FAMILAAL VERMOGENSRECHT
DEEL I. RELATIEVERMOGENSRECHT
I. Huwelijksvermogensrecht
• Hoofdstuk 1. Algemeen
• Hoofdstuk 2. Primair stelsel
• Hoofdstuk 3. Wettelijk stelsel
• Hoofdstuk 4. Conventionele stelsels
• Hoofdstuk 5. Huwelijksovereenkomst
• Hoofdstuk 6. Wijziging van het huwelijksvermogensstelsel
II. Samenwoningsvermogensrecht
• Hoofdstuk 1. Wettelijke samenwoning (sinds 2000) – bij een ambtenaar van de burgelijke
stand A4 verklaring wettelijke samenwoning gaan ondertekenen ‘huishouding voeren op
eenzelfde plaats’ – beëindigen zelfde maar omgekeerd, dit kan je eenzijdig doen, max met 2
personen.
• Hoofdstuk 2. Feitelijke samenwoning hierbij niets aangeven, je woont feitelijk samen
Sinds 1956 – gehuwde vrouw zelfde rechten en plichten als de man, werd ze handelingsbekwaam
Het Belgisch familiaal vermogensrecht: kenmerken
• Autonomie
- Huwelijksvermogensrecht
- Erfrecht
- MAAR…
• Technisch
- Vergoedingsregels bij vereffening-verdeling huwelijksvermogen
- Inbreng en inkorting bij vereffening nalatenschap
• Doorwerking personen- en familierecht
- Gelijkheid man-vrouw
- Adoptie en afstamming
- Focus verlegd van grote familie naar kerngezin
- (…)
Het Belgisch familiaal vermogensrecht: historiek
• Huwelijksvermogensrecht
- Code Napoléon 1804
- 1958: gelijkheid man en vrouw - handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw
- Wet 14 juli 1976: nieuw primair stelsel en een nieuw wettelijk stelsel
- 2008: afschaffing controle rechtbank bij wijziging huwelijkscontract
- Wet 22 juli 2018: inhoudelijke hervorming HVR (meer autonomie)
- Wet 19 januari 2022: inkanteling in nieuw boek 2 titel 3 BW (codificatie)
• Samenwoningsvermogensrecht
- Wet 23 november 1998: invoering wettelijke samenwoning - beperkt
vermogensrechtelijk statuut
- Wet 28 maart 2007: beperkt erfrecht voor de LLWSP
- Codificatie? (Hernummering)
• Erfrecht
- Code Napoléon 1804
- 1981: erfrecht langstlevende echtgenoot (LLE)
- Wet 31 juli 2017: inhoudelijke hervorming erfrecht (meer autonomie)
- Wet 19 januari 2022: inkanteling nieuw boek 4 BW (codificatie)
1
, Stellingen – waar of niet waar en waarom?
1. Je kan geldig huwen zonder opmaak van een huwelijkscontract (authentieke akte
opgemaakt door notaris) – wettelijk stelsel, vanaf dag huwelijk wordt GV opgestart, waarin
beroepsinkomsten zitten.
2. Marie heeft 2 dochters en kan bepalen dat de ene dochter 30% erft van haar nalatenschap
en de andere dochter 70% - elk kind heeft wettelijk min van 25%, over de rest mag je zelf
beschikken
3. Sara is gehuwd onder het wettelijk stelsel en baat haar eigen koffiebar uit. Stel dat ze een
lening wil afsluiten voor aankoop van nieuwe dure toestellen, dan kan ze dit zonder
toestemming van haar echtgenoot – zelfstandige activiteit valt onder alleenbestuur,
autonomie (aanvullend recht)
4. Diezelfde Sara heeft bij Belfius een rekening op haar naam waar ze haar loon uit de
koffiebar op stort. De gelden op deze rekening behoren tot het eigen vermogen van Sara –
beroepsinkomsten zijn altijd gemeenschappelijk binnen het wettelijk stelsel
5. Michiel heeft 2 zonen, een broer en beide ouders. Bij overlijden van Michiel erven de
ouders en broer niets – enkel de zonen zitten in de eerste orde (al je afstammelingen)
6. Een wettelijk samenwonende partner erft hetzelfde als een echtgenoot – vruchtgebruik
van de gezinswoning deze kunnen samenwonen = onverdeeld appartement centen + blote
eigendom gaan naar de familieleden, erfrecht LLE – je erft het vruchtgebruik over de
vollledige nalatenschap (dus ook de centen)
Wettelijk samenwonend met iemand die al een woning bezit, als die overlijdt zal op de
volledige woning het vruchtgebruik naar LLWS partner gaan.
7. Cécile wil haar zoon een geldsom van 50.000 euro schenken en hem zo helpen bij aankoop
van een appartement. Deze schenking kan geldig verlopen tussen Cécile en haar zoon
zonder tussenkomst van een notaris – bankgift (overschrijving van rekening naar rekening)
- € 500.000 zonder tussenkomst notaris? JA, bankgift van voor eender welk bedrag, geen
schenkbelasting hierop maar. Verdachte periode (5 jaar) als schenker binnen die tijd
alsnog overlijdt dan moet er erfbelasting betaald worden. Bij twijfel geregistreerde
schenking (geen risico)
50% aan kinderen nalaten = globale reserve (voor al de kinderen), de andere 50% is het beschikbaar
deel, hier kan je vrij over beschikken. Kind gaat dit moeten opeisen, aan reservataire zelf om dit op te
eisen, anders gebeurt dit niet.
5 kinderen = 10% - 1 kind = 50%.
Erfbelasting voor kinderen en ouders is betaalbaar (27% vanaf 250 000), voor broers en zussen heel
duur → (55% voor alles boven 75 000 euro), progressieve belasting, hoe meer je erft, hoe duurder
het wordt
2
,I. HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Hoofdstuk 1. Algemeen
• Huwelijksvermogensrecht: Het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke verhoudingen
beheerst tussen echtgenoten onderling en tegenover derden, zowel tijdens het huwelijk als
bij de ontbinding ervan.
• Ontbinding huwelijk? Echtscheiding of overlijden van een van de echtgenoten
Secundair
huwelijksvermogens
stelsel
Primair huwelijksstelsel
3 huwelijksstelsel: wettelijk stelsel - scheiding van goederen (ondernemers beste keuze, inkomsten
zijn eigen, en beroepsschulden zijn ook eigen, SE’s kunnen vermogen andere echtgenoot niet
aanspreken) – algehele gemeenschap van goederen
Hoofdstuk 2. Primair stelsel
Zie cursus ‘Personen- en familierecht’ (G. Quireyns)!
Betreft hier korte herhaling
• Minimale wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten
• Dwingend recht (art. 212, tweede lid oud BW) – niet van afwijken
• Toepassingsgebied: alle gehuwden, ongeacht gekozen HVS
• ! Art. 1477 §2 oud BW: enkele bepalingen ook van toepassing op wettelijk
samenwonenden (‘mini-primair stelsel’)
• Gedurende de volledige duur van het huwelijk (vanaf dag huwelijk tot beëindiging ervan)
• Ook bij feitelijke scheiding
• Ook tijdens ES procedure
• (MAAR…)
Art. 213 oud BW
• Wederzijdse plicht tot
1. Samenwoning
2. Getrouwheid
3. Hulp & bijstand (≠ bijdrageplicht) – onderhoudsgeld
Art. 215 oud BW
• Bescherming gezinswoning en huisraad (gezinsbelangen beschermen) tussen A en B, niet
tegen derden, SE’s kunnen nog steeds beslag leggen op de woning
• zie ook art. 220, §1 en art. 224, §1, 1° en §2 oud BW – nietigverklaring koop
• Je kan niet alleen handelen omtrent de gezinswoning, instemming andere nodig
- Onder bezwarende titel: verkoopovereenkomst
- Om niet: geen tegenprestatie bv. schenking
- Gewichtige redenen nodig om verkoop te weigeren bv. geen zicht nieuwe woning,
prijs die men ervoor krijgt is veel te laag, of woning volledig aangepast aan mijn
beroepsactiviteit
- Extra huurder toevoegen bij huur, ookal staat deze niet op het huurcontract, dan is
dit de gezinswoning, opzeg dan van beide echtgenoten nodig
3
, § 1. De ene echtgenoot kan zonder de instemming van de andere niet onder bezwarende titel of om
niet onder de levenden beschikken over de rechten die hij bezit op het onroerend goed (dus geen
woonboot of caravan) dat het gezin tot voornaamste woning dient (maar toepassen op 1
gezinswoning), noch dat goed met hypotheek bezwaren.
Hij kan zonder die instemming evenmin onder bezwarende titel of om niet onder de levenden
beschikken over het huisraad dat aanwezig is in het goed dat het gezin tot voornaamste woning
dient, noch dat huisraad in pand geven.
Indien de echtgenoot wiens instemming vereist is, deze zonder weigert, kan de andere echtgenoot
zich door de [1 familierechtbank]1, laten machtigen om de handelingen alleen te verrichten.
§ 2. Het recht op de huur van het onroerend goed dat een der echtgenoten gehuurd heeft, zelfs voor
het huwelijk, en dat het gezin geheel of gewichtige redenen gedeeltelijk tot voornaamste woning
dient, behoort aan beide echtgenoten gezamenlijk, niettegenstaande enige hiermede strijdige
overeenkomst.
De opzeggingen, kennisgevingen en exploten betreffende die huur moeten gezonden of betekend
worden aan elk der echtgenoten afzonderlijk of uitgaan van beide echtgenoten gezamenlijk. (Elk van
de echtgenoten kan evenwel de nietigheid van deze documenten, die aan de andere echtgenoot
worden toegezonden of van deze laatste uitgaan, slechts inroepen indien de verhuurder kennis heeft
van hun huwelijk.) <W 20-02-1991, art. 3>
Elk geschil tussen de echtgenoten omtrent de uitoefening van dat recht wordt beslist door de
[ familierechtbank]1
1
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op handelshuurovereenkomsten, noch op
pachtcontracten
Art. 217 en 221 oud BW
• Art. 217 oud BW: inning, besteding en bestuur van inkomsten
- Dwingende rangorde
• 1. Kosten huwelijk (eten, elektriciteit, hypothecair krediet..)
• 2. beroepsgoederen
- Zegt niets over eigendomsrecht (→ secundair huwelijksvermogensstelsel)
• Art. 221 oud BW: bijdrageverplichting in lasten van het huwelijk (verplicht)
- ‘naar zijn vermogen’ – zowel geldelijke als bijdragen in natura, moet niet 50/50 zijn
- 2e lid: ontvangstmachtiging/sommendelegatie
Art. 222 oud BW – EXAMEN!
• Hoofdelijkheid inzake schulden ten behoeve van huishouden en opvoeding kinderen
Hoofdelijkheid: bij elke hoofdelijke apart de volledige schuld gaan opvragen
- Uitgezonderd buitensporige schulden (buitensporig ≠ niet nuttig) - feitenkwestie
- Wat met hoofdelijkheid na feitelijke scheiding?
▪ Cassatie rechtspraak
▪ Self@home opdracht tegen les 7/12 (zie materiaal op canvas):
> arrest Cass. 7 januari 2008 met noot van E. Van Royen ‘Toepassing
van de primaire verplichting tot hoofdelijke gehoudenheid van de
echtgenoten voor huishoudelijke schulden in tijden van echtelijke
moeilijkheden’, T. Fam. 2009/3, 55-63.
4
DEEL I. RELATIEVERMOGENSRECHT
I. Huwelijksvermogensrecht
• Hoofdstuk 1. Algemeen
• Hoofdstuk 2. Primair stelsel
• Hoofdstuk 3. Wettelijk stelsel
• Hoofdstuk 4. Conventionele stelsels
• Hoofdstuk 5. Huwelijksovereenkomst
• Hoofdstuk 6. Wijziging van het huwelijksvermogensstelsel
II. Samenwoningsvermogensrecht
• Hoofdstuk 1. Wettelijke samenwoning (sinds 2000) – bij een ambtenaar van de burgelijke
stand A4 verklaring wettelijke samenwoning gaan ondertekenen ‘huishouding voeren op
eenzelfde plaats’ – beëindigen zelfde maar omgekeerd, dit kan je eenzijdig doen, max met 2
personen.
• Hoofdstuk 2. Feitelijke samenwoning hierbij niets aangeven, je woont feitelijk samen
Sinds 1956 – gehuwde vrouw zelfde rechten en plichten als de man, werd ze handelingsbekwaam
Het Belgisch familiaal vermogensrecht: kenmerken
• Autonomie
- Huwelijksvermogensrecht
- Erfrecht
- MAAR…
• Technisch
- Vergoedingsregels bij vereffening-verdeling huwelijksvermogen
- Inbreng en inkorting bij vereffening nalatenschap
• Doorwerking personen- en familierecht
- Gelijkheid man-vrouw
- Adoptie en afstamming
- Focus verlegd van grote familie naar kerngezin
- (…)
Het Belgisch familiaal vermogensrecht: historiek
• Huwelijksvermogensrecht
- Code Napoléon 1804
- 1958: gelijkheid man en vrouw - handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw
- Wet 14 juli 1976: nieuw primair stelsel en een nieuw wettelijk stelsel
- 2008: afschaffing controle rechtbank bij wijziging huwelijkscontract
- Wet 22 juli 2018: inhoudelijke hervorming HVR (meer autonomie)
- Wet 19 januari 2022: inkanteling in nieuw boek 2 titel 3 BW (codificatie)
• Samenwoningsvermogensrecht
- Wet 23 november 1998: invoering wettelijke samenwoning - beperkt
vermogensrechtelijk statuut
- Wet 28 maart 2007: beperkt erfrecht voor de LLWSP
- Codificatie? (Hernummering)
• Erfrecht
- Code Napoléon 1804
- 1981: erfrecht langstlevende echtgenoot (LLE)
- Wet 31 juli 2017: inhoudelijke hervorming erfrecht (meer autonomie)
- Wet 19 januari 2022: inkanteling nieuw boek 4 BW (codificatie)
1
, Stellingen – waar of niet waar en waarom?
1. Je kan geldig huwen zonder opmaak van een huwelijkscontract (authentieke akte
opgemaakt door notaris) – wettelijk stelsel, vanaf dag huwelijk wordt GV opgestart, waarin
beroepsinkomsten zitten.
2. Marie heeft 2 dochters en kan bepalen dat de ene dochter 30% erft van haar nalatenschap
en de andere dochter 70% - elk kind heeft wettelijk min van 25%, over de rest mag je zelf
beschikken
3. Sara is gehuwd onder het wettelijk stelsel en baat haar eigen koffiebar uit. Stel dat ze een
lening wil afsluiten voor aankoop van nieuwe dure toestellen, dan kan ze dit zonder
toestemming van haar echtgenoot – zelfstandige activiteit valt onder alleenbestuur,
autonomie (aanvullend recht)
4. Diezelfde Sara heeft bij Belfius een rekening op haar naam waar ze haar loon uit de
koffiebar op stort. De gelden op deze rekening behoren tot het eigen vermogen van Sara –
beroepsinkomsten zijn altijd gemeenschappelijk binnen het wettelijk stelsel
5. Michiel heeft 2 zonen, een broer en beide ouders. Bij overlijden van Michiel erven de
ouders en broer niets – enkel de zonen zitten in de eerste orde (al je afstammelingen)
6. Een wettelijk samenwonende partner erft hetzelfde als een echtgenoot – vruchtgebruik
van de gezinswoning deze kunnen samenwonen = onverdeeld appartement centen + blote
eigendom gaan naar de familieleden, erfrecht LLE – je erft het vruchtgebruik over de
vollledige nalatenschap (dus ook de centen)
Wettelijk samenwonend met iemand die al een woning bezit, als die overlijdt zal op de
volledige woning het vruchtgebruik naar LLWS partner gaan.
7. Cécile wil haar zoon een geldsom van 50.000 euro schenken en hem zo helpen bij aankoop
van een appartement. Deze schenking kan geldig verlopen tussen Cécile en haar zoon
zonder tussenkomst van een notaris – bankgift (overschrijving van rekening naar rekening)
- € 500.000 zonder tussenkomst notaris? JA, bankgift van voor eender welk bedrag, geen
schenkbelasting hierop maar. Verdachte periode (5 jaar) als schenker binnen die tijd
alsnog overlijdt dan moet er erfbelasting betaald worden. Bij twijfel geregistreerde
schenking (geen risico)
50% aan kinderen nalaten = globale reserve (voor al de kinderen), de andere 50% is het beschikbaar
deel, hier kan je vrij over beschikken. Kind gaat dit moeten opeisen, aan reservataire zelf om dit op te
eisen, anders gebeurt dit niet.
5 kinderen = 10% - 1 kind = 50%.
Erfbelasting voor kinderen en ouders is betaalbaar (27% vanaf 250 000), voor broers en zussen heel
duur → (55% voor alles boven 75 000 euro), progressieve belasting, hoe meer je erft, hoe duurder
het wordt
2
,I. HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Hoofdstuk 1. Algemeen
• Huwelijksvermogensrecht: Het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke verhoudingen
beheerst tussen echtgenoten onderling en tegenover derden, zowel tijdens het huwelijk als
bij de ontbinding ervan.
• Ontbinding huwelijk? Echtscheiding of overlijden van een van de echtgenoten
Secundair
huwelijksvermogens
stelsel
Primair huwelijksstelsel
3 huwelijksstelsel: wettelijk stelsel - scheiding van goederen (ondernemers beste keuze, inkomsten
zijn eigen, en beroepsschulden zijn ook eigen, SE’s kunnen vermogen andere echtgenoot niet
aanspreken) – algehele gemeenschap van goederen
Hoofdstuk 2. Primair stelsel
Zie cursus ‘Personen- en familierecht’ (G. Quireyns)!
Betreft hier korte herhaling
• Minimale wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten
• Dwingend recht (art. 212, tweede lid oud BW) – niet van afwijken
• Toepassingsgebied: alle gehuwden, ongeacht gekozen HVS
• ! Art. 1477 §2 oud BW: enkele bepalingen ook van toepassing op wettelijk
samenwonenden (‘mini-primair stelsel’)
• Gedurende de volledige duur van het huwelijk (vanaf dag huwelijk tot beëindiging ervan)
• Ook bij feitelijke scheiding
• Ook tijdens ES procedure
• (MAAR…)
Art. 213 oud BW
• Wederzijdse plicht tot
1. Samenwoning
2. Getrouwheid
3. Hulp & bijstand (≠ bijdrageplicht) – onderhoudsgeld
Art. 215 oud BW
• Bescherming gezinswoning en huisraad (gezinsbelangen beschermen) tussen A en B, niet
tegen derden, SE’s kunnen nog steeds beslag leggen op de woning
• zie ook art. 220, §1 en art. 224, §1, 1° en §2 oud BW – nietigverklaring koop
• Je kan niet alleen handelen omtrent de gezinswoning, instemming andere nodig
- Onder bezwarende titel: verkoopovereenkomst
- Om niet: geen tegenprestatie bv. schenking
- Gewichtige redenen nodig om verkoop te weigeren bv. geen zicht nieuwe woning,
prijs die men ervoor krijgt is veel te laag, of woning volledig aangepast aan mijn
beroepsactiviteit
- Extra huurder toevoegen bij huur, ookal staat deze niet op het huurcontract, dan is
dit de gezinswoning, opzeg dan van beide echtgenoten nodig
3
, § 1. De ene echtgenoot kan zonder de instemming van de andere niet onder bezwarende titel of om
niet onder de levenden beschikken over de rechten die hij bezit op het onroerend goed (dus geen
woonboot of caravan) dat het gezin tot voornaamste woning dient (maar toepassen op 1
gezinswoning), noch dat goed met hypotheek bezwaren.
Hij kan zonder die instemming evenmin onder bezwarende titel of om niet onder de levenden
beschikken over het huisraad dat aanwezig is in het goed dat het gezin tot voornaamste woning
dient, noch dat huisraad in pand geven.
Indien de echtgenoot wiens instemming vereist is, deze zonder weigert, kan de andere echtgenoot
zich door de [1 familierechtbank]1, laten machtigen om de handelingen alleen te verrichten.
§ 2. Het recht op de huur van het onroerend goed dat een der echtgenoten gehuurd heeft, zelfs voor
het huwelijk, en dat het gezin geheel of gewichtige redenen gedeeltelijk tot voornaamste woning
dient, behoort aan beide echtgenoten gezamenlijk, niettegenstaande enige hiermede strijdige
overeenkomst.
De opzeggingen, kennisgevingen en exploten betreffende die huur moeten gezonden of betekend
worden aan elk der echtgenoten afzonderlijk of uitgaan van beide echtgenoten gezamenlijk. (Elk van
de echtgenoten kan evenwel de nietigheid van deze documenten, die aan de andere echtgenoot
worden toegezonden of van deze laatste uitgaan, slechts inroepen indien de verhuurder kennis heeft
van hun huwelijk.) <W 20-02-1991, art. 3>
Elk geschil tussen de echtgenoten omtrent de uitoefening van dat recht wordt beslist door de
[ familierechtbank]1
1
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op handelshuurovereenkomsten, noch op
pachtcontracten
Art. 217 en 221 oud BW
• Art. 217 oud BW: inning, besteding en bestuur van inkomsten
- Dwingende rangorde
• 1. Kosten huwelijk (eten, elektriciteit, hypothecair krediet..)
• 2. beroepsgoederen
- Zegt niets over eigendomsrecht (→ secundair huwelijksvermogensstelsel)
• Art. 221 oud BW: bijdrageverplichting in lasten van het huwelijk (verplicht)
- ‘naar zijn vermogen’ – zowel geldelijke als bijdragen in natura, moet niet 50/50 zijn
- 2e lid: ontvangstmachtiging/sommendelegatie
Art. 222 oud BW – EXAMEN!
• Hoofdelijkheid inzake schulden ten behoeve van huishouden en opvoeding kinderen
Hoofdelijkheid: bij elke hoofdelijke apart de volledige schuld gaan opvragen
- Uitgezonderd buitensporige schulden (buitensporig ≠ niet nuttig) - feitenkwestie
- Wat met hoofdelijkheid na feitelijke scheiding?
▪ Cassatie rechtspraak
▪ Self@home opdracht tegen les 7/12 (zie materiaal op canvas):
> arrest Cass. 7 januari 2008 met noot van E. Van Royen ‘Toepassing
van de primaire verplichting tot hoofdelijke gehoudenheid van de
echtgenoten voor huishoudelijke schulden in tijden van echtelijke
moeilijkheden’, T. Fam. 2009/3, 55-63.
4