wier juridische masker een Slaat op elke andere entiteit dan de menselijke
menselijke persoon schuilgaat. In ons persoon van wie het recht een deelnemer aan
rechtssysteem zijn alle mensen NP’en, met de rechtsgemeenschap maakt. Ons recht kent
rechten en plichten. rechtspersoonlijkheid toe aan niet-lichamelijk
publiek- en privaatrechtelijke entiteiten zoals
overheden, beroepsordes, vennootschappen,
verenigingen en stichtingen, die door en met
een NP zijn gecreëerd.
- Elk individu - Juridische constructie
- Vanaf ° (geboorte) tot † - Vb. vzw, bv, …
- Deelname rechtsverkeer? - Verder in dit olod NIET relevant
Nood aan identificatie
bekwaamheid
Elk individu is een natuurlijke persoon. Alleen levende mensen en alle mensen zijn NP’en.
Een mens is een NP vanaf zijn geboorte tot hij overlijdt.
Dieren?
-volgens de wet geen ‘persoonlijkheid’
-sinds 2021 3de juridische categorie te onderscheiden van voorwerpen en personen
art. 3:38 BW en art. 3:39 BW
Art. 3.38. Voorwerpen
Voorwerpen, ongeacht of ze natuurlijk of kunstmatig, lichamelijk of onlichamelijk zijn, zijn te
onderscheiden van dieren. Voorwerpen en dieren zijn te onderscheiden van personen.
Art. 3.39. Dieren
Dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden.
De bepalingen met betrekking tot lichamelijke voorwerpen zijn op dieren van toepassing, met
inachtneming van de wettelijke en reglementaire bepalingen ter bescherming van dieren en van de
openbare orde.
Natuurlijke persoon (NP)
Drager van rechten en plichten
Vb. NP kan goederen kopen
Vb. NP kan een woning huren
Vb. NP kan erven
Vb. NP kan trouwen
…
=> rechtsbekwaamheid
De rechtsbekwaamheid kan worden beperkt door de wet, of door de rechter:
3
, Vb. art. 4.142 BW: bepaalde mensen mogen omwille van hun functie (vb. verpleegkundigen) geen
schenkingen ontvangen of geen begunstigde zijn van testament, uitgaande van een persoon die ze
hebben behandeld gedurende de ziekte waaraan hij overleden is.
Vb. Art. 4.6 BW: Onwaardigheid
vb. oudermoord pleegt, aanslag persoon - ga je niet kunnen erven van u ouders
= beperking rechtsbekwaamheid
(…)
Wie als dader, mededader, of medeplichtige schuldig is bevonden aan het plegen van bepaalde
feiten waardoor iemand overlijdt kan uitgesloten worden om van de overeledene te erven
Art. 4.142 BW:
Wie het betreft: Artsen en andere zorgverleners, zoals verpleegkundigen of therapeuten.
Wat het verbiedt: Het ontvangen van een schenking of een bevoordeling in een testament van een
patiënt.
Wanneer het geldt: Als de zorgverlener de patiënt heeft behandeld tijdens de ziekte die tot het
overlijden heeft geleid.
Het doel van dit artikel
Het artikel dient om de kwetsbare positie van patiënten te beschermen. Het voorkomt dat
zorgverleners, door hun machtspositie, patiënten onder druk zetten om hen financieel te
bevoordelen in hun testament of bij een schenking, zo is te lezen op
4
Hoofdstuk 1: Personen, familie en relatievermogensrecht: inleiding
1 Personen-, familie- en relatievermogensrecht: inleiding
Het personen- en familierecht is de tak van het burgerlijk recht, die de persoonlijke levensloop volgt
van mensen, vanaf hun geboorte (zelfs al voordien) tot aan hun overlijden (zelfs nog nadien).
Binnen die levensloop regelt het personenrecht het statuut van de personen en hun plaats in de
samenleving in het algemeen. Het familierecht regelt de plaats van personen binnen de familiale
betrekkingen.
PERSONENRECHT FAMILIERECHT (RELATIEVERMOGENSRECHT)
• Statuut en plaats van • Plaats binnen persoonlijke • Vermogensrechtelijke
individu in de verhoudingen verhoudingen
samenleving
- Afstamming - Partners onderling
- Rechten en
plichten - Levensgemeenschap - Derden
tussen personen
- Bescherming - Tijdens/na relatie
personen
- Deelname
rechtsverkeer
Diverse relaties tussen personen- en familierecht vb. recht op onderhoud en opvoeding
= evolutief
• 1804 Code Civil
• Religie
• Belang van het huwelijk – maritale macht (als je geboren wordt, moet je luisteren naar je
vader, als je dan trouwt, sta je onder de macht van u echtgenoot)
• Wetenschappelijke ontwikkeling – vrouwelijke emancipatie
• Emancipatie van LGBTIQA (lesbian, gay, bisexuals, trans, intersex, queer and asexual)
De basis van ons hedendaags familierecht wordt nog steeds gevormd door de Code Civil van 1804,
ons oud BW. Natuurlijk ziet onze hedendaagse samenleving er helemaal anders uit dan die van 1804,
onze wetgeving is gelukkig mee geëvolueerd.
- enige toegangspoort tot een wettige familie was een huwelijk
De organisatie van de familiale betrekkingen is lang een kerkelijke bevoegdheid geweest
-wetenschappelijke ontwikkelingen brengen een economie tot ontwikkeling waarin de vrouw actief is
en zij minder afhankelijk wordt van het huwelijk
1
, Ontmanning van het familierecht in 1804 – afschaffing maritale macht, afschaffing vaderlijke
macht
emancipatie
Gelijkheid tussen mannen en vrouwen
Emancipatie van LGBTQ – afnemend juridisch belang van geslacht en gender
1 Personen-, familie- en relatievermogensrecht: inleiding - bronnen
• Wetgeving
- Federaal – oud BW (Boek I)
Bijzondere wetgeving
> Jeugdbeschermingswet
> Geestesziekenwet (psychiatrische aandoening)
> MBV-wet (medisch begeleide voorplanting)
Internationaal
> EVRM
> Kinderrechtenverdrag van Den Haag
Deelstatelijk
> Decreet Integrale Jeugdhulp (gemeenschappen)
• Rechtspraak (luik afstamming belangrijk, oud BW niet aangepast aan RP van het GwH bv.
bezit van Staat – bepaalde band met biologische vader/moeder, buitenwereld kan aannemen
dat je dochter bent van die persoon doordat op geboortekaartje staat van die man, of dat die
persoon u zakgeld geeft, u financieel helpt – bepaalde elementen waaruit blijkt dat men u
vader is. Zo kon vroeger niet zomaar iemand anders u erkennen) in de wet nog steeds
onontvankelijkheidsgrond.
• Rechtsleer
Het burgerlijk recht in verband met personen en familie behoort in België tot de bevoegdheid van de
federale overheid.
Vooral oud BW
Relatievermogensrecht: Boek 2, titel 3 BW werd al goedgekeurd, en is al in werking getreden.
Titel 1 en 2 boek 2 (personen- en familierecht) nog niet gestemd – voorlopig dus oud BW van
toepassing
Hoofdstuk 2: De persoon in het recht: begrippen (HB p. 7)
BOEK I oud BW: PERSONEN
2
,De wetgever definieert het begrip personen niet. De wet bevat slechts onrechtstreekse aanwijzingen
die kunnen helpen om de inhoud van dit begrip te bepalen.
Nieuw BW
Zo stelt art. 3:38 BW dat personen zijn te onderscheiden van voorwerpen en van dieren, welke laatste
twee ook weer van elkaar zijn te onderscheiden.
Art. 3:35 BW onderscheidt dan weer de natuurlijke persoon van de rechtspersoon.
1. Natuurlijke persoon (NP) 2. Rechtspersoon (RP)
Personen achter wier juridische masker een Slaat op elke andere entiteit dan de menselijke
menselijke persoon schuilgaat. In ons persoon van wie het recht een deelnemer aan
rechtssysteem zijn alle mensen NP’en, met de rechtsgemeenschap maakt. Ons recht kent
rechten en plichten. rechtspersoonlijkheid toe aan niet-lichamelijk
publiek- en privaatrechtelijke entiteiten zoals
overheden, beroepsordes, vennootschappen,
verenigingen en stichtingen, die door en met
een NP zijn gecreëerd.
- Elk individu - Juridische constructie
- Vanaf ° (geboorte) tot † - Vb. vzw, bv, …
- Deelname rechtsverkeer? - Verder in dit olod NIET relevant
Nood aan identificatie
bekwaamheid
Elk individu is een natuurlijke persoon. Alleen levende mensen en alle mensen zijn NP’en.
Een mens is een NP vanaf zijn geboorte tot hij overlijdt.
Dieren?
-volgens de wet geen ‘persoonlijkheid’
-sinds 2021 3de juridische categorie te onderscheiden van voorwerpen en personen
art. 3:38 BW en art. 3:39 BW
Art. 3.38. Voorwerpen
Voorwerpen, ongeacht of ze natuurlijk of kunstmatig, lichamelijk of onlichamelijk zijn, zijn te
onderscheiden van dieren. Voorwerpen en dieren zijn te onderscheiden van personen.
Art. 3.39. Dieren
Dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden.
De bepalingen met betrekking tot lichamelijke voorwerpen zijn op dieren van toepassing, met
inachtneming van de wettelijke en reglementaire bepalingen ter bescherming van dieren en van de
openbare orde.
Natuurlijke persoon (NP)
Drager van rechten en plichten
Vb. NP kan goederen kopen
Vb. NP kan een woning huren
Vb. NP kan erven
Vb. NP kan trouwen
…
=> rechtsbekwaamheid
De rechtsbekwaamheid kan worden beperkt door de wet, of door de rechter:
3
, Vb. art. 4.142 BW: bepaalde mensen mogen omwille van hun functie (vb. verpleegkundigen) geen
schenkingen ontvangen of geen begunstigde zijn van testament, uitgaande van een persoon die ze
hebben behandeld gedurende de ziekte waaraan hij overleden is.
Vb. Art. 4.6 BW: Onwaardigheid
vb. oudermoord pleegt, aanslag persoon - ga je niet kunnen erven van u ouders
= beperking rechtsbekwaamheid
(…)
Wie als dader, mededader, of medeplichtige schuldig is bevonden aan het plegen van bepaalde
feiten waardoor iemand overlijdt kan uitgesloten worden om van de overeledene te erven
Art. 4.142 BW:
Wie het betreft: Artsen en andere zorgverleners, zoals verpleegkundigen of therapeuten.
Wat het verbiedt: Het ontvangen van een schenking of een bevoordeling in een testament van een
patiënt.
Wanneer het geldt: Als de zorgverlener de patiënt heeft behandeld tijdens de ziekte die tot het
overlijden heeft geleid.
Het doel van dit artikel
Het artikel dient om de kwetsbare positie van patiënten te beschermen. Het voorkomt dat
zorgverleners, door hun machtspositie, patiënten onder druk zetten om hen financieel te
bevoordelen in hun testament of bij een schenking, zo is te lezen op
4