Propaedeutica – Spijsverteringsstelsel
1. Inleiding:
• Signalement: Aangeboren afwijking, ouderdom, geslacht, ras-specifieke problemen, diersoort.
• Anamnese en algemene indruk: Bijkomende vragen stellen op wat de eigenaar gezien heeft.
ANOREXIE = niet meer eten:
▫ Niet meer kunnen eten: tandprobleem, niet aan eten kunnen, niet kunnen verplaatsen, pijn, blindheid, halster te
strak.
▫ Niet meer willen eten: ziekte SVS, koorts tgv ziekte.
KOLIEK:
Met 1 voorste poot graven, proberen te gaan rollen, schudden met hoofd, neerliggen.
Atypische symptomen: achterpoten naar buik proberen slaan,
POLYFAGIE: Meer gaan eten: als dier veel inspanning doet, na ziekte, hyperthyroïdie (vnl katten) , parasitair (wormen).
PICA: Abnormale dingen likken/ eten: te veel fosfor inname (bv. Likken aan buizen in stal). Kan ook bij vervelen.
(stereotypgedrag)
COPROFAGIE: Faeces opeten. Bij veulen is de eerste opname van mest goed voor ontwikkeling/ op peil brengen van
darmmicrobioom/darmflora.
Veranderde vochtopname: Niet meer kunnen drinken = tetanus. Niet willen drinken of polydipsie tgv vochtverlies.
POLYDIPSIE: meer drinken: tgv vochtverlies, psychogeen (KHD), lichte koliek (om blokkade te willen verwijderen)
Luchtzuigen: kan, maar hoeft niet direct voor problemen te zorgen.
Geeuwen: bij Eq met maagulcera, stress, centraal gemedieerd.
Dysfagie: moeilijk kunnen slikken: megaoesofagus (tgv pathologie thv mond, keel, slokdarm)
BRAKEN: actief proces, voedsel tot in maag/dd gekomen en na een tijd terug naar mond gestuurd w. Gepaard met
buikcontracties. Eerst veel vocht uit de mond (speekselen= typisch verschijnsel van misselijkheid bij honden), daarna
buikcontracties en dan komt alles eruit. Vb. Eten is misvallen, te veel, kan ook ernstig zijn (zeker als het meerdere x
terugkeerd).
REGURGITEREN: passieve terugvloei van (onverteerd) voedsel uit de slokdarm/keel/maag.
!!
• Uitzicht (hematisch: komt van verder in SVS)
• Acuut/ chronisch, frequentie en interval na eten.
o Smorgens gegeten, maar savond braken: kan wijzen op obstructie in darmen.
o Kort na opname: regurgiteren of obstructie.
,DIARREE:
• Afkomstig van dunne/dikke darm?
Borborygmen: borreling in darm
Melena: verteerd bloed in mest (dunne darm gerelateerd anders zou het rood kleurig zijn)
Bijkomende vragen? (extra)
▫ Algemeen funcctioneren:
Eetlust/wateropname? Eetgedrag? (laten vallen)
Vreemd geur in mond (tandsteek, juctivitis)
Bloed? Braken, diarree? Algemeen ziek? Tekenen pijn? (vocaliseren, meer slapen, rollen Eq)
Meer slapen (pijn?), Vermagerd?
▫ Leefomstandigheden: Contact met andere dieren? Welke voeding? (verandering van voeder kan automatisch leiden tot
diarree, best eerst mengen oude en nieuwe voeding voor optimale aanpassing SVS, kan ook bij GHD als ze plots op de weide
gaan met vers gras)
Worden tanden verzorgd?
▫ Voorgeschiedenis!
Eerder ziek geweest? Hoe behandeld? Operatie gehad? (als dier maagoperatie heeft gehad bv. Vastzettten van de maag,
kunnen problemen krijgen in het SVS)
Vaccinatiestatus (parvovirose) , ontwormingsstatus (product? En niet steeds hetzeflde product geven = resistentie),
genetische aandoeningen.
!!! Belangrijkste vraag: is dit een primair probleem of een secundair probleem waarvan je de primaire oorzaak moet
achterhalen. (letop dat je niet enkel het symptoom behandeld, maar ook opzoek gaat naar de primaire oorzaak)
1. Klinisch onderzoek:
1. Uitwendig onderzoek kop:
Inspectie: Asymmetrie, speekselen, oog-, neusvloei, bloed uit mond?
Palpatie: retrobulbaire druk (ogen), deformatie/atrofie (kauwspieren), speekselklier (gl. parotis, mandibulari),
mandibulaire lymfeknopen (onsteking mond)
Lippen: letsels (ecthyma), lokale ontsteking, trauma, verlaagde tonus (facialisparalyse), verhoogde tonus (tetanus).
Wangen: voedelproppen in wangen bij niet goed kunnen slikken.
, Boven-onderkaak,kaakgewricht: brachygnathia, zwelling of asymmetrie tgv tandproblemen, ontsteking, abcessen,
abnormale beweeglijkheid onderkaak (fractuur), verhoogde tonus, zwelling schaarstreek (actinobacillose bij Ru).
2. Mondholte:
• Passieve beweeglijkheid/ pijnlijkheid.
• Geur (paradonitis KHD, metabole acidose bij hoogproductief melkvee)
• Gehemelte: icterus (geelzucht) katten, aangeboren palatoschisis, zwelling, ontsteking.
• Tong (bewegelijkheid, tonus, malformatie, wonden)
• Vreemd voorwerp.
• Speekselsecretie:
▫ Hypo-aptyalisme (verminderde of geen speekselproductie) tgv hypovolemie
▫ Ptyalisme (tgv slokdarmobstructie, encefalitis)
▫ Pseudoptyalisme (verstoorde afvoer dr slikprobleem)
• Tanden
− KHD: eerst zonder openen van mond
− GHD: op de grond
− Eq: tong pakken.
− RU:
• Uitgebreid onderzoek: mbv sedatie of algemene anesthesie
3. Slokdarm:
• Enkel cervicaal deel palperen (‘’gespannen koord’’ igv ontsteking, obstructie, grass disease)
• RX/endoscopie
• Slokdarmsondage
Eq: via de neus, gebruikt een gummi-sonde (geen silicone-sonde!!)
Zorg dat de sonde om de bodem van neusgang blijft, anders krijg je bloeding dr aanraking van de conchae.
1. Inleiding:
• Signalement: Aangeboren afwijking, ouderdom, geslacht, ras-specifieke problemen, diersoort.
• Anamnese en algemene indruk: Bijkomende vragen stellen op wat de eigenaar gezien heeft.
ANOREXIE = niet meer eten:
▫ Niet meer kunnen eten: tandprobleem, niet aan eten kunnen, niet kunnen verplaatsen, pijn, blindheid, halster te
strak.
▫ Niet meer willen eten: ziekte SVS, koorts tgv ziekte.
KOLIEK:
Met 1 voorste poot graven, proberen te gaan rollen, schudden met hoofd, neerliggen.
Atypische symptomen: achterpoten naar buik proberen slaan,
POLYFAGIE: Meer gaan eten: als dier veel inspanning doet, na ziekte, hyperthyroïdie (vnl katten) , parasitair (wormen).
PICA: Abnormale dingen likken/ eten: te veel fosfor inname (bv. Likken aan buizen in stal). Kan ook bij vervelen.
(stereotypgedrag)
COPROFAGIE: Faeces opeten. Bij veulen is de eerste opname van mest goed voor ontwikkeling/ op peil brengen van
darmmicrobioom/darmflora.
Veranderde vochtopname: Niet meer kunnen drinken = tetanus. Niet willen drinken of polydipsie tgv vochtverlies.
POLYDIPSIE: meer drinken: tgv vochtverlies, psychogeen (KHD), lichte koliek (om blokkade te willen verwijderen)
Luchtzuigen: kan, maar hoeft niet direct voor problemen te zorgen.
Geeuwen: bij Eq met maagulcera, stress, centraal gemedieerd.
Dysfagie: moeilijk kunnen slikken: megaoesofagus (tgv pathologie thv mond, keel, slokdarm)
BRAKEN: actief proces, voedsel tot in maag/dd gekomen en na een tijd terug naar mond gestuurd w. Gepaard met
buikcontracties. Eerst veel vocht uit de mond (speekselen= typisch verschijnsel van misselijkheid bij honden), daarna
buikcontracties en dan komt alles eruit. Vb. Eten is misvallen, te veel, kan ook ernstig zijn (zeker als het meerdere x
terugkeerd).
REGURGITEREN: passieve terugvloei van (onverteerd) voedsel uit de slokdarm/keel/maag.
!!
• Uitzicht (hematisch: komt van verder in SVS)
• Acuut/ chronisch, frequentie en interval na eten.
o Smorgens gegeten, maar savond braken: kan wijzen op obstructie in darmen.
o Kort na opname: regurgiteren of obstructie.
,DIARREE:
• Afkomstig van dunne/dikke darm?
Borborygmen: borreling in darm
Melena: verteerd bloed in mest (dunne darm gerelateerd anders zou het rood kleurig zijn)
Bijkomende vragen? (extra)
▫ Algemeen funcctioneren:
Eetlust/wateropname? Eetgedrag? (laten vallen)
Vreemd geur in mond (tandsteek, juctivitis)
Bloed? Braken, diarree? Algemeen ziek? Tekenen pijn? (vocaliseren, meer slapen, rollen Eq)
Meer slapen (pijn?), Vermagerd?
▫ Leefomstandigheden: Contact met andere dieren? Welke voeding? (verandering van voeder kan automatisch leiden tot
diarree, best eerst mengen oude en nieuwe voeding voor optimale aanpassing SVS, kan ook bij GHD als ze plots op de weide
gaan met vers gras)
Worden tanden verzorgd?
▫ Voorgeschiedenis!
Eerder ziek geweest? Hoe behandeld? Operatie gehad? (als dier maagoperatie heeft gehad bv. Vastzettten van de maag,
kunnen problemen krijgen in het SVS)
Vaccinatiestatus (parvovirose) , ontwormingsstatus (product? En niet steeds hetzeflde product geven = resistentie),
genetische aandoeningen.
!!! Belangrijkste vraag: is dit een primair probleem of een secundair probleem waarvan je de primaire oorzaak moet
achterhalen. (letop dat je niet enkel het symptoom behandeld, maar ook opzoek gaat naar de primaire oorzaak)
1. Klinisch onderzoek:
1. Uitwendig onderzoek kop:
Inspectie: Asymmetrie, speekselen, oog-, neusvloei, bloed uit mond?
Palpatie: retrobulbaire druk (ogen), deformatie/atrofie (kauwspieren), speekselklier (gl. parotis, mandibulari),
mandibulaire lymfeknopen (onsteking mond)
Lippen: letsels (ecthyma), lokale ontsteking, trauma, verlaagde tonus (facialisparalyse), verhoogde tonus (tetanus).
Wangen: voedelproppen in wangen bij niet goed kunnen slikken.
, Boven-onderkaak,kaakgewricht: brachygnathia, zwelling of asymmetrie tgv tandproblemen, ontsteking, abcessen,
abnormale beweeglijkheid onderkaak (fractuur), verhoogde tonus, zwelling schaarstreek (actinobacillose bij Ru).
2. Mondholte:
• Passieve beweeglijkheid/ pijnlijkheid.
• Geur (paradonitis KHD, metabole acidose bij hoogproductief melkvee)
• Gehemelte: icterus (geelzucht) katten, aangeboren palatoschisis, zwelling, ontsteking.
• Tong (bewegelijkheid, tonus, malformatie, wonden)
• Vreemd voorwerp.
• Speekselsecretie:
▫ Hypo-aptyalisme (verminderde of geen speekselproductie) tgv hypovolemie
▫ Ptyalisme (tgv slokdarmobstructie, encefalitis)
▫ Pseudoptyalisme (verstoorde afvoer dr slikprobleem)
• Tanden
− KHD: eerst zonder openen van mond
− GHD: op de grond
− Eq: tong pakken.
− RU:
• Uitgebreid onderzoek: mbv sedatie of algemene anesthesie
3. Slokdarm:
• Enkel cervicaal deel palperen (‘’gespannen koord’’ igv ontsteking, obstructie, grass disease)
• RX/endoscopie
• Slokdarmsondage
Eq: via de neus, gebruikt een gummi-sonde (geen silicone-sonde!!)
Zorg dat de sonde om de bodem van neusgang blijft, anders krijg je bloeding dr aanraking van de conchae.